Erik Van Hemelrijck, eigenaar van de Oyenbrugmolen en vrijwilliger en Jean-Paul Windelen, vrijwilliger.

De Oyenbrugmolen: erfgoed dat blijft meedraaien in de samenleving

De Oyenbrugmolen: erfgoed dat blijft meedraaien in de samenleving

Erik Van Hemelrijck, eigenaar van de Oyenbrugmolen en vrijwilliger en Jean-Paul Windelen, vrijwilliger.

Erik (links) en Jean-Paul (rechts).

In Grimbergen draait de Oyenbrugmolen nog altijd op volle kracht. Niet alleen dankzij eeuwenoude ambacht, maar vooral dankzij een enthousiaste groep vrijwilligers die van deze historische watermolen een levendige plek maken waar erfgoed, gemeenschap en landschap elkaar versterken.

VAN EEN MONUMENT EEN LEVENDE MOLEN MAKEN

Erik en zijn vrouw Linda zijn al 45 jaar eigenaar van de Oyenbrugmolen in Grimbergen. Na hun pensioen besloten ze zich volledig te focussen op de werking van de watermolen.

Dat doen Erik en Linda niet alleen. Zo’n veertig vrijwilligers zorgen ervoor dat de molen opnieuw leeft. Sommigen komen wekelijks, anderen springen af en toe eens bij, bijvoorbeeld tijdens evenementen. Allemaal dragen ze bij aan hetzelfde doel: het ambacht achter de molen bewaren en doorgeven.

‘Met de molen levend maken bedoelen we dat we de molen willen laten werken en zijn functie in de lokale gemeenschap verderzetten. Het is een kwestie van zorg dragen. Erfgoed is niet van jou alleen, je houdt dat in stand voor volgende generaties.’ – Erik

De gevel van de Oyenbrugmolen, met huisnummer en plakaat.

Jean-Paul is een van die vrijwilligers. Hij kwam in 2017 via een molenfeest, een evenement waar de werking van de molen aan een breed publiek wordt getoond, bij de Oyenbrugmolen terecht. Sindsdien is hij een vaste waarde binnen het team. Zijn engagement leerde hem dat vrijwilligerswerk onmisbaar is in de lokale gemeenschap: ‘De vrijwilligers zijn er écht voor elkaar. Niet alles hoeft transactioneel zijn.’

Daarnaast zijn zowel Jean-Paul als Erik actief bij het Museum voor Oude Technieken, waar ze in contact komen met een brede groep erfgoedliefhebbers. Via die contacten vinden nieuwe mensen hun weg naar de molen. ‘We hebben ook een digitale nieuwsbrief met 1.500 abonnees, zo blijven mensen op de hoogte van onze werking,’ vertelt Erik.

ONVERWACHTE UITWISSELINGEN

De Oyenbrugmolen is vandaag opnieuw een plek waar je ziet hoe eten gemaakt wordt, van begin tot einde. Graan malen, brood bakken, fruit verwerken: bezoekers volgen het volledige proces. ‘Bezoekers komen hier met familie of vrienden. Zo groeit een warm netwerk van wie houdt van erfgoed,’ zegt Jean-Paul.

‘Voor mij is die lokale verbinding de belangrijkste reden waarom ik vrijwilligerswerk doe.’ – Jean-Paul

Tijdens maal- en bakdagen in het bakhuis t’ Ovenbuur komt de site echt tot leven. Bezoekers kopen brood, maar zien ook hoe het gemaakt wordt. Het resultaat? Vrijwilligers leren van elkaar én van bezoekers. ‘Een bakker heeft ons ooit bijvoorbeeld uitgelegd hoe we onze broodjes meer kunnen doen glanzen. Zo blijven we altijd bijleren!’ lacht Erik.

Een groep bezoekers luistert naar de uitleg van Erik Van Hemelrijck, eigenaar van de Oyenbrugmolen.

Bezoekers krijgen een blik achter de schermen tijdens de maaldagen.

‘Als mensen op bezoek komen, kom je in contact met nieuwe perspectieven en kennis.’ – Erik

Door zelf de verschillende stappen van het maal- en bakproces te doorlopen, zien bezoekers en vrijwilligers hoeveel kennis, tijd en arbeid achter dagelijkse producten schuilgaat. ‘Het stoken van de oven is absoluut geen simpele taak, daar heb je kennis en geduld voor nodig,’ vertelt Erik. ‘Als je ziet hoeveel werk er achter de schermen kruipt om dagelijkse producten te produceren, leer je het product op je bord beter te appreciëren,’ vult Jean-Paul aan.

DE MOLEN EN ZIJN OMGEVING

De molen kan niet los gezien worden van de Maalbeek en het omliggende landschap. De waterloop maakt het mogelijk dat het rad blijft draaien en de molen geeft op zijn beurt het landschap ook mee vorm.

Die wisselwerking is vandaag zichtbaar via projecten met partners zoals de Vlaamse Landmaatschappij. Zo is aan de overkant een hoogstamboomgaard aangelegd met oude fruitrassen die tegen een stootje kunnen. Dat sluit mooi aan bij de werking van de molen: het fruit wordt daar verwerkt tot taarten en vlaaien. ‘Dat is pas circulair werken!’ zegt Erik fier. Grondstoffen komen niet van ver, maar uit de directe omgeving.

EEN OUD EN NIEUW ENERGIESYSTEEM

De Maalbeek is al eeuwenlang de energiebron van de Oyenbrugmolen: ‘Hoe die waterloop energie opwekt is ook vandaag heel relevant,’ vertelt Erik.

De Oyenbrugmolen en haar omgeving.

Zo werd enkele jaren geleden de molen uitgerust met een waterkrachtcentrale, na een project met Ecopower. Het waterwiel drijft nu ook een generator aan die groene stroom opwekt. ‘Soms moeten we terugkijken naar het verleden. Naar hoe mensen toen omgingen met beperkte middelen en grondstoffen,’ vertelt Jean-Paul. Door waterkracht te gebruiken als energiebron, past de molen een eeuwenoud principe toe op hedendaagse energie-uitdagingen.

Toch is de energie van de Maalbeek niet constant. Omdat het waterpeil schommelt, varieert ook de stroomproductie. Soms levert de molen stroom aan het net, soms moet ze energie afnemen. Samen met energiecoöperatie Noordlicht wordt gezocht naar lokale oplossingen voor overschotten. Eén van die oplossingen: de woongemeenschap van de molen uitbouwen tot een co-housing.

