Amy achter haar laptop in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem

“Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen” – Duik in je familiegeschiedenis met Amy en Rik

“Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen” – Duik in je familiegeschiedenis met Amy en Rik

Amy achter haar laptop in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem

Amy op haar werkplek in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis.

Het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem zet zich al sinds 1968 in om genealogieonderzoek op allerlei manieren te stimuleren. Iedereen met interesse voor hun familiegeschiedenis kan er op zoek gaan naar informatie over hun voorouders. Het centrum begeleidt ook studenten en onderzoekers, en verricht zijn eigen onderzoek. Je vindt er een al maar groeiende schat aan documentatie: rouwbrieven, communieprentjes, huwelijksaankondigingen en nog veel meer. De zestigtal geëngageerde vrijwilligers spelen een cruciale rol om deze werking mogelijk te maken. Om meer te leren over hun werking zaten we samen voor een interview met Amy, een van de vrijwilligers, en Rik, de directeur van het centrum.

 

Hoe ben je vrijwilliger geworden bij het documentatiecentrum?

Rik
Amy volgde school in het bijzonder onderwijs [Amy heeft een autismespectrumstoornis (ASS)], waar ze een stageplaats zochten voor haar. In mei 2022 is ze dus zo bij ons terechtgekomen, voor een stage van een maand.

Amy
Ja. Mijn eerste kennismaking met Rik en het documentatiecentrum was met mijn stagebegeleider, meneer Steven.

Rik
Ze vond het hier zodanig slecht dat ze hier op 1 juli aan de deur stond en vroeg: mag ik hier mijn vakantiewerk komen doen? [Lacht] Dat vakantiewerk sloeg zodanig tegen [knipoog], dat de eerste september de stagebegeleider vroeg of we nog altijd geïnteresseerd waren in een stage. En wie staat daar aan de deur? Amy. Sindsdien is ze niet meer weggeweest.

Wat doe je in het documentatiecentrum? Wat zijn jouw taken?

Amy
Stambomen maken. En dat emigratieproject van Jan, maar dat kan ik niet goed uitleggen.

Rik
Ze is begonnen met de stamboom van haar eigen familie. En daarna heeft ze dat uitgebreid naar andere zaken.

Amy
Nu doe ik soms ook opzoekingen als mensen iets vragen.

Rik
Ja, als mensen vragen of we informatie voor hen kunnen vinden, doet zij de opzoekingen. Nu doet ze dat voor Jan Vanderhaeghe, van de werkgroep ‘Belgische Emigranten naar Amerika’. Ze zoekt de oorsprong op van de mensen die geëmigreerd zijn naar Amerika.

Uit welke taak haal je het meeste plezier?

Amy
De stambomen.

Is dat ook op aanvraag?

Amy
Niet altijd, soms ben ik ook nog met mijn eigen stamboom bezig.

Rik
Ze zit nu rond het jaartal 1500-1600.

Wat vind je interessant aan familiegeschiedenis?

Amy
Ik ontdek graag nieuwe dingen in de stambomen.

Rik
Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen.

Je hebt deze vraag al deels beantwoord, maar ken je je eigen familiegeschiedenis? Wat vind je daar interessant aan?

Amy
De ene kant van mijn familie is allemaal van Oost-Vlaanderen, de andere kant van Antwerpen. Maar ik heb ook nog ergens [de documentatie van] een erfenis gevonden, waarvan de erfgenamen in Groot-Brittannië wonen.

Rik
Het is het diverse van wat je vindt dat het leuk maakt. Door haar eigen familiegeschiedenis te onderzoeken, leert ze ook een aantal zaken die ze kan gebruiken voor iets anders, zoals het lezen van notarisstukken en begrijpen wat er staat.

Hoe werkt het centrum?

Amy
[Tegen Rik] Ja, dat moet jij uitleggen.

Rik
We werken met ongeveer 60 vrijwilligers. Ze hebben allemaal diverse taken. Dat kunnen vrij eenvoudige zaken zijn, zoals documenten scannen en dan eventueel benoemen. Dan zijn er mensen die gespecialiseerde taken uitvoeren, zoals de collecties beheren van kaarten, oude bidprentjes, communieprentjes, doopprentjes, ... Sommigen zijn multi-inzetbaar. En dan heb ik nog iemand die schilderwerken doet.

Amy
Ik heb die vrijwilligerslijst gemaakt.

Rik
Ah ja, voor de administratie heeft ze de vrijwilligerslijst volledig herwerkt. En ineens heeft ze die vrijwilligerslijst ook herschikt in mijn telefoon [Lacht].

Waarom denk je dat vrijwilligers belangrijk zijn voor familiegeschiedenis?

Amy
Iemand moet al die rouwbrieven inscannen. Anders kunnen mensen dat niet meer terugvinden en weet je niet wat er mee zou gebeuren.

Heb je een goede herinnering van hier in het centrum?

Rik
Op de dag dat ze is hier is binnengekomen, zei ik: 'dag Amy'. Ik kreeg geen reactie.

Amy
Het was heel stil.

Rik
Na een paar weken kwam er een antwoord. En nog een paar weken later was het een beetje luider. Dat vind ik een leuke herinnering aan Amy.

Amy
Ik durfde niet te veel zeggen.

Rik
In het begin was dat echt heel stil, als ze iets zei. Net dat vind ik leuk, dat ze loskomt. Niet enkel als we alleen zijn, maar ook als we in de keuken zitten met andere mensen durft ze het woord nemen.

Amy
Ja, dat is wel een mooie herinnering.

Wat zou je zeggen tegen iemand die hier in het centrum vrijwilliger wil worden?

Rik
[Tegen Amy] Dat moet jij zeggen, ik mag zelf niet stoefen, hè?

Amy
Maar ik weet het niet.

Rik
Hoezo, je weet het niet?

Stel je voor, iemand die je kent wil het misschien eens proberen.

Amy
Dan zou ik zeggen dat die zijn eigen stamboom kan maken. Dan zal die blijven, want dan zal die zeker ontdekken dat het heel interessant is.

Je leert er dingen die je nergens anders kan leren. 

Rik
Ondertussen kan ze ook Latijn lezen, begrijpen en vertalen. Hetzelfde met oud geschrift. Ze is een slimme meid.

Bedankt voor het interview!

Ann Rombaut – Heemkundige kring Kaulille

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Ann Rombaut!

Ann, je bent erfgoedvrijwilliger en voorzitter van de heemkundige kring Kaulille: wat doe je binnen die vereniging? 

Elke maandag zitten wij samen met de leden van de heemkundige kring en werken we samen aan het inventariseren van alle bronnen en schenkingen van mensen aan de heemkundige kring. Op maandagnamiddag zijn we ook open voor publiek. Mensen kunnen dan langskomen als ze vragen hebben rond hun genealogisch onderzoek, voor papers in hun studie enzovoort. We hebben een grote collectie aan bidprentjes, rouwbrieven, communieprentjes en foto’s, maar ook artikels, boeken en andere documenten of voorwerpen. Een belangrijk aspect voor ons is de communicatie naar de buitenwereld: alle nieuwe bronnen of activiteiten worden aangekondigd op de facebookpagina. We werken ook aan een website voor onze vereniging. Vroeger gaven we ook een heemkundig tijdschrift uit, genaamd ‘De Klaveren Heer’, maar door omstandigheden zijn we daarmee moeten stoppen. Elk jaar geven we een heemkundige kalender uit rond een bepaald thema. In de toekomst zullen ook meer activiteiten organiseren om ons archief te ontsluiten zoals ruilbeurzen, tentoonstellingen … Ook zetten we momenteel sterk in op de communicatie en eventuele uitwisseling van bronnen met andere heemkundige kringen en organisaties in de buurt.

Wanneer en waarom ben je gestart als vrijwilliger binnen de heemkundige kring? 

Ik heb archeologie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Na mijn studies heb ik gewerkt in het stadsarchief van Aalst. Daar hielp ik onder meer mensen met genealogisch onderzoek en bouwde ik mee aan tentoonstellingen. Na mijn verhuizing naar Kaulille werkte ik als bibliotheekassistent en later als bibliothecaris in de bibliotheek van Bocholt en stond ik in voor het erfgoedbeleid in dezelfde gemeente. Dankzij mijn voorgeschiedenis had ik al een stevig netwerk uitgebouwd binnen de erfgoedsector en mensen uit de buurt wisten daarvan. In 1992 is men mij dan komen vragen of ik geïnteresseerd was om mee te werken aan de oprichting van de Heemkundige kring van Kaulille. Het leek mij zeer verrijkend om met deze mensen met een gemeenschappelijke passie voor het verleden te werken aan een vooropgesteld doel.

Als vrijwilliger bij de heemkundige kring ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Voor erfgoed is er toch een voorliefde nodig voor geschiedenis, verhalen …. Meer kennis opdoen en meer mensen ontmoeten waarmee je jouw passie kan delen is zeer verrijkend. Mijn netwerk is dankzij de samenwerking met allemaal verschillende erfgoedvrijwilligers nog meer verruimd en steeds opnieuw leer ik nieuwe mensen kennen met een nieuw verhaal. Als we daarnaast dan ook mensen kunnen helpen bij het reconstrueren van hun eigen verhaal, is dat nog des te mooier.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jou zijn die zich engageren in heemkundige kringen?

Vrijwilligerswerk in de erfgoedsector is zo belangrijk omwille van de sociale samenhang en de leefbaarheid van een gemeenschap. Ons doel is om mensen goesting te geven in erfgoed en ze laten doen wat ze graag doen, zodat ze echt kunnen voelen welke meerwaarde ze dan ook betekenen.

Erfgoedvrijwilligers zijn momenteel schaars, zeker na corona. De oudsten vallen weg en er is dringend nood aan nieuw bloed. We hechten dan ook veel belang aan onze projecten om kinderen al van jongs af aan te betrekken. Zo doen we regelmatig projecten met scholen. We geven jaarlijks een les in het derde en vijfde leerjaar rond een thema’s zoals het urnenveld van Kaulille, de teuten, de oorlog en de poederfabriek. Erfgoed dringt bij kinderen vooral binnen als ze het zelf kunnen ervaren via workshops, zoals het maken van een urne, zelf brood bakken, oude volkspelen enzovoort. Verder willen we sterk inzetten op het zoeken van vrijwilligers rond een bepaald project, met een duidelijke opdracht die beperkt is in tijd. Vaak hebben de jongere generaties weinig tijd voor langdurig vrijwilligerswerk, maar het enthousiasme leeft nog wel onder de mensen. Heden ten dage vind je nog weinig mensen die 10 of 20 jaar in dezelfde vereniging zitten, tenzij je iemand vindt die zo gebeten is door de microbe, dat hij/zij dit als haar levenswerk ziet. Na afloop van zo’n project merken we dat er toch veel enthousiasme is voor verdere projecten rond een bepaald thema.

Waarom is de werking van de heemkundige kring zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Het is belangrijk dat het erfgoed eerst en vooral gekend is en onderzocht wordt, en daarnaast ook bewaard wordt in goede omstandigheden en ontsloten wordt. Zo helpen wij bijvoorbeeld de gemeenten door opmerkzaam te blijven over verloederde gebouwen, scheuren in gebouwen of kapelletjes die onderkomen zijn. Erfgoed is de nalatenschap van het verleden waarmee we leven in het heden. Die nalatenschap geven we door aan toekomstige generaties, zodat zij er ook van kunnen leren, het kunnen bewonderen en ervan kunnen genieten.

Wat maakt voor jou de lokale geschiedenis/het lokale erfgoed zo interessant?

Al kinds af aan heb ik de interesse voor geschiedenis en kunst meegekregen. We bezochten met het gezin vaak verschillende musea en gingen naar tentoonstellingen. Het zit dus wel in mijn bloed. Al snel merkte ik dat veel mensen toch veel belang hechten aan hun lokale leefwereld en afkomst, waardoor de erfgoedverhalen ook heel persoonlijk worden. De lokale geschiedenis is een belangrijke en onmisbare schakel van een groter geheel.

Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?

Wat mij het meest vreugde brengt aan het vrijwilligerswerk rond erfgoed zijn de contacten en de verhalen van de mensen. Momenteel ben ik voorzitter van de Heemkundige Kring Kaulille en bestuurslid bij het Davidsfonds, de Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en bij Ovenbuur Bocholt. Het is heel fijn om met al deze mensen met dezelfde passie en nieuwsgierigheid op zoek te gaan naar verhalen en de linken tussen verhalen te kunnen leggen. Onze passie brengt mensen samen en dat is heel mooi om te zien.

Bedankt voor dit interview!

Bernard Lootens en Moniek Moyaert – Archief- en documentatiecentrum: De Spaenhiers

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Bernard Lootens en Moniek Moyaert!

Dag Moniek en Bernard, jullie zijn actief als vrijwilliger bij het Archief- en documentatiecentrum De Spaenhiers: wat doen jullie binnen die vereniging?

Moniek: Ik ben reeds vijf jaar vrijwilliger bij de Spaenhiers. Mijn werk bestaat erin de rouwbrieven en bidprentjes, die geschonken worden aan de Spaenhiers, te sorteren, de database aan te vullen en alfabetisch te rangschikken in de reeds bestaande collecties. Daarnaast werk ik aan de beeldbank door krantenartikels te scannen, te beschrijven en online te zetten.

Bernard: Als verantwoordelijke van het bestuur voor het documentatiecentrum bestaat mijn taak er voornamelijk in om de werking te coördineren. Dat houdt enerzijds in dat ik zoek naar aangepaste taken voor de vrijwilligers en ze naar een bepaalde doelstelling begeleid. Deze taken bestaan uit het ordenen en inventariseren van collecties en binnenkomende documenten. Indien mogelijk worden de collecties opgelijst en online ter beschikking gesteld. Zo zijn er bijvoorbeeld van onze collectie bidprentjes en rouwbrieven lijsten gemaakt, die online te consulteren zijn: Bidprentjes (wordpress.com). De prentjes en de rouwbrieven zijn alfabetisch geklasseerd. Andere grote collecties in ons documentatiecentrum bestaat uit foto’s, de krantenknipsels en de affiches. Deze worden gescand of gefotografeerd en met de bijhorende beschrijving op onze beeldbank geplaatst.  Anderzijds bestaat mijn taak erin om (be)zoekers te begeleiden. Wie iets komt opzoeken, probeer ik wegwijs te maken in ons aanbod en gericht te helpen. Ook de algemene promotie van het documentatiecentrum, het opsporen en verwerven van erfgoed tracht ik te bewerkstelligen.

Als vrijwilligers bij De Spaenhiers zijn jullie ‘erfgoedvrijwilligers’: waarom zijn jullie graag erfgoedvrijwilligers?

Moniek: Allereerst vind ik het een boeiende en zinvolle activiteit voor mezelf, maar het belangrijkste is dat we mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar informatie. Bidprentjes en rouwbrieven zijn de grootste pijlers voor het maken van een stamboom. Krantenartikelen zijn een uitstekende bron van informatie voor mensen die op zoek zijn naar de evolutie van het sociale, culturele en politieke verleden van Koekelare.

Bernard: Vooral omdat ik van mening ben dat dit voor onze lokale gemeenschap een belangrijke taak is. In de loop van de jaren hebben wij met een team van vrijwilligers een instelling uitgebouwd waar mensen terecht kunnen met documenten, wat vaak gebeurt bij sterfgevallen. Voor gelijk welk zoekwerk over lokale geschiedenis, bijvoorbeeld voor genealogisch onderzoek, een schoolwerk, een paper, een boek, een tijdschrift enzovoort, helpen wij mensen op weg. Dit geeft veel voldoening.

Waarom is het volgens jullie belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jullie zijn die zich engageren bij documentatiecentra?

Moniek: We ondervinden in het documentatiecentrum van De Spaenhiers een stijgende interesse bij de lokale bevolking. Dit gaat van studenten tot auteurs van bijvoorbeeld een boek, een eindwerk tot mensen die geboeid zijn door het verleden. Mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar concrete informatie is dan ook de grootste voldoening voor de vrijwilliger en een stimulans tot een blijvend engagement.

Bernard: Het verzamelen en bewaren van lokaal erfgoed is een eerste stap. Dit erfgoed degelijk ordenen en ontsluiten is een tweede en even belangrijke stap. Dit is nodig voor de derde stap van bekendmaking en als gevolg voor een bewustwording van de gemeenschap over het belang van de lokale geschiedenis. Het effect van bekendmaking is bijvoorbeeld duidelijk gebleken uit het programma ‘Het Verhaal van Vlaanderen’ van Tom Waes.

Moniek en Bernard tijdens een uitstap met de Spaenhiers in het midden van de foto – https://spaenhiers.be/uitstappen-2/#jp-carousel-476

Bedankt voor dit interview!

Online erfgoedgemeenschap

Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips

Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips

Online erfgoedgemeenschap

Erfgoedvrijwilligers spelen een essentiële rol in het behoud en de verspreiding van erfgoed. Traditioneel vinden erfgoedactiviteiten plaats in fysieke ruimtes, maar steeds meer erfgoedgemeenschappen ontstaan ook online. Tijdens het Histories Festival 2023 bogen erfgoedvrijwilligers zich over de vraag hoe ze digitale platforms kunnen benutten om een breder draagvlak te creëren voor hun erfgoedpraktijk. Hier zijn vijf praktische tips die ze hebben ontwikkeld:

ERKEN DE ERFGOEDFUNCTIES DIE VERVULD WORDEN OP SOCIALE MEDIA

Sociale media vervullen onbewust erfgoedfuncties, zoals het delen van herinneringen en het documenteren van erfgoed. Hoewel deze gemeenschappen zichzelf niet altijd als erfgoedgericht beschouwen, is het belangrijk om hun potentieel te erkennen. 

PROFILEER JE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAP IN ERFGOEDTERMEN

Als je een Facebookgroep wilt opzetten die zich richt op erfgoed, moet je die ook zo “in de markt zetten”. Gebruik dus erfgoedterminologie om je groep vindbaar te maken en stimuleer mond-tot-mondreclame om zowel online als offline leden aan te trekken. 

ZORG VOOR EEN STERKE CONNECTIE TUSSEN JE FYSIEKE EN ONLINE GEMEENSCHAP

Sociale media kunnen chaotisch aanvoelen. In een Facebookgroep waar iedereen iets kan posten, kan je het gevoel krijgen dat je de controle aan het verliezen bent. Wijs daarom een beheerder of moderator uit de fysieke vereniging aan om de kwaliteit van de content te waarborgen. Bovendien versterk je zo de band tussen je fysieke erfgoedvereniging en de digitale gemeenschap erachter. 

IMPLEMENTEER EEN LOGISCHE STRUCTUUR VOOR JE ONLINE CONTENT

Het is niet altijd gemakkelijk om snel betrouwbare informatie op te zoeken binnen een Facebookgroep. Maak gebruik van een duidelijke mappenstructuur om de opslag en toegankelijkheid van de erfgoedcontent te verbeteren. Orden bijvoorbeeld beeldmateriaal op thema of datum om het zoeken te vergemakkelijken. 

SLA DE HANDEN IN ELKAAR MET BESTAANDE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAPPEN

Je kan kiezen om zelf een Facebookgroep op te richten, maar je kan ook bestaande digitale erfgoedgemeenschappen benaderen. Wie weet is er al een Facebookgroep die thematisch of geografisch aansluit bij jouw erfgoedvereniging? Dit kan niet alleen helpen bij het vergroten van het draagvlak, maar ook nieuwe vrijwilligers aantrekken voor jouw erfgoedinitiatieven. 

Communicatie tips voor erfgoedverenigingen

Communicatie voor erfgoedverenigingen: tips om mee te starten

Communicatie voor erfgoedverenigingen: tips om mee te starten

Weet jij ook niet waar te starten met de communicatie voor je erfgoedvereniging? Organiseer je binnenkort een erfgoedactiviteit, maar heb je geen idee hoe je dit moet promoten? Op deze pagina delen enkele handige vuistregels die jou helpen om jouw erfgoedvereniging in de kijker te zetten.

Tip 1: Duid een communicatieverantwoordelijke aan

Communicatie tips voor erfgoedverenigingen

Zoek een persoon in het bestuur die jullie communicatie wil coördineren. Een communicatieverantwoordelijke staat in voor het goed verloop van de interne en externe communicatie. De interne communicatie beïnvloedt namelijk de externe communicatie. Zo komt het niet goed over als een werkend lid niet op de hoogte is van een activiteit en er geen vragen over kan beantwoorden. Het is belangrijk dat één persoon in de gaten houdt dat iedereen de nodige en correcte informatie krijgt. 

Tip 2: Bepaal je doelgroepen

Als je je communicatie en activiteiten afstemt op de wensen en mogelijkheden van een doelgroep, dan bereik je die doelgroep beter. Een doelgroep is een groep individuen die relevante kenmerken gemeen hebben. Je kan het publiek indelen in groepen door rekening te houden met verschillende criteria: geografie (vb. inwoner gemeente), binding met je erfgoedvereniging (vb. leden, bezoekers, …), leeftijd en gezinssituatie (vb. actieve bevolking met kinderen), … 

Jouw communicatiemiddelen zullen steeds aangepast moeten worden. Jonge kinderen bereik je op een andere manier dan twintigjarigen. Jongeren zijn dus een te ruime doelgroep. Om specifieke doelgroepen te bepalen waarvoor je een aparte communicatie en aparte activiteiten moet ontwikkelen, combineer je een aantal van bovenvermelde criteria. Om te weten wat die doelgroepen willen, maar ook om te weten hoe je ze best kan bereiken, is het interessant om een bevraging te organiseren.  

Bepaal welke doelgroepen prioritair zijn voor de vereniging. Sta positief tegenover die doelgroepen. Het is geen goede start om al bij de aanvang ervan uit te gaan dat jongeren geen interesse hebben. Als jongeren niet participeren is dat niet meteen omdat ze geen interesse hebben. Misschien bereikt jouw erfgoedvereniging ze niet, door bijvoorbeeld verkeerde communicatiekanalen te gebruiken. 

Tip 3: Formuleer concrete doelstellingen

Formuleer duidelijk hoeveel personen uit de doelgroepen je tegen wanneer wilt bereiken.

Voorbeeld: ‘Tijdens de tentoonstelling over de geschiedenis van het onderwijs in gemeente X willen we minimum twee klassen uit de lagere scholen van X op een kwalitatieve manier laten participeren.’

Zorg ervoor dat het realistische doelstellingen zijn. 

Tip 4: Bepaal je boodschap

Kies het onderwerp waarover je wil communiceren: je organisatie, een dienst, een activiteit... Stel eerst een boodschap op voor je de vorm kiest waarmee je de boodschap zal verspreiden. Een communicatieboodschap gebruikt argumenten om je publiek te overtuigen om op je aanbod in te gaan. Pas de boodschap aan naargelang de doelgroep.

Test de boodschap ook eens uit bij de doelgroep in kwestie. Komt de boodschap goed over? Verstaan ze wat je wil zeggen?  

Tip 5: Stem je communicatie en activiteiten af op jouw doelgroep

 Je kan vijf marketinginstrumenten inzetten om je doelgroepen te bereiken en om je doelstellingen te verwezenlijken. Het gaat om de vijf p’s: product, plaats, prijs, personeel en promotie.

Product

Het kernproduct is de essentie van wat je te bieden hebt. Voor jouw erfgoedvereniging is dat bijvoorbeeld een tentoonstelling, een lezing, een opendeurdag, het educatief beleid, rondleidingen, …  Het uitgebreid product verwijst naar extra voorzieningen zoals winkel, café en toiletten. 

Stem je product af op de wensen en verwachtingen van je doelgroep. In een tentoonstelling kan je bijvoorbeeld replica’s van voorwerpen plaatsen die betast kunnen worden door kinderen. Je kan ook een aparte verhaallijn voor kinderen uitwerken op hun ooghoogte. 

Om tegemoet te komen aan de doelstelling om minimum twee klassen uit de lagere school te laten participeren, kan je specifieke rondleidingen voor kinderen uitwerken of een speurtocht voor kinderen ontwerpen. Voor het bereiken van een bepaalde doelgroep kan je aanbod ontwikkelen dat hen aanspreekt. Zo kan je met jongeren een project mondelinge geschiedenis opstarten of ze helpen bij de start van hun stamboomonderzoek. 

Publiek

Als je een breder publiek wil bereiken, kan je samenwerken met andere lokale verenigingen. Hun leden worden zo op de hoogte gebracht van het bestaan van je erfgoedvereniging.  Je kan bijvoorbeeld de lokale duivenvereniging inschakelen om een historisch overzicht uit te werken van de duivensport in de gemeente. Je kan je vereniging ook eens komen voorstellen op een vergadering van andere socio-culturele verenigingen in de gemeente. Samenwerken met scholen is ook interessant. Door lagereschoolkinderen hun grootouders te laten interviewen over een bepaald onderwerp en met dit materiaal een tentoonstelling op te zetten, bereik je niet alleen de kinderen, maar ook de ouders, grootouders en andere familieleden die naar de tentoonstelling komen kijken. 

Plaats

Ben je goed bereikbaar met het openbaar vervoer? Is er parking voorzien? Ben je herkenbaar voor het publiek? Hangen er bijvoorbeeld vlaggen?  En hoe zit het met de beschikbaarheid? Is jouw vereniging toegankelijk als de doelgroep tijd heeft? 

Prijs

Prijzen kan je gebruiken om verschillende doelgroepen aan te spreken. Kwetsbare groepen kan je bijvoorbeeld tegemoetkomen.

Je houdt best de psychologische drempel om deel te nemen aan jouw activiteit zo laag mogelijk. Het kan hier ook over een materiële drempel gaan. Niet iedereen kan bijvoorbeeld goed werken met internet. Hou hier rekening mee bij je communicatie.

Personeel

De p van personeel verwijst naar je dienstverlening. Dit kunnen ook vrijwilligers zijn. Je zorgt er best voor dat je publiek de service krijgt die het verwacht. Een tevreden iemand zal zijn ervaring met anderen delen en voor gratis mond-tot-mondreclame zal zorgen.  

Promotie

Wanneer je jouw activiteiten wil promoten, start je best door na te denken over je imago en identiteit. Het imago is het beeld dat het publiek heeft van je vereniging. De identiteit is de manier waarop je vereniging zichzelf ziet. Vaak stemt dit niet overeen en moet je het imago veranderen en aanpassen aan de identiteit. Dit kan je o.a. doen door een passende huisstijl te gebruiken.  

Bedenk drie trefwoorden die je vereniging moeten typeren (bijvoorbeeld: degelijk, dynamisch en gespecialiseerd). Zorg voor een tof logo, uniforme huiskleuren en lettertype, passend bij de drie trefwoorden. Probeer deze huisstijl zo veel mogelijk in je communicatie te verwerken, zo zorg je voor meer zichtbaarheid en herkenbaarheid bij je doelgroepen. 

Je kan drie doelgroepen inzetten om je activiteiten te promoten:

Pers

Denk na over relevante media voor je erfgoedvereniging. Stuur een persbericht om hen op de hoogte te brengen van jullie activiteiten. Journalisten hebben graag een tekst die ze meteen kunnen publiceren. Als je jouw activiteit samen met een anekdote of een verhaal met nieuwswaarde bekend maakt, heb je meer kans op publicatie.  

Interessante perskanalen voor erfgoedverenigingen zijn:  

  • lokale reclameblaadjes 
  • de Streekkrant 
  • lokale nieuwspagina’s in kranten 
  • de plaatselijke radio en tv 
  • het parochieblad 

Voer je activiteiten ook altijd in op de UiTdatabank. 

Politiek

Lokale politici zijn belangrijk voor veel erfgoedverenigingen en lokale musea. Informeer hen over de ontwikkelingen van jouw verening. 

Publiek

Om de werking en activiteiten bekend te maken zijn er heel wat communicatiemiddelen die je kan aanwenden. Begin bij je eigen leden: communiceer je activiteiten in je eigen tijdschrift of nieuwsbrief. Vergeet ook zeker niet de leden zonder internet of e-mailadres.

Onderschat het belang van persoonlijke contacten niet. Ga langs bij de lagere scholen die je wil bereiken met een specifieke rondleiding voor kinderen en spreek de directeurs en leraars persoonlijk aan. 

Door samen te werken met de gemeente kan je via de website van de gemeente en het gemeenteblad bekendheid verwerven. Door mee te doen aan grote publieksmanifestaties als de Erfgoeddag en de Open Monumentendag krijg je publiciteit in de brochures en op de websites van deze evenementen. Je kan ook inspelen op lokale activiteiten en bijvoorbeeld tijdens de dorpskermis een tentoonstelling organiseren. 

Flyer

Om de activiteiten bekend te maken in de eigen regio kan je er ook voor kiezen een flyertje in alle brievenbussen van de gemeente te verspreiden. Ga langs bij bakkers, beenhouwers, krantenwinkels, dokterspraktijken en in de bibliotheek en vraag of je daar je flyer mag achterlaten.

Mond-tot-mond reclame werkt altijd het beste. Als je vaste data hanteert, bijvoorbeeld voor de jaarlijkse tentoonstelling, dan worden deze data beter onthouden.  

Tot slot is het is belangrijk om zo divers mogelijke kanalen te zoeken om jouw activiteit bekend te maken. Hoe vaker mensen iets zien, hoe beter ze het onthouden. 

Tip 6: Bepaal het budget

Ga na welke kosten er aan jouw communicatie afhangen. Bekijk of deze kosten te dragen zijn door de vereniging. Anders moet je andere keuzes maken. Het is niet omdat jouw vereniging bijna geen budget heeft dat er geen goede externe communicatie kan gevoerd worden. 

Tip 7: Maak een draaiboek

In dit communicatiedraaiboek lijst je op wat er moet gebeuren, wanneer dit moet gebeuren en wie voor elke taak verantwoordelijk is.

Tip 8: Evalueer

De laatste, maar misschien wel belangrijkste stap is de evaluatie van je communicatie. Ga hierbij na of je doelstellingen (tip 3) zijn bereikt. Bekijk wat er goed gelukt is en wat er misschien beter kan. Wees kritisch en stel je doelen bij wanneer nodig.

Laptop beurs Histories Festival

De ingrediënten voor een goede digitale lijst in Excel

De ingrediënten voor een goede digitale lijst in Excel

Rekenbladen bieden heel wat mogelijkheden om je informatie te structureren. Dit is niet enkel handig voor je eigen werk, maar zorgt er ook voor dat je eenvoudig met meerdere personen aan één lijst kan werken. Excel is de meest gebruikte software om lijsten te maken. Met deze tips kan je het meeste uit het programma halen.

GEGEVENS STRUCTUREREN

Begin met het omzetten van je gegevens naar een tabelvorm in Excel, waardoor je gemakkelijk kolommen kan sorteren zonder andere gegevens te beïnvloeden. Dit doe je door te klikken op ‘Invoegen’ > ‘Tabel’ > en je volledige tabel te selecteren.

Eens je een tabel hebt kan je nog veel verder gaan in het structureren van je gegevens:

  • Je kan kolommen alfabetisch sorteren, specifieke waarden benadrukken en zoekopdrachten binnen kolommen uitvoeren door op de kolomtitels te klikken.

Gebruik keuzelijsten voor uniforme termen of gemakkelijke invoer, zoals functies of ja/nee-categorieën. Een keuzelijst maak je door in een nieuw tabblad een lijst te typen in 1 kolom. Selecteer de kolom in je tabel waar je een keuzelijst wil en klik op ‘Gegevens’ > ‘Gegevensvalidatie’ > Toestaan: ‘lijst’ > Bron: ‘selecteer de lijst in het andere tabblad’.

