Vernieuwen, verjongen en verbinden: de Sint-Jorisgilde Meer blijft in beweging

Gert Rombouts

Bijna vijf eeuwen oud en toch springlevend: de Sint-Jorisgilde in Meer bewijst dat traditie en vernieuwing hand in hand kunnen gaan. Uittredend hoofdman Gert Rombouts vertelt hoe de vereniging blijft evolueren door ruimte te maken voor dialoog, nieuwe ideeën en met een open blik naar de toekomst te kijken.

EEN RIJKE GESCHIEDENIS, EEN TOEKOMST IN ONTWIKKELING

‘De oudste documenten die we terugvinden over de Sint-Jorisgilde dateren uit 1534,’ vertelt Gert. ‘De gilde werd vrijwel zeker eerder opgericht en stond in voor de bescherming van land en goed van de plaatselijke beschermheer.’ Vroeger schoten ze met de voetboog, sinds 1900 met kruisbogen of balansbogen. Het schieten heeft vandaag een eerder symbolische, recreatieve invulling gekregen.

De gilde is een erfgoedvereniging en ontmoetingsplek: ‘We komen hier om te ontspannen en bij elkaar te zijn,’ legt Gert uit. De vereniging telt zo’n 90 actieve leden tussen 18 en 93 jaar. Die diversiteit weerspiegelt zich ook in de werking: iedereen vindt er een plek die aansluit bij zijn of haar talenten en interesses. ‘Van archivaris tot jeugdverantwoordelijke: wij hebben voor iedereen een gepaste functie.’

De lange geschiedenis van de gilde speelt een belangrijke rol in haar identiteit. Oude documenten, gildevoorwerpen en tradities zorgen voor de link met het verleden. Tegelijk kijkt de vereniging ook vooruit: het bestuur investeert in een sterke toekomst door nieuwe leden goed te onthalen en de werking duurzaam uit te bouwen.

MODERNISEREN EN TOEGANKELIJK MAKEN

‘Als 13-jarige ben ik bij de Sint-Jorisgilde gegaan, net als mijn vader,’ vertelt Gert. Gert groeide door in de vereniging en werd op zijn 26ste hoofdman, wat uitzonderlijk jong was. Die functie werd traditioneel ingevuld door dorpsnotabelen zoals burgemeesters of schooldirecteurs. Gert komt uit een heel andere hoek: hij is professioneel kapper en ziet dat als een troef. ‘Als hoofdman tracht ik een luisterend oor te bieden door tussen de leden te staan,’ zegt hij.

In die periode zag Gert de gilde evolueren, zowel in haar werking als in haar ledenaantal. ‘Als vereniging staan we niet los van de maatschappij, we moeten altijd kijken naar wat er zich buiten onze muren afspeelt,’ legt hij uit. Tegelijk blijven de kernwaarden dezelfde: verbondenheid, solidariteit en de combinatie van competitie en ontmoeting.

Maar de gilde verandert niet zomaar mee met trends: ‘We kijken naar waar we voor staan en hoe we dat in een veranderende samenleving kunnen invullen.’ Die open blik leidde tot veranderingen in de structuur: bestuursfuncties werden opengesteld voor vrouwen en het mandaat van hoofdman werd beperkt tot vijf jaar, met regelmatige verkiezingen. ‘Zo geef je anderen ook een kans om verantwoordelijkheid op te nemen,’ zegt Gert. Na 20 jaren aan het roer te staan maakt Gert zich nu klaar om zijn mandaat door te geven aan de eerste hoofdvrouw in de geschiedenis van de gilde, iets wat lang ondenkbaar is geweest. Zelf kiest hij om na zijn mandaat gewoon weer lid van de gilde te worden.

‘Als we zeggen dat we voor kameraadschap staan, dan kunnen we geen mensen uitsluiten. Dat is niet houdbaar.’

OPEN WERKING TREKT JONGEREN AAN

Vier meisjes staan rond een kartonnen taart bij de Sint-Jorisgilde Meer.

‘Traditioneel worden gilden vaak gezien als gesloten en elitaire gemeenschappen,’ begint Gert. ‘We proberen niet uit de hoogte te doen, eigenlijk zijn we een vereniging zoals een ander.’ De Sint-Jorisgilde wil een warme en open vereniging zijn, waar ook jongeren en nieuwe Merenaren hun weg naartoe vinden.

En dat lukt behoorlijk: jongeren vinden vaak via hun familie de weg naar de gilde. ‘Vroeger was het ongebruikelijk om kinderen mee te nemen naar activiteiten, maar nu mogen ze bijvoorbeeld mee naar het Teerfeest,’ vertelt Gert. De vereniging past bewust de activiteiten aan: ‘Jaarlijks trekken we bijvoorbeeld naar de winter Efteling.’