In de toekomst willen de vrijwilligers verschillende energiebronnen combineren: waterkracht met aqua- en geothermie, waar warmte uit het water van de maalbeek en de bodem wordt gehaald. Zo hopen ze een stabieler en zelfvoorzienend energiesysteem uit te bouwen voor de woning en de gemeenschap.

GEEN OF-OF VERHAAL

De werking van de Oyenbrugmolen toont ook de uitdagingen van vandaag. ‘De bevoegdheden zijn erg versnipperd,’ zegt Erik. Een watermolen zit tegelijk in erfgoed-, natuur- en waterbeleid, en dat leidt soms tot spanningen. Zo wil de Vlaamse Milieumaatschappij bijvoorbeeld de vismigratie verbeteren, maar vormt het molenrad een obstakel. ‘Er wordt vaak vanuit aparte kaders gekeken, daardoor is er soms te weinig overleg,’ zegt Jean-Paul.

Voor de vrijwilligers is het echter geen of-of-verhaal: erfgoed bewaren en hedendaagse uitdagingen aanpakken moet samen gebeuren, niet naast elkaar.

EEN LES VOOR VANDAAG

De Oyenbrugmolen bewijst: erfgoed hoeft geen stilstaand monument te zijn. Door bezoekers, vrijwilligers en partners actief te betrekken, groeit de molen uit tot een plek van uitwisseling en reflectie. Niet alleen over hoe het vroeger was, maar ook over hoe we vandaag omgaan met energie, voedsel en landschap.

‘Erfgoed kan perfect ingezet worden om maatschappelijke vragen bespreekbaar te maken. Je moet jezelf de vraag stellen wat een publiek kan leren uit je erfgoedpraktijk.’ – Erik

Erik en Jean-Paul zijn twee van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier.

Portret van heemkundige Frans Vandenhende

Erfgoed als ontmoetingsplek: de herbestemming van de kerk van Ooike

Erfgoed als ontmoetingsplek: de herbestemming van de kerk van Ooike

Portret van heemkundige Frans Vandenhende

In juli 2023 nam de Heemkundige Kring Bouveloo uit Wortegem-Petegem haar intrek in de Sint-Amanduskerk van Ooike. Wat ooit een eenvoudig kerkgebouw was, is vandaag een levendig erfgoedhuis én een warme ontmoetingsplek. Voorzitter Frans Vandenhende vertelt hoe de herbestemming tot stand kwam. ‘Wij hebben de kerk niet gekozen,’ zegt hij. ‘De kerk heeft ons gekozen.’

EEN GROTE VERANTWOORDELIJKHEID

De herbestemming van de kerk van Ooike kwam er niet vanzelf. Ze was het resultaat van nauwe samenwerking tussen de heemkundige kring, de gemeente, de kerkfabriek en het bisdom. De kerkfabriek klopte zelf aan bij Bouveloo met de vraag of zij het zagen zitten om de kerk nieuw leven in te blazen. Dankzij hun eerdere inventarisatie van het erfgoed van de vijf kerken in Wortegem-Petegem, hadden ze al bewezen dat ze zorgvuldig en deskundig met erfgoed omgaan.

Toch was er twijfel. ‘Het is een grote verantwoordelijkheid,’ geeft Frans toe. ‘Maar we besloten om het te proberen.’

ERFGOED ALS HEFBOOM VOOR ONTMOETING

De Sint-Amanduskerk van Ooike.

De Sint-Amanduskerk van Ooike

Van bij het begin was één ding duidelijk: het erfgoedhuis moest een plek worden voor iedereen. Dat sluit aan bij de oorspronkelijke rol van de kerk als middelpunt van het dorp. ‘Op dit moment zijn wij het enige contactpunt in Ooike waar mensen elkaar nog kunnen ontmoeten,’ vertelt Frans.

Het erfgoedhuis straalt rust uit. Wie binnenkomt, voelt zich meteen welkom. ‘Voor veel mensen is dit een moment om even te vertragen,’ zegt Frans. ‘De tijd staat hier een beetje stil. Ze gaan even terug naar vroeger.’

Het contact is laagdrempelig en menselijk. Er is altijd iemand aanwezig om bezoekers te ontvangen.

‘Het zit hem in kleine dingen. Mensen doen graag een babbeltje, dat blijft belangrijk in onze tijd,’ benadrukt hij. ‘Het is niet ons erfgoedhuis, het is van iedereen.’

KWESTIE VAN GEZOND VERSTAND

Kan erfgoed duurzaam zijn? Voor Frans is het antwoord volmondig ja. Die overtuiging vertaalde zich ook in de herbestemming van de kerk. Het gebouw bleef intact, met respect voor zijn karakter en sereniteit. ‘Je moet werken met wat er al is en stap voor stap vooruitgaan. Zo behoud je de ziel van het gebouw.’

‘Erfgoed is per definitie duurzaam. Het gaat over het bewaren van wie we zijn.’

De inrichting gebeurde met recuperatiemateriaal. Dat maakte het project niet alleen duurzaam, maar ook betaalbaar. Een oude scanner uit het stadsarchief van Oudenaarde kreeg een tweede leven in het archief. De vitrinekasten komen van de Zusters en Broeders van Liefde. ‘Het is vooral een kwestie van gezond verstand,’ besluit Frans.

VRIJWILLIGERSWERK MET HART EN ZIEL

De leden van de heemkundige kring halen veel voldoening uit hun engagement. Ze willen dicht bij de gemeenschap staan.

‘Je moet niet te hoog van je kansel roepen,’ zegt Frans. ‘Organiseer warme, laagdrempelige activiteiten.’

De missie is helder: het verleden bewaren, zodat er iets blijft hangen voor de toekomst.

De kracht van Bouveloo zit ook in de groepscultuur. Vrijwilligers zorgen voor elkaar en werken als een hechte ploeg. Frans is al bijna twintig jaar voorzitter en denkt nog niet aan stoppen.

‘De voldoening zit niet in geld,’ zegt hij. ‘Ze zit in er zijn voor elkaar.’

KLEINE ACTIES, GROOT BEREIK

Bezoekers tijdens een tentoonstelling over genealogie in de Sint-Amanduskerk van Ooike

De tentoonstelling over genealogie lokte heel wat bezoekers naar de Sint-Amanduskerk.