Keuzelijst maken in Excel

Keuzelijst maken – Stap 1

Keuzelijst maken in Excel

Keuzelijst maken – Stap 2

Keuzelijst maken in Excel

Keuzelijst maken – Stap 3

Het voordeel van zo een lijst is dat je die telkens kan aanvullen wanneer nodig.

  • Indien je bronverwerkingen bijhoudt in Excel is het ook aangeraden om gegevens die je zelf toevoegt bij te voegen in een aparte kolom. Zo hou je een duidelijk onderscheid tussen de gegevens uit de bron en de nieuwe analyses. Je kan bijvoorbeeld een kolom maken met de clustering van medische beroepen indien dit handig zou zijn voor je onderzoek.

HET VERSCHIL TUSSEN TWEE DATUMS BEREKENEN

1. Vóór de twintigste eeuw

Excel heeft geen functie voor de berekening van data voor de twintigste eeuw, daarvoor is het programma niet ontwikkeld. Er is echter een eenvoudige manier om dit op te lossen, namelijk door het berekenen van gegevens in de kleinste betekenisvolle eenheden. Deel historische datums dus op in dag, maand en jaar. Dat is sowieso praktisch bij historische gegevens omdat je niet altijd alle gegevens voorhanden hebt (bijvoorbeeld: de dag of maand ontbreken). Daar stel je vervolgens de ‘celeigenschap’ van de kolom in als ‘getal’ in plaats van ‘datum’. Met die kolommen kan je het verschil tussen de getallen eenvoudig uitrekenen. Je kan altijd een extra kolom toevoegen met de samengestelde datum als je die nodig hebt voor andere doeleinden.

Datum berekenen in Excel

Datum berekenen door ze op te splitsen in de kleinste betekenisvolle eenheid

Het opdelen in de kleinste betekenisvolle eenheid is een belangrijk basisprincipe voor het opstellen van databases. Zo voorzie je de mogelijkheid om met die kleine eenheden aan de slag te gaan. Daarom delen we ook steeds de naam op in voornaam en familienaam. Op die manier kan je eenvoudig nagaan hoeveel persoon met familienaam x er in de dataset aanwezig zijn.

2. Na de twintigste eeuw

Voor verschillen tussen data vanaf het jaartal 1900 kan er in Excel wel een formule gebruikt worden. Via de formule DATUMVERSCHIL (Geboortedatum;Overlijdensdatum;”y”) kan je het aantal jaren =y tussen de overlijdensdatum en geboortedatum berekenen. Indien nodig kan je met deze formule het verschil in maanden (;”M”) en dag (;”D”) berekenen.

Formule Datumverschil in Excel

Formule DATUMVERSCHIL toepassen

DRAAITABELLEN VOOR DIEPGAANDE ANALYSES

Eens je je gegevens in je Excel tabel hebt aangevuld kan je draaitabellen gebruiken om verdere analyses te doen op je data. Dit kan je doen door te klikken op ‘Invoegen’ > ‘draaitabel’ of ‘aanbevolen draaitabel’. De functie ‘aanbevolen draaitabel’ is handig om eens te bekijken. Hier geeft het programma zelf aan wat eventueel goede analyses zouden kunnen zijn voor je tabel.

Draaitabel maken in Excel

Draaitabel maken

In het nieuwe tabblad krijg je nu een scherm te zien met aan de linkerkant ruimte voor je draaitabel en aan de rechterkant de draaitabelvelden. Per veld kan je kiezen hoe Excel dit moet berekenen. Bijvoorbeeld: door een beroep bij ‘rij’ te zetten en een voornaam bij ‘waarden’ kan Excel nu het aantal voornamen berekenen die een bepaald beroep uitoefenen. Je krijgt daarbij een overzicht van de gegevens.

Draaitabel maken in Excel

Draaitabel maken – Resultaat

Indien je deze ook visueel wil weergeven is het mogelijk om hiervan een grafiek te maken door bovenaan op draaigrafiek te klikken. Deze grafiek kan je naar eigen wensen aanpassen en kan je eenvoudig kopiëren als afbeelding of als bijlage bij een tekst.

Draaigrafiek maken in Excel

Draaigrafiek maken

REGISTREREN VAN JE DIGITALE LIJSTEN MET CODE-X

Gebruik CoDE-x om je digitale lijsten tijdens je onderzoek toegankelijk te maken. Bekijk de video hieronder voor een eenvoudige demonstratie van het registratieproces op CoDE-x.

Een nieuwe computer voor de erfgoedvereniging … maar welke software zet je erop?

Een nieuwe computer voor de erfgoedvereniging… maar welke software zet je erop?

Opgelet: vzw’s kunnen via SocialWare voordelige tarieven krijgen voor software. Leer meer over het aanvragen van zo’n tarief in het artikel van Bladwijzer.

De dag van vandaag is een computer onontbeerlijk om de organisatie en de werking van je erfgoedvereniging te ondersteunen. Vaak gebruiken de leden van de kring hiervoor hun persoonlijke computer, maar sommige erfgoedverenigingen kopen ook hun eigen pc of laptop aan. Eenmaal de computer is aangekocht, dringt zich de vraag op welke software nodig of nuttig is om te installeren. Niet altijd eenvoudig, want er zijn zo veel alternatieven te vinden op het internet dat je vaak door de bomen het bos niet meer ziet. Bovendien wil je uiteraard liefst de goedkoopste en meest gebruiksvriendelijke software installeren. In dit artikel helpen we je een beetje op weg.

De meeste computers die je in de winkel koopt, worden geleverd met een versie van Microsoft Windows. Windows doet dienst als ‘besturingssysteem’ voor je computer. De laatste nieuwe versies zijn Windows 10 en Windows 11. Een besturingssysteem is noodzakelijk om te kunnen werken met een computer. Merk wel op: Microsoft Windows is veruit het bekendste besturingssysteem, maar zeker niet het enige. Misschien heb je wel al eens gehoord van Linux? Dat is een alternatief besturingssysteem, dat vooral door meer gevorderde computergebruikers wordt gebruikt. Voor de gewone gebruiker is Windows echter nog steeds de norm. In dit artikel laten we software voor Linux- of Mac-computers dus even buiten beschouwing.

Bij de aankoop van je computer moet je er goed op letten of er al software is inbegrepen bij de computer. Vaak zal bijvoorbeeld het pakket ‘Microsoft Office’ al geïnstalleerd zijn. In zo’n Office-pakket zitten veelgebruikte programma’s zoals Microsoft Word (voor tekstverwerking), Microsoft Powerpoint (waarmee je presentaties kan maken), Microsoft Excel (een soort rekenblad) en Microsoft Access (voor het maken van databases). Ook voor dit pakket zijn er (gratis) alternatieven beschikbaar, maar daarover later meer. Pas op: het al dan niet inbegrepen zijn van bepaalde software kan ook gedeeltelijk de prijsverschillen tussen verschillende computers in de winkel verklaren. Vergelijk dus goed en lees de kleine lettertjes!

Beveiliging

Na de aankoop van je computer moet je allereerst even stilstaan bij de beveiliging ervan. We gaan er hier van uit dat je je computer met het internet gaat verbinden. Zoals je weet, kan je computer schade oplopen wanneer er bijvoorbeeld ‘virussen’ worden binnengehaald op de computer. Daarom is het nodig dat je hiertegen enkele maatregelen neemt. Als er geen anti-virusprogramma bij je computer werd geleverd, kun je bijvoorbeeld het gratis programma Avast! installeren: http://www.avast.com. Er zijn ook betalende anti-virusprogramma’s die meer functionaliteit hebben, bijvoorbeeld McAfee. Ook ‘spyware’ kan een risico betekenen voor je computer. Een gratis anti-spywareprogramma is bijvoorbeeld Malwarebytes Anti-Malware. Dat kun je downloaden op www.malwarebytes.com.

Internet

Eenmaal je de veiligheidsrisico’s tot een minimum hebt herleid, wil je wellicht meteen het internet op. Het programma waarmee je websites bezoekt heet een ‘browser’. Standaard wordt op de meeste pc’s ‘Internet Explorer’ of ‘Microsoft Edge' als browser meegeleverd, alweer een product van Microsoft. Ook voor dit programma zijn echter vele alternatieven beschikbaar. Een aanrader is zeker Mozilla Firefox, dat je gratis kan downloaden op www.mozilla.com/firefox/. Andere gratis browsers zijn bijvoorbeeld Opera en Safari (meest gebruikt op Mac). Google Chrome is ook een interessante optie. Probeer er wel voor te zorgen dat je steeds de laatste versie hebt van de gebruikte browser. Ook dit verkleint weer de veiligheidsrisico’s.

E-mail

Uiteraard wil je ook je e-mails kunnen lezen op je nieuwe computer. Vaak is het mogelijk om je e-mail in een internet-browser te lezen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Outlook, Gmail of Yahoo Mail. Ook e-mailaccounts van internetproviders, zoals Telenet of Belgacom, kunnen op het internet geconsulteerd worden. Wil je meer functionaliteit, dan kan je een echt e-mailprogramma installeren. Standaard wordt op de meeste pc’s een e-mail app reeds geïnstalleerd waar je met eender welk e-mail je kan inloggen. Daar kan je ook meerdere accounts op zetten. Daarnaast is Microsoft Outlook (Express) het meest gebruikte mailprogramma, maar ook hier durven we weer een alternatief aan te raden: zo heb je Mozilla Thunderbird, dat gratis te downloaden valt via www.mozilla.com/thunderbird.

Kantoorsoftware

Wil je een tekst schrijven, een database bijhouden of een presentatie maken voor je lezing, dan heb je een kantoorsoftware- of office-pakket nodig. Hierboven bespraken we al kort het office-pakket van Microsoft. Een van de nadelen van Microsoft Office is de relatief hoge kostprijs. Wil je liever een gratis alternatief, dan kan je bijvoorbeeld terecht bij OpenOffice: www.openoffice.org. Met dit pakket kun je alles doen wat ook in Microsoft Office mogelijk is, alleen is deze software gratis. Ook Google lanceerde enige tijd geleden haar eigen, web-gebaseerde kantoorsoftwarepakket: Google Docs. Dat pakket is ook uitermate geschikt om online documenten met elkaar te delen of door verschillende mensen te laten bewerken. Surf eens naar docs.google.com om Google Docs te leren kennen.

Het initiatief ‘SOCIALware‘ wil vzw’s helpen door ze toegang te verlenen tot donatieprogramma’s voor de meest gevraagde informaticaproducten. Heeft je erfgoedvereniging het vzw-statuut, dan komt de vereniging wellicht in aanmerking om bijvoorbeeld het Microsoft Office-pakket tegen een sterk verlaagde prijs aan te kopen.

Veel documenten worden ook verspreid als pdf-bestand. Hiervoor heb je de Adobe Reader software nodig die je vindt op www.adobe.com. Wil je zelf een pdf-document maken van een Word-document? Dan moet je nog even een plugin installeren die je op de website van Microsoft vindt. Bij OpenOffice is deze functionaliteit standaard aanwezig.

Grafische software

Wil je foto’s en andere afbeeldingen bewerken op je computer, dan heb je een grafisch programma nodig. De standaard-programma’s die worden meegeleverd met een nieuwe computer, zijn vaak heel erg beperkt qua functionaliteit. Adobe Photoshop is nog steeds één van de beste programma’s om foto’s te bewerken. Helaas is ook deze software vrij duur. Een gratis alternatief voor Photoshop is het programma ‘The Gimp’. Dat is misschien iets minder gebruiksvriendelijk door de wat ingewikkelde interface, maar het heeft alle functionaliteit die je nodig hebt om foto’s te bewerken. Je kunt dit programma downloaden via https://www.gimp.org/. Hetzelfde kan gezegd worden van het gratis programma Paint.net. Je kan het downloaden van http://www.getpaint.net.

Multimedia

Multimediabestanden, audio- en videobestanden komen voor in vele formaten, zoals mp3, m4p, avi en mpeg. De standaard-programma’s die worden meegeleverd met een nieuwe computer, zijn vaak heel erg beperkt qua functionaliteit. Een goede mediaplayer die het leeuwendeel van deze formaten ondersteunt en gratis te downloaden valt is VideoLan Mediaplayer. Je vindt dit programma op www.videolan.org.

Om filmpjes te kunnen afspelen, moet je soms ook nog bijkomende codec’s installeren. Het K-Lite Codec Pack is een verzameling van verschillende codec’s:

Wil je filmpjes bewerken, dan kun je hiervoor Windows Movie Maker gebruiken. Dit programma wordt samen met de meeste versies van Windows geïnstalleerd. Een alternatief is AVI Demux en is te downloaden op http://avidemux.sourceforge.net. Een ander gratis alternatief is de basisversie van Lightworks, een uitgebreider programma dan beide voorgaande. Om het te gebruiken moet je wel een account aanmaken op de site. Je kunt Lightworks downloaden van http://www.lwks.com.

Varia

Ten slotte raden we nog enkele programma’s aan die nuttig kunnen zijn voor bepaalde doeleinden.

Filezilla: wil je bestanden ‘uploaden’ naar het internet dan komt een FTP-programma (File Transfer Protocol) goed van pas. Filezilla is een goed en gratis FTP-programma.
http://filezilla-project.org/

WinRAR: om een archief van verschillende bestanden te maken of te openen, is WinRAR een goed alternatief voor het meer bekende WinZip.
http://www.winrar.be

CCCleaner: zeer goed programma om onnodige bestanden van je computer te halen en zo meer ruimte vrij te maken op je harde schijf.
http://www.ccleaner.com/

Google Photos: met Google Photos organiseer je je fotocollectie en maak je mooie fotogalerijen voor je website.
https://photos.google.com/?hl=nl

Google Earth: nog een interessant programma van Google, waarmee je de hele wereld virtueel kunt bezoeken of waarmee je kunt inzoomen op je eigen regio vanuit de lucht.
http://earth.google.com

Adlib Lite: de gratis versie van de bekende Adlib-software voor het registreren van collecties.
http://www.adlibsoft.com/

Mensen overleggen en werken samen.

Effectief vrijwilligersbeleid: wat werkt er en wat werkt er niet?

Effectief vrijwilligersbeleid: wat werkt er en wat werkt er niet? ​

De focus van je werking, je aanpak en het profiel van je bestuur hebben invloed op de vrijwilligers die je aantrekt.

Beeld je dit scenario in:

Mensen overleggen en werken samen.

Karel wil voor zijn vereniging nieuwe creatieve ideeën verzamelen, die het brede publiek aanspreken en veel volk aantrekken. Hiervoor deelt hij een oproep in hun Facebookgroep waar vooral (bestuurs)leden in zitten. Hij krijgt amper nieuwe ideeën binnen.

Wat is er hier gebeurd? Karel wil de interesses uit de buurt verzamelen, maar hij gebruikt het verkeerde kanaal waardoor hij het berede publiek niet bereikt.

Sluiten je werkwijze en de groep op wie je je richt aan bij je focus?

In dit model zoomen we in op drie mogelijke focussen voor je werking met de bijhorende aanpak. Je kan het model op twee manieren gebruiken:

  • Vertrek bovenaan van een bepaalde focus en kijk of je werkwijze daarop aansluit
  • Vertrek vanuit je werkwijze en ga na of deze past bij de groep die je wil bereiken

Je kan met het model hindernissen of spanningsvelden in je werking blootleggen. De vraag daarbij is steeds: “Sluiten je werkwijze en de groep op wie je je richt aan bij de focus die je voor ogen hebt?”.

Figuur over wat helpt of verhindert dat meer vrijwilligers meewerken ​

Hoe ga je met dit model aan de slag?

  • De focus van je werking is een strategische keuze. Elke focus kan waardevol zijn.
  • Kijk kritisch naar je huidige werkwijze. Als je enkel vergadert met je bestuur, is het moeilijk andere leden te bereiken. Als je geen open bijeenkomsten organiseert, is het niet simpel om burgers in het algemeen te bereiken.
  • Zorg voor samenhang tussen de focus van je werking, je werkwijze en het profiel en de rol van je bestuur.
  • Je kan de focus van je werking ook aanpassen. Zo kan je problemen of taken binnen je organisatie vertalen naar maatschappelijke uitdagingen. De focus van je werking komt dan op de samenleving te liggen. Bijvoorbeeld: “een huisvestingsprobleem van jouw vereniging kan misschien deels gekoppeld worden met de bredere nood aan een ontmoetingsruimte voor verenigingen in de hele gemeente.”
  • Misschien zit in de mismatch van bijvoorbeeld focus en werkwijze net de reden waarom je niet het beoogde publiek en het beoogde resultaat behaalt.

 

Wil je verder aan de slag gaan met deze praktijktip?

Bekijk hier dan de vorming, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Ga aan de slag met GDPR en ontdek onze tips en voorbeelddocumenten

Ga aan de slag met GDPR en ontdek onze tips en voorbeelddocumenten

Vanaf 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht, in de media beter bekend onder de Engelstalige naam GDPR (General Data Protection Regulation). Dit is een hele mond vol voor Europese regels om de burger te beschermen rond het gebruik van persoonsgegevens van levende personen: alle gegevens waarmee een persoon kan geïdentificeerd worden (een naam, voornaam, foto, rekeningnummer, ip-adres enzovoort). De AVG schrijft voor dat je vanaf 25 mei 2018 enkel over persoonsgegevens mag beschikken die je met actieve toestemming van de persoon in kwestie hebt verworven voor specifieke doeleinden (bijvoorbeeld opnemen in een ledenlijst, versturen van e-mails naar persoonlijke e-mailadressen, verspreiden van foto’s) en voor een welbepaalde termijn.

Niettemin is er volgens art. 89 van de AVG een uitzondering voorzien om persoonsgegevens voor onbepaalde duur te bewaren in het kader van het algemeen belang, meer bepaald ‘indien de verwerking nodig is met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden.’ Zo kan er ondanks deze wetgeving ook in de toekomst zorg gedragen worden voor persoonsgegevens in archieven (denk maar aan verenigingsarchief, bidprentjes, kieslijsten, foto’s met nog levende personen…).

Aan de slag

Hoe spring je nu op een correcte manier om met persoonsgegevens zowel in de dagelijkse werking van uw vereniging als met de documenten van vroeger? Mits de nodige administratieve stappen kan ook jouw vereniging in regel komen met de nieuwe wetgeving:

  • aanstellen van een verwerkingsverantwoordelijke
  • aanleggen van een register met persoonsgegevens in de organisatie van je vereniging en archief- of documentatiecentrum
  • opmaken van een privacyverklaring

De voorwaarden om aanspraak te maken op de uitzondering van artikel 89 vergt daarboven nog het aanstellen van een functionaris (DPO), een rol die Heemkunde Vlaanderen voor jullie kan opnemen na het afsluiten van een overeenkomst. (voor meer info: hendrik.vandeginste@historiesvzw.be)

Wie alvast de eerste stappen zet om een privacyverklaring en register aan te leggen, geeft het positieve signaal dat diens vereniging op een bewuste manier omgaat met het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens in de dagelijkse werking en/of in het archief. Panikeer echter niet en weet dat tot op vandaag nog veel vragen bestaan over de praktische invulling van de regelgeving. Deze vragen worden momenteel gebundeld en afgetoetst met de autoriteiten en juridische diensten. In augustus verscheen er in Bladwijzer een artikel gewijd aan de GDPR met meer gedetailleerde informatie hierover.

Ook kan je steeds te rade gaan bij de officiële overheidsinstantie verantwoordelijk voor de gegevensbescherming: www.gegevensbeschermingsautoriteit.be of bij hendrik.vandeginste@historiesvzw.be of 015/20.51.74. Op de website van Scwitch, een initiatief van Sociare, Socioculturele werkgeversfederatie, en De Federatie sociaal-cultureel werk (voorheen: FOV), vind je een hele toolbox met informatie en voorbeelddocumenten (http://scwitch.be/toolkit/).

Histories zelf hecht als organisatie veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens en uw persoonlijke levenssfeer. In onze privacyverklaring geven we heldere en transparante informatie over hoe wij omgaan met persoonsgegevens.

Voorbeelddocumenten

Histories biedt hieronder voorbeelddocumenten aan met betrekking tot het register, de privacyverklaring, contract schenking en een procedure voor datalekken:

Genealoog Walter Sluydts verzamelde alle levende ‘Van Beethoven’ in Bonn

De wereldwijd beroemde componist Ludwig van Beethoven is momenteel via zijn ontrafeld genoom volop in de aandacht. Reeds lang was de Vlaamse afkomst van Beethoven op papier bewezen. Om iedere levende naamgenoot in 2019 uit te nodigen in Ludwigs geboorteplaats Bonn werd destijds een beroep gedaan op de Lierse genealoog Walter Sluydts. Naar aanleiding van de nieuwe genetische en genealogische resultaten spraken we vol passie over zijn fascinatie voor Beethoven.

Dag Walter! Heel fijn om met je te kunnen praten. Hoe ben je bij het genealogisch onderzoek naar de familie van Beethoven terechtgekomen?

Toen ik 12 jaar oud was, hoorde ik per toeval de vijfde symfonie van Beethoven op de radio. Ik was helemaal niet vertrouwd met klassieke muziek, maar die beroemde openingsnoten lieten mij niet meer los en ik liep onmiddellijk naar de platenwinkel. In die tijd was er nog lang geen sprake van streamingdiensten… De liefde voor de muziek van Beethoven is sindsdien nooit meer gestopt en met de jaren alleen maar groter geworden. Natuurlijk kwam ook snel de interesse voor de componist zelf. Met Beethoven kom je in een andere wereld terecht, want weinige componisten hebben zo’n boeiend leven gehad. Ik denk dan alleen al aan zijn doofheid, het Heiligenstadttestament en zijn nog steeds onbekende ‘onsterfelijke geliefde’. Er zijn genoeg mysteries om een leven lang gefascineerd te blijven door de mens Beethoven.

Meer dan twintig jaar geleden ben ik begonnen met genealogie. Je begint natuurlijk met je eigen familie, maar al gauw begin je ook breder te zoeken. Zo kwam ik automatisch bij Beethoven terecht. Ik had ook wel wat geluk. De familie van mijn vrouw bleek verwant te zijn aan Jan Caeyers: musicoloog, dirigent en in Vlaanderen en ver daarbuiten een autoriteit op vlak van Beethoven.

We maken een sprong naar 2018, toen ik onverwacht telefoon kreeg van Jan. Hij vertelde me dat hij contact had met Bürger für Beethoven, een bloeiende vereniging uit Bonn. Zij ijveren er al jaren voor om de naam Beethoven levendig te houden in diens geboortestad en stelden de volgende vraag aan Jan: “2020 wordt het Beethovenjaar, met de viering van het 250ste jaar sinds zijn geboorte en ter gelegenheid daarvan willen de levende Van Beethovens uitnodigen voor een bezoek aan Bonn.”

Jan wist dat ik met genealogie bezig was en vroeg of ik het zag zitten om met Bürger für Beethoven samen te werken. Dat is natuurlijk zoals een wortel voor een ezel houden: ik ben de ezel en Beethoven is de wortel. Het was wel zeer kort dag. Het bezoek was gepland in mei 2019 en we waren al eind oktober 2018 toen ik de vraag voorgeschoteld kreeg. Maar ik wou de uitdaging wel aangaan.

Hoe heb je dat onderzoek concreet aangepakt?

Ik ben begonnen bij een Lierse dame met de familienaam ‘van Beethoven’ die ik toevallig kende omdat ik ook in Lier woon. Ik heb haar bezocht en het idee van het bezoek aan Bonn uitgelegd. Ze was onmiddellijk enthousiast. Ze haalde er haar neef bij en die wist me te vertellen dat wijlen Florimont van Beethoven ooit een stamboomboek had opgemaakt. Hij had zich toen vooral gericht op zijn levende naamgenoten en wou bewijzen dat ze allemaal familie waren van de beroemde Ludwig. In het boek stond heel wat nuttige informatie, maar het onderzoek liep maar tot halverwege de jaren ’70.

Daarnaast zijn er twee standaardwerken met de stamboom van Beethoven. Het eerste is van Malcorps, uitgegeven in 1959, genaamd “1000 van Beethovens”. Het tweede, uit 1964, is gemaakt door Schmidt-Görg van het Beethoven-Haus en draagt de titel “Beethoven. Die Geschichte seiner Familie”. Ze overlappen quasi volledig en in het beste geval lopen de stambomen tot ongeveer 1900. In functie van het bezoek aan Bonn wou ik de aansluiting maken met waar de stamlijnen in de boeken stoppen en de huidige Van Beethovens.

Ik begon dan te googelen en genealogische websites te bezoeken. Ik bezocht Facebook en LinkedIn en heb telefoonboeken doorgespit. Ik ben ook gaan zoeken op websites waar je niet meteen zou aan denken: bijvoorbeeld de kruispuntbank van ondernemingen en het Staatsblad. Overal vond ik Van Beethovens. Ik vond zelfs vijf Van Beethovens die landloper geweest zijn.

Vanwege de strakke deadline was ik continu bezig met mails, chats, brieven, telefoontjes en bezoeken aan mensen met de naam Van Beethoven. Uiteindelijk vond ik 145 levende Van Beethovens die allen dezelfde stamvader hebben: Aert Van Beethoven (1535-1609) in Kampenhout. Er bleven aanvankelijk nog wel enkele onduidelijke verwantschappen op te lossen en bepaalde zaken heb ik bovendien zeer discreet moeten behandelen. Sommigen dragen de naam, maar willen er verder niets mee te maken hebben. En dat respecteer ik dan ook.

Hoe wist je nu dat je alle levende Van Beethovens had gevonden?

Ik heb familienaam.be geraadpleegd, maar daar zijn de recentste gegevens van 2008. Daarnaast geeft de website Statbel (statistiek België) een top 10.000 van meest voorkomende familienamen, maar de Van Beethovens zijn met zo weinig dat ze daar niet in voorkomen. Ik mailde naar Statbel met de vraag of ze mij konden vertellen hoeveel Belgische Van Beethovens er momenteel nog zijn. Ik mis dan wel de geografische spreiding zoals bij familienaam.be, maar het is toch een trucje om te weten te komen of je iedereen gevonden hebt, of niet. Als genealoog ben je opgelucht als het dan uiteindelijk lukt.

Opmerkelijk is dat alle Van Beethovens, op een beperkt aantal na die naar Frankrijk uitgeweken zijn, in België wonen.

Je bent dan met de door jou gevonden Van Beethovens naar Bonn gegaan. Hoe is die dag verlopen?

Het bezoek vond plaats op zaterdag 25 mei 2019. Oorspronkelijk was me enkel gevraagd om gegevens door te geven, maar gaandeweg kwam ook de organisatie langs Belgische kant op mijn schouders terecht. Van de 145 Van Beethovens gingen er uiteindelijk 48 mee naar Bonn. Uiteraard mochten de partners ook mee. We vertrokken symbolisch vanuit Mechelen, waar de genealogische grootvader van Beethoven ook vertrok en, via Leuven en Luik, uiteindelijk in Bonn terechtkwam. In Mechelen werd ons door het stadsbestuur een ontbijtje aangeboden en werden de Van Beethovens toegesproken en uitgewuifd door Beethovenbiograaf Jan Caeyers.

In Bonn werden de Van Beethovens als koningen ontvangen en verwelkomd in de kamermuziekzaal van het Beethoven-Haus door de directeur, de voorzitter en het bestuur van Bürger für Beethoven en door de vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Duitsland. Deze ontvangst werd gecombineerd met de uitvoering van een vroege pianosonate van Beethoven. Het programma werd vervolgd met een lunch en een Beethovenwandeling o.l.v. Stephan Eisel, de voorzitter van Bürger für Beethoven, langs de plaatsen in Bonn die voor Ludwig belangrijk waren.

Op de Münsterplatz stonden, rond het grote beeld van de componist, honderden nieuw ontworpen beeldjes van een lachende Beethoven opgesteld. Daar werden natuurlijk tal van foto’s gemaakt met de Van Beethovens tussen de beeldjes. Hans Pakleppa, bestuurslid van Bürger für Beethoven, had elk lid van de groep een rood sjaaltje bezorgd zodat ze meteen herkenbaar waren voor de mensen van de pers. Dat sjaaltje verwees ook naar het bekende portret waarop Beethoven een felrood sjaaltje draagt.

Vervolgens brachten we een bezoek aan de hofkapel waar Ludwig nog orgel heeft gespeeld. Daar kregen we een orgelconcertje aangeboden.

Tot slot werden de Van Beethovens ontvangen op het Altes Rathaus, waar de Oberbürgermeister van Bonn de groep toesprak. Ik had met de Van Beethovens afgesproken dat we, na een wederwoordje en het uitwisselen van geschenken, met zijn allen “Wir sind Bonner!” zouden scanderen. Een beetje zoals de bekende uitspraak van president Kennedy destijds: “Ich bin ein Berliner”. Dat konden ze wel appreciëren in Bonn.

Deze uitstap was voor alle deelnemers een unieke ervaring. Alle lof voor de Bürger für Beethoven die niet alleen deze dag perfect hebben georganiseerd, maar bovendien alle kosten op zich hebben genomen.

Het was achteraf de bedoeling om in 2020, het Beethovenjaar, de vereniging Bürger für Beethoven uit te nodigen in Mechelen voor een tegenbezoek. Spijtig genoeg is dat er niet van gekomen. Alles was geregeld, alle afspraken waren gemaakt, maar helaas, toen kwam corona…

Deze week zijn de resultaten bekendgemaakt van het genoom van Ludwig van Beethoven. Hieruit bleek dat de huidige naamdragers Van Beethovens genetisch met elkaar verwant zijn, maar niet met Ludwig zelf. Zij kregen het nieuws voor het in media kwam al te horen. Hoe reageerden ze?

Maarten (Larmuseau, red.) had mij op de avond van de eerste bekendmaking van de resultaten aan een beperkt aantal Van Beethovens, bewust uitgenodigd als vertrouwenspersoon. Toen Maarten zeer voorzichtig aan hen uitlegde dat er geen biologische band was gevonden, voelde je de teleurstelling. Als genealoog kom je zulke ‘familiezaken’ vaker tegen en is de verrassing minder groot. Alleen gaat het hier natuurlijk over Beethoven. Hij is niet zomaar iemand. Met die achternaam is er onmiddellijk de vraag “en, familie van?” Ik kon een beetje een buffer zijn tussen Maarten als wetenschapper en de familieleden. Ik heb ook tegen hun gezegd: “Voor mij als genealoog maakt dat niet uit. Ik ben en blijf een Beethovenfan, maar ik versta heel goed dat dat voor jullie als naamdragers wel een wereld van verschil is en zelf had ik het resultaat ook graag anders gezien.” Je kunt natuurlijk blijven zeggen dat er genealogisch niets is veranderd. De stamboom blijft en de sociale connectie blijft. Maar de mensen die er waren wanneer we het nieuws vertelden, zijn erg betrokken en tillen er wel aan. Ik heb de ochtend erna nog telefoon gehad van een van de Van Beethovens die zijn gedachten nog eens kwijt wou.

Ga je nog iets doen met het werk dat je verricht hebt hiervoor?

