Vluchtelingen, pelgrims of bedriegers? De veranderende houding tegenover Roma in de Nederlanden tijdens de late middeleeuwen

Op 25 december 1419 waren de inwoners van Leuven getuige van een merkwaardig schouwspel. Een stoet van een honderdtal personen bereikte de stad. Het ging om mannen, vrouwen en kinderen met een donkere huidskleur, getooid in opvallende kleren en vergezeld van tientallen paarden. Hun leider noemde zich ‘hertog van Klein Egypte’, vandaar dat men de bezoekers omschreef als ‘Egyptenaren’. Naar eigen zeggen waren de vreemdelingen christenen, door moslims omwille van hun geloof verdreven uit hun eigen land. Op die kerstdag was er geen plaats in de herberg om zo’n grote groep vreemde gasten te ontvangen, dus werden ze ondergebracht in de laken hallen. Het stadsbestuur deed zijn uiterste best om de vluchtelingen op te vangen. Het liet 260 liter wijn aanrukken, een halve os, twee schapen, een varken en organiseerde de levering van enkele honderden broden. De ‘hertog’ kreeg bovendien bij vertrek een mooie aalmoes van de schepenen. De stadsuitgaven naar aanleiding van het bezoek vertegenwoordigden alles samen 110 daglonen van een geschoolde arbeider.

Download pdf