Dankzij de verhuis naar de kerk kon de werking uitbreiden. Het erfgoedhuis biedt ruimte voor tentoonstellingen, een archief, evenementen en zelfs een café. Dat opent nieuwe deuren voor publiekswerking. Ook buiten de muren blijft de kring actief. Zo brengen vrijwilligers de publicaties zelf rond bij hun 480 abonnees. ‘We gebruiken bewust geen post,’ vertelt Frans. ‘Dat is ook duurzaam, maar vooral sociaal. Mensen zijn blij ons te zien, we gaan even binnen voor een praatje.’

Wandelingen en fietstochten blijken dan weer ideaal om gezinnen en een jonger publiek te bereiken. ‘Met sportievere activiteiten spreken we andere mensen aan,’ zegt Frans. Niet elk experiment is een succes. Een tafelvoetbaltoernooi rond een voetbalexpo lokte geen volk.

MOTOR VAN DUURZAAMHEID EN VERBONDENHEID

Het verhaal van de Heemkundige Kring Bouveloo toont dat je met beperkte middelen, gezond verstand en interactie met de gemeenschap een groot verschil kan maken. Erfgoed hoeft niet vast te roesten in het verleden. Het kan een motor zijn voor ontmoeting, duurzaamheid en verbondenheid.

Frans is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier 

Foto van Luc Versmissen, drijvende kracht achter Fruitwei Zammelen. Hij zit op de grond tussen de appelen.

Fruitwei Zammelen bewaart het Haspengouwse erfgoedlandschap

Fruitwei Zammelen bewaart het Haspengouwse erfgoedlandschap

Foto van Luc Versmissen, drijvende kracht achter Fruitwei Zammelen. Hij zit op de grond tussen de appelen.

In Zammelen staan de karakteristieke hoogstamboomgaarden symbool voor het Haspengouwse landschap. Maar dat erfgoed staat onder druk. Veel boomgaarden verdwijnen of raken in verval. Twee jaar geleden besloot Luc Versmissen, de drijvende kracht achter Fruitwei Zammelen, daar iets aan te doen: hij organiseerde een boomgaardcafé voor eigenaars uit het dorp. Wat begon als een gesprek rond gedeelde bezorgdheden, groeide uit tot een buurtinitiatief dat erfgoed, biodiversiteit en buurtbewoners met elkaar verbindt.

DE ZORG OM EEN VERDWIJNEND LANDSCHAP

De hoogstamboomgaarden in Haspengouw zijn een unieke troef voor de regio. Toch zag Luc hoe ze steeds vaker verwaarloosd raakten. ‘Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de fruitteelt in Limburg grondig,’ begint Luc. Kleinschalige boomgaarden vroegen veel onderhoud en brachten weinig op. Eigenaars stonden er vaak alleen voor, bomen en hagen werden niet vervangen en oude toegangspoorten – de typische ‘briers’ – raakten in verval.

HET BOOMGAARDCAFE

Een hoogstamboomgaard in Zammelen.

Een typisch Haspengouwse hoogstamboomgaard.

Om de toekomst van de hoogstamboomgaarden in Zammelen veilig te stellen, organiseerde Luc samen met het Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren, de lokale afdeling van Natuurpunt en gastenverblijf De Tuin van Agatha een boomgaardcafé. Zijn ambitie? Inzicht krijgen in de noden, bezorgdheden en uitdagingen van de boomgaardeigenaars uit het dorp – geen professionelen, wel Zammelaars die met zorg en passie een kleine(re) boomgaard onderhouden naast hun dagelijkse job.

Tijdens het café wisselden de eigenaars ervaringen uit over onderhoud, biodiversiteit en de historische waarde van hun boomgaarden. Het was een laagdrempelig initiatief: koffie, een klein hapje en een vriendelijke sfeer zorgden ervoor dat iedereen zich welkom voelde, van beginnende tot ervaren eigenaars.

Het boomgaardcafé bleek een schot in de roos. Een aantal deelnemers wilde samen actie ondernemen. Zo ontstond Fruitwei Zammelen.

SAMEN WERKEN, SAMEN OOGSTEN

Fruitwei Zammelen draait volledig op vrijwilligers en werkt samen met partners zoals Natuurpunt en de gemeente. De vrijwilligers van de vereniging onderhouden hun boomgaarden samen. Ze delen materiaal, wisselen kennis uit en helpen elkaar bij het snoeien of oogsten. De vereniging organiseert ook infomomenten over boomgaardbeheer en landschapszorg. Zo kunnen ervaren eigenaars hun vakmanschap doorgeven aan anderen.

‘We proberen de lasten op de individuele boomgaardeigenaars te verminderen door samen te werken en kennis uit te wisselen.’

Het resultaat van Fruitwei is dan ook duidelijk aanwezig in het dorp: bewoners leren elkaar beter kennen en nemen samen de zorg voor het landschap op zich.

KLEINE INITIATIEVEN, GROOT IMPACT

Vrijwilligers Luc en Yvette van Fruitwei Zammelen en Geert van Natuurpunt staan voor een van de herstelde briers.

Een van de toegangspoorten, of briers, die dankzij Fruitwei Zammelen in zijn glorie werd hersteld.

Om mensen te betrekken trok Luc van deur tot deur. ‘Ik merkte dat er eigenlijk weinig contact is tussen mensen die vlak bij elkaar wonen,’ vertelt hij. ‘Een nieuw initiatief kan mensen verenigen rond één doel.’

Een eerste enquête bij de inwoners leverde meteen een concreet resultaat op. Veel bewoners wilden nieuwe bomen planten. Tijdens een gezamenlijke plantactie werden meer dan honderd fruitbomen aangeplant. Ook andere landschapselementen krijgen aandacht: verschillende vrijwilligers herstelden al enkele historische toegangspoorten voor de actie Erfgoeddoeners.

‘Dat lijkt eenvoudig boerenerfgoed,’ zegt Luc, ‘maar het vertelt veel over hoe het landschap hier vroeger georganiseerd was.’

EEN DUURZAME ACTIE

Tijdens het onderhoud van de boomgaarden stuitten de vrijwilligers op een onverwachte uitdaging: veel oude bomen zaten vol maretak, een plant die de fruitbomen verzwakt. Bij het snoeien bleef de vereniging met een flinke voorraad achter.

De stand van Fruitwei Zammelen op de lokale kerstmarkt.