Wanneer een nieuwe lichting jongeren start, doen ze dat vaak in groep. ‘De drempel is toch een stuk lager als je al mensen kent,’ zegt Gert. Niet iedereen blijft, maar dat is volgens Gert geen probleem. ‘Sommigen verhuizen, gaan studeren of krijgen kinderen, dan wordt het verenigingsleven vaak moeilijk te combineren,’ zegt hij. ‘Je doet wat je kan, wij zijn er voor iedereen.’

NIEUWE EN OUDE STEMMEN

Vrijwilligers van de Sint-Jorisgilde Meer poseren voor een groepsfoto

De diverse vrijwilligersploeg bij Sint-Jorisgilde Meer.

Jongere leden laten proeven van bestuurswerk: dat is volgens Gert belangrijk om vernieuwing in de gilde te brengen. Om die stap laagdrempelig te maken, wordt om de twee jaar een deken aangesteld in volgorde van intrede. Zo kunnen ze eens ervaren hoe het is om in het bestuur te zitten. De functie vormt een opstap naar een mogelijke latere bestuursrol.

Voor een evenwichtige werking bestaat het bestuur uit twaalf leden, met een mix van leeftijden en achtergronden. Die wisselwerking leidt tot gedragen beslissingen die de gilde vooruithelpen. Zo wordt de gildewerking stap voor stap gedigitaliseerd, door onder meer Payconiq te gebruiken voor betalingen. ‘Die zaken doen geen afbreuk aan onze tradities als erfgoedvereniging, ze maken het dagelijks werk gewoon efficiënter,’ legt Gert uit.

‘Jonge mensen zitten vol nieuwe ideeën, terwijl oudere leden ervaring meebrengen en wat meer op de praktische kant letten.’

VERNIEUWING VRAAGT TIJD EN DIALOOG

Niet elk nieuw voorstel verloopt steeds van een leien dakje. ‘Soms is niet iedereen in het bestuur meteen even enthousiast, maar je moet nieuwe ideeën tijd geven om te rijpen,’ vertelt hij. ‘We hebben ooit lange gesprekken gehad of er een radio of telefoon aanwezig mocht zijn in onze gildekamer,’ lacht Gert. ‘Een telefoon is er nooit gekomen, de muziek wel. Ze verminderen de sfeer niet.’

De tradities en plechtigheden maken van de Sint-Jorisgilde een unieke erfgoedgemeenschap en geeft de vereniging haar eigen identiteit. Toch is het voor Gert niet alleen een kwestie van tradities voortzetten.

‘Het is niet omdat we het altijd al zo doen, dat het daarom niet mag veranderen.’

Zo wilde Gert bijvoorbeeld het gesprek openen over de gilde-eed die nieuwe leden afleggen na hun eerste jaar als aspirant. Die eed heeft een sterke symbolische waarde als overgangsritueel, maar is volgens hem toe aan herziening: ‘De eed is sterk katholiek van aard, terwijl niet alle leden die overtuiging delen,’ zegt hij. Het bestuur moet telkens in gesprek gaan met leden en zoeken naar een vorm die breder gedragen wordt, zonder de betekenis te verliezen. ‘Je moet soms moeilijke gesprekken durven aangaan en de veren opschudden, maar uiteindelijk komen we daar sterker uit,’ besluit Gert.

‘Verandering hoeft niet radicaal te zijn om betekenisvol te zijn, je moet het op een geleidelijke en doordachte manier doen.’

VERBROEDERING

De Sint-Jorisgilde Meer tijdens een quiz met andere verenigingen uit de buurt.

De Sint-Jorisgilde Meer nam deel aan een quiz met andere verenigingen uit de buurt.

De Sint-Jorisgilde werkt nauw samen met andere schuttersgilden in de regio en richtte samen met negen zustergilden het Koninklijk Verbond van Sint-Jorisgilden op. ‘We delen onze ervaringen en andere praktische tools zoals onze nieuwe website, om als één netwerk naar buiten te komen,’ legt hij uit. Dat zorgt niet alleen voor een efficiëntere werking, maar bevordert ook de onderlinge contacten.

Ook in Meer zelf zoekt de gilde actief verbinding met het verenigingsleven. ‘We werken samen met andere verenigingen, want we maken allemaal deel uit van hetzelfde sociale weefsel,’ zegt Gert.

In de toekomst wil Gert opnieuw een gildefeest organiseren waar inwoners en schutters elkaar ontmoeten. ‘De gilde maakt al zo lang deel uit van de gemeenschap, dat moeten we af en toe eens vieren,’ vertelt hij.

EEUWENOUD, MAAR TOCH ZO JONG

Door tradities te herbekijken door een hedendaagse bril, blijft de Sint-Jorisgilde van Meer ook na 500 jaar springlevend. Tegelijk blijft haar kern overeind: mensen samenbrengen over generaties heen, met respect voor het verleden én een open blik naar de toekomst.

Gert is een van de vrijwilligers die we interviewden voor onze reeks rond erfgoed en duurzame ontwikkeling. Benieuwd hoe andere erfgoedvrijwilligers bouwen aan het erfgoed van morgen? Ontdek het hier.