Wat ik met de stamboom ga doen, weet ik nog niet. Toen deze voltooid was zei Jan Caeyers dat ik er iets mee moest doen, maar toen kwam corona ertussen en nu wacht ik een beetje de reactie op de genetische resultaten af: wat gaat het Beethoven-Haus doen? Wat doet Bürger für Beethoven?
Een tijd geleden werd ik gecontacteerd door een Nederlander die ook een zeer uitgebreide stamboom van Beethoven gemaakt heeft en we hebben wat gegevens uitgewisseld, maar ik heb altijd aangegeven dat ik de gegevens van levende van Beethovens niet doorgeef. Ik heb die verzameld voor de praktische organisatie van het bezoek aan Bonn en respecteer hun privacy. Op het internet vind je trouwens ontzettend veel Beethovenstambomen, het lijkt soms wel of elke (Vlaamse) genealoog daar mee bezig is.

Het bezoek aan Bonn in 2019 genereerde heel wat persaandacht, zowel in Vlaanderen als in Duitsland (Gazet van Antwerpen, Radio Klara, Süddeutsche Zeitung, Deutschlandfunk, SAT. 1 NRW, Express, General-Anzeiger Bonn enz.) Op de foto geeft Walter een interview voor WDR.

Heb je nog tips voor andere genealogen die een evenement rond een familienaam willen organiseren?

Uiteraard, maar hier gaat het natuurlijk om een beroemde familienaam. Je krijgt dan zeer zeker sneller medewerking en mensen zijn makkelijker te overtuigen om je hun gegevens toe te vertrouwen. In andere gevallen zijn mensen meestal wantrouwig, zeker door bedrog op internet enz. Hoe zou je zelf zijn? Hoe dan ook zijn er toch ook Van Beethovens die geen interesse hebben getoond. Dus zelfs met zulk een beroemde familienaam krijg je niet iedereen even enthousiast.

Ten opzichte van vroeger hebben we natuurlijk wel het internet als fantastische bron. Zonder internet had ik dit nooit kunnen realiseren. Het werk van Florimont van Beethoven in de jaren ’70 was pionierswerk: naar archieven rijden, brieven sturen… Geen computer met een stamboomprogramma om de gegevens in op te slaan, dus alles bijhouden en uittekenen ‘op papier’. Dat is een heel andere, zeer tijdrovende werkwijze. Het internet heeft, wat genealogie betreft, niet alleen deuren geopend, maar in feite poorten opengegooid.

Is jouw gigantisch werk waardevol geweest, Walter?

Voor mij wel. De verrassende resultaten van het onderzoek veranderen daar niets aan. Het was een onvergetelijke ervaring. Ik heb kunnen meewerken aan een uniek gebeuren in Bonn en heb heel wat boeiende, sympathieke mensen leren kennen.

Omdat ik een grote fan ben van de mens Beethoven en van zijn muziek zeg ik: “Hij slaagt er toch telkens weer in om de aandacht naar zich toe te trekken. Er waren al mysteries en nu komt er nog een mysterie over zijn afkomst bij. Met Beethoven ben je nooit klaar.”

Auteurs: Ludwig Lombaerts & Maarten Larmuseau

 

Amuseevous, Museumnacht 2023

Hoe betrek je jongeren bij je erfgoedactiviteit voor jongeren?

Hoe betrek je jongeren bij je erfgoedactiviteit voor jongeren?

Amuseevous, Museumnacht 2023

(c) Glenn Verberck

Jongeren zijn de bezoekers van morgen, de vrijwilligers van morgen of misschien de toekomstige medewerkers van jouw erfgoedorganisatie. ‘Hoe jongeren bereiken?’, het is en blijft een actuele vraag die bij veel – grote én kleine – organisaties leeft. In deze praktijktip geven auteurs van Bamm! concrete tips over hoe je jongeren kan betrekken bij het organiseren van je erfgoedactiviteit.

Waarom zou een erfgoedorganisatie samenwerken met jongeren?

Als organisatie kan je investeren in jong talent. Dat jong talent brengt nieuwe inzichten met zich mee. Jongeren kijken op een andere manier naar kunst en erfgoed. Deze meerstemmigheid is een meerwaarde, zeker in de huidige maatschappij. Hoe meer verschillende mensen je kan bereiken, hoe beter. Je ontdekt nieuwe hoeken van je bestaande erfgoed.

Je kan niet inspelen op een doelgroep of deze aantrekken zonder te luisteren naar hen. Leer hen iets bij, maar laat hen jou ook iets bijleren. Door samen te werken met jongeren is het gemakkelijker om andere jongeren aan te spreken. Je krijgt een groter bereik en zij vergroten jouw naamsbekendheid.

Het is belangrijk om bewust te zijn van jouw beweegreden en deze ook scherp te stellen. Jongeren zijn meer dan een promotool of doelgroep in je beleidsplan. Er is een onderscheid tussen het duurzaam willen betrekken van jongeren in een organisatie en een quota afvinken. Bij het samenwerken met jongeren is het essentieel om diepgang te creëren met interactie en meerwaarde voor beide kanten.

Bouwstenen voor een erfgoedactiviteit met jongeren

Een kant en klaar bouwpakket voor jongerenparticipatie bestaat niet. Wat we wel kunnen geven zijn 6 bouwstenen die een sterke fundering maken voor het betrekken en bereiken van jongeren. Niet elke activiteit kan voldoen aan alle 6 bouwstenen. Dat is ook geen vereiste. Zolang je als erfgoedliefhebber deze bouwstenen in je achterhoofd houdt zal je betere slaagkansen hebben in het bereiken van jongeren.

BOUWSTEEN 1: VERHALEN 

Erfgoed en heemkunde bestaan uit verhalen. Ze zijn meer dan stoffige voorwerpen of oude gebouwen. Deze verhalen zijn de sterkte van jouw werking. Ga (samen) op zoek naar verhalen die jongeren prikkelen.

Waar we bij kinderen (tot 12 jaar) vaak in een schoolse verhalende context zitten, dagen we je uit om bij jongeren niet weg te kijken van de spannende verhalen. Hun leefomgeving bestaat uit streamingdiensten, films en boeken met verhalen die niet schuw zijn van drama, controverse of gruwelijke thema’s.

Verhalen over kasteelheren die vreemdgaan met kamermeisjes, heksenvervolging en verzet tijdens de oorlog zijn verhalen die jongeren prikkelen. Deze thema’s zijn ook door te trekken naar hun eigen leefwereld.

BOUWSTEEN 2: VERBORGEN PARELS

Een verborgen parel (in het Engels = hidden gem) is een trend onder jongeren op de social media platforms TikTok en Instagram. Een hidden gem is een “verborgen” plaats die mooi of verbazingwekkend  is.  

Jongeren zijn vanaf hun puberteit veel bezig zijn met wat anderen van hen vinden. Als jongere willen ze zich als individu loskoppelen van de massa.  Ook in het zoeken naar belevingen zijn ze op zoek naar iets uniek. Als je naar Parijs gaat weet iedereen dat de Eiffeltoren te bezoeken is, maar een pittoresk steegje of mooi stadstuintje zal hen die unieke ervaring geven.  

Hoe kan jij als erfgoedliefhebber jongeren deze ervaring geven? Kijk eerst eens in het lokale erfgoed welke mooie parels jij hebt van gebouwen, natuurdomeinen of kleine unieke ervaringen. De voorbeelden die jongeren geven zijn bijvoorbeeld De Vlaeykensgang in Antwerpen of de Kruidtuin in Leuven. Dit zijn locaties die jongeren toevallig ontdekken en als uniek ervaren. 

Stel dat je geen locatie vindt, kan je er ook zelf een creëren. Boeken lezen is weer hip bij een groot deel van de jeugd. Leg wat zitzakken en boeken op een rustige plek en creëer zo een hidden gem. Locaties die anders niet toegankelijk zijn en eenmalig wel, hebben ook een grote aantrekkingskracht, zoals de Conscience bibliotheek in Antwerpen.  

BOUWSTEEN 3: SPELFACTOR

Als je de verhalen en unieke ervaring kan koppelen aan een spelfactor ben je bezig met het bouwen van een totaalbeleving. Deze spelfactor is een manier om het stoffige karakter van erfgoed weg te blazen. Je kan hierbij op twee manieren aan de slag gaan.  

  • Je kan spelfactor toevoegen die uit de leefwereld van jongeren komt. Bijvoorbeeld een silent disco (een fuif met koptelefoons) in een erfgoedlocatie. Zo breng je hun leefwereld in contact met de jouwe.  
  • Je kan de verhalen van je erfgoed omzetten naar een spelfactor. Nodig een jeugdbeweging uit om een gigantisch moordspel of stratego te spelen op jouw locatie met personages uit de lokale geschiedenis. Organiseer een workshop waarin je lokale ambachten op maat presenteert. Bijvoorbeeld pizza’s bakken met zelfgemalen meel uit de molen.  

BOUWSTEEN 4: DEELBAARHEID

Een ervaring moet op twee manieren deelbaar zijn.  

  • De eerste manier om een ervaring deelbaar te maken is door samen te gaan. Jongeren komen zelden alleen. Ze zullen in groepjes komen. Dit heeft op lange termijn een sneeuwbaleffect. Laat jongeren hun vrienden meenemen. Dan zal de groep groeien.  
  • De andere manier om een ervaring deelbaar te maken is via sociale media en foto’s. Beide zijn een groot onderdeel van de leefwereld van jongeren. Geef jongeren de kans om leuke en mooie foto’s te maken. Ook dit kan je als organisator in de hand werken. Door het plaatsen van spiegels of een fotobooth zet je jongeren subtiel aan tot het maken van een foto.  Daarnaast kan je door lampenslingers als decoratie of symmetrie in architectuur ook mooie hotspots maken voor een foto.
Fotobooth Rubenshuis

(c) Timo Vergauwen

Een belangrijke kanttekening: ga in gesprek met jongeren. Wat voor jou een heel leuke fotobooth is kan voor jongeren al snel als kinderachtig ervaren worden. Als jongeren te hard het gevoel krijgen dat je ze pusht zal het eerder averechts werken. Daarom is dialoog met hen zeer belangrijk.  

BOUWSTEEN 5: AUTHENTICITEIT

“Jow jow jow, kom ff chillen op onze lit tentoonstelling.”  

 Deze quote is het voorbeeld van hoe het niet moet. Als lezer voel je zelf ook aan dat dit niet natuurlijk aanvoelt. Voor jongeren is dit ook zo. Een eerste deel van authentiek zijn is je communicatie. Gebruik geen jongerentaal naar hen toe. Jongeren doorprikken snel je bubbel. Maak je taal laagdrempelig en helder, maar blijf jezelf.  

Omarm ook (kleine) veranderingen. De waarden van erfgoed en jongeren komen vaak overeen. Kijk naar de waarden  “ambachtelijk, duurzaamheid en lokaal”. Jongeren zijn hier ook mee bezig.  Deze waarden bouwen bruggen tussen erfgoed en jongeren. Naast de waarden die je deelt met jongeren brengen zij ook nieuwe interessante invalshoeken mee. Sommige van deze invalshoeken vragen veranderingen in je organisatie, sta hiervoor open en durf het gesprek aan te gaan.  

BOUWSTEEN 6: PARTICIPATIE

De belangrijkste bouwsteen van de fundering is de laatste: participatie. Maak niets voor jongeren, zonder hen te betrekken. Zonder jongeren te betrekken, zal je hen niet bereiken. Hieronder staan de verschillende soorten participatie uitgelegd. Ga samen op zoek naar welke vorm het beste bij jou en je organisatie past.  

Wat is participatie?

Participatie en jongeren

De grootste veranderingen om jouw doelgroep te bereiken zullen ontstaan als je hen echt de touwtjes in handen geeft en een kader biedt waar ze in alle veiligheid hun stempel kunnen achterlaten. Niemand weet beter wat de doelgroep aantrekt dan de doelgroep zelf. Hoe meer je hen actief kan betrekken in alle stappen van het proces, hoe meer inzichten ze hebben in je project. Zij weten wat er speelt in hun leefwereld en hoe hierop in te spelen.

Participatie is meer dan interactie. Het doel is een zinvolle interactie waar relevante informatie uit voortvloeit en nadien iets mee gedaan wordt. Het gaat om het actief betrekken van een doelgroep bij jouw werking en project. Het beste motto dat we kunnen meegeven is: VOOR en DOOR jongeren. 

PARTICIPATIETRAP

Om verschillende vormen van het betrekken van jongeren te duiden maken we gebruik van de participatietrap van Pimento. In dit overzicht van Pimento brengen ze gradaties in beeld met op de ene as de invloed van je organisatie op het eindproduct en aan de andere as de invloed die jongeren hebben op jullie eindproduct. De ene soort participatie is niet beter dan de andere. Het is voornamelijk een zoektocht voor jou als organisatie om te kijken welke soort participatie het beste bij jou past.

Participatietrap

(c) Pimento

Je kan voorbereidend aan de slag met jongeren door hen te betrekken als informant, dan vraag je vrijblijvend hun mening en verwerken jullie deze als organisatie. Dit is een heel laagdrempelige vorm van participatie.

Voorbeeld: Bij de Vlaamse Jeugdraad doet men bevragingen bij jongeren op straat om informatie in te winnen over onderwerpen die spelen bij de jeugd. Ze gaan een kwartiertje tot een halfuurtje op straat staan en spreken passanten aan. Dit is een korte interactie.

Als adviseur zullen jongeren input en ideeën genereren voorafgaand, tijdens en na het product. Hun rol is dus minder vrijblijvend, ze doorlopen het hele proces als adviseur op de aangewezen topics. Jij bevraagt jongeren en neemt hun advies ter harte.

Voorbeeld: Hidrodoe, belevingscentrum over kraantjeswater in Herentals, ging samen met enkele lokale scholen in zee. Ze gingen hun waterspeelplaats hertekenen en vroegen aan kinderen hoe zij deze speeltuin zouden zien. Dit is een langdurig traject.

Als co-producent werken jongeren ook actief mee aan het proces van het product. Jongeren leggen dan mee de krijtlijnen. Je geeft hen de eindbeslissing over een deel van het eindproduct.

Voorbeeld: Voor Erfgoeddag bundelden verschillende erfgoedcellen uit de Kempen (Noorderkempen, Voorkempen en Stuifzand) hun krachten. Ze ontwikkelden het boekje Beestig, over Beestige verhalen uit de Kempen. Voor de illustraties klopten zij aan bij een secundaire school in Turnhout bij de opleiding Illustratie. De leerlingen kregen als coproducent carte blanche over de vormgeving en illustraties bij de erfgoedverhalen.

De mogelijkheid waarbij je de jongeren de meeste zelfstandigheid geeft is de rol als medebeslissers of beslisser. Op deze manier is het traject voor en door jongeren ontwikkeld. Je coacht jongeren, maar zij maken de beslissingen. Als medebeslisser of beslisser nemen zij zelf contact op met leveranciers en beslissen ze zelf hoe het traject zal lopen.

Voorbeelden:

  • Erfgoed Viersprong, een lokale erfgoedorganisatie in regio Melle, contacteerde samen met Histories enkele scholen uit hun regio. Hieruit kwam een groepje geëngageerde jongeren die samen met de erfgoedorganisatie activiteiten uitwerkten rond de Eerste Wereldoorlog. De jongeren kwamen met het idee om grond uit Passendale over te brengen naar hun lokaal kerkhof als symbolisch teken. Dit was het startschot van verschillende activiteiten.
  • Het Yper Museum liet een groepje 17-jarigen los op hun collectie. Het eindresultaat? De tentoonstelling Louise Edith. Deze tentoonstelling is volledig gemaakt door jongeren. De inhoud, scenografie, collectie en volledige tentoonstelling is gekozen en gemaakt door de jongeren.

Goed om te weten:

  • Participatie is als een trap, de ene trede is niet beter dan de andere, het doel hangt af van hoe je jongeren betrekt. 

  • Stel verwachtingen juist in het begin: beloof niet de rol van beslisser om dan uiteindelijk niets te doen met hun input. Dit zorgt voor frustraties.  

  •  De rollen kunnen verschuiven doorheen het project: soms hebben jongeren nood aan meer begeleiding, bespreek dit en pas dit met wederzijds akkoord aan. 

  • Open communicatie is heel belangrijk. 

 STAPPENPLAN VOOR PARTICIPATIE

  • STAP 1

Stel doelen op 

Wat wil jij bereiken met het participatieproject? Hou hier ook rekening met het groeiproces van de jongeren, focus niet enkel op het eigen belang van de organisatie. Idealiter worden de jongeren ook al mee betrokken in dit proces zodat de beweegredenen van het begin goed afgestemd zijn.  

Zorg voor een draagvlak in de organisatie 

Wanneer je aan de slag gaat met een jongerenwerking is het belangrijk dat er binnen de organisatie een draagvlak is om dit te ondersteunen. Is iedereen bereid om hier actief mee aan de slag te gaan, wie is het aanspreekpunt, de begeleider, is er een budget voor het project?  Zorg dat de verwachtingen bij iedereen binnen je erfgoedorganisatie hetzelfde zijn.  

Denk op de lange termijn 

Vermijd vluchtige samenwerkingen of eenmalige schoolbezoeken om jongeren duurzaam te betrekken. Wat kan er op lange termijn structureel in de werking geïmplementeerd worden om de toetreding van jongeren te vergemakkelijken? Jongeren hebben tijd nodig, je zal bij je eerste activiteit slechts een klein groepje bereiken. 

  • STAP 2

Zoek jongeren

Jongeren bereiken

(c) Bamm!

Gebruik hiervoor de kanalen waar jongeren te vinden zijn en kanalen die bij jou als organisatie passen.  Communiceer helder. Hou het licht, zorg voor een gezonde portie humor (maar zonder het gevoel te geven dat je hun niet serieus neemt). Indien je hier zelf niet de kennis van hebt kan je ook hier al jongeren betrekken om de kanalen te beheren en de wervingstekst uit te schrijven. Spreek gerust familieleden of kinderen van collega’s aan om de tekst na te lezen. Jongeren weten als de beste wat wel en niet werkt.  

Selecteer jongeren 

Je hoeft je vrijwilligers niet enkel te gaan halen in de vijver van geschiedenisstudenten en kunsthistorici. Elke jongere met een interesse voor jouw onderwerp en erfgoed is een jongere die jij nodig hebt. Kijk ook naar wat zij kunnen en hoe hun vaardigheden jou kunnen ondersteunen. Niet elke vrijwilliger toont hetzelfde engagement. Sommigen starten hun engagement heel klein en dat is oké.   

Krijgen ze een vergoeding? 

Denk goed na over hoeveel tijd je van de jongeren vraagt. Op welke manier kan je hen vergoeden? Dit kan financieel, maar dat is zeker geen must. Er zijn verschillende andere manieren om jongeren te waarderen in dat wat zij doen. Bijvoorbeeld een uitstapje, iets om te eten tijdens de vergaderingen, een aanbeveling op hun cv als ze net afstuderen, terugbetaling van hun trein- of busticket…  Laat de jongeren het belang van hun aanwezigheid voelen, zodat zij betrokken en gemotiveerd blijven.

Afspraken maken 

Afspraken maken is de kern van samenwerkingen. Maak alles helder en duidelijk zodat iedereen vooraf goed weet hoe de vork in de steel zit. Dit is belangrijk om frustraties in de toekomst te vermijden.  

  • STAP 3

Als je aan de slag gaat met jongeren, gooi je ze best niet in het diepe. Geef hen een kader waarbinnen ze kunnen werken. 

Begeleid en coach de jongeren en vrijwilligers hier in. Zorg voor een taakverdeling, wie volgt de jongeren op en wat zijn de concrete taken van de jongeren?

Tot slot is het heel handig om een einddoel aan je project te knopen. Een feest of expo is leuk om naar te werken.  

  • STAP 4

 Hoe trek ik nu jongeren naar mijn activiteit? Dit begint bij je communicatie. Durf het aan om jongeren de touwtjes in handen te geven. Zij dragen hun boodschap uit naar andere jongeren. Jongeren en erfgoed zijn aantrekkelijk voor de pers, maak hier ook gebruik van.  

  • STAP 5

Na het project evalueer je alles. Wat ging er goed? Wat kan beter?  Zijn de doelen bereikt? Moeten er nieuwe doelen vastgelegd worden? De evaluatie gaat in twee richtingen. Evalueer de jongeren, maar laat ze jou ook evalueren. Ga in gesprek.  

Tips en tricks om af te sluiten

LAAT JONGEREN ZICH WELKOM VOELEN

Zorg voor een goede eerste indruk. Wat ook werkt zijn volle buikjes: biedt eten en drinken aan. Eten is iets dat mensen verbindt met elkaar. Werk aan een groepsgevoel, maak ruimte om vriendschappen te laten vormen. Neem kwalitatieve pauzes en informele momenten zoals een teambuilding of een drankje achteraf. Zorg dat er geen te groot wij-zij gevoel is met de personen die het traject begeleiden.Voorzie als het kan een eigen plek, dit kan een tafel zijn of een lokaal. Maar geef ze het gevoel dat ze welkom zijn.  

WERK DREMPELS WEG

Er zijn verschillende drempels die jongeren en toekomstige vrijwilligers tegenhouden om naar jou te komen. Wees hiervan bewust en ga er  mee aan de slag.  

  • Gekendheid: Zorg dat de jongeren kunnen inschatten wat te verwachten van het project, de samenkomst, de organisatie… Hoe meer info, hoe beter. Wil je jongeren in deze tijd bereiken, spreek ze persoonlijk aan.  
  • Bereikbaarheid: Zorg dat je samenkomt op een makkelijk bereikbare locatie. 
  • Zichtbaarheid: Maak je organisatie zichtbaar, zorg bij voorkeur dat er een onthaal of eerste aanspreekpunt is. Maar met een pijl kom je al ver. 
  • Financiën: Zorg dat jongeren geen eigen fondsen moeten uitgeven om deel te nemen aan het project. Gemaakte onkosten betaal je best terug. Je kan ook een vrijwilligersvergoeding voorzien die deze kosten dekt. 
  • Timing: Als je met jongeren werkt, zorg je dat je samenkomt op momenten dat zij beschikbaar zijn. Hou er rekening mee dat dit vaak na de werkuren en in weekends is. Vergeet hun examenroosters niet. Jouw agenda en die van een jongere komen vaak niet overeen.  
  • Stel deadlines maar wees niet te streng, naast het vrijwilligerswerk hebben zij nog heel wat prioriteiten.  

Je kan deze praktijktip ook in PDF-vorm bekijken: Hoe betrek je jongeren bij je erfgoedactiviteit voor jongeren?

OVER DE AUTEURS

Auteurs: Sofie Bonné, Paulien Herck en Anton Van Dijck van Bamm!

Bamm! is een kunst- en erfgoededucatieve organisatie die ijvert voor het recht van kinderen en jongeren op cultuurparticipatie. Met hun deelmerken zorgen ze dat kinderen en jongeren van verschillende leeftijden op verschillende plekken cultuurinjecties krijgen:  

  • Amuseevous eist samen met kinderen en jongeren (16-30 jaar) ruimte op binnen de culturele sector.  
  • Door het ontwikkelen en begeleiden van workshops,  rondleidingen en educatieve pakketten vormt Mastiek het bindmiddel tussen museum- en erfgoedverhalen en kinderen en jongeren.  

ERFGOED IN DE PRAKTIJK

Deze praktijktip kwam naar aanleiding van de vormingsreeks ‘Erfgoed in de Praktijk’. ‘Erfgoed in de praktijk’ is het gezamenlijk vormingsaanbod van Histories, FARO, Stichting Open Kerken en Davidsfonds. In het kader van een aantal evenementen (Erfgoeddag, Nacht van de Geschiedenis en Open Kerkenweekend) organiseren deze partners laagdrempelige workshops die de deelnemers helpen bij de organisatie van hun activiteiten naar aanleiding van die erfgoedevenementen. Zo waren er al cursusavonden rond tentoonstellingen voor beginners, het promoten van activiteiten, ideeën genereren om een erfgoedverhaal te presenteren en interactief rondleiden.

Hoe kan een erfgoedvereniging voldoen aan de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers?

Hoe kan een erfgoedvereniging voldoen aan de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers?

Sinds 1 januari 2007 is de ‘wet betreffende de rechten van de vrijwilligers’ volledig van kracht. Deze wet voorziet in een statuut, en dus een wettelijke bescherming, voor vrijwilligers. Elke organisatie die met vrijwilligers werkt, is sindsdien verplicht deze wet toe te passen.

Concreet bestaat deze wet uit twee grote verplichtingen voor verenigingen: de informatieplicht en de burgerlijke aansprakelijkheid. Dit laatste onderdeel geldt niet voor feitelijke verenigingen die geen personeel tewerkstellen, die niet verbonden zijn aan een feitelijke vereniging die personeel tewerkstelt of die niet beschouwd kunnen worden als een afdeling van een vzw. Maar toch is het ook voor hen aan te raden om hun vrijwilligers goed te verzekeren.

De informatieplicht

Elke erfgoedvereniging (zowel vzw’s als feitelijke verenigingen) moeten hun vrijwilligers op  voorhand informeren over:

  • De doelstelling en het statuut van de organisatie (én in het geval van een feitelijke vereniging moet de identiteit van de verantwoordelijke van de vereniging worden meegedeeld).
  • Het feit of de vereniging burgerlijk aansprakelijk is (zie verder) en welke verzekering hiervoor werd afgesloten.
  • Eventuele bijkomende verzekeringen die zijn afgesloten.
  • Het al dan niet betalen van vergoedingen en de aard van deze vergoedingen (forfaitaire of werkelijke kosten). Meer informatie over het vergoeden van vrijwilligerswerk vind je hier.
  • Het feit dat de vrijwilliger gebonden is door de geheimhoudingsplicht. Deze geheimhouding geldt voor vertrouwelijke informatie die valt onder artikel 458 van het strafwetboek (het zogenaamde medisch beroepsgeheim).

Hoe je deze informatie aan je vrijwilligers meedeelt, is vrij te kiezen. Indien hierover een betwisting ontstaat, moet de erfgoedvereniging evenwel kunnen aantonen dat ze het nodige gedaan heeft. Een goede optie is om een informatienota (kies voor: modeldocument: Informatienota wet) op te stellen, deze publiek kenbaar te maken via jullie website of tijdschrift en door te mailen naar alle vrijwilligers.

Burgerlijke aansprakelijkheid: verzekeringsplicht!

Alle erfgoedverenigingen (met uitzondering van feitelijke verenigingen die niet verbonden zijn aan een vzw zoals bv. de provinciale koepel) zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hun vrijwilligers tijdens het uitoefenen van hun activiteiten voor de organisatie aan derden berokkenen. Deze verplichting geldt echter niet wanneer de vrijwilliger opzettelijk bedrog of fraude pleegde of meermaals dezelfde (lichte) fout beging.

Organisaties moeten zich tegen deze risico’s dus indekken via een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Dat kan via een privéverzekeringsmaatschappij, maar weet dat er ook alternatieven zijn. Via de het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk kan men zich sinds 1 januari 2018 inschrijven op de  gratis collectieve verzekering van Vlaanderen.  De gratis vrijwilligersverzekering is wel te beperkt is voor erfgoedverenigingen met veel activiteiten. De organisatie kan per kalenderjaar gratis maximum 1000 vrijwilligersuren verzekeren. Via deze link kan je meer informatie vinden over de gratis vrijwilligersverzekering.
Ook sommige (provinciale) koepels ontwikkelen initiatieven om hun leden de verplichte verzekering aan te bieden.

Vrijwilligers bij feitelijke verenigingen zonder personeel of die niet beschouwd kunnen worden als een afdeling van een vzw of een feitelijke vereniging met personeel moeten ingeval van schade beroep doen op hun persoonlijke verzekering.

Daarnaast kan je uiteraard ook nog bijkomende verzekeringen afsluiten zoals een ongevallenverzekering of een verzekering rechtsbijstand. Dit is aan te raden, maar geen verplichting. Zie Welke verzekeringen moet een erfgoedvereniging best hebben?

Uitkeringsgerechtigd?

Ben je werkloos of bruggepensioneerd? Dan kan je vrijwilligerswerk verrichten zonder je uitkering te verliezen. Je moet hiervan echter vooraf schriftelijk aangifte doen bij de RVA. Zonder reactie van de RVA kan je na 12 dagen beginnen als vrijwilliger. Wanneer je arbeidsongeschikt bent, heb je de schriftelijke toestemming nodig van een geneesheer. Ontvang je een leefloon? Meld dan je vrijwilligerswerk bij het OCMW. Andere uitkeringsgerechtigden moeten hun vrijwilligerswerk niet melden.  Zie hier voor meer info i.v.m. wie mag vrijwilligen.

Meer informatie

Meer informatie over de vrijwilligerswetgeving vind je op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk:

https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/

Hoe organiseer je een goede vergadering?

Hoe organiseer je een goede vergadering?

Heb je soms het gevoel dat de vergaderingen van jouw vereniging praatbarakken zijn waar nauwelijks concrete afspraken worden gemaakt? Je bent ongetwijfeld niet alleen. Goede vergaderingen zijn nochtans essentieel voor de werking van een organisatie. Hieronder vind je een aantal tips om van jullie vergaderingen nuttige en aangename bijeenkomsten te maken.

Voorbereiding

Nodig iedereen op tijd uit voor de vergadering en deel de agendapunten mee. Zorg ervoor dat alle documenten die op de bijeenkomst worden besproken als bijlage met de uitnodiging worden bezorgd. Laat weten hoe laat de vergadering start en stel meteen ook een eindduur vast. Langer dan twee uur vergaderen is niet aan te raden!  Een voorafgemaakte tijdsplanning helpt je de vergaderduur te beperken. Vergeet ook niet om voor een goed uitgeruste vergaderlocatie te zorgen waar eventueel een bord staat waarop argumenten, planning, ideeën, voorstellen en besluiten genoteerd kunnen worden

Tip: voorzie koffie/water/thee etc. voor de deelnemers!

Het leiden van een vergadering

Een goede vergadering staat of valt met een goede structuur en een bekwame leider. Beide hangen uiteraard nauw samen.

Is de vergadering een vervolg op eerdere bijeenkomsten met dezelfde groep mensen? Dan start je best met de goedkeuring van het vorige verslag. Daarna komen de belangrijkste punten aan bod. Hou daarbij het voorafgemaakte tijdschema en de agenda in het achterhoofd. Doorgaans wordt de agenda gevolgd, maar afwijken daarvan kan, indien dit nuttig is. Bijvoorbeeld omdat een bepaalde persoon de vergadering pas later vervoegt of vroeger dient te verlaten.

Een goede en open discussie over de agendapunten kan je inleiden met een aantal start- en kernvragen. Probeer daarbij iedereen zoveel mogelijk te betrekken: mensen die spraakzaam zijn rem je best wat af, terwijl zwijgzame types soms expliciet om hun mening moeten worden gevraagd. Aarzel niet om in te grijpen wanneer enkele personen hun eigen gesprek beginnen of wanneer iemand te langdradig wordt. Om de participatie van iedereen te verhogen, stel je best zoveel mogelijk vragen. Probeer de deelnemers oplossingsgericht te laten denken. Om het met een modewoord te zeggen: denk ‘out-of-the-box’ en wees creatief: gewoontes moeten in vraag gesteld kunnen worden.

De belangrijkste taak van de leider van de vergadering is het luisteren en het geregeld samenvatten van de discussie. Probeer de hoofdlijn vast te houden, maar noteer zijpaden op voor later. Je eigen visie is even belangrijk als die van de andere deelnemers, maar spaar ze voor het einde. Zo blijft een open debat mogelijk. Laat je echter zelf niet voortdurend onderbreken als je aan het woord bent.