Fruitwei Zammelen verkocht versierde maretakken op de kerstmarkt van Kortessem.

Wat eerst een obstakel leek, zetten de vrijwilligers om in een kans: de maretak werd verwerkt tot feestelijke kerstdecoraties en verkocht op de kerstmarkt. Zo werd er geld ingezameld voor Fruitwei, terwijl de bomen gezond bleven. De opbrengst werd opnieuw geïnvesteerd in het onderhoud van andere boomgaarden in het dorp. ‘Het is een mooi voorbeeld waar natuurbeheer en duurzaamheid samenkomen,’ klinkt het bij Luc.

Toch blijft er werk aan de winkel. Niet alle boomgaardeigenaars zijn aangesloten bij Fruitwei Zammelen. Luc wil graag de zichtbaarheid vergroten en ook anderen inspireren. In de toekomst droomt hij van een groot oogstfeest en meer samenwerking met lokale verenigingen, zoals de heemkundige kring. Stap voor stap wil Fruitwei Zammelen blijven groeien.

‘Je kan erfgoed gebruiken als hefboom om een dorpsgemeenschap in beweging te krijgen.’

ERFGOED OM VAN TE PROEVEN EN TE BELEVEN

Het fruit van de boomgaarden wordt verwerkt tot appelsap en stroop. Voor het persen werken ze samen met Fruitdas, een lokaal bedrijf dat het Haspengouwse hoogstamfruit verwerkt. Bewoners plukken zo letterlijk de vruchten van hun inzet. ‘Mensen zijn trots op die producten,’ zegt Luc.

De vereniging wil de boomgaarden ook zichtbaar maken voor bezoekers. Er zijn plannen voor wandelroutes met audiofragmenten via de ErfgoedApp. Zo kunnen wandelaars meer leren over de geschiedenis van het Limburgse landschap. ‘Mensen komen van ver om de boomgaarden van Haspengouw te zien,’ zegt Luc. ‘Dan moeten we daar ook zorg voor dragen.’

ONTMOETING, DUURZAAMHEID EN LOKALE TROTS

Fruitwei Zammelen is nog jong, maar het initiatief heeft al veel in beweging gezet. Het bewijst dat erfgoed niet vast hoeft te zitten in het verleden, maar dat het ook vandaag mensen kan samenbrengen, bijdragen aan duurzaamheid en een dorp nieuw leven inblazen. ‘We pretenderen niet dat we de wereld veranderen, maar we zetten wél lokale verandering in gang,’ zegt Luc fier.

‘Fruitwei Zammelen bewijst dat je mensen kan verzamelen rond een gezamenlijk project. Als je vertrekt vanuit iets dat mensen herkennen in hun eigen omgeving, krijg je hen sneller mee.’

Door samen hun schouders onder dit unieke erfgoed te zetten, versterken de bewoners niet alleen hun boomgaarden, maar ook hun gemeenschap. ‘De levenskwaliteit van de bewoners wordt mee bepaald door deze groene ruimtes,’ besluit Luc. ‘Het is een echte troef voor Zammelen.’

Luc is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier 

Geelse vrijwilligers steken de Dimpnalegende in de juiste kleren

Geelse vrijwilligers steken de Dimpnalegende in de juiste kleren

Jef poseert in de kledijkelder van de Dimpnadagen

Onder de bibliotheek van Geel bevindt zich een bijzondere werkplek: de kledijkelder van de Dimpnadagen. Tussen rollen stof, naaimachines en rekken vol historische kostuums werkt een enthousiaste vrijwilligersploeg aan een van de meest zichtbare erfgoedevenementen van Vlaanderen. Vrijwilliger Jef Goossens maakte midden in de drukte van de voorbereidingen tijd vrij om uit te leggen hoe een groep gedreven Gelenaars samen een groot evenement draaiende houdt, met beperkte middelen maar veel vakkennis.

EEN KELDER VOL GESCHIEDENIS

De Sint-Dimpna Ommegang vindt om de vijf jaar plaats in Geel en beeldt de legende uit van de Ierse prinses Dimpna, de heilige die aangeroepen wordt tegen krankzinnigheid. Het evenement trekt 400 deelnemers en is diepgeworteld in de Geelse gemeenschap.

De kledijkelder is daarvoor onmisbaar. De kostuums die er bewaard worden bestrijken vijftig jaar ommegang. ‘Daarmee kunnen we de hele geschiedenis van Geel uitbeelden,’ zegt Jef.

De vaste ploeg van 15 vrijwilligers staat in voor het herstellen, verstellen en bewaren van al die stukken. In aanloop naar de ommegang en de musical GheelaMania werd de groep uitgebreid tot 39 mensen. ‘We deden een oproep en de reactie was overweldigend. Op onze vaste momenten moesten we mensen zelfs spreiden, anders hadden we niet genoeg naaimachines,’ lacht Jef.

TIJDELIJKE VRIJWILLIGERS MAKEN HET VERSCHIL

Enkele vrijwilligsters zijn druk in de weer met het naaien van kleren voor de ommegang

Dat de kledijploeg zo snel kon opschalen, is geen toeval. De werking is bewust flexibel opgezet: een vaste kern met twee coördinatoren, aangevuld met tijdelijke krachten die instappen voor een specifieke taak of periode.

‘De kracht van vrijwilligers is dat ze iets doen omdat ze het willen doen.’

Tijdelijke vrijwilligers leveren een volwaardige bijdrage, ook zonder jarenlange ervaring. Wie niet kan naaien, knipt of helpt bij de inventaris. Zo begon Jef zelf ook: ‘In 2020 ben ik gestart door te helpen knippen, want dat was het enige wat ik kon.’ Vandaag coördineert hij de volledige logistiek, een rol die hij overnam van Nadine, jarenlang het hart van de kledijploeg, die in oktober overleed. ‘Het zijn grote schoenen om te vullen, maar ik doe mijn best,’ zegt hij. Binnenkort start hij als betaalde medewerker van de stad.

SAMENWERKEN ROND ÉÉN DOEL

De kledijploeg werkt samen met toneelmakers, de regisseur en andere vrijwilligersgroepen om strakke deadlines te halen. Het grootste logistieke knooppunt is het pasmoment: 400 deelnemers, elk met gemiddeld vijf kostuums. Om dat vlot te laten verlopen, koos het team voor een slim systeem. ‘We werken met Microsoft Bookings, zodat mensen zelf een afspraak kunnen inplannen,’ legt Jef uit.

Het gedeelde doel — de ommegang — houdt iedereen gemotiveerd. ‘Iedereen weet waarvoor hij of zij het doet. Dat maakt het makkelijker om samen te werken en elkaar te helpen.’

De stad Geel geeft de vrijwilligers veel autonomie. ‘Ze vertrouwen echt op onze deskundigheid,’ zegt Jef. ‘Die vrijheid werkt. We voelen ons verantwoordelijk voor wat we doen en gaan zorgvuldig om met de middelen die we krijgen.’

HERGEBRUIK ALS BASISPRINCIPE

Een vrouw met grijs haar knipt een stikpatroon uit

Duurzaamheid zit ingebakken in de werking van de kledijkelder. Kostuums worden niet na één editie weggegooid, maar hersteld, versteld en opnieuw ingezet. De stad Geel ondersteunt de werking financieel, en de vrijwilligers gaan daar zorgvuldig mee om. ‘Je mag niet vergeten dat ons materiaal betaald wordt met belastinggeld,’ zegt Jef. Voor elke nieuwe ommegang maakt het team ook nieuwe stukken, maar altijd in aanvulling op wat al bestaat.

‘De inspiratiebron is steeds de Dimpnalegende, maar elke keer vullen we die op een andere manier in. De traditie blijft, de vorm evolueert.’

Hergebruik stopt niet bij materiaal. De kledijkelder leent haar kostuums uit aan kleinere initiatieven en Jef wil ook de opgebouwde kennis over het maken en bewaren van historische kostuums actief doorgeven. ‘Ik nodig iedereen uit om eens te komen kijken.’ 

ALS DE HELE STAD MEEDOET

Een vlag van de ommegang siert de straten in Geel

De ommegang brengt de hele stad in beweging. Vierhonderd deelnemers, een hele stad die meekijkt: dat schept verbondenheid. Iedereen kent wel iemand die meeloopt. 

Jef merkt dat aan den lijve: GheelaMania en de Dimpnadagen waren voor hem mee de reden om in Geel te komen wonen. ‘Ik heb me hier altijd welkom gevoeld. Dat is niet toevallig, dat is het resultaat van mensen die jaar na jaar hun schouders zetten onder gedeelde projecten.’ 

 

 

 

Jef is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier. 

Portret van vrijwilligster Hilde Theunkes

Heembekenaren ontmoeten elkaar via de Erfgoedbank

Heembekenaren ontmoeten elkaar via de Erfgoedbank

Portret van vrijwilligster Hilde Theunkes

Hilde Theunkens is een echte Heembekenaar en al jaren vrijwilligster bij de Erfgoedbank Heembeek-Mutsaard, een afdeling van Erfgoedbank Brussel. Ze digitaliseert en archiveert duizenden beelden van het dagelijkse leven in Neder-Over-Heembeek. Maar haar werk gaat verder dan archiveren alleen. Hilde gebruikt de Erfgoedbank om bewoners van alle leeftijden en achtergronden met elkaar in contact te brengen.

TUSSEN DIGITAAL EN ANALOOG

Hilde is coördinator van de Erfgoedbank Heembeek-Mutsaard, een digitaliseringsproject dat steunt op buurtbewoners en vrijwilligers en waarin het lokale verleden van Neder-Over-Heembeek wordt ontsloten. Foto’s worden gescand, beschreven en toegevoegd aan de databank van de Erfgoedbank Brussel. Zo zijn ze doorzoekbaar en voor iedereen toegankelijk, terwijl het originele materiaal bij de eigenaar blijft. Inmiddels bevat de collectie meer dan 8.000 foto’s die getuigen over het leven van vroeger en nu.

‘Het is belangrijk voor volgende generaties om te zien hoe het er vroeger aan toe ging. Zonder foto’s weten ze niet hoe dat eruitzag.’

Maar voor Hilde gaat de databank verder dan digitaliseren alleen: het is ook een middel om mensen samen te brengen. ‘Het scannen is een ontmoetingsmoment,’ zegt ze. Maar ‘analoge’ momenten en fysieke tentoonstellingen blijven essentieel om sociale verbondenheid te creëren. ‘Digitale technieken zorgen voor duurzame bewaring en toegankelijkheid, maar de analoge momenten zorgen voor ontmoeting en warmte,’ zegt ze.

‘Een databank alleen brengt geen mensen samen, het is wat je ermee doet dat telt.’

EEN NETWERK ROND LOKAAL ERFGOED

Hilde is een vertrouwd gezicht in Neder-Over-Heembeek. Als coördinator van de Erfgoedbank kent ze de verenigingen, sleutelfiguren en gevoeligheden van de buurt. ‘Je moet weten wie je kan aanspreken en hoe je mensen samenbrengt,’ zegt ze. Ze bezoekt evenementen, schoolfeesten en braderieën om mensen warm te maken voor erfgoed. Erfgoedcafés, een keer per maand in het lokaal dienstencentrum, geven iedereen de kans om foto’s mee te brengen en verhalen te vertellen. Zo groeit er een netwerk van bewoners dat nauw samenwerkt.

Hilde Theunkens zit achter haar computer. Ze scant foto's

Tijdens de erfgoedcafés worden oude foto’s ingescand.

‘Erfgoedprojecten ontstaan bij de Erfgoedbank niet vanachter een bureau, maar door gesprekken en vertrouwen.’

Samen met één andere vrijwilliger houdt Hilde de Erfgoedbank draaiende. Ze luistert naar bewoners, helpt bij het opstarten van projecten en vertaalt ideeën naar haalbare erfgoedtrajecten. ‘Ik probeer steeds te werken op maat,’ vertelt ze. Soms gaat het om begeleiding bij een kleine tentoonstelling, soms om het verzamelen en ontsluiten van beeldmateriaal rond een bepaald thema. Het uitgangspunt blijft hetzelfde: de bewoners leveren verhalen aan, de Erfgoedbank zorgt voor ondersteuning, digitalisering en presentatie. In de vorm van een tentoonstelling, brochure of evenement.

850 JAAR NEDER-OVER-HEEMBEEK

Een mooi voorbeeld van zo’n erfgoedproject? Dat is 850 jaar Neder-Over-Heembeek, een jubileumproject dat de rijke geschiedenis van de wijk in kaart brengt. ‘Het doel van het project was niet alleen om oude foto’s en documenten te verzamelen, maar vooral om bewoners, verenigingen en scholen samen te brengen rond hun gemeenschappelijk verleden,’ vertelt Hilde. Zo wilde de Erfgoedbank de sociale verbondenheid van de wijk versterken.