Sluit de vergadering af met een actielijst en concrete afspraken: wie doet wat wanneer?

Het verslag

Een verslag is een belangrijk werkdocument. Het is niet alleen een weergave van de discussies tijdens de vergadering, maar bevat tevens de beslissingen die jullie vereniging over bepaalde punten heeft genomen en de acties die in de toekomst moeten worden opgevolgd.

Opdat iedereen tijdig aan die toekomstige acties zou worden herinnerd, moet een verslag zo snel mogelijk na de vergadering worden bezorgd. Idealiter 48u na de vergadering, stuur je elke deelnemer een verslag met actielijst.

Vergeet in het verslag niet te vermelden:

  • Plaats, datum  en locatie
  • Aan- en afwezigen en verontschuldigden

Na de goedkeuring van het verslag op de volgende vergadering kan het definitieve verslag gearchiveerd worden.

Schrijftips

Hoe zet ik mijn erfgoedactiviteit in de kijker? 3 tips voor een vlotte, heldere tekst

Hoe zet ik mijn erfgoedactiviteit in de kijker? 3 tips voor een vlotte, heldere tekst

Schrijftips

Stel: je hebt maandenlang gewerkt aan een interessante, publieksgerichte activiteit. Je hebt nagedacht over het thema, in je collectie gespeurd, partners gezocht en je verhaal in een pakkende presentatie gegoten. Nu rest er je nog één ding: je activiteit promoten.  En daarbij hoort een communicatieplan dat je communicatieve acties en de bijhorende timing oplijst. Een belangrijk deel van je plan zal bestaan uit tekstmateriaal. Dat plaats je op je website, in nieuwsbrieven, in je ledentijdschrift, op de blog van je stad of gemeente en op andere budgetvriendelijke promotionele kanalen.

Wij helpen je alvast op weg met tips om je teksten te laten overtuigen.

VOOR WIE?

Eerst en vooral: denk na voor je begint te schrijven. De ene lezer is de andere niet. Stel jezelf een paar vragen: wie is je (potentiële) lezer en hoeveel weet die persoon af van het onderwerp waarover je zo meteen gaat schrijven? Empathie (of inlevingsvermogen) kan je hierbij helpen. Maar – tip 1 – denk als een verkoper : wat zou je lezer kunnen interesseren in jouw aanbod dat hen aanzet tot een bezoek? Lijst je ‘verkoopsargumenten’ op: je activiteit is ab-so-luut niet te missen want …

Als je je lezer de belofte voorhoudt van een onvergetelijk bezoek moet je er wel over waken dat je je belofte ook daadwerkelijk houdt. Wees realistisch – en toch ook weer niet te bescheiden. Je activiteit mag best gezien worden!

SCHRIJVEN HOEFT NIET COMPLEX TE ZIJN

Tip 2: Hou je tekst simpel.Vermijd archaïsche taal, lange aanlopen, barokke constructies en neven- en bijzinnen. Stroeve of langdradige zinnen kunnen bij het keuzemoment van een potentiële bezoeker van doorslaggevend belang zijn.

Zoek naar het juiste evenwicht tussen informeren en werven. Daarbij kan je vele taalregisters hanteren. Belangrijk is wel dat je binnen eenzelfde tekst dezelfde toon gebruikt. Ga aan de slag met actieve, heldere zinnen die de aandacht van lezer grijpen en vasthouden. Je vermijdt best:

  • Passiefconstructies: zinnen met worden, kunnen, zullen, mogen, …
  • Naamwoordconstructies: het gebruiken van, de beleving van, het aanschaffen van, …
  • Ingewikkeld jargon
  • Woorden die je taal verzwaren: derhalve, gezien, ten gevolge, wat betreft, …
  • Holle uitdrukkingen: iedereen weet, steeds meer, …

SCHRIJVEN IS OOK … ORDENEN

Begin met het belangrijkste: waarom moet iemand precies je activiteit bezoeken? Beloof een onvergetelijk bezoek, een nieuwe kijk op je collectie, een verrassend verhaal, een primeur, een blik achter de schermen, … Spreek daarbij je lezer aan, stel hen vragen. Dat houdt je lezer bij de les. Ook hier gelden de klassieke verkoopstechnieken. Tip 3: probeer de aandacht van je lezer te vatten en wek hun belangstelling. Zorg dat je lezers het antwoord vinden op hun vragen en dat ze vervolgens actie ondernemen. Dat laatste kan bijvoorbeeld een vraag om bijkomende informatie zijn, een bezoekje aan je website of zelfs een deelname aan je activiteit.

Ben je klaar met je tekst? Lees hem dan luidop voor. Voel je ergens een kink in de kabel? Begin dan opnieuw, door bijvoorbeeld de volgorde van de zinnen om te draaien of de eerste zin te herschrijven. Wees kritisch voor jezelf. Vraag anderen je tekst na te lezen en laat je tekst eventueel een paar dagen rusten. Wie zei ook alweer dat schrijven schrappen is? Veel succes!

NOG ENKELE NUTTIGE LINKS

  • Schrijfcursussen op maat van Creatief Schrijven vzw
  • Team taaladvies is de taaladviesdienst van de Vlaamse overheid. Team taaladvies geeft voor het Nederlands advies over spelling, woordgebruik, grammatica, uitspraak, tekstconventies zoals titulatuur en adressering, formulering en stijl: www.taaltelefoon.be
  • Taaladvies: www.taaladvies.net
  • Woordenlijst Nederlandse Taal – het ‘Groene Boekje’ online: www.woordenlijst.org

Deze tekst is gebaseerd op het verslag van de werkwinkel ‘Zet je activiteit in de kijker! Hoe bondig en boeiend communiceren?’ van Roel Daenen (FARO) in Binnenkrant nr. 4 van 2008.

Ik wil mijn eerste boek publiceren. Hoe ga ik te werk?

Ik wil mijn eerste boek publiceren. Hoe ga ik te werk?

Je hebt als nieuwe erfgoedvereniging een eerste historische publicatie uitgewerkt. Of je wil als particulier een publicatie uitgeven, bijvoorbeeld een historisch fotoboek van het bedrijf bij je om de hoek. Hoe ga je te werk om dit werk te publiceren zonder er je broek aan te scheuren? In deze bijdrage gaan we ervan uit dat het om een interessante en goed uitgewerkte publicatie gaat die bijvoorbeeld nagelezen en goed bevonden werd door een deskundige lezer.

Zoek een uitgever…

Probeer eerst eens of je geen instanties kan vinden die je boek voor jou willen uitgeven. We denken hier niet alleen aan uitgeverijen.

Als je er natuurlijk van overtuigd bent een heel professioneel en uitermate interessant boek te hebben geschreven dat door een groot publiek gekocht zal worden, moet je toch eens proberen je manuscript en boekvoorstel (informatie over opzet en inhoud, genre, vorm, doelgroep en belang) naar uitgeverijen te sturen die gelijkaardige werken publiceren. Via https://literairvertalen.org/kennisbank/uitgeverijen kan je een overzicht krijgen van de grote uitgeverijen in Vlaanderen, maar misschien is er ook een kleine uitgeverij in je buurt waarbij je meer kans maakt. Informeer je wel voldoende over het contract. Een modelcontract vind je via www.sabam.be. Voordeel is dat een uitgeverij heel wat taken op zich neemt (zoals redactie, vormgeving, promotie, verspreiding, …), nadeel is dat je niet over alles zelf kan beslissen en dat dit geluk maar een beperkt aantal auteurs ten dele valt.

Je hebt misschien meer kans bij een andere instantie. Dit kan bijvoorbeeld je gemeente zijn of het bedrijf dat het onderwerp is van je boek. En als je een particulier bent: de heemkundige kring of een andere erfgoedorganisatie in je gemeente of regio. Die instanties hebben vaak al ervaring met het publiceren en kunnen misschien het risico (en de kosten) op zich nemen.

… of geef het boek in eigen naam uit

Je kan het boek ook in eigen naam uitgeven, al dan niet met sponsoring en subsidies. Voor een éénmalige uitgave moet je geen handelsregister of BTW-nummer hebben. Je moet best wel een aantal voorzorgsmaatregelen nemen om het financiële risico te beperken. Als je werkt met een gewone uitgeverij of een veredelde kopiezaak werk je best met een voorintekenlijst. Je maakt dan promotie (vb. een foldertje, maar tegenwoordig zeker ook via je eigen website en sociale media) nog voor het eigenlijke drukken van je boek waarbij je de mogelijkheid vermeldt om het boek goedkoper te verkrijgen als er voor een bepaalde datum ingeschreven en betaald wordt. Voordeel van het uitgeven in eigen beheer is dat je alles zelf in de hand hebt. Maar dat is tegelijk ook een groot nadeel: je moet zelf oplossingen zoeken voor de opmaak en de redactie, beslissen over de oplage en bedenken hoe je je boek gaat verkopen.

Voor kleine oplages met een beperkt aantal pagina’s (vb. een brochure) kan je eventueel zelf aan de slag gaan met het tekstverwerkingsprogramma Word en het bij de betere kopiezaak laten afprinten. Je kan kiezen uit diverse soorten papier en hebt ook keuze uit een aantal manieren om je boekje of brochure te binden (vb. nieten of lijmen). Voor grotere oplages, een groter aantal pagina’s en een professioneler resultaat kan je beter werken met een digitale printservice. Je kunt meestal kiezen uit een aantal standaardformaten en papiersoorten, waarna je boeken worden geprint, gelijmd en voorzien van een omslag. Een digitale printservice drukt op digitale printers en gebruikt als bindtechniek verlijmen of ‘garenloos brocheren’. Je krijgt een goed resultaat, maar de uitgave van een grote uitgeverij zal mooier zijn. Bij drukkerijen heb je wel een grote keus in papiersoorten, omslagen en bindwijzen. Die kwaliteit en keuzemogelijkheden betaal je wel. Bovendien moet je meestal een minimum van 150 exemplaren afnemen, maar bij een gewone digitale printservice is dit vaak ook het geval.

Een andere mogelijkheid is te werken met printing on demand (POD) uitgeverijen. Dit is een uitgeefwijze waarbij van een boek pas een exemplaar wordt gedrukt op het moment dat het wordt besteld. Soms ben je verplicht om een minimum aantal exemplaren aan te kopen. Als je voor POD kiest, maak jij van je manuscript een boek, zonder inmenging van een uitgeverij. Meestal werken deze bedrijven online. Op de site kan je elk detail van je boek bepalen. Op de website kies je de lay-out, ontwerp je de cover en bereken je de kostprijs. Dit productieproces heeft veel voordelen. Er is geen voorraad, want het boek wordt pas gedrukt als er vraag naar is. Hierdoor vermijd je hoge investeringskosten. Je moet wel op een aantal zaken letten. Alle POD-uitgeverijen hebben een eigen werkwijze, prijsstructuur en voorwaarden. Naarmate je voor meer extraatjes kiest ben je ook meer geld kwijt. De boeken worden meestal digitaal geprint, niet gedrukt. Je zit dus ook vast aan een aantal standaardopties. Via de website van creatief schrijven vind je een overzicht van een aantal POD uitgeverijen.

Veel POD-uitgevers bieden aan om een ISBN aan te vragen. Het is echter niet verplicht om een ISBN aan te vragen voor een publicatie. Als je het boek geheel zelf zal verspreiden is het waarschijnlijk ook niet nodig. Het kan wel aangewezen zijn dit te doen als je het boek later ook via de boekhandel wil verspreiden. Via het nummer worden de bibliografische gegevens ook gemakkelijk opgenomen in databanken van bijvoorbeeld bibliotheken. Je kan het nummer ook zelf aanvragen via de websites: www.isbn.nl (voor als men werkelijk maar één publicatie gaat uitgeven) en www.boekenbank.be (voor als men in de toekomst eventueel ook nog een boek zou kunnen uitgeven).

Als je zelf een boek of brochure uitgeeft, moet je eraan denken binnen de 15 dagen volgend op de eerste verspreiding van het werk twee exemplaren te deponeren bij de Koninklijke Bibliotheek van België. Die verplichting geldt voor alle publicaties die in België worden uitgegeven, maar ook van de in het buitenland uitgegeven publicaties waarvan een auteur Belg is en in België gedomicilieerd is. Je kan de port door de bestemmeling laten betalen. Via de website http://kbr.be kan je het juiste adres en de nodige formulieren vinden (doorklikken naar wettelijk depot).

Je moet je POD-boek en eigenbeheeruitgave dan natuurlijk nog aan de man brengen. Veel POD-bedrijven hebben wel een eigen website waar het boek gekocht kan worden, maar niet veel potentiële lezers gaan uit zichzelf naar die website. Je zult zelf de promotie in handen moeten nemen. Je kan bijvoorbeeld aan plaatselijke boekhandelaars vragen of je een aantal boeken mag neerleggen in hun winkel. Je kan afspreken dit op commissiebasis te doen: pas als er verkocht wordt, moeten ze je betalen. Je kan ook een activiteit organiseren in de plaatselijke bibliotheek of hiervoor samenwerken met een culturele organisatie. Zorg ook dat je boek voorgesteld wordt op het net.

Bedenk dat er naast drukken ook andere manieren zijn om te publiceren. Je kan bijvoorbeeld je boek opsplitsen in artikels en bij tijdschriften aankloppen. Of je kan je werk ook op het web ter beschikking stellen.

Inspirerende erfgoedpraktijken: Innovatieve werking rond molenerfgoed in Kaulille en regio

Inspirerende erfgoedpraktijken: Innovatieve werking rond molenerfgoed in Kaulille en regio

Toon Verlaak van vzw Ovenbuur, de Kauliller Molenvrienden en Molennetwerk Kempenbroek

Al van kleins af aan is Toon Verlaak uit Kaulille gefascineerd door de verhalen achter lokale molens en het molenambacht. Die verhalen wil hij graag doorgeven aan de volgende generaties. In deze podcast stelt hij vanuit het Molenhuis in Kaulille drie erfgoedorganisaties voor: De Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en vzw Ovenbuur. Deze organisaties delen dezelfde rode draad en werken nauw samen. Hun gemeenschappelijk doel is om het verhaal ‘Van graan tot brood’ te vertellen aan de nieuwe generaties om zo jonge mensen warm te maken rond molenerfgoed. Dankzij hun innovatieve en grensoverschrijdende werking, won Molennetwerk KempenBroek op de Internationale dag voor Vrijwilligers de Ingeborg Pouwels Innovatieprijs. Luister mee en ontdek hoe de organisaties te werk gaan, en hoe de verhalen hen verbinden.

  • De Kauliller Molenvrienden hebben een open en vlotte structuur: alle molenaars kunnen alle functies, zoals voorzitter, secretaris of penningmeester, eens opnemen op een vergadering.
  • Ze werkten met het Molennetwerk Kempenbroek een fietsroute uit in de Erfgoedapp rond het molenerfgoed in deze grensstreek. De molenverhalen komen zo tot leven voor de fietsers die langs de molens fietsen via (3D) filmpjes, foto’s en tekstjes.
  • Ze zetten actief in op het betrekken en enthousiasmeren van jongeren, want dat moet je zien als zaadjes die je plant voor de toekomst.

Beluister hier de podcast:

Dag Toon, kan je jezelf even voorstellen?

Ik ben Toon Verlaak en ik ben lid van De Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en vzw Ovenbuur. De vereniging van De Kauliller Molenvrienden is een groep van vrijwillig molenaars die verantwoordelijk is voor het laten draaien van de Sevensmolen in Kaulille. Die groep is als eerste opgericht in 2010 door onze huidige voorzitter Ludo Achten en ikzelf. Ondertussen zijn we met een zevental molenaars en, alles bij elkaar, met een vijftiental vrijwilligers die instaan voor allerlei activiteiten. Onze organisatie bestaat dus uit twee groepen. Enerzijds zijn dat de Molenaars, die een officieel diploma molenaar behaald hebben. Zij laten de molen draaien en geven ook rondleidingen in de molen. Anderzijds is er een groep sympathisanten, die ons ondersteunen als er iets te doen is bij de molen. Dat zijn over het algemeen familieleden en buren van de molenaars, die bijvoorbeeld een handje komen toesteken tijdens onze jaarlijkse molenfeesten. Alle molenaars zijn gelijk voor de wet. Dat wil zeggen dat alle functies, zoals voorzitter, secretaris, penningmeester, in elkaar overlopen. We kunnen zo allemaal eens voorzitter, secretaris of penningmeester zijn op een vergadering. Die structuur is wat opener en vlotter.

Molennetwerk Kempenbroek is in 2015 opgericht door enkele molen-enthousiastelingen, molenaars en gidsen en heeft als doel om het molenerfgoed in de regio op de kaart te zetten. We richten ons vooral op het fietstoerisme en op de lokale bevolking die met de fiets eens iets anders wil zien. We werken met de Erfgoedapp van FARO en hebben op die manier een virtuele laag boven op het aanzicht van de molen gelegd. Via de app vertellen we de verhalen over de verschillende molens, met (3D) filmpjes, foto’s, tekstjes ...

We geven bij wijze van spreken de sleutel van de molenpoort in handen van de mensen die langs de molen fietsen. Van de groep van Molennetwerk Kempenbroek komen dus een aantal van de vrijwilligers van omliggende molens. Dat zijn niet de typische molenaars, dat zijn mensen met een achtergrond, zoals journalist, schooldirecteur …, die het nut inzien van een breder samenwerkend verband over de grenzen heen.

Als derde vereniging zetelt hier de vzw Ovenbuur. Het idee voor de vereniging is gegroeid tijdens een van onze molenfeesten, onder lokale bakkers tijdens het drinken van een lokaal biertje. Dan ontstaan de beste ideeën. (glimlacht) Het idee luidde: “Wat als we hier bij de molen eens een stenen Kempische bakoven bouwden?” Daarbij willen ze de rijke Kempische bakcultuur, die eigenlijk een bakcultuur is van duurzaamheid en armoede, bewaren en verder doorgeven aan onze nakomelingen. De ovenbuur-gedachte stamt uit de tijd van de oprichting van de poederfabriek hier in Kaulille.

Ovenburen zijn mensen die gebruik maken van dezelfde bakoven. Bij de oprichting van de poederfabriek in 1882 hier in Kaulille, kwamen er heel wat gespecialiseerde fabrieksarbeiders uit West- en Oost-Vlaanderen naar hier, maar die mensen konden geen brood kopen, want hier waren geen bakkers. Dus bouwde de fabrieksdirectie voor iedere vijf arbeidershuisjes ook een bakoven. Die mensen maakten van dat wekelijkse bakken gebruik om lief en leed te delen rond de warme bakoven. Dat verhaal heeft ons geïnspireerd om na de coronaperiode mensen uit de gemeenschap terug samen te brengen. Dat heeft er toe geleid dat we tijdens die periode dat idee terug opgepakt en uitgevoerd hebben. We hebben een crowdfunding georganiseerd om de haalbaarheid van het project af te toetsen in het dorp, en dat is zo geweldig goed meegevallen dat we ervan overtuigd zijn dat dat idee gedragen wordt door de gemeenschap.

En ik moet zeggen, het lukt vrij goed. Er beginnen zich gemeenschappen te vormen rond de bakoven van mensen die samen komen bakken. Wij geven hen de faciliteiten. Er is zo bijvoorbeeld altijd een bakker aanwezig om de procedure uit te leggen, zoals het aanleren van het kneden, en er zijn stokers die de oven warm houden. Het gaat allemaal heel langzaam en mensen hebben de tijd om met elkaar te praten, en dat is de bedoeling. Het doel is niet belangrijk, maar de weg ernaar toe wel.

Waarom is het immaterieel erfgoed rond de molens zo belangrijk?

Om het verhaal te vertellen van graan tot brood, dat is de rode lijn. Voor ons is het heel belangrijk om een inzicht te bieden over hoe onze voorouders omgingen met de schaarse middelen die er op dat moment waren in deze regio. Met heel weinig middelen, nl. dat beetje dat er van de akker en de heide kwam, zetten zij toch een product op tafel dat eetbaar was. Iedere vrouw kwam wel minstens een keer in de maand met een kruiwagen of zak graan naar de molen om er meel van te laten malen, om zo een hele maand rond te komen. Het is daarom heel belangrijk dat we de mensen bewust maken van hoe belangrijk dat erfgoed is, want zonder molenaars en het molenambacht in ere zou elke molen binnen vijftien jaar gewoon verdwijnen of wegrotten. Dat verhaal loopt als een rode draad door alle drie de verenigingen, zowel De Kauliller Molenvrienden, als Molennetwerk Kempenbroek, alsook Ovenbuur.

Hoe verloopt de vrijwilligerswerking bij de organisaties?

Wij proberen vrijwilligers aan te trekken op zo’n natuurlijk mogelijke manier. Dat wil zeggen dat we mensen niet aanspreken om lid te worden, maar we spreken ze aan op hun eigen terrein. Tijdens gesprekken vertellen we gewoon eens waar we mee bezig zijn. Dat we dat doen met enthousiasme, is heel belangrijk. De meeste vrijwilligers werven we momenteel in onze eigen kennissenkring, maar het gevaar daarvan is dat je altijd in dezelfde vijver gaat vissen. We proberen dat nu te voorkomen door mensen daarbuiten aan te spreken. Zo heb ik bijvoorbeeld altijd folders bij van Molennetwerk Kempenbroek om uit te delen. Zelfs als ik ergens op een terras zit en ik hoor dat mensen bezig zijn over iets soortgelijks, dan ga ik naar die mensen toe en leg ik even het verhaal van Kempenbroek uit. Daar zijn ze dan ook meestal heel erg geïnteresseerd in. De bedoeling is om eigenlijk altijd erfgoed te ademen. Dat lukt meestal door bijvoorbeeld dingen bekend te maken met een zeer mysterieus gehalte. Als je mensen nieuwsgierig kunt maken over bepaalde verhalen of dergelijke, happen ze meestal wel toe.

Waar we verder heel sterk op inzetten, zijn jongeren. Ik wil niet dat er bij ieder sterfgeval of afhaking van één van de vrijwilligers, er een lege plek komt. Je moet er dus voor zorgen dat er binnen tien à vijftien jaar mensen zijn die geïnteresseerd zijn en ooit gehoord hebben van erfgoed, van de molenwerking, van de bakoven … enzovoort. We moeten zaadjes zaaien en wachten op de oogst. We proberen om dat van jongs af aan mee te geven, om jongeren warm te maken voor erfgoed en hen te laten aanvoelen waar die molentechniek vandaan komt. De techniek van de molens is namelijk de voorloper van alles wat wij kennen aan hedendaagse mechanische technieken. Ik zeg altijd tegen de jongeren: “Hierboven in de molen zit hetzelfde remsysteem als in een Porsche Carrera”. En dan hebt je ze vast hé. Daarmee bedoel ik natuurlijk, het is gewoon een blokrem, maar daarmee kan je jongeren triggeren.

Je kan jongeren ook triggeren door verhalen te vertellen. Om de molen een plaats te geven in het dorp, vertellen we verhalen die boeien over onze voorouders, hun eigen leefomgeving. De kinderen van het vijfde leerjaar komen elk jaar de molen bezoeken. Er zijn daar al kinderen bij die regelmatig al eens binnenspringen in de molen, om eens te komen kijken of om mee te helpen met het opzeilen. Dan kan je al mensen rekruteren voor de volgende generaties, maar je mag ze niet pushen. Als je dat zaadje blijft planten, is er ergens wel een aar die uitkomt. Het is belangrijk om dat altijd in het achterhoofd te houden.

We hebben nu een aantal jongeren in de groep. Ik denk dat het daarbij belangrijk is dat jongeren andere jongeren aanspreken, en niet dat ouderen jongeren aanspreken. Wij hebben die jongeren eigenlijk weinig te vertellen. Daarom is het project ‘jong redt oud’ zo belangrijk. We geven die jongere molenaars nu ook al geleidelijk aan verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheid over het camerasysteem zit bijvoorbeeld bij een van onze jongeren.

Binnen het verhaal van Ovenbuur, is dat net weer iets totaal anders, want daar spreken we een ander soort vrijwilliger aan. Daar spreken we niet dé erfgoedvrijwilliger aan, maar net een breder publiek, zoals mensen die iets willen leren over bakken, cultuur, vlaai, … dat zijn lekkere en plezante dingen. Die groep groeit daardoor ook, er komen steeds nieuwe mensen bij. Er heeft zo bijvoorbeeld al een Turkse mevrouw uit het dorp aangeboden om eens durum te komen bakken in onze oven. Daar bestaat dus een andere dynamiek dan bij Molennetwerk Kempenbroek. Dat is technisch, terwijl de Ovenbuur plezanter is.

Wat maakt deze vrijwilligerswerking zo bijzonder?

De band. Iedereen heeft een gezamenlijk doel. Rond dat doel in alle rust, en vriendschap vooral, werken maakt het zo bijzonder.  Je kan ook meer vliegen vangen met een lepeltje honing dan met een liter azijn. Door vriendelijk te zijn kan je meer mensen bereiken, dan door kritische opmerkingen te maken (dan door azijn te pissen). Een van de dingen die we hebben om het leuk te maken is bijvoorbeeld ons principe van ‘bokdrinken’. We hebben een hele reeks van activiteiten die moeten gebeuren om de molen te openen en te sluiten. Dat wordt altijd afgesloten met een laatste gedeelte bokdrinken. Wat wil dat zeggen? Als we klaar zijn, de molen is dicht en alles is veilig opgeborgen, dan zetten we ons hier gezellig samen onder de paraplu bij elkaar en dan drinken we een pintje. We hebben met die groep ook twee belangrijke momenten in het jaar, namelijk ‘de plenk erin’ en ‘de plenk eruit’. We gaan dan ‘s morgens spek en eieren eten bij onze voorzitter thuis en dan beginnen we gezamenlijk de molen op te ruimen, te smeren en andere werkjes te doen. Als we klaar zijn, komen we ’s avonds samen terug thuis bij de voorzitter en drinken we nog een pintje. Dat is ‘de plenk erin’. ‘De plenk eruit’ is een dag waarop we de molen afsluiten. Dan geven we na het seizoen een feestelijk momentje met een hapje en een drankje om de molen te sluiten. Dat is een feestje onder ons om de vrijwilligers in de bloemetjes te zetten. Dat zijn allemaal zo van die dingen die het dorp laten leven en ook de molen in het dorp laten leven. Dat is belangrijk, dat dat verbindt. Een vereniging moet verbindend zijn.

Heel erg bedankt, Toon!

De verbindende factor was te voelen in het molenhuis. Een organisatie die mensen tot een groep vrienden maakt werkt aantrekkelijk. Enthousiasme en open, laagdrempelige communicatie vormen de kern, alsook de verhalen die het erfgoed met zich meedraagt.

Anneleen Gabriels (stagiair bij Histories)

Copyright foto’s: vzw Molennetwerk Kempen-Broek

Heeft deze aflevering jou geïnspireerd om ook nieuwe verbindingen te leggen? En welke verhalen dragen jouw vereniging? Laat het ons vooral weten, en, wie weet, zit jij wel in de volgende aflevering.

Jitse Taels – Familiekunde Vlaanderen (FV) Regio Diest

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Jitse Taels!

U bent actief als vrijwilliger binnen de erfgoedgemeenschap genealogie: wat doet u binnen uw vereniging?

Ik maak vooral bewerkingen over de bewonersgeschiedenis van de gemeenten Varendonk, Veerle, Eindhout en Tessenderlo. Het doel is om een beeld te krijgen van hoe onze voorouders hier in de streek leefden of om verhuisbewegingen in kaart te brengen. Kortweg tracht ik het verhaal van onze voorouders in de streek te doen herleven. Vervolgens heb ik ook een website uitgebouwd voor de vereniging, waarop er een klein deel van ons archief digitaal beschikbaar is gesteld voor leden.  In 2019 heb ik in het Rijksarchief van Hasselt mijn eerste boek voorgesteld, genaamd ‘De Kiezerslijsten van Tessenderlo 1895-1915’. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn bewerking van ‘Varendonk 1816-1970’.

Wanneer en waarom bent u gestart als vrijwilliger binnen Familiekunde Vlaanderen Regio Diest? 

Ik ben er zo een 4 jaar geleden ingerold, toen ik naar een tentoonstelling van Martin Mondelaers, de voorzitter van de vereniging, ging kijken. Wij zitten trouwens ook met een gemeenschappelijke voorouder langs mijn moederszijde, genaamd Andreas Doupagne. Martin was in het verleden al eens in contact gekomen met onze familie, waardoor hij geen onbekende was. Vervolgens heeft hij mij een aantal tips gegeven en heeft hij mij meegenomen naar het stadsarchief van Diest. Sindsdien heeft de erfgoedmicrobe mij te pakken.

Waarom is het volgens u belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals u zijn die zich engageren inzake familiekunde?

Het is belangrijk dat we het verleden kunnen vastleggen en dat alles bewaard kan blijven. Dit kost heel wat tijd en dat werk gebeurt natuurlijk niet vanzelf.

Waarom is de werking van een familiekundige vereniging  zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Ik denk persoonlijk dat het belangrijk is dat we het verhaal van onze voorouders kunnen vastleggen. Door te weten welke tegenslagen zij kenden, kunnen we ook leren van hun fouten. Het vrijwilligerswerk is zo bijzonder omdat je, door het verleden van een bepaalde streek te leren kennen, altijd wel iets nieuws komt te weten waar je soms wel eens verbaasd van kunt zijn.  Ik vind het vooral ook interessant om te weten wie onze voorouders waren en wat er zich hier in de streek afspeelde. Op die manier kunnen we dan ook verbanden tussen personen leggen.

Welke anekdote/ervaring zal u altijd bijblijven?

Mijn ontdekking van een rechtstreekse voorouder van mij, genaamd Petrus Thaels. Hij was een onechte zoon van Maria Catharina Taels en gedoopt was in Veerle. In zijn doopakte werd de vader ook vermeld, Joannes Heeren. Ik heb drie jaar lang gedacht dat iemand uit Duitsland of Luxemburg ging zijn. Na die drie jaar bleek echter dat dat gewoon een Joannes Heeren uit Tessenderlo was.

Bedankt voor dit interview!

Jo Lommelen, voorzitter van de Kamer van Heemkunde van Mol,

Jo Lommelen, voorzitter van de Kamer van Heemkunde van Mol, vertelt hoe je ervoor zorgt dat de gemeente je gekke initiatieven waardeert

Jo Lommelen, voorzitter van de Kamer van Heemkunde van Mol, vertelt hoe je ervoor zorgt dat de gemeente je gekke initiatieven waardeert

Jo Lommelen, voorzitter van de Kamer van Heemkunde van Mol,

Jo Lommelen is voorzitter van de Kamer van Heemkunde van Mol. Zijn vereniging werkt heel nauw samen met de gemeente: ze delen zelfs een deel van het gebouw met het gemeentearchief! Benieuwd hoe zij hun gekke ideeën werkelijkheid zien worden met de steun van de gemeente? Lees dan snel verder.

We spreken jou uiteindelijk zonder de archivaris van Mol, maar eigenlijk had je hem er graag bij gehad?

Wij hebben geen geheimen voor de gemeente. De samenwerking is zeer goed. De archivaris is zelfs lid van onze raad van bestuur net zoals de verantwoordelijke schepen, mét stemrecht.

Jullie werking lijkt heel hard vervlochten met elkaar.