Heembekenaren tijdens lopen hand in hand tijdens de stoet op het buurtfeest 850 jaar Neder-Over-Heembeek.

Het jubileumproject 850 jaar Neder-Over-Heembeek bracht Heembekenaren samen op straat tijdens de stoet.

Er kwam een oproep om oude foto’s en documenten binnen te brengen, en tijdens publieksmomenten werden ze ter plaatse gescand en besproken.

‘Mensen herkenden zichzelf of familieleden op foto’s en raakten met elkaar in gesprek. Het werd snel duidelijk hoeveel gedeelde geschiedenis er in de wijk aanwezig is.’

‘Wanneer je mensen persoonlijk uitnodigt om hun erfgoed te delen, groeit het enthousiasme en het netwerk,’ besluit Hilde. Het resultaat was een grote stoet waaraan iedereen kon deelnemen én een sterkere gemeenschap.

VOOR ALLE HEEMBEKENAARS

Neder-Over-Heembeek is in de afgelopen decennia sterk veranderd: ‘We waren tot voor kort echt een dorp, nu zijn we een deel van stad Brussel geworden,’ vertelt Hilde. Door die maatschappelijke veranderingen veranderde ook de samenstelling van de bevolking: ‘We zijn geëvolueerd naar een heel diverse wijk.’

Voor Hilde is dat net de reden om erfgoedprojecten via de Erfgoedbank zo open mogelijk aan te pakken.

‘Ik vertrek altijd vanuit dialoog: wat leeft er in de wijk, wie wil meedenken en hoe kan erfgoed daarbij een rol spelen?’

GROTE EN KLEINE VERHALEN

Niet alleen de bekende verhalen krijgen een plaats in de Erfgoedbank, ook minder zichtbare geschiedenissen wil Hilde verzamelen en delen. ‘Ik wil altijd iets nieuws zoeken, maar wat elk project verbindt is de focus op Neder-Over-Heembeek en haar inwoners.’

Migratie maakt bijvoorbeeld al lang deel uit van de geschiedenis van de wijk. Zo werkte Hilde al mee aan een project in het cultureel centrum met de Chileense gemeenschap uit de Versailleswijk, die zich in de jaren ’70 in Neder-Over-Heembeek vestigde als politiek vluchtelingen.

‘Door ook die verhalen te verzamelen en te tonen, probeer ik de geschiedenis van alle bewoners zichtbaar te maken.’

EEN VERBINDEND KADER

De Erfgoedbank Heembeek-Mutsaard is geen grote instelling, het is een levendig netwerk waarin lokale bewoners verhalen delen. Als verbindend kader in de wijk zorgt de Erfgoedbank ervoor dat erfgoedprojecten toegankelijk zijn voor iedereen. Projecten zoals het jubileum rond 850 jaar Neder-Over-Heembeek, de maandelijkse erfgoedcafés en de online tentoonstellingen tonen hoe doeltreffend die persoonlijke aanpak kan zijn.

‘Wanneer bewoners hun eigen geschiedenis delen, groeit niet alleen een databank, maar ook een gemeenschap – ongeacht hoe divers ze is.’

 

Hilde is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier 

Portret van erfgoedvrijwilliger Hilde Gevaert.

Hilde Gevaert brengt lokale geschiedenis tot leven via familieverhalen

Hilde Gevaert brengt lokale geschiedenis tot leven via familieverhalen

Portret van erfgoedvrijwilliger Hilde Gevaert.

Hilde Gevaert kwam via onderzoek naar haar grootvader terecht bij het Erfgoedhuis Nazareth-De Pinte. Daar ontdekte ze dat je familieverhalen ook kan onderzoeken en verankeren in de lokale geschiedenis. Zo geeft ze onderbelichte verhalen uit de gemeente opnieuw betekenis en nodigt ze bezoekers uit om niet alleen kritisch naar het verleden, maar ook naar het heden te kijken.

EEN PLEK VOOR ONDERZOEK EN ONTMOETING

Het Erfgoedhuis Nazareth-De Pinte is een cultureel en educatief centrum voor de hele gemeente. Het is onderdeel van de gemeentelijke dienst Cultuur en Erfgoed en fungeert als tentoonstellingsruimte, archief en ontmoetingsplek.

Vrijwilligers zoals Hilde zijn de motor achter de vele projecten van het Erfgoedhuis. Samen met de medewerkers werken ze aan tentoonstellingen, workshops en filmvoorstellingen. Elke eerste zaterdag van de maand opent het Erfgoedhuis haar deuren voor het brede publiek. Vrijwilligers staan dan klaar om de tentoonstellingen toe te lichten en vragen te beantwoorden. Dat laagdrempelige contact is volgens Hilde een belangrijke meerwaarde: ‘Het is een mooie kans om uit te wisselen met bezoekers en samen na te denken over wat historische verhalen vandaag nog kunnen betekenen.’

‘Het Erfgoedhuis is een plek waar onderzoek niet gewoon stof verzamelt, maar gedeeld wordt met inwoners. We willen niet alleen kennis bundelen, maar ze ook toegankelijk maken.’

VERHALEN MET IMPACT

Een plakaat in de tentoonstelling 'Verhalen over het verzet' in Erfgoedhuis Nazareth-De Pinte

Hildes onderzoek kreeg een plek in de tentoonstelling ‘Het vergeten verzet’ in het Erfgoedhuis.

Hildes interesse in familiegeschiedenis vormt de basis van haar werk. Tijdens haar onderzoek naar het verhaal van haar grootvader stuitte ze op heel wat onbekende verhalen uit haar streek. Zoals dat van Rachel en Maurice, een bakkerskoppel uit Nazareth dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een Joodse familie onderdak bood. Hilde voelde meteen: dit moet ik onderzoeken, zodat ook andere bewoners van Nazareth-De Pinte dit verhaal ontdekken. Wie waren die mensen? Wie was er betrokken? Hoe hebben zij de oorlog beleefd?

Hilde tipte het verhaal van het bakkerskoppel aan Tania, een medewerker van het Erfgoedhuis die een tentoonstelling aan het opzetten was over lokale vrouwen in het verzet. ‘Rachel kreeg niet alleen een plaats tussen de vrouwen in het verzet in ons dorp, er kwam ook een infobord aan haar vroegere woning en zelfs een straatnaam die naar haar verwijst,’ vertelt Hilde. Op basis van haar onderzoek organiseerde het Erfgoedhuis ook een extra tentoonstelling die het verhaal van Rachel, Maurice en andere betrokkenen verder uitdiepte.

‘Mijn onderzoek gaat niet enkel over familieverhalen. Het gaat ook over normen en waarden. Over de manier waarop gewone mensen het verschil kunnen maken. Zo draagt erfgoed bij aan een bewuste en betrokken samenleving.’

GESCHIEDENIS BEGRIJPELIJK MAKEN

Kwaliteitsvol onderzoek voeren is voor Hilde de hoofdzaak. Om haar onderzoek uit te diepen, legt ze contacten met familieleden en kennissen van de mensen die met het verhaal verbonden zijn. Die persoonlijke contacten geven volgens haar een extra laag aan historische verhalen: ‘Zij hebben concrete herinneringen aan iemand of persoonlijke weetjes die je niet zomaar terugvindt in archieven,’ legt ze uit.

‘Concrete ervaringen van mensen maken geschiedenis veel begrijpelijker dan een algemeen verhaal. Persoonlijke ervaringen zetten mensen aan het denken en dat maakt ze zo’n waardevol middel om te leren over ons erfgoed.’

ONDERBELICHT, MAAR O ZO WAARDEVOL

Het infopaneel 'verzetwerk is levensgevaarlijk' toont de rol van verzetsvrouwen tijdens WOII.

Het infopaneel ‘verzetwerk is levensgevaarlijk’ toont de rol van verzetsvrouwen tijdens WOII.

Centraal in Hildes onderzoek staan verhalen die lang onderbelicht bleven, zoals de rol van vrouwen als verzetsstrijders. Tijdens een herdenkingsmoment in Ravensbrück, een voormalig vrouwenconcentratiekamp in Duitsland, viel het haar op hoe weinig Belgische deelnemers aanwezig waren. ‘Het toont hoe weinig aandacht sommige verhalen krijgen in onze geschiedenis, zeker vergeleken met het buitenland,’ zegt ze. Ze is dan ook blij dat het Erfgoedhuis net deze verhalen centraal zet: ‘ik heb zelf een ruimer beeld gekregen over wat de Holocaust inhield.’

Met haar werk in het Erfgoedhuis wil Hilde bijdragen aan meer erkenning voor vrouwen in onze geschiedenis. Ze legt bewust linken met thema’s die ook vandaag actueel zijn: oorlog, onrecht en verzet. Zo werd op de herdenkingsdag van het einde van de Tweede Wereldoorlog een lezing georganiseerd waarin verzetsverhalen uit het verleden werden gekoppeld aan de strijd van Iraanse verzetsvrouwen vandaag.

‘Familieverhalen zijn een goede manier om het heden kritisch te bevragen. Mensen herkennen vaak ook een stukje van zichzelf in de verhalen, en dat blijft hangen.’

EEN KLINKENDE SAMENWERKING

Het Erfgoedhuis toont dat samenwerkingen tussen een gemeentelijke dienst en vrijwilligers werkt. Vrijwilligers zoals Hilde brengen hun expertise en engagement mee, terwijl de gemeente zorgt voor structuur, ruimte en bereik. Samen werken ze rond herkenbare verhalen uit de gemeente en slagen ze erin bezoekers te informeren én kritisch te laten nadenken over het leven van vroeger en nu. Zo groeit het Erfgoedhuis uit tot meer dan een plek voor erfgoed alleen: het wordt ook een ruimte voor reflectie en maatschappelijke betrokkenheid.

‘Ik hoop dat mensen iets meenemen uit de verhalen die ik onderzoek,’ besluit Hilde. ‘Niet alleen kennis, maar ook de reflex om zelf kritisch te kijken naar wat er rondom hen gebeurt.’

Hilde is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier.

De vrijwilligers van OpgewekTienen poseren met een bord. Daar staat de datum van de volgende Kweikersdag 2026 op.

OpgewekTienen: erfgoed als motor voor een inclusieve buurtwerking

OpgewekTienen: erfgoed als motor voor een inclusieve buurtwerking

De vrijwilligers van OpgewekTienen poseren met een bord. Daar staat de datum van de volgende Kweikersdag 2026 op.

OpgewekTienen is een burgerbeweging die stevig verankerd is in Tienen. Erfgoed vormt één van hun vertrekpunten, maar het doel reikt verder: mensen samenbrengen, hun ideeën een podium geven en een lokaal netwerk creëren. Philippe Liesenborghs en Chris Fançois, de voormalige en huidige voorzitters van OpgewekTienen, vertellen hoe de beweging evolueerde tot een inclusieve werking met activiteiten voor en door Tienenaars.

VAN KIEM TOT KLEURRIJKE STOET

De kiem van OpgewekTienen? Dat ligt voor een groot stuk bij de herontdekking van de Tiense reuzen. Na een bezoek aan de Ros Beiaardommegang in Dendermonde in 2010 besloten enkele geëngageerde Tienenaars om ook in hun stad met dat erfgoed aan de slag te gaan. ‘Ik ben hier opgegroeid, maar ik wist niet dat wij reuzen hadden,’ lacht Philippe. De reuzen zetten hen aan het denken: ‘We waren met OpgewekTienen al langer aan het zoeken hoe we aan gemeenschapsvorming konden doen. Na wat brainstormen zijn we op erfgoed uitgekomen.’

‘Lokaal erfgoed en tradities zijn de ideale drager voor identiteit en gemeenschapsvorming.’ – Philippe.

De restauratie van de reuzen bracht heel wat mensen samen en leidde tot de oprichting van een reuzengilde. Van daaruit groeide het initiatief verder. In samenwerking met de stad ontstond de Kweikersparade, een ommegang die om de vijf jaar op Kweikersdag door Tienen trekt en honderden mensen betrekt.

Tiense reuzen Jan en Mie op stap tijdens de Kweikersparade in Tienen

Tiense reuzen Jan en Mie tijdens de Kweikersparade 2024.