Wij zitten in hetzelfde gebouw. Onze collecties lopen door elkaar. We weten niet meer wat van wie is. In onze statuten staat dan ook dat onze collectie naar de gemeente gaat, mochten we ophouden te bestaan. Intussen komen nieuwe schenkingen die binnenkomen meteen op naam van de gemeente. Het belangrijkste is dat het erfgoed bewaard blijft.

Hoe komt het dat jullie zo’n sterke positie hebben ten opzichte van het archief?

Volgend jaar bestaat de heemkundige kring vijftig jaar. Wij zijn veel ouder dan het archief van Mol. Het is zelfs dankzij de heemkundige kring dat er een gemeentelijk archief is ontstaan. Onze eerste voorzitter had heel goede banden met de toenmalige rijksarchivaris en hij heeft ervoor gezorgd dat het oude archief van Mol, Balen en Dessel – vooral pre-Napoleon – terug naar Mol is gekomen. De gemeente moest dan wel een archivaris in dienst nemen. Diezelfde voorzitter is toen parttime archivaris geworden.

En werken jullie ook echt samen met het archief?

Op donderdag zijn al de diensten van de gemeente open tot 19u. Dus dan zijn wij ook altijd daar. We vangen heel veel mensen op die met specifieke vragen komen. Vragen die binnenkomen rond genealogie, worden meteen naar mij gestuurd want ik ben daar al 40 jaar mee bezig. Wij helpen ook voor een stuk bij het archiefwerk. Daarvoor hebben we expertise in huis. Er is bijvoorbeeld een vrijwilliger die een krak is op het gebied van fotografie en een IT’er die een krak is op het gebied van fotobewerking. Die mensen steken daar met hart en ziel hun tijd in. Tijd die de medewerkers van het archief niet op overschot hebben.

Jullie weten wat jullie aan elkaar hebben?

Onze vrijwilligers brengen allemaal hun expertise binnen.

Herstelling waterrad

Het personeel zorgt dat het archief heel mooi op orde blijft en toegankelijk is. Maar een archivaris moet niet kunnen metselen of verstand hebben van windmolens of bakovens. Onze vrijwilligers brengen allemaal hun expertise binnen. Zelf ben ik de handige Harry in huis. Ik heb opnieuw een rad gehangen aan de oude watermolen van Mol. Aan de windmolen Ezaart hebben we een broodoven van 1m90 diep gezet. Het wolwashuisje, een laatste restant van de Molse wolindustrie, heb ik gerestaureerd samen met  vzw KEMP. Ook het pesthuisje in Postel, dat gebeurde in samenwerking met mijn vroegere werkgever. Ik werkte tot drie jaar geleden als opvoeder in de gemeenschapsinstelling van Mol en één dag per week nam ik één van die gasten mee buiten de instelling. In plaats van hen in het atelier een muurtje te laten metsen, ging ik daar écht mee metselen. Maar er zijn bij ons ook vrijwilligers die een totaal andere inbreng hebben. Dat verrijkt de werking van het archief.

En krijg je er veel waardering voor?

Het gemeentebestuur apprecieert ons enorm. Waar ze in het archief op papier mee bezig zijn, brengen wij in beeld. Ze waarderen onze gekke initiatieven.

Het gemeentebestuur apprecieert ons enorm. Waar ze in het archief op papier mee bezig zijn, brengen wij in beeld. Ze waarderen onze gekke initiatieven. Zo gaan we, naar aanleiding van de restauratie van het gemeentehuis, een tentoonstelling organiseren. In Mol hebben we een gemeentehuis van in 1804, zo nog echt één van Napoleon, knal voor de kerk. In mei ‘24 is de restauratie klaar. We richten er een tentoonstelling over in, waar we dan mee kunnen uitpakken. De toeristische dienst springt hier graag op, maar wij komen bij die activiteiten natuurlijk ook zelf in beeld.

Het gemeentebestuur heeft veel aan jullie. Hebben jullie ook veel aan het bestuur?

Wij trekken het gemeentebestuur mee in ons enthousiasme en krijgen op die manier wat we willen. Wij brengen de expertise binnen waarmee we buiten de lijntjes kunnen kleuren.

Het bouwen van een bakover

Wij trekken het gemeentebestuur mee in ons enthousiasme en krijgen op die manier wat we willen. Wij brengen de expertise binnen waarmee we buiten de lijntjes kunnen kleuren. De gemeente betaalt, dus het mes snijdt langs twee kanten. Ik laat de schepen heel graag dat lintje doorknippen. Die is dan zo blij als iets, maar dat mag hé. Intussen staat er wel een authentiek bakhuis aan de windmolen van Ezaart.

Wij hebben ook nog nooit huur betaald. We mogen gebruik maken van de lokalen van het archief.

De samenwerking zorgt er ook voor dat deuren naar externe partijen voor ons opengaan. In 2016 hadden we met de heemkring een tentoonstelling over de vluchtelingen die richting Uden trokken. Toen we daarvoor opzoekingen deden bij het Brabants Historisch Informatie Centrum in ‘s-Hertogenbosch is onze toenmalige archivaris meegegaan. Zo iemand officieel bijhebben maakte indruk. En in 2018 wilden we een tentoonstelling houden over de Brocqueville, de minister van Oorlog tijdens de Eerste Wereldoorlog, een Mollenaar. Daar konden we natuurlijk alleen in Mol mee uitpakken. Zijn kleinzoon die op het kasteel woonde was lid van onze vzw. Wij dus – de archivaris en ik – naar dat kasteel. De tentoonstelling op het kasteel dat we ter beschikking kregen, werd een gigantisch succes. De mensen wilden het kasteel graag eens vanbinnen zien.

Zijn er nog dingen die belangrijk zijn om succes te hebben als erfgoedvereniging?

Wij hebben geen ego’s binnen onze kring. We schrijven onze artikels en boeken allemaal onder de vlag van de vzw. Zelfs onze archivaris en één van de vaste archiefmedewerkers, die prachtige boeken schrijven, geven hun boeken uit via de heemkundige kring. Niemand van ons gaat dus met de pluimen lopen.

Twee jaar geleden kwam er een gepensioneerde onderwijzer van de gemeente Mol naar mij. Hij was van kleins af aan gefascineerd door een tramlijn die vroeger van Turnhout naar Zichem reed en Mol passeerde. Hij wou er een boek over schrijven. Als heemkring hebben we hem daarbij geholpen. We hebben ook samen met die man een tentoonstelling over de tram uit de grond gestampt. Gigantisch succes! Meer dan duizend bezoekers gehad. Dat was niemand van ons bestuur hé, maar we hebben hem wel geholpen. Het boek is door ons uitgegeven. We hebben er ons broek aan gescheurd, maar dat is niet erg. Zo’n mensen moet je direct bij de kraag pakken. Het is een prachtig nostalgisch naslagwerk geworden over de tram in Mol.

Is er nog iets dat jullie succes kan verklaren?

Ik heb een kop die heel gemakkelijk verkoopt en herkenbaar is. Maar goed, daar kan ik niets aan doen. Ik ben de Heemkring niet. Dat zijn wij allemaal samen. Maar ik ben wel dikwijls het uithangbord. De fotograaf van de gazet zet graag mijne kop in de krant. Heeft dat te maken met mijn uiterlijk? Dat kan hé. Maar of andere erfgoedverenigingen dit als tip kunnen gebruiken? Wie weet.

Zijn er ook dingen waar je niet genoeg invloed over hebt?

De oude gebouwen van de Gemeenschapsinstelling van Mol, daar zit de kunstacademie nu in. Dat is een prachtige site. Daar zou plaats kunnen zijn voor de collectie van het Torenmuseum dat recent weg moest uit het gemeentehuis. Maar dat krijgen we er nog niet door.

Verder … Wij moeten verhuizen. Wij zitten nu boven het archief en we moeten naar beneden. We hebben tegen de architect gezegd dat we niet verhuizen zonder de oude schepentafel van de gemeente Mol die we bewaren of zonder onze boekencollectie. En we hebben er onze eisen allemaal doorgekregen. Omdat ze weten dat wij recht van spreken hebben.

Wat is je ultieme tip voor andere erfgoedverenigingen?

Werking binnen de Kamer van Heemkunde van Mol.

Zorg dat je een heel zichtbare meerwaarde kan geven aan de gemeente. En zoek mensen bij elkaar met uiteenlopende interesses en vaardigheden. Soms krijg je iemand die zich aanbiedt als vrijwilliger. Maar soms moet je er ook zelf naar op zoek. Zo hebben we het gepresteerd dat twee van onze vrijwilligers, bestuursleden, bezig zijn met de historische perceelstudie van de gemeente Mol. Een van hen heeft altijd op een notariaat gewerkt, dus die weet waar hij mee bezig is. En onze laatste aanwinst is een dame die altijd in het onderwijs heeft gestaan. Die is nu bezig met de Franse periode uit te spitten. Mensen die in het onderwijs gestaan hebben zijn vaak punctueel. Ja, dat is plezant. Zoek mensen die aanvullende expertise hebben en niet alleen aanvullend op elkaar, maar ook bijvoorbeeld op het archief. En zorg dat je er zichtbaar mee wordt. En nog iets: durf initiatief nemen, hoe gek het ook mag zijn.

Wil je meer te weten komen over hoe ook jouw gekke ideeën gewaardeerd kunnen worden door je gemeente? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding. 

Julien Maebe – Reuzen in Vlaanderen Limburg

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Julien Maebe!

Als vrijwilliger bij RIV Limburg ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Ik ben of werd niet van de weeromstuit een “erfgoedvrijwilliger”.  Dat woord werd trouwens slechts een paar jaren geleden gelanceerd op een cursus terzake. Maar, als een mens zich een beetje aan alles interesseert en een nogal brede kijk op de wereld handhaaft dan val je per ongeluk hier of daar bij een infovergadering of een open deur in een schuif die u dadelijk omzwachtelt als een cocon van een zijderups.  Je zet je dan in voor een oprichtingsvergadering, ronselt enkele mensen van goede wil, en voor je er oog in hebt ben je voorzitter van een Dorpsraad, of een Dorpstuintjesgroep of ben je bestuurslid van Reuzen in Vlaanderen Limburg. Omdat, naast tal van onderwerpen, Reuzen mij ook interesseren, en er twee reuzen verloren bleken in ons dorp Heusden, ben ik op zoek gegaan naar de resten en zo rol je dan van “’t een in ‘t ander”. En na een zekere tijd ben je dan plots erfgoedvrijwilliger. Een onbetaalbaar knelpuntberoep.

Waarom is een mens dus GRAAG erfgoedvrijwilliger? Omdat naar mijn ervaring men die dienst aan de gemeenschap opneemt uit passie voor een onderwerp. Omdat men zich in dat thema verdiept. Omdat men daar, als men na opzoeking en veel vallen en opstaan, er uiteindelijk een voldoening en een inzicht uithaalt, en dan in een volgend stadium ervan overtuigd geraakt dat het verworvene, de kennis en het patrimonium niet mag verloren gaan en men het wil borgen en veiligstellen voor de mensen na ons.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren binnen organisaties als de jouwe?

In een wereld waarin professionalisering vaak de bovenhand neemt is de rol van vrijwilligers in de erfgoedsector nog altijd van onschatbare waarde. Vergelijk het met de voetbalwereld, daarin is in de Voetbalbond belangrijk maar waar zouden ze zijn zonder de mensen die de truitjes wassen, aan de zijlijn staan om te supporteren of de lijnen te trekken, om nog maar te zwijgen van de vele vrijwilligers die de jeugd trainen?

Als erfgoedvrijwilligers zijn wij op dezelfde manier op het (werk)veld gepositioneerd. Proberen de Reuzengilden uit het Covid moeras te halen, hen inspireren om het Immaterieel Cultureel erfgoed te blijven promoten, maar ook hen helpen bij de dagdagelijkse beslommeringen die het erfgoedbeheer inhoudt en zoveel andere vragen proberen te beantwoorden is een taak die de erfgoedbeheerder-vrijwilliger zich met passie en onbaatzuchtig voor inzet. Bijvoorbeeld: de hand van de reus is stuk, waar kan je die niet te kostelijk laten herstellen? Een onbetaalbaar bedrijfskapitaal. Een kapitaal dat we dringend moeten verjongen.

Bedankt voor dit interview!

Karel Govaerts – Gevangenismuseum te Merksplas

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Karel Govaerts!

Karel, je bent als vrijwilliger secretaris in het Gevangenismuseum te Merksplas: wat doe je binnen die vereniging?

Samen met andere collega’s vormen wij een mooie groep van enthousiaste vrijwilligers, die vol vuur meewerken aan het uitdragen van het boeiende verhaal van het Gevangenismuseum te Merksplas. Als erfgoedvrijwilligers werken wij mee aan een uniek verhaal.

Als vrijwilliger in het Gevangenismuseum ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Ons verhaal is uniek omdat we het verhaal van de landlopers in situ vertellen, dus op de plaats waar de landlopers zelf nog verbleven, waar ze werkten in de Grote Hoeve, de akkers en de velden of in één van de twintig ateliers, waar ze de dreven proper hielden, waar ze meehielpen bij andere onderhoudswerken.

Ons verhaal is daarenboven tevens uniek omdat het op lokaal vlak een deel is van het grotere geheel, waar verhalen worden verteld door de gidsen van het landlopersdomein in Merksplas en Wortel, beiden 600 ha groot, en in het Bezoekerscentrum. Naast het Gevangenismuseum is er nog een ruim toeristisch aanbod: wandelen en fietsen in de dreven, bezoek aan de Plantentuin, de Cyclocross, de ruiterijdagen, de acties van Moved to Help, de themawandelingen ter herdenking van de bevrijding van Merksplas (WO2), brasserie Colony7, enz.

Ons verhaal is ook uniek in België omdat het landlopersverhaal een deel is van de geschiedenis van het Belgisch gevangeniswezen. In het Gevangenismuseum vertellen wij het verhaal van de straffen en strafuitvoering vanaf de middeleeuwen tot heden.

Ons verhaal is ten slotte ook uniek omdat dit deel uitmaakt van gelijkaardige verhalen van landloperskolonies in Drenthe. Met de zeven landloperskolonies van België en Nederland samen werd trouwens een aanvraag gedaan tot erkenning als werelderfgoed bij Unesco.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren bij lokale musea?

In feite is het zo dat alle lokale erfgoedvrijwilligers een belangrijke taak vervullen. De activiteiten die bij elke erfgoedwerking weerkeren, zijn: verzamelen, inventariseren, conserveren, onderzoeken en ontsluiten. Dit kan je verdelen in twee blokken:

1) Bij het verzamelen, inventariseren en conserveren ligt de nadruk op enkelvoudige voorwerpen en documenten. Bij elk voorwerp, elk document hoort een verhaal. In veel lokale musea vinden we dit terug in het oude schoolklasje, het oude winkeltje, enz.

2) Bij het onderzoeken wordt hieraan informatie toegevoegd. Hierdoor ligt de focus eerder op het verhaal dan op de voorwerpen. Het verhaal wordt dan versterkt door de voorwerpen en documenten. Door het ontsluiten van deze verhalen (boek, tento, enz.) voegt men informatie toe op een hoger niveau, bv. op cultureel, sociologisch, geografisch vlak, enz. En dat levert ook een meerwaarde voor de bezoeker, want hij/zij wil op een aangename wijze iets bijleren…

Karel Govaerts bij de Graanschuur. (foto Dirk Raeymaekers)

Bedankt voor dit interview!

Karel Govaerts van het Gevangenismuseum van Merksplas

Karel van het Gevangenismuseum in Merksplas vertelt hoe ze hun waardevol erfgoed beschermen

Karel van het Gevangenismuseum in Merksplas vertelt hoe ze hun waardevol erfgoed beschermen

We gingen in gesprek met Karel Govaerts, secretaris van het Gevangenismuseum in Merksplas. Hij deelt zijn ervaringen in de strijd van het museum voor het behoud en de bescherming van Merksplas-Kolonie.

Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat het Gevangenismuseum haar plaats verzekerde op het domein van Merksplas-Kolonie? Hoe zijn jullie van start gegaan?

Karel Govaerts van het Gevangenismuseum van Merksplas

Met ‘de voetmars op Wortel-Kolonie’ in 1995, een protestwandeling voor het behoud van het erfgoed, plaatste vzw Convent uit Hoogstraten het waardevolle erfgoed een eerste keer in de kijker. Aansluitend hielden we een debat waarop belangrijke politici waren uitgenodigd. Dit zorgde voor een breed draagvlak, zowel bij de lokale bevolking als bij diverse overheden. Het lobbywerk beperkte zich niet tot het lokale niveau. Van in het begin waren politici uit de nationale politiek, zoals Vlaams minister-president Luc Van den Brande, aanwezig tijdens publieksactiviteiten. Daar is voor de overheden de klik gekomen: dit mag niet verloren gaan. Vanaf dan is men afgestapt van het idee om op het domein gebouwen te zetten en wou men het landschap beschermen. Uiteindelijk is die bescherming gerealiseerd in 1999. Op provinciaal niveau leidde de ijver voor het beschermen van Merksplas-Kolonie en Wortel-Kolonie tot de oprichting van Kempens Landschap, dat intussen veel domeinen in de provincie Antwerpen onder de hoede heeft.

Je vertelde net hoe jullie draagvlak gecreëerd hebben op politiek vlak. Hoe hebben jullie draagvlak gecreëerd bij de lokale bevolking?

Om te weten te komen of er voor zo’n verhaal belangstelling was, namen we deel aan de Open Monumentendagen van 1998. We organiseerden een tentoonstelling en gegidste wandelingen. We maakten er veel tamtam rond: we lieten een lintje knippen door Gisleen Van Belle, de directeur-generaal van het gevangeniswezen, en de minister-president van Vlaanderen, Luc Van den Brande. Op twee dagen tijd kregen we 2000 bezoekers over de vloer. Daarnaast boden er zich ook 25 mensen aan die wilden meewerken. Sindsdien organiseren we jaarlijks een tijdelijke tentoonstelling met een andere invalshoek om de interesse van het publiek rond het thema vrijheidsberoving hoog te houden.

“Jaarlijks organiseren we een tijdelijke tentoonstelling met een andere invalshoek om de interesse van het publiek rond het thema vrijheidsberoving hoog te houden.”

Hoe ging het verder na de mars op Wortel-kolonie en de Open Monumentendag in 1998?

Activiteit voor kinderen in het Gevangenismuseum in Merksplas

We gingen proactief te werk. Het Gevangenismuseum dacht meteen op langere termijn, stelde zich cruciale vragen over volgende stappen en was zich telkens bewust van eventuele gevolgen. Toen we het museum oprichtten, kozen we er bewust voor om met jaarlijkse tentoonstellingen te beginnen. Want zolang er restauraties liepen gingen we geen definitief onderkomen hebben, en een plek inrichten en er dan uitvliegen zagen we ook niet echt zitten. Wachten met een tentoonstelling tot na de restauratie was dan weer geen optie, want dan wisten de mensen niet meer dat wij met een Gevangenismuseum wilden beginnen. Wat vaststond was dat de rode draad door die jaarlijkse tentoonstellingen vrijheidsberoving zou zijn. Maar als we voor de eerste tentoonstelling al meteen gingen kiezen om over de landlopers van Merksplas te praten, ja, dan hingen we vast aan dat thema. Dan verwacht men dat het Gevangenismuseum alleen maar vertelt over de landlopers van Merksplas. Eigenlijk zagen we dat veel ruimer, we wilden er een Belgisch verhaal van maken.

Waarom kozen jullie ervoor om een Belgisch verhaal te vertellen?

Het thema vrijheidsberoving is bij uitstek een maatschappelijk relevant thema. Het raakt aan een grondrecht dat ingeperkt wordt indien de maatschappelijke orde in gevaar is en hersteld moet worden. Het museum wil meer vertellen dan de geschiedenis van de landlopers, het wil ook het verhaal van het gevangeniswezen in België belichten. Daarvoor werd in gesprek gegaan met Justitie.

Ons doel? Een nieuwe insteek belichten over moderne en alternatieve vormen van straffen, de effecten van detentie, de fundamentele bedoeling van bestraffing en vormen van bestraffing, … Alternatieve straffen komen in ons huidig museumverhaal eigenlijk nu nog niet voldoende aan bod, maar in het nieuwe verhaal gaan we dat wel doen. Vandaar dat we ook relaties zijn gaan opbouwen met het Agentschap van Justitie en Handhaving. Wij hebben in voorbereiding op ons nieuw museum een denkdag georganiseerd. Dan zijn we op Vlaams niveau gaan kijken naar wie de topexperts zijn die ons daarbij kunnen helpen.

Wij hebben in voorbereiding op ons nieuw museum een denkdag georganiseerd. Dan zijn we op Vlaams niveau gaan kijken naar wie de topexperts zijn die ons daarbij kunnen helpen.

Dit klinkt allemaal erg doordacht. Hadden jullie hulp van buitenaf? Hoe hebben jullie je expertise opgebouwd?

Het museum raadpleegde verschillende specialisten en bezocht andere musea om de eigen expertise te vergroten. Eerst bezochten we het Nationaal Gevangenismuseum in de Kolonie van Weldadigheid in Veenhuizen (Nederland). We vonden dat destijds niet zo’n goed voorbeeld, maar daaruit konden we wel veel leren. Omdat we een Belgisch verhaal over het gevangeniswezen wilden vertellen en inhoudelijk advies nodig hadden, zijn we ook meermaals gaan praten met de opeenvolgende ministers van justitie. Om meer te weten te komen over alternatieve strafuitvoering hebben we bijvoorbeeld werkrelaties opgebouwd met Vlaamse topexperts zoals Paul Drossens, rijksarchivaris in Gent en gespecialiseerd in justitie, en Eric Maes, doctor in de criminologische wetenschappen en verbonden aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie. We zijn ook gaan praten met Tom Goossen, directeur van de justitiehuizen in Turnhout en Mechelen. Expertise komt hier ook van onze eigen vrijwilligers. Daar zitten veel oud-cipiers en hun familie bij.

Personen die in een gevangenis zitten, zijn vaak mensen die afwijkend gedrag vertonen. Daarom gingen we op zoek naar de wetenschappelijke denkers die zich verdiepten in deze materie. Zo kwamen we terecht bij het Museum Dr. Guislain in Gent. We voelden het meteen: we zaten op dezelfde golflengte. De ondersteuning van het Museum Dr. Guislain beperkte zich niet alleen tot het inhoudelijke, maar was ook van logistieke aard. Al die vitrinekasten die hier staan, die hebben wij van hen gekregen.

Je vertelt dat jullie bij verschillende andere instellingen zijn gaan aankloppen voor expertise. Hebben jullie ook samengewerkt met andere instellingen?

“Via samenwerking met diverse lokale partners zoals Natuurpunt, Wortel en de Gidsengroep Merksplas zorgden we voor lokale verankering en daardoor is dit museum niet zomaar naar een andere regio over te plaatsen.”

Het museum koos ervoor om niet enkel het verhaal van de strafuitvoering te vertellen, maar via samenwerking met diverse lokale partners zoals Natuurpunt, Wortel en de Gidsengroep Merksplas zorgden we voor lokale verankering en daardoor is dit museum niet zomaar naar een andere regio over te plaatsen. Het werd een uniek verhaal op een unieke locatie. In de marketing heet dat een Unique Selling Point. Hierdoor kan het museum niet zomaar naar een andere regio verplaatst worden. Het werd ook makkelijker om verbinding te vinden bij verschillende (toeristische) diensten van de omgeving. Wij zeggen zelf altijd: “De verhalen druipen hier van de bomen.”

En als je nu één tip moet geven aan andere erfgoedvrijwilligers, wat zou die zijn?

Samenwerken is de sleutel tot succes. Zonder de samenwerking met diverse diensten, politieke niveaus en experten (zowel intern als extern) zou het er vandaag helemaal anders uitzien. We hadden ook altijd een goede verstandhouding met het lokale bestuur. Als je als vrijwilligersorganisatie een initiatief wil opzetten waarbij je ondersteuning of financiering nodig hebt, dan moet je jezelf altijd de vraag stellen: ‘Hoe wordt de sponsor of subsidiegever er zelf beter van?’ Zodat het een win-winsituatie wordt.

Wil je meer te weten komen over hoe je draagvlak creëert voor jouw erfgoed? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding. 

Eigen vereniging analyseren

Lokale beleidsbeïnvloeding: 4 invalshoeken om te zien of belangenbehartiging iets voor jou is

Lokale beleidsbeïnvloeding: 4 invalshoeken om te zien of belangenbehartiging iets voor jou is

Eigen vereniging analyseren

Als erfgoedvereniging maak je de afweging of je aan lokale beleidsbeïnvloeding wil doen en hoe je dat wil doen. Dit kan in aanloop naar verkiezingen zijn, maar ook doorlopend. Het kan door het opmaken van een concrete nota voor politici en beleidsmakers of door je te richten tot het publiek.

Er zijn twee kenmerken van je vereniging en twee logica’s binnen je organisatie die meespelen bij deze keuzes.

TWEE KENMERKEN: VRIJWILLIG & COLLECTIEF

Vrijwillig | Je groep bestaat uit vrijwilligers. Je kan hen dus niets opleggen om te doen of te zeggen. Je moet hen aanspreken en motiveren vanuit hun passie, diverse motivaties, betrokkenheid, tijd, capaciteiten, …. Hoe zit het met die vrijwillige betrokkenheid?

Collectief | Mensen sluiten zich aan bij je vereniging omdat ze geloven dat er samen meer kan bereikt worden dan alleen of omdat het samen fijner en interessanter is. Hoe zit het met die collectieve kracht van je werking? Wordt deze goed benut?

TWEE LOGICA’S: LIDMAATSCHAP & MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE

Enerzijds zet je in op het onderling verbinden van mensen met eenzelfde passie (lidmaatschap). Je luistert naar hen en speelt in op hun noden. Anderzijds wil je als vereniging of gemeenschap invloed hebben, maatschappelijk relevant zijn of bijdragen aan lokaal beleid.

Wil je invloed hebben, dan moet je rekening houden met beide logica’s. Beide zijn nodig en versterken elkaar. Ze hebben wel een andere aanpak nodig. Dit kan spanning geven. Stel dat je gaat werken op thema’s die jouw leden belangrijk of interessant vinden, maar die naar buiten toe niet zo relevant blijken te zijn? Misschien zijn er dan andere accenten nodig. Speelt dit spanningsveld binnen je werking en hoe ga je daarmee om?

Ga aan de slag
Stel jezelf de volgende vragen:​​

  • Hebben de leden van onze vereniging tijd of zin om iets voor het brede publiek te organiseren? Of is er niemand die dit op zich neemt?
  • Klagen we tegen elkaar dat er geen nieuwe mensen bijkomen? Staan we open voor de aanpak van nieuwe mensen?
  • Weten we hoe er over onze werking gedacht wordt bij beleidsmensen en het publiek?
  • Vinden we het belangrijk om in onze werking rekening te houden met wat er leeft in de maatschappij?
  • Op wie hebben wij invloed en hoe belangrijk vinden we dat? Wat zijn onze troeven en werkpunten?

troeven en werkpunten van je erfgoedvereniging of -gemeenschap

Wil je meer te weten komen over hoe beleidsbeïnvloeding in je werking past?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Bekijk en print de informatie via deze link.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Vijf tendensen om rekening mee te houden

Lokale beleidsbeïnvloeding: 5 tendensen om rekening mee te houden

Lokale beleidsbeïnvloeding: 5 tendensen om rekening mee te houden

ÉÉN INTEGRAAL LOKAAL MEERJARENPLAN

Gemeenten maken via de Beleids- en Beheerscyclus (BBC) één meerjarenplan over alle thema’s. Er is dus geen apart plan rond erfgoedbeleid.

Ja, en?
Publieke ruimte, levenslang leren, verenigingen, vrijetijd,… zijn in de praktijk vaak kapstokken van de meerjarenplannen. Hoe linkt erfgoed aan deze thema’s en waar zit de uniciteit van erfgoedverenigingen? Hoe zijn cultureel erfgoed en onroerend erfgoed verbonden?

Wat nu?

  • Hoe linkt jouw werking met andere beleidsdomeinen en -thema’s?​
  • Wat is uniek aan je werking of vereniging? Wat is uniek aan erfgoed?

AANDACHT & (SOCIALE) MEDIATISERING

De aandachtsmaatschappij is een realiteit. Een massa info komt op ons af, onder meer via sociale media. Iedereen schreeuwt om aandacht en ook de politiek mediatiseert. ​

Ja, en?
Wil je aandacht krijgen? Dan is investeren in tijd en expertise nodig. Denk in termen van media-aandacht. Een relevant verhaal of een boodschap die aanspreekt is essentieel.​​

Wat nu?

  • Heb je communicatie-expertise in je werking of weet je waar die te vinden is? ​
  • Wat is je boodschap en is deze relevant voor de (lokale) media en bevolking?

NIEUWE VERENIGINGSVORMEN

Er ontstaan nieuwe vormen zoals burgercollectieven. Ook adviesraden zoals de erfgoed- of cultuurraad veranderen (vrijetijdsraden, tijdelijke platformen, …).

Ja, en?
Mensen groeperen zich niet meer alleen in klassieke verenigingen. Overleg met beleid en politiek gebeurt dus niet alleen via klassieke adviesraden.​

Wat nu?

  • Zijn er platformen waarmee je kan samenwerken? Kan je als vereniging ook nieuwe werkvormen toepassen?​
  • Is jullie werking afgestemd op evoluerende adviesorganen?

DIVERSE VORMEN VAN POLITISEREN

Beleidsbeïnvloeding kan je zien als ‘politiserend werken’ vanuit het middenveld: je draagt bij aan het publieke debat over hoe de samenleving vorm moet krijgen. Dit kan via participatieraden, protestacties, leefstijl-politiek (het voorbeeld geven) of door als vereniging zelf een dienst aan te bieden (in plaats van de overheid).

Ja, en?
Er zijn meer manieren dan een nota schrijven of een politiek debat organiseren. Een werkwijze moet passen bij je eigen organisatie en leiden tot resultaat of impact.​

Wat nu?

  • Welke werkwijze past bij jullie werking? Welke wijze zou nuttig kunnen zijn?

VERANDEREND POLITIEK LANDSCHAP

Lokaal ontstaan nieuwe partijen en coalities. Gerichte gesprekken met dé toekomstige schepen of input geven voor een bestuursakkoord is niet meer zo evident. De periode van verkiezing (met het oog van politici op de publieke opinie) is niet die van beleidsuitvoering.

Ja, en?
Invloed op partijen en politici is steeds moeilijker in verkiezingstijd. De publieke opinie meekrijgen is belangrijk. En tijdens de legislatuur krijgt beleid echt vorm, dan moet je betrokken zijn.

Wat nu?

  • Hoe en met welk verhaal ga je als vereniging naar de burger?​
  • Hoe bouw je aan een duurzaam partnerschap met ambtenaren en politiek tijdens een legislatuur?

 

Wil je meer weten over deze vijf tendensen en ontwikkelingen?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Bekijk en print deze informatie via deze link.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Meedenkers over beleidsbeïnvloeding onder weg.

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe gedeelde belangen en waarden leiden tot een beter resultaat

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe gedeelde belangen en waarden leiden tot een beter resultaat

Meedenkers over beleidsbeïnvloeding onder weg.

Belangenbehartiging en beleidsbeïnvloeding worden vaak versimpeld tot het verdedigen van je standpunt of het weerleggen van het standpunt van een ander.

StandPUNTen zetten altijd ergens een PUNT achter” (S. Kiloby).

Een verschil in standpunten leidt vaak tot discussie en soms zelfs tot een patstelling en stilstand.

Beleidsbeïnvloeding gaat echter ook over samenwerken met andere organisaties, met de gemeente of andere overheden. Samenwerking kan leiden tot een beter beleid waar de gemeenschap baat bij heeft. Inzicht krijgen in de achterliggende belangen en motieven voor de standpunten van anderen, zet aan tot dialoog. Zo kan je tot een win-win komen.

In onderstaand model worden de standpunten, belangen en waarden van twee organisaties weergegeven in de vorm van een driehoek. Het gebied van ‘win-win’ situeert zich onderaan in het midden. Op het niveau van standpunten is er geen overlapping. Op het niveau van belangen en waarden is er wel aansluiting mogelijk tussen de organisaties. Je kan het model gebruiken om een bepaalde samenwerking uit te bouwen of te versterken.

Afbeelding van twee piramides bestaande uit standpunten, belangen en waarden. Tussen beide is er een overlappingen bij waarden.

Naar Kaats, E. & Opheij, W. (2013). Leren samenwerken tussen organisaties. Deventer: Kluwer​

  • Standpunten zijn meningen over of oplossingen voor een (vaak eng gedefinieerd) probleem, …​
  • Belangen kunnen individueel zijn of gelinkt aan een organisatie: een bestuurder heeft een belang, maar ook de vereniging. Een ambtenaar kan een belang hebben (werken binnen een toegewezen budget, werk-privébalans, …), maar ook de gemeente heeft belangen (algemene begroting in evenwicht, goede dienstverlening aan burgers, …). Belangen kunnen ook gedeeld worden in een samenwerking.​  “Waarom is een bepaald standpunt van belang voor jou of je organisatie?” is een handige hulpvraag.​
  • Waarden: “Wat is waardevol voor jullie?”, “Wat is BELANGrijk?” bij een bepaald belang. “Waarom is dat standpunt of belang zo belangrijk?”, Welke meerwaarde geeft een bepaalde oplossing?”, … Stel deze vragen in je eigen werking en aan je belanghebbenden.​

VOORBEELDEN STANDPUNTEN

  • Standpunt erfgoedvereniging: een werkingssubsidie moet behouden blijven; ons archieflokaal moet hersteld worden, …​
  • Standpunt gemeente: we zetten in op thematische projectsubsidies; archief wordt gecentraliseerd, …​

VOORBEELDEN BELANGEN

  • Belangen erfgoedvereniging: de werking en bestaanszekerheid van de vereniging, het beschermen van waardevolle archiefstukken, aandacht voor erfgoed, levenswerk van een bestuurder, het kunnen uitgeven van een boek, …​
  • Belangen gemeente: verantwoordelijkheid in diverse beleidsdomeinen, versterken van alle verenigingen, rol in intergemeentelijke samenwerking om erfgoed te borgen, bijleren als jonge ambtenaar, bijna op pensioen zijn, …​

VOORBEELDEN WAARDEN

  • Waarden erfgoedvereniging: vrijwilligerswerk, ontmoeting, respect voor het verleden, …. ​
  • Waarden gemeente: betrekken van de burger, waarde van vrijwilligerswerk, eigenheid van de gemeente, …​

 

WIL JE AAN DE SLAG GAAN MET DEZE PRAKTIJKTIP?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Bekijk en print de informatie via deze link.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Vereniging(en) aan het woord

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe je in grote groep of juist met je expertise het lokaal beleid beïnvloedt?

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe je in grote groep of juist met je expertise het lokaal beleid beïnvloedt?

Vereniging(en) aan het woord

​‘Er moet naar ons geluisterd worden, want wij zijn een grote en relevante groep vrijwilligers’;
Wij spreken namens dé erfgoedvrijwilligers rond thema X of Y’;
Zijn jullie wel representatief?

Dit zijn uitspraken die vaak gebeuren in de context van belangenbehartiging. Spreken vanuit ‘vertegenwoordiging’ en je baseren op de kracht van ‘een aantal of relevante groep’ is echter één invalshoek.

Een andere invalshoek kan zijn om je rol in beleidsbeïnvloeding te laten vertrekken vanuit een specifiek onderwerp of thema waarin jullie expertise hebben. Een keuze voor de ene of andere invalshoek is afhankelijk van je context en vraagt een andere aanpak. Hieronder kun je zien welke strategie het best aansluit bij de context van je werking en de visie of ambities van je vereniging. (Naar Bert Fraussen)

BELEIDSBEÏNVLOEDING VANUIT VERTEGENWOORDIGING EN DE KRACHT VAN HET AANTAL

  • De focus ligt op de groep, vereniging of gemeenschap die je wil vertegenwoordigen.

Bv. de heemkundige kring, de inwoners van een deelgemeente en hun processie, een wijk rond een kapelletje, de metaaldetectoristen, …

  • Een relatief grote groep is betrokken bij je werking. Dat hoeft niet enkel om formele leden te gaan, maar kan ook gaan over regelmatige deelnemers, volgers, sympathisanten, … Wees zelfkritisch: een lange lijst van passieve of pro-formaleden werkt contraproductief voor je relevantie.
  • Het is helder wie je representeert en je kan die representativiteit ook onderbouwen.

Bv. Focus je op één groep: 60+-ers bezig met familiekunde, of richt je op de brede groep. Wees dan wel daadwerkelijk representatief voor deze grote en gevarieerde groep.

  • Je hebt zicht op wat leeft bij je leden en achterban, maar je kan hen ook mobiliseren om collectief je boodschap uit te dragen of zich te engageren in de gemeenschap.
  • Door samenwerking aan te gaan met partners en verenigingen met soortgelijke uitdagingen of dezelfde interesses, kan je de kracht van het getal vergroten.

BELEIDSBEÏNVLOEDING VANUIT EXPERTISE

  • Je vertrekt vanuit een thema of specifiek onderwerp.

Bv. het terug laten leven van een kermis of processie, straatnamen, aandacht voor archeologie of metaaldetectie op een bepaalde site, een archiefruimte…

  • Hebben jullie de nodige autoriteit rond het thema of onderwerp bij overheden of andere erfgoedorganisaties?​
  • Vanuit kennis en expertise kan je ook met een kleine groep werken.
  • Benader je het thema of onderwerp waarop je wil inzetten vanuit zijn maatschappelijke of beleidsmatige relevantie? Koppel je het aan maatschappelijk of beleidsmatig relevante uitdagingen?

Bv. Wil je een processie of ritueel nieuw leven inblazen vanuit een groepje van 3 vrijwilligers die er vroeger mee bezig waren of koppel je het aan het heropbouwen van een dorpsidentiteit bij een groot aantal nieuwe jonge inwoners van een gemeente? Of een ander vb. Wil je inzetten op vrouwelijke straatnamen in het kader van meer genderevenwicht?

WIL JE AAN DE SLAG GAAN MET DEZE PRAKTIJKTIP?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Bekijk en print deze informatie via deze link.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe kan je als erfgoedvrijwilliger het lokaal beleid beïnvloeden? 4 tips om te starten

Lokale beleidsbeïnvloeding: hoe kan je als erfgoedvrijwilliger het lokaal beleid beïnvloeden?
4 tips om te starten

Denk je er als erfgoedvrijwilliger aan om initiatief te nemen in aanloop naar de lokale verkiezingen van oktober 2024? Ontdek dan onze 4 tips:

  1. Denk na of bespreek met collega-vrijwilligers wat je wil bereiken of wat je bedoeling is met een nota of initiatief om te wegen op het beleid in aanloop van de lokale verkiezingen:
  • Wil je aan de politici laten horen wat er leeft en wat erfgoedvrijwilligers nodig hebben?
  • Wil je heel concreet enkele voorstellen in partijprogramma’s of in het toekomstige meerjarenplan van de gemeente krijgen?
  • Of wil je een toekomstvisie formuleren over de rol van erfgoedvrijwilligers in de gemeente?

Deze drie doelen zijn stuk voor stuk relevant, maar vragen een verschillende aanpak en andere kennis:

  • een goed zicht op wat leeft bij erfgoedvrijwilligers;
  • inzicht in de werking van de gemeente en toegang tot de schepenen of verantwoordelijke ambtenaren;
  • kennis en expertise rond tendensen in erfgoedbeleid en lokaal beleid.
  1. Maak een lijstje van zaken waarop je wil reageren. Zijn er dingen die de voorbije jaren niet goed gingen of die je anders zou willen in de werking van je gemeente? Neem eventueel verslagen van voorbije vergaderingen bij de hand en maak een overzichtje van wat jullie de voorbije jaren allemaal deden. Denk anderzijds ook eens na over wat de meerwaarde van erfgoedvrijwilligers kan zijn in de toekomst, ten goede van de gemeente of stad als geheel, voor de inwoners, verschillende diensten of beleidsdomeinen (cultuur, onderwijs, lokale economie, toerisme, …). Ga je voor een reactieve aanpak, waarbij je oplossingen zoekt voor problemen waarmee je werking vandaag wordt geconfronteerd? Of kies je voor een proactieve aanpak, waarbij je naar de toekomstige meerwaarde van je werking verwijst?
  1. Bekijk het huidige meerjarenplan van je gemeente of stad. Je vindt dat zeker op hun website. Hoe is dat plan opgebouwd? Hoe zijn de doelstellingen gestructureerd? Hoe concreet zijn actieplannen en acties? Zoek niet alleen op ‘erfgoed’, maar kijk ook bij andere thema’s: openbare ruimte, trage wegen, toerisme, lokale economie, sport, … Plan een gesprek met de lokale ambtenaar of schepen verantwoordelijk voor openbare ruimte, sport, …. En is er in jouw regio een erfgoedcel actief, neem dan ook eens een kijkje in hun plannen.
  1. Kijk wat de jeugdraad, sportraad of andere adviesraden en organisaties in je gemeente doen in aanloop naar de verkiezingen. Een goede bron van inspiratie is de website www.dewakkereburger.be met o.a. tips voor de opmaak van een prioriteitenlijst voor de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Samen met Histories aan de slag om concrete stappen te zetten? Neem deel aan ons kennis- en leertraject of volg onze webinars.

Twee vrijwilligers bekijken een metaalvondst

Lokale beleidsbeïnvloeding: investeer je tijd waardevol en kom erachter wie je mede- en tegenstanders zijn

Lokale beleidsbeïnvloeding: investeer je tijd waardevol en kom erachter wie je mede- en tegenstanders zijn

Als je wil wegen op het beleid, dan is het belangrijk om alle belanghebbenden in kaart te brengen. Via onderstaand model kan je je medestanders en tegenstanders in kaart brengen volgens twee kenmerken.

Ten eerste, op de horizontale as, op basis van de mate waarin je er een vertrouwensvolle relatie mee hebt.

Ten tweede, op de verticale as, op basis van de mate waarin je er inhoudelijk overeenstemming mee hebt.

Met andere woorden: wie moet je inhoudelijk informeren en met wie kan je de relatie verbeteren?​

Afbeelding over de mogelijke verhoudingen gebasseerd op verschillende relaties en inhoudelijke overeenstemmingen

 

‘COALITIEPARTNERS’

Met hen heb je inhoudelijk overeenstemming en een eerder zakelijk contact, niet gebaseerd op een vertrouwensrelatie. ​

  • Bv. een diensthoofd cultuur dat goed mee is met de uitdagingen op het vlak van erfgoed, maar waar je geen goede band mee hebt; een museumdirectie waar je niet vaak mee samenwerkt; …​
  • Met ‘coalitiepartners’ zet je in op heldere inhoudelijke afspraken en door hen goed inhoudelijk te informeren kan je de band versterken.​

‘OPPORTUNISTEN’

Ze blijven vaag rond hun inhoudelijke overeenstemming met jouw erfgoedwerking. Je kan er geen staat op maken als partner, omdat hun eigenbelang voorop staat. ​

  • Bv. een schooldirectie waarmee je graag zou willen samenwerken, maar die dan weer wel en dan weer niet meedoet met de Erfgoedweken.​
  • ‘Opportunisten’ kan je om duidelijkheid vragen of hen inhoudelijk proberen te informeren over de mogelijke ‘win-win’ van samenwerking of steun voor jouw project of dossier.​

‘VIJANDEN’

Met vijanden heb je geen of een slechte relatie, én ook geen inhoudelijke overeenstemming of gedeelde visie.​

  • Bv. een nieuw diensthoofd technische dienst zonder enige gevoelens voor erfgoed, een bestuurslid van de sportraad met als enige focus zijn basketbalclub (met wie je bovendien in het verleden een aanvaring had).​
  • In ‘vijanden’ die geen invloed hebben, steek je geen energie. ‘Vijanden’ die wel belangrijk zijn, hou je in het oog. Misschien kan je met sommige ‘vijanden’ de relatie verbeteren of hen inhoudelijk informeren om een zakelijke relatie op te bouwen.​

‘BONDGENOTEN’

Deze zijn je grootste medestanders: inhoudelijk zit je op dezelfde lijn en er is een goede relatie.​

  • Bv. een schepen van vrijetijd met sterke kennis van erfgoed en reeds jaren betrokken bij de heemkundige kring en andere erfgoedwerkingen, een voorzitster van een andere erfgoedvereniging die je vroegere klasgenote was en reeds jaren een goede buurvrouw.​
  • Je blijft investeren in je relatie met bondgenoten en blijft in gesprek over toekomstige uitdagingen.​

‘TWIJFELAARS’

Twijfelaars hebben het goed met jou en je werking voor, maar kunnen of durven zich niet uit te spreken over steun voor jouw project of dossier.​

  • Bv. een ambtenaar van de dienst vrijetijd of een medewerker van de IOED die een positieve houding heeft ten opzichte van jullie werking maar zich niet uitspreekt over het thema waarop jullie als heemkundige kring willen inzetten.​
  • ‘Twijfelaars’ kan je inhoudelijk extra betrekken; je kan je project of dossier in samenwerking met hen proberen uitwerken om hun inhoudelijke betrokkenheid te voeden.

‘OPPONENTEN’

Ze kunnen waardevol zijn. Hoewel inhoudelijk een andere kijk, kunnen ze omwille van een goede relatie wel een medestander zijn voor je dossier of voor erfgoed in het algemeen.​

  • Bv. de voorzitster van de jeugdraad of een bestuurder van een grote voetbalclub. Inhoudelijk staan ze voor andere ‘belangen’, maar op café drinken jullie al eens samen een koffie of in het verenigingsleven in de gemeenten komen jullie elkaar vaak tegen.​
  • Opponenten kan je om steun vragen; ze kunnen waardevol zijn voor een gedachtewisseling over beleid.​​​

WIL JE AAN DE SLAG GAAN MET DEZE PRAKTIJKTIP?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf en vind je een werkblad terug om zelf aan de slag te gaan.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Lokale beleidsbeïnvloeding

Lokale beleidsbeïnvloeding: ontdek hoe je proactief en reactief je belangen verdedigt op lokaal niveau

Lokale beleidsbeïnvloeding: ontdek hoe je proactief en reactief je belangen verdedigt op lokaal niveau

Lokale beleidsbeïnvloeding

Als je wil wegen op het lokaal beleid moet je een doordachte en samenhangende strategie hebben. Deze moet bovendien passen bij je werking. Je kan reactief belangen verdedigen of je kan het beleid proactief beïnvloeden. Elk perspectief houdt een eigen aanpak in. Bekijk eerst welke bouwstenen, werkwijzen en visie je in je werking terugvindt en bepaal zo welk perspectief het meest bij jou aansluit. (Perspectieven op basis van inzichten Ivan Pouwels – Innoveren als Vereniging 3.0)

REACTIEF BELANGEN VERDEDIGEN

  • Kernaanpak: reageren op problemen of beleidskeuzes

Bv. verlaging subsidies, slechte huisvesting, …

  • Gebruikte argumentatie: het geschaad belang van de erfgoedvrijwilliger of je leden

Bv. te weinig middelen, verhindering van de werking, …

  • Focus: beïnvloeden van de overheid en de politiek

Bv. concrete voorstellen voor beleidsacties, politici aanspreken

  • Hoe & wie: enkele trekkers namens jullie vereniging of organisatie

Bv. leden van je bestuur, kernbestuur

  • Consequentie: ben je klaar om na je nota of reactie in gesprek te gaan over een oplossing of ben je voldoende onafhankelijk op het vlak van middelen (subsidies, andere inkomsten, …) indien er geen gehoor is voor je kritiek?
  • Communicatie: vooral intern gericht naar je eigen achterban en leden

Bv. een nieuwsbrief naar je leden met punten die je bezorgde aan politici

  • Vorm of drager: een memorandum, een nota met speerpunten, een debat, …
  • Wanneer: je hebt toegang tot de lokale politiek, je hebt een beperkt aantal concrete problemen en je wil de focus leggen op de relatie met je leden of achterban

PROACTIEF BELEID BEÏNVLOEDEN

  • Kernaanpak: duiden van ontwikkelingen in het erfgoedveld op basis van expertise en kunde

Bv. informatie over archiveringswijzen

  • Gebruikte argumentatie: oplossingen voor maatschappelijke of beleidsmatige vraagstukken

Bv. behoud van de dorpsidentiteit, bevorderen van de gemeenschapscohesie

  • Focus: beïnvloeden sensibiliseren of bewustmaken van de publieke opinie

Bv. inhoudelijke artikels, bericht op sociale media over een actueel maatschappelijk thema

  • Hoe & wie: de vereniging samen met andere organisaties, de uitgebreide gemeenschap

Bv. scholen, natuurorganisaties, andere erfgoedspelers

  • Consequentie: proactief werken vraagt een volgehouden lange-termijnaanpak. Heb je een meerjarenplan en is continuïteit in je werking gegarandeerd (kerngroep)? Heb je een groot netwerk van actieve leden om externe samenwerking op te zetten?
  • Communicatie: vooral extern gericht naar het grote publiek en met een positief verhaal

Bv. artikel in het gemeentemagazine, publieksmomenten, regionale media, tentoonstelling

  • Vorm of drager: folders en flyers, filmpjes, podcasts, magazine, boek, …
  • Wanneer: je wil inspelen op het maatschappelijk belang van erfgoed en de relatie met andere beleidsdomeinen.

 

Kan je een reactieve en proactieve aanpak combineren? Dat kan, maar wees consequent. Zorg dat beide perspectieven elkaar niet tegenspreken.

 

Wil je meer weten over reactief belangen verdedigen tegenover proactief beleid beïnvloeden?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Bekijk en print deze informatie via deze link.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Een groep mensen rond een tafel

Lokale beleidsbeïnvloeding: via een insider-strategie of outsider-strategie?

Lokale beleidsbeïnvloeding: via een insider-strategie of outsider-strategie?

Richt je je direct op politici en beleidsmakers of probeer je indirect via de publieke opinie politici en beleid te beïnvloeden? Heb je concrete voorstellen voor het beleid of wil je het bewustzijn rond de maatschappelijke relevantie van erfgoed bij het grote publiek vergroten? Een keuze voor de ene of andere aanpak is afhankelijk van de context, visie en ambities van je vereniging. Hieronder kun je nagaan wat op je vereniging van toepassing is en welke strategie het best aansluit. (Naar Bert Fraussen)

BELEIDSBEÏNVLOEDING VIA EEN INSIDER-STRATEGIE

  • Je wil inzetten op het direct beïnvloeden van het beleidsproces in z’n geheel of een bepaalde stap in dit proces (bepalen van doelstellingen en acties, uitvoering of evaluatie en bijsturing door de gemeente of stad).​
  • Je heb toegang tot sleutelfiguren in het beleidsproces (politici, politieke medewerkers, ambtenaren, adviesraadvoorzitter met impact op beleid, …). Je hebt kennis van het bestaande beleidsproces.​
  • Een insider-strategie kan zowel op formele wijze (via nota’s, via adviesraden, …) als op informele wijze (informele gesprekken, uitnodigen van ambtenaar of schepen op vergaderingen, …).​
  • Een insider-strategie kan gebruikt worden om reactief belangen te verdedigen, maar ook om proactief beleid te beïnvloeden met het oog op toekomstige maatschappelijke uitdagingen.

BELEIDSBEÏNVLOEDING VIA EEN OUTSIDER-STRATEGIE

  • Door je te richten tot de burger in het algemeen of de publieke opinie probeer je de beleidsmakers te beïnvloeden en aandacht te vragen voor je thema of uitdagingen. ​
  • Een outsider-strategie is aangewezen als je geen toegang hebt tot politici of beleidsmakers. Maar dit kan ook gebruikt worden om de publieke opinie te beïnvloeden rond de maatschappelijke relevantie van erfgoed.​
  • Een outsider-strategie kan zowel via het opzoeken van een conflict rond een beleidskeuze, maar ook via het opzoeken van dialoog. Je kan het publiek sensibiliseren en informeren, maar je kan ook publiekelijk protesteren of iets aanvechten.

 

WIL JE AAN DE SLAG GAAN MET DEZE PRAKTIJKTIP?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Opschrijven wie allemaal meespeelt in het beleidsproces

Lokale beleidsbeïnvloeding: wie speelt er allemaal mee in het beleidsproces en hoe beïnvloedt dat jouw strategie?

Lokale beleidsbeïnvloeding: wie speelt er allemaal mee in het beleidsproces en hoe beïnvloedt dat jouw strategie?

Opschrijven wie allemaal meespeelt in het beleidsproces

​Het is belangrijk om alle belanghebbenden in kaart te brengen. Zo kun je namelijk zien welke verschillende rollen ze in het beleidsproces waarnemen. Daarbij moet je jezelf de vraag stellen wie de beslissers zijn? Wie zijn de beïnvloeders? Wie zijn de uitvoerders? En wie zijn de gebruikers of begunstigden? Wie van hen kan je betrekken om meer invloed te hebben?

Daarnaast zijn er vier niveaus van betrokkenheid voor élk van deze rollen: van sterk betrokken (meebepalen of meewerken) tot vanop enige afstand volgen (meedenken of meeweten). Een bepaalde beslisser kan bijvoorbeeld écht de beslissing meebepalen, terwijl een andere beslisser eerder formeel betrokken is in de beslissing (meeweten). Ook de betrokkenheid van beïnvloeders, gebruikers en uitvoerders kan variëren.

De betrokkenheid bij bepaalde belanghebbenden verhogen kan deel uitmaken van je strategie.​

Verdeling in betrokkenheid en rol in het besluitvormingsproces.

Beïnvloeders nemen niet zelf de beslissing, maar hebben invloed op de beslissers en de richting of inhoud van de beslissing.​

  • Beïnvloeders kunnen leden van een adviesraad zijn of ambtenaren die schepenen adviseren en om adviseurs of onderzoekers die beleid voorbereiden. Maar het kan ook gaan om informele contacten zoals  vrienden van beslissers.​
  • Een voorzitter van de adviesraad zal bijvoorbeeld een meer centrale rol hebben en meebepalen, terwijl leden van een adviesraad misschien meer op afstand invloed hebben en dus meedenken of enkel meeweten.​

Uitvoerders voeren het beleid, de beslissing of een bepaald initiatief uit.​

  • Uitvoerders kunnen ambtenaren zijn die een (subsidie)reglement opvolgen of die een uitleendienst bemannen. Het kan ook gaan om vrijwilligers of verenigingen die een beslist project uitvoeren of een processie of ommegang met subsidies organiseren.​
  • Uitvoerders kunnen nauw betrokken worden: worden de werkmannen van de uitleendienst bv. betrokken bij de aanpassing van het uitleenreglement? Worden vrijwilligers betrokken bij het bepalen van een nieuw concept of format voor een ommegang?​​​

Beslissers zijn verantwoordelijk voor of nemen de beslissing in een beleidskeuze, een dossier of een subsidie, … Er kan onderscheid zijn tussen de formele beslisser en wie feitelijk de beslissing neemt. ​

  • Een burgemeester, het College van Burgemeester en Schepenen en een schepen zijn vaak de beslissers. Sommige zaken zijn ambtelijke beslissingen en dan is bv. een diensthoofd de beslisser. Het kan ook gaan om beslissingen in een adviesraad of een samenwerkingsverband. Wie beslist: de voorzitter, enkele sterke leden, …?​
  • Is de vakschepen bepalend of toch eerder de eerste schepen? Denkt het diensthoofd mee, maar is het een bepaalde andere ambtenaar die de beslissing kan nemen om een vereniging te ondersteunen of te helpen?

Gebruikers zijn de begunstigden van een beslissing of zij die het resultaat ervan ervaren. ​

  • Het kan gaan om verenigingen die gebruikmaken van een reglement. Maar het kan ook gaan om burgers en inwoners die toeschouwer van een ommegang zijn of bezoeker van een tentoonstelling, die wordt uitgevoerd door een vereniging.​
  • Worden gebruikers betrokken? Mogen bv. de omwonenden van een ommegang meebepalen hoe het thema wordt ingevuld of worden ze enkel geïnformeerd (meeweten)? Of in welke mate worden verenigingen betrokken bij de opmaak van een nieuw reglement?​

 

Wil je aan de slag gaan met deze praktijktip?

Klik hier voor een vormingsvideo, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf en vind je een werkblad terug om zelf aan de slag te gaan.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Wandelclub in een bos in de Ardennen

Lokale beleidsbeïnvloeding: zoek bondgenoten buiten jouw beleidsdomein voor een sterkere samenwerking

Lokale beleidsbeïnvloeding: zoek bondgenoten buiten jouw beleidsdomein voor een sterkere samenwerking

Wandelclub in een bos in de Ardennen

Je kan ook wegen op lokaal beleid door vanuit je erfgoedwerking in te zetten op andere beleidsdomeinen. Zo trek je bij een grotere groep mensen de aandacht voor erfgoed en wordt wat je doet ook maatschappelijk relevanter. Cultuur en toerisme zijn gekende thema’s om met erfgoed te linken. Hier illustreren we voor vijf misschien minder evidente beleidsdomeinen de mogelijke linken.

Afbeelding die andere beleidsdomeinen aantoont met wie vanuit erfgoed kan samenwerken

SPORT & BEWEGEN​​

  • Wat? Wandelingen met erfgoedverhalen, een urban trail langs historische gebouwen of plekken in de gemeente, jubilea van sportclubs, de inrichting van kantines of sportstadia met historische foto’s, …​
  • Met wie? Sportraad, sportclubs, private sportcentra, … ​

NATUUR & MILIEU

  • Wat? Naamgeving van een nieuw opengestelde ‘trage weg’, kennis en informatie over vroeger gebruik van bepaalde gebieden, …​
  • Met wie? Trage Wegen vzw, Natuurpunt-afdelingen, Regionale Landschappen, …​

LOKALE ECONOMIE

  • Wat? Verhalen bij lokale monumenten, organisatie van processies en ommegangen in samenwerking met lokale handelaars, oude foto’s van winkels, heropleving van markten, ondersteuning #winkelhier, dorpskernversterking, …​
  • Met wie? Marktcomité, lokale Unizo- of andere ondernemersafdelingen, …​

ZORG & WELZIJN​

  • Wat? Fotovoorstellingen en vertellingen in woonzorgcentra of geriatrie-afdelingen van ziekenhuizen, reminiscentie-trajecten voor personen met dementie, inspelen op thema’s zoals mentaal welzijn, werk-privébalans waarop de maatschappelijke kijk door de jaren heen veranderde, evolutie van lokale welzijns- of armoedeorganisaties, …​
  • Met wie? Welzijnsorganisaties, eerstelijnszones, kringwerkingen van bepaalde zorgberoepen, …​

RUIMTELIJKE ORDENING & WOONBELEID

  • Wat? Bijdragen aan aangenaam wonen, naamgeving nieuwe verkavelingen, nieuwe appartementsgebouwen, straten en pleinen, wandeltrajecten langs woningen, renovatie van woningen, foto’s van vroegere dorps- of straatbeelden, …​
  • Met wie? Gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening, immokantoren, projectontwikkelaars, …​

BELEIDSDOMEIN X?

  • Wat kan erfgoed betekenen voor …?​
  • Met wie kan je samenwerken …?​

Denk je nog aan andere beleidsdomeinen? Vul gerust voor jezelf aan.​

 

WIL JE AAN DE SLAG GAAN MET DEZE PRAKTIJKTIP?

Via deze link bekijk je deze praktijktip als pdf.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Luk Indesteege – Limburg Volkskundig Genootschap

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Luk Indesteege!

Luk, je bent actief als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap (LVG): wat doe je binnen die vereniging?

Wij, de leden van LVG, inventariseren en documenteren actuele volksgebruiken in Limburg. We verzamelen deze info op onze website . We geven ook info, lezingen, lessen enz… over de verzamelde informatie. Ik heb binnen LVG de rol van voorzitter.

Wanneer en waarom ben gestart als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap? 

In een lessenreeks over volkskunde ontmoette ik Mathieu Driessen, de vroegere voorzitter en stichter van LVG. Dat was in 1985. Hij overtuigde mij om lid te worden, en 10 jaar later kon hij mij overhalen om het voorzitterschap over te nemen…

Als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap bent u een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom bent u graag erfgoedvrijwilliger? En wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Ik speel al 50 jaar traditionele muziek en de context ervan heeft mij altijd geïnteresseerd. Zo geraakte ik geboeid door allerlei oude en nieuwe gebruiken, waarbij ik al snel leerde dat tradities evolueren met de tijd en steeds nieuwe vormen aannemen, ofwel verdwijnen in archiefkasten en musea. Erfgoed is boeiend en je komt via erfgoed met veel mensen in contact, bijna altijd in prettige omstandigheden. Het lokale aspect geeft kleur aan de verschillen, het ondersteunt de persoonlijke identiteit. Bovendien is het ‘Limburggevoel’ niet te onderschatten. Ook zonder Tom Waes hebben wij in Limburg voldoende om de interesse en zelfs de jaloezie van anderen te wekken.

Waarom is de werking van het volkskundig genootschap zo belangrijk?

Het is van belang om de evoluties in de volkscultuur te documenteren en om niet enkel te kijken naar het verleden. (Immaterieel) erfgoed is waardevol, het helpt ons om onze identiteit te vormen en te tonen. Dat identiteitsaspect is belangrijk om zinvol en aangenaam te kunnen leven.

Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?

Het is moeilijk om één anekdote te kiezen. Maar een steeds terugkerende ervaring is: het enthousiasme, de gedrevenheid en fierheid waarmee traditiedragers hun eigen gebruiken beoefenen, uitvoeren, organiseren, voortzetten…

Bedankt voor dit interview!

Mario Raeymaekers – “Iedere vondst kan een verhaal vertellen”

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Mario Raeymaekers!

Dag Mario, als metaaldetectorist ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Metaaldetectie is niet alleen maar op velden gaan zoeken naar vondsten. Belangrijk zijn ook het vooronderzoek en de zoektocht naar een interessant veld. Na het veldwerk, bij het opzoeken van wat de voorwerpen zijn die er gevonden zijn, kom je telkens boeiende mensen tegen. Je leert zo ook veel bij over je vondst en over de geschiedenis.

Door samen te werken met Onroerend Erfgoed, boeren, archiefmedewerkers en heemkringen probeer ik metaaldetectie op een hoger niveau te brengen. Ik raad iedere metaaldetectorist aan zich bij de plaatselijke heemkundige kring aan te sluiten.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren rond metaaldetectie?

Er wordt in Vlaanderen veel gevonden en achter iedere vondst zit een verhaal. Iedere vondst kan een verhaal vertellen. De plaatselijke heemkundige kring of erfgoedcel kan hier vaak veel mee doen. Dat verhaal vertellen is ook heel belangrijk, bijvoorbeeld voor een klas, zodat ook zij weten wat het belang kan zijn van de samenwerking en het lokaal onderzoek.

Bedankt voor dit interview!

Mogen vrijwilligers onkostenvergoedingen ontvangen?

Mogen vrijwilligers onkostenvergoedingen ontvangen?

Vrijwilligerswerk is in principe onbezoldigd. Dit betekent niet dat vrijwilligers geen onkostenvergoedingen kunnen ontvangen. Verenigingen zijn echter niet verplicht om de onkosten te vergoeden.

Volgens de ‘wet betreffende de rechten van vrijwilligers’ die sinds 2007 volledig van kracht is, moeten verenigingen hun vrijwilligers wel vooraf op de hoogte brengen van de afspraken hierover. Aan deze ‘informatieplicht’ kan je best voldoen door het opmaken en publiceren (bv. op de website of in jullie tijdschrift) van een informatie- of afsprakennota die jullie ook mailen naar alle vrijwilligers.

Een vereniging kan ervoor opteren om de reële kosten te vergoeden en/of om een forfaitaire onkostenvergoeding te betalen. Deze keuzes worden in de informatienota verduidelijkt. Je kan er voor opteren om voor een bepaald soort vrijwilligerswerk een forfaitaire regeling te hanteren en voor een andersoortig werk de werkelijke kosten te vergoeden.

Reële kosten moeten uiteraard bewezen worden, wanneer gewerkt wordt met een forfaitair bedrag is dit niet het geval. Het forfaitair bedrag dat uitgekeerd kan worden is wel begrensd. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Op dit moment betekent dit dat je als vrijwilliger maximaal 41,48 euro per dag of 1659,29 euro per jaar mag ontvangen (bedragen voor 2024). In de zorgsector zijn er andere bedragen om mee rekening te houden.

Sinds 2009 is ook een combinatie mogelijk van de forfaitaire onkostenvergoeding en de terugbetaling van reële vervoersonkosten. Elke vrijwilliger kan in dat geval maximaal 2000 kilometer per jaar laten terugbetalen.

De maximale kilometervergoeding bedraagt van 1 januari tot en met 31 maart 2024 0,4269 euro per kilometer. Het maximumbedrag voor de periode 1 april tot en met 30 juni 2024 is 0,4265 euro per kilometer en van 1 juli tot en met 30 september 2024 is dat 0,4297 euro per kilometer. Je bent niet verplicht om elk kwartaal een ander bedrag te gebruiken. Je mag ook met een jaarbedrag werken.

Een fietsvergoeding uitbetalen is eveneens mogelijk (max. 0,35 euro per kilometer in 2024).

Verenigingen zijn uiteraard niet verplicht de maximale bedragen uit te keren. Belangrijk is echter dat deze niet overschreden worden, anders is niet langer sprake van vrijwilligerswerk en dreig je last te krijgen van de fiscus of de RSZ.

Meer informatie

Meer informatie over de vrijwilligerswetgeving en het betalen van onkostenvergoedingen vind je op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk:

https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/ en https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/kostenvergoedingen/

Op zoek naar je familiegeschiedenis?

Nergens beter dan Thuis? Op zoek naar je familiegeschiedenis

Nergens beter dan Thuis? Op zoek naar je familiegeschiedenis

Op zoek naar je familiegeschiedenis?

Wist je dat de grootvader van actrice Annick Segal – beter bekend als Rosa Verbeeck in “Thuis” – aan het begin van de twintigste eeuw van Roemenië naar Antwerpen gekomen is? Rosa’s grootvader integreerde zich snel in zijn nieuwe thuisland en liet zijn achternaam ‘Soccoleanu di Segal’ inkorten tot simpelweg ‘Segal’. In een interview met Knack vertelde Annick openhartig over haar familiegeschiedenis: Ik denk wel eens vaker aan mijn grootvader terug en hoe het allemaal zou gelopen zijn als hij niet de kans had gekregen om hier een levenswaardig bestaan op te bouwen. Het is vreemd hoe weinig er in de familie over dat verleden wordt gepraat. Oost-Europeanen zijn nogal gesloten, komen vooral los als ze gedronken hebben, maar mijn vader drinkt niet. Ik geloof dat ik een van de enigen ben die trots ben op die afkomst en er graag over praat. Omdat het mij op de een of andere manier rijker maakt, vollediger. 

Betekenisgeving

Familiegeschiedenissen zijn belangrijk voor mensen om te weten waar ze vandaan komen. Ze geven je houvast en betekenis. Ze vertellen iets over je identiteit. Bovendien laten ze zien dat migratie een verhaal van alle tijden is. Niet al je voorouders woonden immers hun hele leven lang onder dezelfde kerktoren. Vanaf de 19de tot grofweg het midden van de 20ste eeuw waren Vlamingen massaal in beweging. In eigen land weken ze uit van het platteland naar de stad en van Vlaanderen naar Wallonië. Of ze gingen de grens over. Gelokt door the American Dream waagde naar schatting een 200.000-tal Vlamingen zelfs de oversteek naar de Verenigde Staten. De eerste Vlaamse Amerikanen hechtten veel belang aan het behoud van een eigen identiteit. In Detroit verscheen zelfs ‘De Gazette van Detroit, een Vlaamse krant. 

Vandaag kennen we België vooral als immigratieland. België evolueerde op een goede halve eeuw van een relatief homogene samenleving naar een samenleving waarin mensen met een migratieachtergrond een steeds groter deel van de bevolking uitmaken. Mensen met een migratieachtergrond worden zich steeds bewuster van wat familiegeschiedenis voor hun identiteit betekent. We zien een groeiende groep zelfbewuste jongeren met belangstelling en nieuwsgierigheid naar hun voorouders in de context van de grote wereldgeschiedenis. Deze familiegeschiedenissen laten vooral zien dat er niet één wereldgeschiedenis is, maar dat er verschillende kanten zijn aan hetzelfde verhaal. Zo komen we samen tot een completere geschiedschrijving. 

Je familiegeschiedenis opzoeken?

Familiegeschiedenis.be helpt je in vijf stappen op zoek te gaan naar jouw familiegeschiedenis: 

Stap 1: Het geheugen

Begin je aan je familiegeschiedenis, begin dan bij jezelf en bij je familie. Je weet vast meer dan je zelf denkt. Bij familieleden en in het familiearchief is er informatie van onschatbare waarde te vinden. Misschien liggen er nog wel oude foto’s, prachtig versierde bidprentjes of mysterieuze erfstukken op zolder? Of misschien kan je je familieleden interviewen. Mogelijk vertellen ze nog nooit eerder opgetekende en vastgelegde verhalen. 

Stap 2: Gedeelde kennis

Informatie over jouw voorouders is niet alleen te vinden bij je eigen familieleden en kennissen van de familie. Op het internet vind je een schat aan informatie. Maar niet alle info die je online vindt is correct. ‘Stap 2: Gedeelde kennis’ maakt je wegwijs en geeft tips voor je online zoektocht. 

Stap 3: Naar het archief

Wil je dieper graven? Combineer dan je virtuele zoektocht met bezoeken aan archieven en bibliotheken. Ga ook eens langs bij documentatiecentra van Familiekunde Vlaanderen of een lokale heemkundige kring. Daar kom je oog in oog te staan met historische documenten en kan je gouden raad inwinnen van experts. 

Stap 4: Gegevens bewaren en presenteren

Het komt erop aan om goed te bewaren wat je te weten komt bij je familie, online en in het archief. Wees daarbij zo zorgvuldig mogelijk en doe aan bronvermelding. 

Stap 5: Van stamboom tot familiegeschiedenis

Met de gevonden en bewaarde gegevens kan je een heuse familiegeschiedenis schrijven. Vragen over het verleden vormen het vertrekpunt. Verder bepaal je zelf de vorm die het aanneemt. Al eens gedacht aan een fietstocht, podcast of knutselwerk rond jouw familiegeschiedenis? 

Familiekunde Vlaanderen

Opgelet: je familiegeschiedenis opzoeken is verslavend. Voor je het weet ben je gebeten door de genealogiemicrobe. Soms zal je wel enkele hordes moeten overwinnen. Misschien bots je – net zoals Annick Segal – op een stilzwijgen van familieleden. Migreerde jouw familie nog maar enkele decennia geleden naar België, dan kan je je wellicht minder beroepen op traditionele bronnen ontsloten via erfgoedinstellingen en archieven.

 

Staar je dan niet blind op zover mogelijk terug gaan in de tijd, maar laat je inspireren door de verhalen van ‘Habiba Boumaâza’, ‘Hanane Llouh’ of ‘Ronny Mosuse’ of door onderstaande praktijken, tips & tricks. Ze geven je niet alleen een ruime(re) kijk op wat familiegeschiedenis is, maar rijken je ook nieuwe methodieken aan. 

Inspirerende praktijken, tips & tricks 

Genealogie en familiegeschiedenis 
  • Onze familienamen zijn officieel vastgelegd in de Franse tijd: in België gebeurde dat in 1795. Sindsdien kan er, tenzij om gewichtige redenen, niets meer aan de spelling van de namen gewijzigd worden en kunnen er ook geen nieuwe namen meer worden gevormd. Het aantal familienamen kan enkel worden uitgebreid door migratie van buitenlanders met niet-Belgische namen, zoals bijvoorbeeld de Italiaanse familienaam Di Rupo of het Roemeense Segal. Via www.familienaam.be ontdek je hoeveel Belgen dezelfde achternaam hebben als jou en in welke regio ze wonen. 
  • Familienamen werden tot voor enkele jaren bijna uitsluitend via mannelijke lijn doorgegeven. Veel familiegeschiedenissen zijn dan ook geschreven vanuit het standpunt van voorvaders. De vrouwelijke variant van een voorvader – ‘voormoeder’ – veroverde pas sinds kort een plaats in het woordenboek. Wil je zelf op zoek gaan naar je eigen voormoeders? In het webinar  ‘Hoe zoek ik mijn voorouders/voormoederlijn op?’ word je een heel eind op weg gezet met talloze tips voor startende genealogen. In het boek ’In haar voetsporen. Op zoek naar onze voormoeders’ (Sterck & De Vreese) worden tips voor beginnende en ervaren genealogen gedeeld. Het burgerwetenschapsproject MamaMito introduceerde maar liefst 7.800 deelnemers in de wondere wereld van familiegeschiedenis en voormoeders. Herbekijk de eerste onderzoeksresultaten. 
  • In ‘Verborgen Verleden’ proberen bekende Nederlanders te achterhalen van welke voorouders zij afstammen, hoe ze hebben geleefd en wat ze hebben nagelaten. Welke eigenschappen of karaktertrekken herkennen de hoofdpersonen in hun voorouders en wat betekenen ze nu voor hen? 
  • Blijf je graag op de hoogte van wat er reilt en zeilt binnen de wondere wereld van het familiegeschiedenis? Dan is een abonnement op ‘Vlaamse Stam. Tijdschrift voor familiegeschiedenis’ misschien wel iets voor jou!
Familiegeschiedenis en migratie 
  • In de brochure ‘Familie, migratie en erfgoedpraktijk: Familiegeschiedenissen van Turkse Brusselaars’ werden tips opgenomen om op zoek te gaan naar Turks familiaal erfgoed. Het boekje dateert al van 2010 maar vormde wel een van de pioniers om familiegeschiedenis in onze hedendaags samengestelde maatschappij te herdefiniëren.  
  • Het Red Star Line Museum organiseerde de afgelopen jaren heel wat inspirerende tijdelijke expo’s. ‘Rootszoekers’ toonde bijvoorbeeld het verhaal van mensen die, bewogen door hun roots, op zoek gingen naar hun eigen verre en recente verleden. Hoe maak je immers je stamboom als er geen sporen meer zijn? 
  • De Canvasreeks ‘Kinderen van de migratie’ uit 2021 vertelt het verhaal van de arbeidsmigratie naar ons land sinds de Tweede Wereldoorlog. 
  • In een online getuigenis vertelt Nadia Nsayi over haar onderzoek naar haar eigen familiegeschiedenis. Ze pende haar zoektocht neer in het boek ‘Dochter van de dekolonisatie’ (EPO). Het werd een verhaal waarin haar eigen familiegeschiedenis en de relatie tussen België en Congo samenkomen. Zo komen onder andere de verschillende bronnen die een hulp waren in het onderzoek naar haar familieverleden aan bod. Het is tegelijk het relaas over een zoektocht naar identiteit en een mogelijke inspiratie voor anderen in een gelijkaardige situatie. 
  • Op de website van het Agentschap Integratie en Inburgering kan je de brochure ‘Belgische migratiegeschiedenis’ gratis downloaden. Daarnaast biedt de website een overzicht aan van heel wat inspirerende erfgoedpraktijen op de snijlijn tussen (h)erkenning, verbinding, migratie- en familiegeschiedenis. Misschien heb je al wel eens gehoord van ’RouteAtlas’, ‘Koffers vol dromen’ of ‘Dromen over thuis’? 
Een traumatisch familieverleden? 

De familie van Annick Segal is zeker niet de enige waarin er niet over het verleden gesproken wordt. Soms zit hier een trauma of donker familiegeheim achter. Maar hoe ga je daarmee om? 

Aan de slag in de klas – inspiratie uit het onderwijs 
  • De inspiratiebundel 1, 2, 3, familie! Met Misia op speurtocht in het familieverleden’ laat kinderen uit de derde kleuterklas kennismaken met de boeiende wereld van familiegeschiedenis. Leidraad is Misia, die op zoek gaat naar haar eigen familiegeschiedenis. 
  • Misia is er ook voor de tweede graad van het lager onderwijs met het educatieve pakket Misia’s missie. Op speurtocht in je familieverleden’. Erfgoed Balen creëerde een eigen, lokale variant met ‘Hup! Den boom in!’. 
  • Het Ketnetprogramma ‘Ben ik familie van‘ – wereldwijd het eerste programma waarin kinderen op zoek gingen naar hun familiegeschiedenis – kreeg in 2016 een Diversiteitstrofee van de VRT. Het bijhorende lessenpakket is nog steeds beschikbaar. 
  • Inspiratie voor het middelbaar kan je terugvinden bij de winnaars van de Geschiedenis Olympiade 2023, het Sint-Maarteninstituut te Aalst. Alle leerlingen van 5EMT 1&2 gingen op zoek naar de oudste familiefoto die ze konden vinden. Vervolgens dateerden ze deze foto in de tijd en vervlochten ze het verhaal van hun voorouders – vaak migranten – met de grote gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. 
  • Nog meer inspiratie nodig? Op erfgoedwijs.be kan je heerlijk grasduinen doorheen ‘Focus: familiegeschiedenis’. 
Afbeelding van Herman Verschraegen, voorzitter van de Bloemencorso in Loenhout

Ontdek waarom Herman Verschraegen, als voorzitter van de Bloemencorso in Loenhout, elk jaar symbolisch de sleutel van zijn gemeente krijgt

Ontdek waarom Herman Verschraegen, als voorzitter van de Bloemencorso in Loenhout, elk jaar symbolisch de sleutel van zijn gemeente krijgt

De Bloemencorso van Loenhout is een waar begrip in de regio. Ontdek in dit interview hoe voorzitter Herman Verschraegen samenwerkt met de gemeente om het evenement ieder jaar opnieuw op poten te zetten.

Kan je de geschiedenis van de Bloemencorso even schetsen?

Afbeelding van Herman Verschraegen, voorzitter van de Bloemencorso in Loenhout

De Bloemencorso is ontstaan in 1952. Dat gebeurde naar aanleiding van de inhuldiging van de nieuwe bestrating van de weg tussen Loenhout en Brecht. Ze hebben die geasfalteerd in ‘52. Een aantal zelfstandigen en neringdoeners van Loenhout kwamen met het idee om bebloemde wagentjes van het centrum van Brecht naar Loenhout te rijden. Ik denk dat de Bloemencorso toen niet heel die weg aflegde, want dat is een hele afstand, maar een stuk ervan. Dat kaderde een beetje in de traditie van wat in Nederland een aantal jaren ervoor was ontstaan met hun Bloemencorso’s. Wij zijn exact tien edities jonger dan de grote Bloemencorso van Zundert, hier vlak over de grens.

En wanneer ben jij in het verhaal gekomen?

Dat moet in ‘88-‘89 geweest zijn. Ik heb het voorzitterschap van mijn vader overgenomen.

Hoe is de Bloemencorso van Loenhout geëvolueerd?

Ik heb toen (in de jaren ’90, red.) het enorme geluk gehad dat een aantal jonge mensen, een van onze buurtschappen, een wagen hebben gemaakt. Sindsdien zijn we blijven groeien. We verwerken nu vier miljoen bloemen op dat weekend.

De Bloemencorso van Loenhout is lang redelijk beperkt geweest in wagenomvang en dat heeft te maken met bouwtechnieken. Vroeger waren die wagens allemaal getimmerd met hout. Er komt nu geen houten plank meer aan te pas. Nu mogen onze wagens zelfs niet meer groter worden, want anders kunnen ze de bochten niet meer pakken of kunnen ze niet meer door de straten rijden.

Corsowagen Per Alpes en winnaars 2023

Er zijn wel een aantal dipjes geweest. Ik herinner me toen ik voorzitter werd, zoveel jaar geleden, dat ik de venijnige vraag kreeg: “En gaat ‘m volgend jaar nog door?” We zaten in een dipje, begin jaren negentig. Toen hadden we het imago dat we oude gepensioneerde mannen waren die wat in elkaar steken. Ik heb toen het enorme geluk gehad dat een aantal jonge mensen, een van onze buurtschappen, zijn opgestaan en een wagen hebben gemaakt. Sindsdien zijn we blijven groeien. We verwerken nu vier miljoen bloemen op dat weekend.

We hebben later nog eens een periode gehad waarin het minder ging. We hebben bijna zeven jaar achter elkaar heel slecht weer gehad.

Was het probleem dat daardoor de inkomsten verdwenen? Of was het animo ook weg?

Het had niets met een gebrek aan enthousiasme te maken. Tijdens het jubileumjaar met de vijftigste Bloemencorso was het zo hard aan het regenen dat we ’s morgens tegen de mensen zeiden dat we niet gingen uitrijden. Die wagens zijn gemaakt van papier-maché dat rond een ijzeren geraamte wordt geplakt. Als het allemaal nat is, scheurt dat af. Dat was heel droevig. Er was een groot protest van de deelnemende wagens. We hebben  het parcours moeten inkorten en een kleinere toer gemaakt. Maar onze inkomsten… als het pijpenstelen regent, dan komt er geen volk kijken, hè?

Waren er ook hoogtepunten?

Met onze 65ste verjaardag hebben wij een jubileum gevierd, het Corso-bier laten brouwen en een persconferentie gegeven. Dat zijn hoogtepunten die we vanuit het bestuur organiseren om onze corso te promoten.

Je zei daarnet dat de toevallige deelname van enkele jongeren de Bloemencorso begin jaren ’90 gered heeft. Zetten jullie intussen ook actief in op de jeugd?

We zetten daar de laatste jaren inderdaad zeer bewust op in. Je moet die 10- tot 12-jarigen goesting doen krijgen. Het zijn zij die over tien jaar die wagens moeten bouwen. Als je geen instroom van de jeugd krijgt, is uw evenement ten dode opgeschreven.

We werken daarom samen met de scholen, ook in de omringende gemeenten, en tonen daar wat de Bloemencorso is. En in de paasvakantie geven wij een lascursus voor jongens en meisjes van 11 tot 13 jaar.

Hoe is de relatie met de gemeente? Hadden zij een rol in dat geheel?

De gemeente is trots op wat wij op straat brengen. We krijgen alle logistieke hulp die denkbaar is. Sinds een vijftal jaar overhandigt de burgemeester van Wuustwezel mij op vrijdagavond de sleutel van Loenhout om te zeggen: nu is Loenhout aan u.

Overgave symbolische sleuten van Loenhout

Wij krijgen heel veel steun van de gemeente. Wat wij vragen, krijgen wij, voor zover dat mogelijk is. We worden zeker niet tegengewerkt. Integendeel. De gemeente is trots op wat wij op straat brengen. We krijgen alle logistieke hulp die denkbaar is. Sinds een vijftal jaar overhandigt de burgemeester van Wuustwezel mij op vrijdagavond de sleutel van Loenhout om te zeggen: nu is Loenhout aan u. Symbolisch uiteraard.

Is dat altijd zo geweest?

Ja. In 1977 zijn de gemeenten Loenhout en Wuustwezel gefusioneerd. De eerste burgemeester van Wuustwezel was degene die daarvoor burgemeester van Loenhout was. Die heeft in Wuustwezel altijd een beetje het verwijt gekregen dat hij te veel burgemeester was van Loenhout. Hij was ook doordesemd van de Bloemencorso.

Op welke manier hou je die relatie met de gemeente levend?

Wij hebben een aantal vergaderingen voor de corso. Dat noemen wij het Veiligheidscomité. We zitten dan samen met de brandweer, met de politie en met het gemeentebestuur. Daar overlopen we wat het jaar ervoor minder goed of net heel goed is gegaan, wat de pijnpunten zijn, enzovoort. Heel het politiereglement voor het evenement wordt samen met ons doorgesproken. Wanneer willen we dat de straten worden afgesloten, waar gaan de parkings zijn, hoe moeten de mensen omgeleid worden? Hoeveel politiemensen wil je en waar moeten die staan? Dat is altijd in samenspraak.

De Bloemencorso wordt gedragen in het dorp, dat is duidelijk. Maar dat is natuurlijk niet bij álle erfgoedverenigingen zo.

Bloemensteken Bloemencorso Loenhout

De Bloemencorso is de mayonaise van Loenhout. 75% van de inwoners van Loenhout is betrokken tijdens het bloemensteek-weekend en dan is het bij elk buurtschap een groot feest. Op de vrijdagavond voor de corso komen de vrachtwagens met verse bloemen aan. Het feest begint met een ontbijt zaterdagmorgen. Per buurtschap zit er minimum 90 tot 300 man om al die bloemen stuk voor stuk te steken. ‘s Middags en ‘s avonds krijgen ze eten. Zondag rijden de wagens dan buiten. Op elke tien mensen die in Loenhout wonen zijn er zeven die rechtstreeks met de Bloemencorso te maken hebben. Niet dat dat allemaal bouwers zijn. Het bouwen van die wagens gebeurt door een groepje van tien tot vijftien mensen. De Bloemencorso is een heel proces dat eind juni begint en loopt tot het tweede weekend van september.

In welke zin moet je dan nog het beleid beïnvloeden? Spreekt het succes van de Bloemencorso niet voor zich?

Als er ooit een burgemeester zou zijn die stokken in de wielen zou steken van de Bloemencorso, dan is dat politieke zelfmoord. We zijn ook gematigd in wat wij vragen.

Als er ooit een burgemeester zou zijn die stokken in de wielen zou steken van de Bloemencorso, dan is dat politieke zelfmoord. We zijn ook gematigd in wat wij vragen. Aan de andere kant werp ik altijd tegen: welk evenement in Wuustwezel weegt op tegen dat van ons? Het is te verantwoorden dat wij dingen gedaan krijgen. De meeste mensen die voor de eerste keer komen kijken, zijn verrast door wat wij hier op straat zetten.

Zijn jullie ook buiten Loenhout bekend?

Wel, dat is een beetje mijn frustratie. Als je bij de nationale of regionale politiek gaat aankloppen met Bloemencorso Loenhout weet niemand wat dit is. En iedereen denkt dat het iets is van gepensioneerde mensen die wat bloemen zitten te schikken. Onze corso verdient het om ondersteund te worden. We hebben drie jaar geleden samen met twee andere grote Bloemencorso’s van Vlaanderen, Sint-Gillis-Dendermonde en Blankenberge, Corso Classics opgericht. Om van daaruit nationaal en regionaal subsidies, sponsoring, enzovoort, … binnen te halen. Het plezante is ook dat we in drie verschillende provincies zitten: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Met de drie grootste corso’s van Vlaanderen gaan aankloppen bij de Lotto en Proximus is gemakkelijker dan als voorzitter van de Bloemencorso Loenhout.

Hoe probeer je nog aan die bekendheid te werken?

Wij zijn met de Bloemencorso van Loenhout een samenwerking aangegaan voor een bloementapijt op de Grote Markt van Brussel in het weekend van Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart. Dat is jaren aan een stuk gedaan met begonia’s, maar ze geraakten niet meer aan bloemen.

In 2024 gaan we met 70 man uit Loenhout voor de eerste keer het bloementapijt in Brussel volledig leggen met dahlia’s. Het is dan een kleine maand voor onze corso en we hopen daar wat belangstelling voor ons eigen evenement te krijgen.

Dus de uitdaging ligt niet in Loenhout?

Mensen moeten het doen voor het plezier van die wagen te bouwen, samen te zijn en een pintje te drinken. Het moet over de beleving gaan.

Ja en nee. Hoeveel geld we ook zouden kunnen lospeuteren, het zijn al die mensen hier die het moeten waarmaken. Als de mensen het beginnen doen voor het geld, dan zijn we binnen tien jaar dood. Mensen moeten het doen voor het plezier van die wagen te bouwen, samen te zijn en een pintje te drinken. Het moet over de beleving gaan.

Tot slot: wat is je belangrijkste tip voor erfgoedvrijwilligers die dingen gedaan willen krijgen op lokaal vlak?

Zorg er eerst en vooral voor dat je medewerkers trots zijn op waar ze mee bezig zijn. Probeer de meerwaarde achter je evenement te zien. Voor mij is de Bloemencorso niet de zondagmiddag wanneer die wagens op straat rijden. Voor mij is dat het hele jaar door wanneer de mensen samen bezig zijn.

Wil je meer te weten komen over hoe ook jij de symbolische sleutel van je gemeente kunt krijgen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

 

De foto’s op deze pagina van Bloemencorso Loenhout kregen we van www.wezelopdefoto.be. Wil je nog meer proeven van de ambiance die uitgaat van de Bloemencorso en haar verschillende buurtschappen, dan kan je hier naar hartenlust door de foto’s scrollen.

Passie voor Vlaamse archeologie

Vlaamse archeologie

Heb je een interesse voor Vlaamse archeologie? Kom dan in dit rubriekje allerlei leuke tips te weten en verdiep je zo in je passie!

Ex Situ: Tijdschrift voor Vlaamse archeologie

Ben je geïnteresseerd in archeologie en blijf je graag op de hoogte van wat er speelt in de Vlaanderen? Abonneer je dan snel op het tijdschrift Ex Situ!

Uitgezonderd van de verzendkosten is een jaarabonnement, bestaande uit vier nummers, volledig gratis. Bovendien vind je er steeds als eerste ons volgende interview in terug!

Copyright Ex Situ

De ArcheoToog

Schuif mee aan de ArcheoToog, een podcast over archeologie in Vlaanderen! Na het succes van de eerste reeks over de prehistorie, wordt er in een tweede reeks licht geworpen op de donkere middeleeuwen. Aan de toog van het erfgoedcafé De Drij Klakken in Kruibeke gaan archeoloog Erwin Meylemans en erfgoedonderzoeker Hilde Verboven in gesprek met een reeks kenners van the dark ages.

Ontdek de eerste aflevering van de nieuwe reeks hier!

Metaalstrijd op PlattelandsTv

Kijktip!
Benieuwd hoe metaaldetectie er in de praktijk aan toegaat? Ontdek het vanaf 18 juni op PlattelandsTv! Gedurende vijf afleveringen zoeken twee teams metaaldetectoristen naar de meest unieke vondsten op verschillende locaties in Vlaanderen. Historici geven meer duiding en helpen bij het determineren van de vondsten. Tijdens de afleveringen worden de regels van de kunst toegepast. Wat dit precies inhoudt, kan je terugvinden op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Zo moet je onder meer een erkenning hebben en dien je je vondsten te melden. Op die manier wordt de kennis over ons verleden steeds een stukje groter.

Bekijk alvast de trailer!

Copyright Hans Denis

Copyright Ex Situ

Copyright Kris Vandevorst

Copyright Metaalstrijd

© Agentschap Onroerend Erfgoed

Patrick Schuermans – “Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken”

Goed Gevonden!

In de rubriek ‘Goed Gevonden!’ brengt Histories goede praktijken van metaaldetectoristen aan de oppervlakte. Onze gesprekspartner is Patrick Schuermans.

 

© Agentschap Onroerend Erfgoed

© Agentschap Onroerend Erfgoed

Dag Patrick! Erg fijn dat je in gesprek wil gaan met ons. Kan je je even voorstellen? 

Ik ben Patrick Schuermans, 52 jaar oud en ben van beroep een arbeider. Ik ben heel geïnteresseerd in mijn lokale geschiedenis en daarbij sluit metaaldetectie mooi aan. Al een kleine dertig jaar ga ik als detectorist het veld op. Het opzoekwerk dat erbij komt kijken, gaat tegenwoordig een stuk vlotter dan toen ik startte. Vroeger kwam alle informatie uit boeken, het internet was nog niet zo’n hulpmiddel. Toen ging men op goed geluk zoeken. Wanneer ik iets vond, begon ik me daarin volledig te verdiepen. Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken.

Hoe ga je op het veld te werk? 

Als ik kan zoeken over een hele akker, dan ga ik in een kruis over het veld. Daarbij let ik op scherven en sporen van aardewerk en metaal, want daarmee kan je soms een tijdsperiode situeren. Na het veld te doorkruisen, ga ik het vervolgens in baantjes af. Het is niet altijd mogelijk om de hele akker te doen, dus probeer ik de hotspots te vinden en vooral daar veel te wandelen.

Als je een metalen voorwerp vindt, hoe ga je dan te werk? 

Ik neem alles mee in de staat dat ik het opgraaf. Als het brons is, houd ik het vochtig tot ik thuis ben. Wanneer brons te vlug droogt, wordt het poreus en dan brokkelt de patina al snel af. Dus bij het thuiskomen na het zoeken, laat ik het rustig drogen. Vervolgens probeer ik het te reinigen – dit doe ik regelmatig onder een microscoop – en tracht ik het te conserveren. Voor sommige vondsten gebruik ik paraloid, iets wat archeologen altijd waarderen wanneer ik dat bijkomstig doe. Daarna probeer ik de vondst te determineren en zodra ik weet wat het is, kan ik het melden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Bewaar je zelf je vondsten? 

Dat varieert. Ik spreek af met de eigenaar welke vondsten hij of zij wil houden, maar meestal zijn ze er niet in geïnteresseerd. Soms, wanneer het een belangrijke vondst is, schenk ik het in samenspraak met de grondbeheerder. Zo heb ik in Nieuwerkerke een muntschat gevonden en samen met de eigenaar gegeven aan de gemeente. In Halle-Booienhoven heb ik een grafvondst gedaan die ik direct gemeld heb, en die wordt nu tentoongesteld in de kerk van Zoutleeuw. Ik vind het wel jammer dat wanneer je een vondst weggeeft of naar een depot brengt dat het soms in een kist of doos belandt. Dan bewaar ik de vondsten liever zelf zodat zoekers die bij mij over de vloer komen ze toch nog kunnen bekijken.

Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen? 

Doe eerst goed opzoekwerk vooraleer je gaat zoeken. Probeer uit te zoeken wie de eigenaar is van het veld waar je wil zoeken. Zoek nooit op ingezaaide akkers – daar komt ruzie van. Als je een putje graaft, maak het ook terug dicht. Neem altijd je afval mee en al het zink, lood en blik; dat is slechts een kleine moeite. Ik heb drie zakjes aan mijn heuptas hangen: één is voor afval, een ander is voor mijn pinpointer en in de derde zak steek ik mijn vondsten. Probeer voorzichtig te reinigen. Reinig nooit agressief en gebruik geen chemische producten zolang je niet weet wat het is. Gooi ook niet te veel weg. Probeer als beginnende zoeker iemand te contacteren die al langer aan metaaldetectie doet en laat die persoon eens door het materiaal gaan dat je zou weggooien. Mijn bevinding is dat mensen veel wegdoen waarvan ze niet weten wat het eigenlijk is. Voor de rest: meld je vondsten. Via de tool van het Agentschap Onroerend Erfgoed gebeurt dit eenvoudig.

Wat zijn voor jou enkele karakteristieken van een bonafide detectorist? 

Hou je aan de regels. Als het terrein archeologisch beschermd is, ga er dan niet op zoeken. Zoek, meld en houd goede contacten met landbouwers. Ik denk als je alles doet wat ik bij de vorige vraag heb geantwoord, je jezelf een goede zoeker kan noemen.

Theo De Jonckheere – “Voor mij is elke vondst een schat op zich”

Benieuwd naar ervaringen van andere metaaldetectoristen? Maak kennis met Theo De Jonckheere, medebedenker van het tv-programma Metaalstrijd op PlattelandsTv!

Dag Theo, fijn dat je even tijd maakt voor dit gesprek! Kan je je even kort voorstellen?

Na mijn studies economie heb ik een twintigtal jaar gewerkt voor verschillende bedrijven. Daarna ben ik het onderwijs in gegaan en heb ik een kleine twintig jaar marketing en salesvakken gegeven aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Ik vond dat tof: ik heb gestudeerd,  gewerkt, ervaring opgedaan en daarna de kans gekregen om die opgedane kennis door te geven aan de volgende generatie. Bovendien doe ik al zo’n twintig jaar aan metaaldetectie. Ik ben opgegroeid aan de kust en toen ik trouwde, ben ik verhuisd naar Mechelen. Om die reden ga ik voornamelijk in de streek van Mechelen en aan de kust – mijn moeder woont daar nog – zoeken.

Vooraleer je een veld opgaat, doe je dan opzoekwerk? 

Wat je zeker niet mag doen, is gericht zoeken naar een bepaalde vondst. Gezien ik in Mechelen woon, keer ik logischerwijze vaak terug naar dezelfde locaties hier in de buurt. Dit zorgt ervoor dat ik de boeren van wie de velden zijn al goed ken en ook weet wat er zoal te vinden valt. Soms worden er ook zoekdagen georganiseerd op verplaatsing. Dan doe ik wel opzoekwerk. Zo bekijk ik de locatie op Geopunt, alsook op historische kaarten zoals die van de Ferraris. Ik probeer te weten te komen wat er zich op die plaats bevond of heeft afgespeeld.

Na het zoeken, probeer ik altijd te weten te komen wat ik heb gevonden. Er zijn bepaalde soorten vondsten die vaak terugkeren, zoals munten bijvoorbeeld, waardoor het identificeren dikwijls vlot gaat. Bovendien vormen de boeken van Van Houdt (Atlas der munten van België: van Kelten tot heden & Munten van Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden en van de Franse en Hollandse periode (1434- 1830)) een grote bron van informatie bij muntdeterminatie. Het probleem ligt voor mij eerder bij het reinigen dan bij het determineren. Sommige vondsten zijn zodanig gecorrodeerd dat je ze eerst moet restaureren, vooraleer je ze kan identificeren. Gelukkig heb ik mijn partner Arlette, die met veel geduld mijn mooiste vondsten reinigt en restaureert.

Hoe ga je praktisch te werk op het veld?

Hoe ik begin, is afhankelijk van welke oogst op het veld gestaan heeft. Het liefst zoek ik op aardappelvelden, want die zijn mooi vlak en daar kan je goed lijn per lijn lopen. Bij maïsvelden is dat iets anders; na de oogst blijven er dikke stoppels staan en die zijn zeer hard. Mijn tactiek is dan om dwars op de oogstlijnen van de maïs te wandelen, zodanig dat ik iedere keer tussen die maïsstroken ga. Er zijn intussen ook al verschillende apps die vertellen welke teelten op akkers staan of hebben gestaan, zoals die van de Vlaamse Overheid ‘LV-Agrilens’. Uit principe ga ik niet op een akker die ingezaaid is.

De laatste jaren zijn de landerijen voor lange periodes bezaaid waardoor de periodes van beschikbaarheid om op velden te zoeken een pak korter worden. Dat komt door de Europese wetgeving die boeren verplicht om groenbemesting te zaaien na het oogsten. Dit is uiteraard spijtig nieuws voor de metaaldetectoristen.

Ga je soms met anderen zoeken? Of is dat steeds alleen?

Ik vind het belangrijk om met anderen te zoeken. Vroeger spraken we met een groepje af op zondagmorgen in Mechelen. De ene bracht koffie mee, de andere cake en we gingen een voormiddag zoeken. Daarna toonden we de vondsten aan elkaar. Pas dan zie je dat de uitkomst veel rijker is dan wanneer je alleen op pad gaat. Als je met een aantal mensen een veld afzoekt dan komen er altijd mooie dingen boven. De kans bestaat dan ook dat je een week eens niets speciaals vindt, maar een andere detectorist wel. Dat maakt me even blij dan wanneer ik het zelf zou vinden. Binnen de metaaldetectiewereld heerst er soms onderling ook wat jaloezie, wat ik totaal niet nodig vind en dat wilden we ook duidelijk maken in Metaalstrijd, het tv-programma op PlattelandsTv. Ik vind het veel belangrijker om meer te weten te komen over de vondst en haar bredere context.

Wat zijn de leukste voorwerpen die je al gevonden hebt?

Eigenlijk is voor mij elke vondst een schat op zich. Elk voorwerp is een contact met iemand die het verloren is in het verleden. Het toont ook aan hoe mensen vroeger leefden. Als het mooi uit de grond komt en het is herkenbaar, dan maakt dit het voor mij interessant. In de buurt van Mechelen heb ik eens de oudste munt van Mechelen gevonden. Bij toeval woonde er in die straat juist een archeoloog dus die was eigenlijk bijna aanwezig bij de opgraving en heeft de munt dan helemaal beschreven.

Op het veld kom je ook andere dingen tegen dan op het strand. Ik weet nog altijd de eerste trouwring die ik teruggevonden heb. De achternaam van die persoon stond daar ook op, wat normaal niet zo is. Dankzij een medezoeker die bij de rijkswacht werkte – dat zou nu niet meer kunnen door de privacyregels – hebben we die personen teruggevonden. Toen bleek dat die ring al twaalf jaar verloren was en uiteindelijk heb ik dan de ring teruggegeven.

Hoe bewaar je je vondsten?

Ik probeer alles bij te houden, maar eerlijk gezegd, er zit wel wat rommel tussen. Er zijn veel vondsten die kapot zijn waarvan ik de waarde in vraag stel. Ik heb nu een grote houten schuifkast waar ik mijn vondsten in bewaar, maar ik weet ook dat dit niet de optimale bewaarmethode is. Voor de speciale vondsten heb ik wel specifieke zakjes en bakjes gekocht, maar ik zoek nog naar een algemene aanpak. Er wordt aangeraden om alles in plastieken doosjes te steken, maar dan is mijn zolder zo gevuld. Ik heb ook veel loden voorwerpen (soldaatjes, speelgoed, kogels), maar lood is giftig en de vondsten zijn meestal beschadigd. Met deze vondsten weet ik niet goed wat ik moet doen. Ik heb nu bijna twintig jaar ervaring en toch blijf ik nog met zoveel vragen zitten. Ik ben wel blij dat er sinds 2016 een regelgeving is, alsook dat het metaaldetectiegebeuren wat meer gekaderd wordt door Histories.

Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen?

Als je begint met metaaldetectie, lijkt het me een goed idee om eens mee te gaan met anderen die wat meer ervaring hebben. Ik denk dat het ook belangrijk is om je open te stellen. Zorg dat je de communicatie helder houdt tussen verschillende partijen. De houding ‘wat niet weet, niet deert’ zit er nog te veel in bij sommigen. Als er regels zijn, pas die toe. Geef ook zeker je vondsten aan, daarmee vul je de database aan en kan je een bredere of correctere kijk geven aan het verleden.

Als je nu enkele kenmerken zou moeten geven aan een bonafide metaaldetectorist, welke zijn dat dan?

Geduld. Er zijn dagen dat er niks uit de grond komt. Ook een portie nieuwsgierigheid is belangrijk. Je moet willen weten wat je vondst is en dit ook delen met anderen. En natuurlijk, interesse hebben in geschiedenis.

Wat is het doel van Metaalstrijd, het programma over metaaldetectie voor PlattelandsTV en wat houdt het in?

De motivatie was vooral om de geheimzinnigheid rond metaaldetectie weg te halen. Door te tonen hoe we te werk gaan, willen we de negativiteit die rond metaaldetectie hangt, proberen weg te werken. We willen duidelijk maken dat we niet naar een veld gaan om er zoveel mogelijk uit te halen.

Ook het communicatieve aspect was een belangrijke reden. We gaan geen moeilijke vragen uit de weg en we zijn klaar om samen te werken met erkende archeologen. We hebben namelijk dezelfde interesses dus laat ons daar open en eerlijk over praten. Maar ik heb wel de indruk dat er in de archeologiewereld nog mensen zijn die zich hiertegen verzetten. Het gaat dan voornamelijk om archeologen die slechte ervaring hebben met malafide detectoristen die bijvoorbeeld op archeologische sites gaan zoeken of hun vondsten niet melden. Gelukkig hebben de meeste archeologen wel al een meer open visie op metaaldetectie.

Bedankt voor het delen van je ervaringen en tips, Theo!

Uitleg geven over werking.

Vrijwilligers betrekken: omgaan met soorten engagement

Vrijwilligers betrekken: omgaan met soorten engagement

Uitleg geven over werking.

Wanneer mensen zich voor iets willen inzetten, kunnen ze dat niet altijd in dezelfde mate doen. Mensen verschillen onderling, maar ook over de tijd heen kan dit variëren. Dat hangt onder andere af van andere engagementen, maar ook de familiale of professionele situatie. De mate van betrokkenheid groeit ook. Je hebt dus verschillende participatieniveaus. Elk niveau is waardevol.

Participatieniveaus

We onderscheiden acht niveaus van betrokkenheid. Kijk je naar de meest betrokken groep, dan is die ook het kleinst. Als vereniging sta je best open voor de verschillende soorten betrokkenheid.

Figuur over hoe om te gaan met verschillen in engagement en tijdsinzet van mensen​

© David Nassen – IDEA Consult op basis New Power van Jeremy Heimans & Henry Timms

We starten met het lidmaatschap ‘omdat het zo hoort’. Deze leden zijn zelden aanwezig en volgen de werking vanop een afstand. Daarnaast hebben we de klant-leden die écht deelnemen. Ze komen naar een tentoonstelling, vullen een bevraging in, liken iets op Facebook, enzovoort.

Als leden zich meer inzetten en inhoud of ideeën van de organisatie met de buitenwereld beginnen delen, verschuiven ze naar de groep van actieve leden. De zichtbare leden delen de inhoud van anderen in de organisatie. Betrokken leden gaan een stap verder. Ze tekenen een petitie, uiten zich als actieve leden, komen naar een protestactie of participatie-avond. Wanneer deze personen de inhoud en ideeën van anderen uit de organisatie beginnen aanpassen of aanvullen, worden ze meewerkende leden. Ze delen bijvoorbeeld een bericht en geven er zelf uitleg bij of lezen een nota na en geven feedback.

Vanaf het moment dat leden tijd, geld of iets dergelijks in de werking gaan investeren, spreken we van ‘eigenaar-leden’. Zo hebben we de kernleden die bijvoorbeeld zelf kopieën maken om te verspreiden, regelmatig tijd vrijmaken of extra middelen doneren, enzovoort. Als een lid meewerkt aan de inhoud van een debat, een deel van een nota voorbereidt of een filmpje maakt, spreken we over een werkend kernlid. Het laatste niveau is het trekkende kernlid. Deze geeft vorm en waakt over de principes, waarden en doelen van de werking. Dit lid werkt bijvoorbeeld mee aan het concept van een actie, een ambitienota ofde strategie.

Waarom rekening houden met verschillende soorten engagement?

Beeld je dit scenario eens in:

Jan, 19 jaar oud, is lid van zijn lokale jeugdhuis. Hij ziet dat de erfgoedraad een participatieavond organiseert om de behoeften van de verenigingen ten aanzien van het gemeentelijk archief te verzamelen. Nadien zou een nota daarrond voorgelegd worden aan het gemeentebestuur. Jan wil zijn jeugdhuis die dag wel vertegenwoordigen. Hij is student politieke wetenschappen en reeds zeer actief in de studentenraad. De erfgoedraad vraagt hem om mee op de barricade te gaan staan en kernlid te worden. Dit is echter niet wat Jan wil, en hij deinst terug om zich voor die participatieavond te engageren.

Wat is hier gebeurd? Dit was zijn eerste stap als lid, maar aan Jan wordt te snel te veel engagement gevraagd dat hij niet kan geven. Dit schrikt hem af.

Het is begrijpelijk dat je nieuwkomers of geïnteresseerden direct wil integreren in je vereniging. Zeker als je in je bestuur nog open plaatsen hebt die dringend opgevuld moeten worden. Dit schrikt echter af. Je moet tijd en ruimte creëren, zodat nieuwe leden actieve leden worden. Nadien kunnen ze eventueel bestuursleden worden. Een handige tip daarbij is om open te staan voor nieuwe drijfveren. Die kunnen voor een nieuwe instroom van leden zorgen. Het is logisch om mensen op hun talenten aan te spreken, maar het is ook nodig om na te gaan welke talenten ze willen inzetten. Misschien willen ze net iets heel anders doen dan waarmee ze professioneel bezig zijn.

 

Wil je verder aan de slag gaan met deze praktijktip?

Bekijk hier dan de vorming, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Wat verzamelen we?

Wat geef jij door aan de volgende generatie?

Wat geef jij door aan de volgende generatie?

Wat verzamelen we?

Thuis verzamelen we heel wat dingen die voor ons en onze omgeving een bijzondere betekenis hebben. Een souvenir dat we meebrachten van op reis, foto’s van een memorabel moment, een verzameling objecten verbonden aan onze passie die we jaren geleden zijn gestart en verder aanvullen …

Voor ons zijn dergelijke hebbedingen waardevol, maar hoe denkt onze omgeving erover? Als we over onze passie vertellen en meegeven waarom onze verzameling zo betekenisvol is, kunnen we samen beoordelen of we ze willen doorgeven aan de volgende generatie. Zo ontstaat erfgoed dat van betekenis is voor onze directe omgeving of, meer nog, voor de buurt, voor een regio of, wie weet, zelfs voor Vlaanderen.

Waarderen

Vaak situeert die waarde zich niet in het financiële. Ieder voorwerp draagt heel wat in zich. Zo kan iets omwille van zijn schoonheid, betekenis binnen een groep, de herinnering die het oproept enzovoort … de moeite worden bevonden. Samen overleggen waarom het de inspanning waard is om het te bewaren zorgt ervoor dat een voorwerp voor meerdere mensen duidelijker een echt erfgoedobject is. Zo’n proces noemen we waarderen.

Meerdere betekenissen

Om te bepalen wat erfgoed uit een thuiscontext is, moet je samen met anderen (uit jouw familie, vereniging, straat, buurt of dorp …) waarderen. Voor iedere generatie zijn andere zaken de moeite. Voor iemand die graag in de keuken staat, zullen andere voorwerpen van belang zijn dan voor wie zijn eten altijd aan huis laat leveren. Nodig mensen uit je omgeving uit en vraag hen om een object mee te brengen dat hen een thuisgevoel geeft. Dan kunnen jullie elkaar vragen stellen zoals:

  • Wat is je favoriete voorwerp ?
  • Roept het object herinneringen op?
  • Vind je het mooi?
  • Wat fascineert jou, welk verhaal vertelt het object?
  • Welke van de voorwerpen wil je behouden voor de volgende generaties? Welke niet en waarom?

Door elkaars mening te delen geef je een nieuwe dimensie aan het object en ontdek je vaak meerdere waarden en betekenissen. Waak erover dat één persoon de taak op zich neemt om anderen enthousiast te maken voor het delen van hun passie. Respecteer ook elkaars mening: elke mening telt, ook al wijkt ze af. Dan pas wordt het boeiend en worden alle waarden zichtbaar.

Denk verder bijvoorbeeld ook eens aan de organisatie van ‘een Museum voor een Dag’. Spreek vooraf, in de aanloop naar Erfgoeddag, met een erfgoedgemeenschap of buurt af om objecten te verzamelen over een specifiek thema. Iedereen brengt voorwerpen mee en deelt zijn verhalen met het publiek. Voorbijgangers worden aangespoord om eveneens objecten aan te brengen en hun verhalen te delen. Zo ontstaat stilaan een Museum voor een Dag. En … erfgoed speelt hier een rol als verbindende factor. Je leert mensen kennen en wie weet legt het de kiem voor een groep in de buurt of rond een specifiek thema?

Schatten op het spoor

Bij heel wat mensen thuis bevindt zich een schat aan foto’s. Van een heleboel verenigingen, bedrijven … is dat fotomateriaal zelfs het enige overgebleven spoor. Niet iedereen kan de waarde van deze afbeeldingen goed inschatten. Daardoor zijn ze vroeg of laat onvindbaar, of worden ze vernietigd. Je kan als organisatie proberen om die afbeeldingen op het spoor te komen, bijvoorbeeld met een scandag. Gedurende enkele uren plaats je een scanner op een aangekondigde plaats en nodig je mensen uit om langs te komen. Je kan de meegebrachte foto’s digitaliseren en zo jouw collectie groter maken. De eigenaar krijgt zijn afbeelding uiteraard terug, samen met een gedigitaliseerd exemplaar. Maak de actie gerichter door aan te geven naar wat je op zoek bent, bijvoorbeeld in het kader van een tentoonstelling of tijdschriftartikel.

Je kan ook ruimer gaan, met andere dragers zoals film of dia’s. En ook ander erfgoed komt in aanmerking. En mocht blijken dat je scanner de toevloed niet aankan, dan heb je toch een beeld van wat er zich thuis bij mensen bevindt. Een extra scandag is gemakkelijk georganiseerd.

Waar je  best op let:

  • Hou rekening met de goede praktijk van scannen en digitaal bewaren. Je legt best uit welke kwaliteit de organisatie nastreeft.
  • Geef ook uitleg (bij voorkeur in een schenkingsovereenkomst) over wat je met de foto’s gaat doen (GDPR/auteursrechten/…).
  • Probeer van de schenkers te horen welk verhaal de foto toont: wie staat er op, wat is de gelegenheid, waar en wanneer is de foto genomen, wat is er bijzonder, …?

Meer weten?

  • In het dossier ‘Wat is waarderen?’ op de Erfgoedwijzer lees je meer info over waarderingstrajecten.
  • Inspiratie en praktische tips voor het organiseren van een Museum voor een Dag vind je hier.

 

Oorspronkelijk gepubliceerd in de Inspiratiebrochure Erfgoeddag 2024. Auteurs: Anne-Cathérine Olbrechts en Hendrik Vandeginste. 

Anne-Cathérine is adviseur behoud en beheer bij FARO. Hendrik Vandeginste is consulent bij Histories.

Foto via Pexels.

Vier personen buigen zich over een deel van hun collectie.

Wat motiveert vrijwilligers? Het verschil tussen oude en nieuwe drijfveren

Wat motiveert vrijwilligers? Het verschil tussen oude en nieuwe drijfveren

Beeld je dit scenario in:

Vier personen buigen zich over een deel van hun collectie.

Emma leest in de brochure van haar lokale heemkundige kring dat deze nauwer wil samenwerken met het gemeentebestuur. Dit wekt haar interesse en ze wil haar communicatievaardigheden inzetten om de vereniging te helpen een nota te schrijven aan het gemeentebestuur. Ze krijgt echter te horen dat alleen bestuursleden zich hiermee (mogen) bezighouden. Aangezien ze noch de ambitie, noch de tijd heeft om in het bestuur van de heemkundige kring te gaan, wijst ze het aanbod af. Hierdoor eindigt haar contact met de kring.

Wat is hier gebeurd? Emma’s drijfveren komen niet overeen met de verwachtingen van de heemkundige kring.

Oude en nieuwe drijfveren

Onze drijfveren om ons voor iets in te zetten zijn geëvolueerd. We onderscheiden ‘oude’ of traditionele drijfveren en nieuwe drijfveren. Universiteiten, ziekenhuizen, maar ook traditioneel georganiseerde verenigingen werken vanuit ‘oude’ waarden.

Recente bewegingen als de Klimaatbeweging, Black Live Matters, Extension Rebellion, maar ook platformen als Wikipedia, Facebook-groepen of online communities bouwen invloed op via nieuwe drijfveren. Zowel traditionele als nieuwe drijfveren kunnen waardevol zijn, maar ze vragen elk een andere aanpak vanuit de organisatie. In een vereniging kunnen mensen met beide soort drijfveren meewerken.

Hoe speel je in op de verschillende drijfveren?

Onderstaand model zet de ‘oude’ en ‘nieuwe’ drijfveren naast elkaar en illustreert ze met de werkwijze die op deze drijfveren inspeelt.

 

Model zet de ‘oude’ en ‘nieuwe’ drijfveren naast elkaar en illustreert ze met de werkwijze die op deze drijfveren inspeelt.

Tussen traditionele en nieuwe drijfveren zijn verschillen, maar ze hoeven niet te botsen. Het betekent niet dat jouw vereniging voor het een of het andere moet kiezen. Een vereniging staat best open voor beide soorten drijfveren.

Oude drijfveren worden gelinkt aan langdurig engagement, wat deze mensen interessant maakt voor bestuurstaken. Daarbij is continuïteit een meerwaarde . Voordelen van nieuwe drijfveren zijn dan weer:

  • Een nieuwe wind die kan waaien
  • Meer kritische massa
  • Een bredere groep mensen die zich aangetrokken voelt tot de werking.

 

Wil je verder aan de slag gaan met deze praktijktip?

Bekijk hier dan de vorming, gegeven door David Nassen (expert bij IDEA).

Via deze link bekijk je de praktijktip als pdf.

 

Wil je meer te weten komen over hoe je nieuwe leden aantrekt, draagvlak creëert en samenwerkt met andere verenigingen om lokaal erfgoed te beschermen? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.

Welke verzekeringen moet een erfgoedvereniging best wel hebben? 

Welke verzekeringen moet een erfgoedvereniging best wel hebben?

Sinds januari 2007 zijn dankzij de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers vele verenigingen verplicht  om een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid te nemen voor de organisatie. Het brengt ons tot de vraag: welke verzekeringen zou een goedwerkende erfgoedvereniging eigenlijk moeten hebben?

Alle vzw’s en vele feitelijke verenigingen zijn sinds januari 2007 door de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers verplicht een verzekering buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid te hebben voor de organisatie. Best neemt men echter tegelijkertijd ook, liefst in dezelfde polis, een verzekering buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de vrijwilligers. Enkel de feitelijke verenigingen die niet verbonden zijn aan een vereniging met personeelsleden (dit kan een organisatie met rechtpersoonlijkheid zijn of een andere feitelijke vereniging) en ook zelf geen personeelsleden tewerk stellen, moeten zich niet verplicht verzekeren. Deze feitelijke verenigingen moeten de vrijwilligers dan wel informeren dat ze geen verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid hebben en dat de vrijwilligers dus persoonlijk aansprakelijk kunnen gesteld worden. Het is evenwel aan te raden dat elke erfgoedvereniging over deze verzekering zou beschikken.

De wet stelt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie ten opzichte van haar vrijwilligers geldt bij het verrichten van vrijwilligerswerk. Dat houdt in dat de organisatie burgerlijk aansprakelijk gesteld kan worden voor de fouten van de vrijwilligers waaruit schade ontstaat t.a.v. derden, zowel tijdens de activiteit als op weg van en naar de activiteit. De wet regelt het zo dat de organisatie niet zelf een verzekering voor motorrijtuigen van vrijwilligers moet afsluiten. Door de wet wordt immers de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen uitgebreid. Als een vrijwilliger dus tijdens de activiteiten of op weg van en naar de activiteiten van de organisatie met zijn eigen wagen rijdt en als er door zijn fout schade aan derden veroorzaakt werd, kan de vrijwilliger een tussenkomst vragen van de (eigen) verzekeraar BA-motorrijtuigen. De vrijwilligers zelf zijn vanaf nu enkel nog persoonlijk aansprakelijk voor de door hen veroorzaakte schade in geval van bewezen bedrog, zware fout of bij herhaalde lichte fout. Voor alle andere schade die vrijwilligers aan derden veroorzaken kunnen ze niet persoonlijk burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.

Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw ontwikkelde een polis voor hun gratis vrijwilligersverzekering. Ze stellen dat het zeker de moeite loont om hier tips uit te halen voor een eigen verzekering en geven ook tips op hun website hierover: scrol naar onder op de pagina van het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk over informatie- en verzekeringsplicht tot bij het stuk over verzekeringsplicht en klik op 'een goede verzekering'.

Via de het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk kan men sinds 1 januari 2018 trouwens ook inschrijven op de gratis collectieve verzekering van Vlaanderen. Deze verzekering vervangt de voormalige collectieve verzekering voor vrijwilligers die aangeboden werd door de Provinciale Steunpunten Vrijwilligerswerk. Nadeel is wel dat de gratis vrijwilligersverzekering te beperkt is voor erfgoedverenigingen met veel activiteiten. De organisatie kan per kalenderjaar gratis maximum 1000 vrijwilligersuren verzekeren. Via deze link kan je meer informatie vinden over de gratis vrijwilligersverzekering. Ook sommige (provinciale) koepels ontwikkelen initiatieven om hun leden de verplichte verzekering aan te bieden.

Een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA) is niet hetzelfde als bestuurdersaansprakelijkheid. Een polis BA bestuurdersaansprakelijkheid is erop gericht de bestuurders als “leiders” of “vertegenwoordigers van de organisatie te beschermen”. Een bestuurslid van een vzw draagt immers een bestuurdersaansprakelijkheid: hij/zij heeft een taak tegenover de organisatie (o.a. goed bestuur) en tegenover de buitenwereld (o.a. vertegenwoordiging van de organisatie). Het is ook aan te raden uw bestuur hiervoor te verzekeren, ook al is deze niet verplicht. De gevolgen (ook al komen ze niet zo vaak voor) kunnen immers zeer zwaar zijn voor bestuurders.

Naast de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid is het voor een erfgoedvereniging zeker aan te raden een verzekering lichamelijke ongevallen af te sluiten. Als we spreken over een ongeval bedoelen we een ‘plotse gebeurtenis die een persoon treft of overkomt’, en waardoor hij/zij lichamelijke letsels oploopt. Als hierbij geen derden in het spel zijn of verantwoordelijk zijn kan de schade niet vergoed worden via een polis burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Een ongeval is echter vlug gebeurd: in een archief kan men bijvoorbeeld een ongelukkige val doen of een stapel archiefdozen op zich krijgen. Wie zal dan de dokterskosten boven de terugbetaling van het ziekenfonds betalen? En wat als de vrijwilliger hierdoor voor een periode niet in staat is om te werken? Wie vangt dan het inkomensverlies op? Dergelijke verzekering valt wel tamelijk duur uit voor een kleine vereniging en is soms zwaar om dragen, maar toch wegen de nadelen niet op tegen de voordelen.

Ook rechtsbijstand is een aan te raden verzekering. Rechtsbijstand gaat over de ondersteuning van de vrijwilliger als hij/zij betrokken raakt in een rechtszaak, om experten te kunnen aanduiden, een advocaat te betalen, kortom ervoor te zorgen dat de rechten van de persoon in kwestie zo goed mogelijk en onafhankelijk verdedigd worden. Dergelijke verzekering is zeker niet duur en altijd aangeraden om mee te nemen.

Niet alle erfgoedverenigingen gebruiken een gebouw, maar als dit wel het geval is, moet men uiteraard ook over een brandverzekering beschikken, hetzij als eigenaar (ook voor de inboedel), hetzij als huurder (huurdersaansprakelijkheid, tenzij door de eigenaar uitdrukkelijk afstand van verhaal is afgesproken).

Door de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers worden vrijwilligersverenigingen verplicht om de vrijwilligers op de hoogte te brengen van de aangegane verzekeringen. Je kan dit melden op de website of je kan ook werken met een vrijwilligersinformatienota of afsprakennota. Via deze link vind je hiervoor modellen: https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/modeldocumenten/ klik door naar de bovenste afsprakennota.

Via deze link kan je nog verdere informatie vinden over het verzekeren van vrijwilligers: https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/vrijwilligers-verzekeren/

 

 

Witte kassa: verplicht voor lokale erfgoedverenigingen?

Witte kassa: verplicht voor lokale erfgoedverenigingen?

Baat jullie lokale erfgoedvereniging een heemcafé uit of organiseert ze geregeld eetfestijnen? Dan is ze sinds kort misschien verplicht om met een geregistreerd kassasysteem (GKS), de zogenaamde ‘witte kassa’, te werken.

Wat?

Het Geregistreerd Kassasysteem (GKS) of de witte kassa bestaat uit een kassa met een controlemodule (black box) en een gepersonaliseerde kaart (smartcard). Zonder controlemodule en kaart werkt de kassa niet. Het hele systeem moet door een bevoegde overheid gecertificeerd worden. De maatregel vloeit voort uit een akkoord dat de regering in 2009 sloot met de horecasector: een verlaging van het btw-tarief naar 12% kon enkel wanneer de sector akkoord ging met de invoering van een GKS dat een efficiëntere fraudebestrijding mogelijk maakte.

Voor wie?

Btw-plichtige vzw’s die een zaak uitbaten waar regelmatig maaltijden worden verbruikt moeten een btw-kasticket uitreiken via een Geregistreerd Kassa Systeem (GKS), als zijn jaaromzet, exclusief btw, voor die restaurant- en cateringdiensten hoger is dan 25.000 euro.

Dit bedrag van 25.000 euro vervangt dus de term ‘regelmatig’ uit het oude artikel 21bis. Die term verviel op 30 juni 2016, omdat hij, na het vernietigen van de 10 % – regel, teveel ruimte liet voor interpretatie.

Vergeet ook niet dat alle btw-plichtige vzw’s die maaltijden serveren sinds januari 2015 sowieso btw-bonnetjes moeten uitreiken voor voeding en drank.

Of jouw lokale erfgoedvereniging btw-plichtig is, kan je nagaan in het artikel dat hierover eerder al verscheen in Bladwijzer. Is jullie erfgoedvereniging geen btw-plichtige vzw, dan hoeft ze zich van dit alles niets aan te trekken.

Wat doen?

Ben je een btw-plichtige vzw die meer dan 25.000 euro van haar horeca-omzet uit voeding haalt? Dan moet je dit melden bij de FOD Financiën. Vanaf begin 2017 gelden er geen verzachtende maatregelen meer en zou elke inrichting die een GKS moet gebruiken, er één moeten hebben.

Alle informatie vind je op deze site: www.geregistreerdkassasysteem.be.

Voor meer informatie kan je eveneens terecht bij Daphné Maes via daphne.maes@historiesvzw.be of op het nummer 015 20 51 74.