De organisatie rond de reuzen begon met een eerder ‘klassieke’ aanpak. Nu hebben ze geen vast stramien meer. ‘Dat is tegenwoordig nauwelijks nog werkbaar,’ vertelt Chris. ‘Mensen engageren zich steeds meer in losse verbanden.’ Vandaag wordt de werking gedragen door vier vrijwillige trekkers – waaronder Philippe en Chris – aangevuld met een breed netwerk van andere vrijwilligers, wijken en groepen. De last op de schouders van de trekkers is hierdoor groter, maar het zorgt er wel voor dat vrijwilligers kunnen instappen op hun eigen tempo.

Vanaf de eerste editie in 2015 zit de stad mee in de cockpit. Ze zorgt niet alleen voor budgetten en organisatorische slagkracht, maar geeft ook mee vorm aan de visie en uitvoering. Wat begon als een burgerinitiatief is uitgegroeid tot een werking met impact in de hele stad.

‘Je werkt samen naar één moment toe, en dat zorgt voor veel engagement.’ – Philippe en Chris.

OUDE TRADITIES, NIEUWE INVULLINGEN

Voor Philippe en Chris is erfgoed geen vaststaand gegeven. Oude tradities vormen de basis, maar krijgen voortdurend nieuwe invullingen.

Bestaande Tiense tradities worden opgevist uit archieven, zoals het 100 jaar oude reuzenlied dat ze zingen tijdens de Kweikersparade. Tegelijk is er ruimte voor nieuwe ideeën van de Tienenaars. ‘Als iemand met een voorstel komt, moet je dat serieus nemen en erop verder bouwen,’ klinkt het bij Philippe. ‘Het Tiense erfgoed moet dynamisch blijven en onze werking ook.’

Hoe authentiek dat erfgoed is, is voor Philippe en Chris niet relevant. ‘Het is niet omdat een traditie altijd al zo gevierd werd, dat je het zo moet blijven doen. Het gaat erom hoe je er vandaag betekenis aan geeft,’ vertellen ze verder.

Zo gaan ze tijdens de Kweikersparade in 2026 het klassieke beeld van Sint-Joris en de draak een eigentijdse invulling geven, om zo een alternatief te bieden tegen de groeiende polarisatie in de samenleving. De symbolische strijd tussen goed en kwaad krijgt zo een andere betekenis, namelijk één van verzoening.

‘Nieuwe ideeën krijgen een plek binnen bestaande tradities. Zo krijgen de tradities een eigentijdse invulling en kan iedereen zich erin herkennen.’ – Philippe en Chris.

LAZUUR: EEN NIEUWE TRADITIE

Kinderen lopen verkleed met een zelfgemaakt schaap op hun rug tijdens de Lazuur in Tienen.

Tijdens de Lazuur dragen deelnemers een zelfgemaakt schaap – een knipoog naar ‘schapenkoppen’, de bijnaam van Tienenaars. © Jeroen Geladé

Een mooi voorbeeld van een idee dat uitgroeide tot een lokale traditie is de Lazuur, een aflossingswedstrijd met teams uit verschillende wijken en dorpen van Tienen. ‘Ik stapte met het idee om een soort loopwedstrijd te organiseren naar opgewekTienen,’ legt Chris uit. ‘Samen hebben we het idee laten uitgroeien tot iets waar heel Tienen bij betrokken is.’

Het duurde niet lang voor de bal begon te rollen. Zo groeiden er uit de Lazuur heel wat nieuwe initiatieven zoals buurtfeesten, erfgoedwandelingen en vergroeningsacties. ‘We hebben voor de eerste editie in 2018 willekeurig de stad in contreien verdeeld, maar nu zijn daar echte gemeenschappen uit ontstaan,’ zegt Chris.

INCLUSIE ALS UITGANGSPUNT

‘We streven ernaar om zoveel mogelijk Tienenaars te betrekken bij onze activiteiten en kiezen bewust voor een inclusieve aanpak,’ vertellen Philippe en Chris.

Vrijwilligers van Erm 'n Erm helpen met het opzetten van de Tiense reus Jan.

Vrijwilligers van Erm ’n Erm helpen met het opbouwen van reus Jan. © Roelaf Pantjes

Lokale verenigingen, zoals theatergroepen en de harmonie, krijgen een plaats in de Kweikersparade, maar er wordt ook samengewerkt met doelgroep organisaties die zeer specifieke doelgroepen betrekken. Zo kan iedereen op zijn manier bijdragen aan de Kweikersparade, en kunnen OpgewekTienen en de stad putten uit bestaande netwerken.

Een van de eerste partners waar OpgewekTienen mee samenwerkte is Erm ’n Erm, een vereniging waar armen het woord nemen. De vrijwilligers van Erm ’n Erm werken op hun eigen tempo binnen een afgebakende periode. ‘Sommige mensen werden van daaruit ook vrijwilliger bij ons. Het is een goede manier voor hen om te zien wat bij hen past,’ zegt Philippe. Vandaag werken ze ook samen met andere partners zoals Pasform, een sociaal-culturele vormingsorganisatie voor volwassenen met een verstandelijke beperking.

‘Via zo’n samenwerkingen maken mensen niet alleen kennis met hun lokaal erfgoed, maar ook met inwoners uit hun buurt.’ – Philippe

EEN PERSOONLIJKE AANPAK

OpgewekTienen zet sterk in op persoonlijke aanspreking. In elke wijk zijn er vrijwilligers of werkingen van de Lazuur die bewoners rechtstreeks benaderen via een informele babbel aan deur. ‘Via verenigingen bereik je niet iedereen. Je moet soms ook gewoon durven aanbellen en een gesprek aangaan,’ benadrukt Philippe.

Die persoonlijke aanpak werkt: de drempel om mee te werken ligt een pak lager en mensen die beter geïnformeerd zijn doen sneller mee.

BLIJVEN BOUWEN AAN EEN GEDEELD VERHAAL

OpgewekTienen toont dat je als vereniging je werking kan uitbouwen op maat van de gemeenschap. Hun activiteiten bewijzen ook dat erfgoed kan uitgroeien tot iets waar bewoners niet alleen aan deelnemen, maar ook mee vormgeven. Door te vertrekken vanuit wat leeft in de stad en met ideeën van inwoners aan de slag te gaan, ontstaan initiatieven die blijven nazinderen in de buurt. Zo blijft de vereniging, samen met het lokaal bestuur, bouwen aan een stad waarin erfgoed geen doel op zich is, maar een middel om samen te leven en elkaar te vinden.

Philippe en Chris zijn twee van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier.