Filter: vrijwilligers
Al spelend erfgoed ontdekken: deze databanken helpen je op weg
Al spelend erfgoed ontdekken: deze databanken helpen je op weg

Ben je met je vereniging op zoek naar een erfgoedactiviteit en wil je kinderen en jongeren op een leuke en speelse manier betrekken? Het bedenken van nieuwe activiteiten voor deze doelgroep kan veel energie kosten. Laat je daarom inspireren door de talrijke jeugdbewegingen die Vlaanderen rijk is.
Bijna elke grote jeugdbeweging heeft zijn eigen databank met duizenden activiteiten. Sommige activiteiten zijn volledig uitgewerkt, anderen zijn slechts concepten. De volgende sites kunnen je helpen inspiratie op te doen, net zoals ze dat in het verleden al deden voor vele jeugdleid(st)ers.
Bestaat er een databank die we over het hoofd zagen? Stuur ons een bericht, zodat we de lijst kunnen aanvullen.
Wil je zien hoe een combinatie tussen geschiedenis, erfgoed en spelletjes eruit kan zien? Bekijk dan zeker het historisch spel rond de industrialisatie van Pelt. Deze kun je op alle 4 databanken terugvinden.
Instrumenten voor leiding en begeleiding
De pagina’s van de jeugdbewegingen bieden meer dan alleen spelendatabanken. Je vindt er ook nuttige hulpmiddelen voor het plannen, organiseren en evalueren van verschillende taken. Zo bieden ze verschillende methodieken voor brainstormsessies, het begeleiden van discussies, en waardevolle tips voor het coachen van je vrijwilligersploeg. Deze inzichten zijn niet alleen relevant voor jongeren, maar kunnen ook jou en je vereniging inspireren om het dagelijkse bestuur te versterken. Voorbeelden hiervan zijn methodieken uitgebracht voor vrijwilligersverantwoordelijken (leiding en groepsleiding) en tips om een discussie te begeleiden.
Kinderen en jongeren direct betrekken bij het bedenken van activiteiten is ook een optie. Benieuwd hoe je dat aanpakt? Bekijk deze praktijktip.
Ann Rombaut – Heemkundige kring Kaulille

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Ann Rombaut!
Ann, je bent erfgoedvrijwilliger en voorzitter van de heemkundige kring Kaulille: wat doe je binnen die vereniging?
Elke maandag zitten wij samen met de leden van de heemkundige kring en werken we samen aan het inventariseren van alle bronnen en schenkingen van mensen aan de heemkundige kring. Op maandagnamiddag zijn we ook open voor publiek. Mensen kunnen dan langskomen als ze vragen hebben rond hun genealogisch onderzoek, voor papers in hun studie enzovoort. We hebben een grote collectie aan bidprentjes, rouwbrieven, communieprentjes en foto’s, maar ook artikels, boeken en andere documenten of voorwerpen. Een belangrijk aspect voor ons is de communicatie naar de buitenwereld: alle nieuwe bronnen of activiteiten worden aangekondigd op de facebookpagina. We werken ook aan een website voor onze vereniging. Vroeger gaven we ook een heemkundig tijdschrift uit, genaamd ‘De Klaveren Heer’, maar door omstandigheden zijn we daarmee moeten stoppen. Elk jaar geven we een heemkundige kalender uit rond een bepaald thema. In de toekomst zullen ook meer activiteiten organiseren om ons archief te ontsluiten zoals ruilbeurzen, tentoonstellingen … Ook zetten we momenteel sterk in op de communicatie en eventuele uitwisseling van bronnen met andere heemkundige kringen en organisaties in de buurt.
Wanneer en waarom ben je gestart als vrijwilliger binnen de heemkundige kring?
Ik heb archeologie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Na mijn studies heb ik gewerkt in het stadsarchief van Aalst. Daar hielp ik onder meer mensen met genealogisch onderzoek en bouwde ik mee aan tentoonstellingen. Na mijn verhuizing naar Kaulille werkte ik als bibliotheekassistent en later als bibliothecaris in de bibliotheek van Bocholt en stond ik in voor het erfgoedbeleid in dezelfde gemeente. Dankzij mijn voorgeschiedenis had ik al een stevig netwerk uitgebouwd binnen de erfgoedsector en mensen uit de buurt wisten daarvan. In 1992 is men mij dan komen vragen of ik geïnteresseerd was om mee te werken aan de oprichting van de Heemkundige kring van Kaulille. Het leek mij zeer verrijkend om met deze mensen met een gemeenschappelijke passie voor het verleden te werken aan een vooropgesteld doel.
Als vrijwilliger bij de heemkundige kring ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?
Voor erfgoed is er toch een voorliefde nodig voor geschiedenis, verhalen …. Meer kennis opdoen en meer mensen ontmoeten waarmee je jouw passie kan delen is zeer verrijkend. Mijn netwerk is dankzij de samenwerking met allemaal verschillende erfgoedvrijwilligers nog meer verruimd en steeds opnieuw leer ik nieuwe mensen kennen met een nieuw verhaal. Als we daarnaast dan ook mensen kunnen helpen bij het reconstrueren van hun eigen verhaal, is dat nog des te mooier.
Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jou zijn die zich engageren in heemkundige kringen?
Vrijwilligerswerk in de erfgoedsector is zo belangrijk omwille van de sociale samenhang en de leefbaarheid van een gemeenschap. Ons doel is om mensen goesting te geven in erfgoed en ze laten doen wat ze graag doen, zodat ze echt kunnen voelen welke meerwaarde ze dan ook betekenen.
Erfgoedvrijwilligers zijn momenteel schaars, zeker na corona. De oudsten vallen weg en er is dringend nood aan nieuw bloed. We hechten dan ook veel belang aan onze projecten om kinderen al van jongs af aan te betrekken. Zo doen we regelmatig projecten met scholen. We geven jaarlijks een les in het derde en vijfde leerjaar rond een thema’s zoals het urnenveld van Kaulille, de teuten, de oorlog en de poederfabriek. Erfgoed dringt bij kinderen vooral binnen als ze het zelf kunnen ervaren via workshops, zoals het maken van een urne, zelf brood bakken, oude volkspelen enzovoort. Verder willen we sterk inzetten op het zoeken van vrijwilligers rond een bepaald project, met een duidelijke opdracht die beperkt is in tijd. Vaak hebben de jongere generaties weinig tijd voor langdurig vrijwilligerswerk, maar het enthousiasme leeft nog wel onder de mensen. Heden ten dage vind je nog weinig mensen die 10 of 20 jaar in dezelfde vereniging zitten, tenzij je iemand vindt die zo gebeten is door de microbe, dat hij/zij dit als haar levenswerk ziet. Na afloop van zo’n project merken we dat er toch veel enthousiasme is voor verdere projecten rond een bepaald thema.
Waarom is de werking van de heemkundige kring zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?
Het is belangrijk dat het erfgoed eerst en vooral gekend is en onderzocht wordt, en daarnaast ook bewaard wordt in goede omstandigheden en ontsloten wordt. Zo helpen wij bijvoorbeeld de gemeenten door opmerkzaam te blijven over verloederde gebouwen, scheuren in gebouwen of kapelletjes die onderkomen zijn. Erfgoed is de nalatenschap van het verleden waarmee we leven in het heden. Die nalatenschap geven we door aan toekomstige generaties, zodat zij er ook van kunnen leren, het kunnen bewonderen en ervan kunnen genieten.
Wat maakt voor jou de lokale geschiedenis/het lokale erfgoed zo interessant?
Al kinds af aan heb ik de interesse voor geschiedenis en kunst meegekregen. We bezochten met het gezin vaak verschillende musea en gingen naar tentoonstellingen. Het zit dus wel in mijn bloed. Al snel merkte ik dat veel mensen toch veel belang hechten aan hun lokale leefwereld en afkomst, waardoor de erfgoedverhalen ook heel persoonlijk worden. De lokale geschiedenis is een belangrijke en onmisbare schakel van een groter geheel.
Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?
Wat mij het meest vreugde brengt aan het vrijwilligerswerk rond erfgoed zijn de contacten en de verhalen van de mensen. Momenteel ben ik voorzitter van de Heemkundige Kring Kaulille en bestuurslid bij het Davidsfonds, de Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en bij Ovenbuur Bocholt. Het is heel fijn om met al deze mensen met dezelfde passie en nieuwsgierigheid op zoek te gaan naar verhalen en de linken tussen verhalen te kunnen leggen. Onze passie brengt mensen samen en dat is heel mooi om te zien.
Bedankt voor dit interview!
Bernard Lootens en Moniek Moyaert – Archief- en documentatiecentrum: De Spaenhiers

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Bernard Lootens en Moniek Moyaert!
Dag Moniek en Bernard, jullie zijn actief als vrijwilliger bij het Archief- en documentatiecentrum De Spaenhiers: wat doen jullie binnen die vereniging?
Moniek: Ik ben reeds vijf jaar vrijwilliger bij de Spaenhiers. Mijn werk bestaat erin de rouwbrieven en bidprentjes, die geschonken worden aan de Spaenhiers, te sorteren, de database aan te vullen en alfabetisch te rangschikken in de reeds bestaande collecties. Daarnaast werk ik aan de beeldbank door krantenartikels te scannen, te beschrijven en online te zetten.
Bernard: Als verantwoordelijke van het bestuur voor het documentatiecentrum bestaat mijn taak er voornamelijk in om de werking te coördineren. Dat houdt enerzijds in dat ik zoek naar aangepaste taken voor de vrijwilligers en ze naar een bepaalde doelstelling begeleid. Deze taken bestaan uit het ordenen en inventariseren van collecties en binnenkomende documenten. Indien mogelijk worden de collecties opgelijst en online ter beschikking gesteld. Zo zijn er bijvoorbeeld van onze collectie bidprentjes en rouwbrieven lijsten gemaakt, die online te consulteren zijn: Bidprentjes (wordpress.com). De prentjes en de rouwbrieven zijn alfabetisch geklasseerd. Andere grote collecties in ons documentatiecentrum bestaat uit foto’s, de krantenknipsels en de affiches. Deze worden gescand of gefotografeerd en met de bijhorende beschrijving op onze beeldbank geplaatst. Anderzijds bestaat mijn taak erin om (be)zoekers te begeleiden. Wie iets komt opzoeken, probeer ik wegwijs te maken in ons aanbod en gericht te helpen. Ook de algemene promotie van het documentatiecentrum, het opsporen en verwerven van erfgoed tracht ik te bewerkstelligen.
Als vrijwilligers bij De Spaenhiers zijn jullie ‘erfgoedvrijwilligers’: waarom zijn jullie graag erfgoedvrijwilligers?
Moniek: Allereerst vind ik het een boeiende en zinvolle activiteit voor mezelf, maar het belangrijkste is dat we mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar informatie. Bidprentjes en rouwbrieven zijn de grootste pijlers voor het maken van een stamboom. Krantenartikelen zijn een uitstekende bron van informatie voor mensen die op zoek zijn naar de evolutie van het sociale, culturele en politieke verleden van Koekelare.
Bernard: Vooral omdat ik van mening ben dat dit voor onze lokale gemeenschap een belangrijke taak is. In de loop van de jaren hebben wij met een team van vrijwilligers een instelling uitgebouwd waar mensen terecht kunnen met documenten, wat vaak gebeurt bij sterfgevallen. Voor gelijk welk zoekwerk over lokale geschiedenis, bijvoorbeeld voor genealogisch onderzoek, een schoolwerk, een paper, een boek, een tijdschrift enzovoort, helpen wij mensen op weg. Dit geeft veel voldoening.

Waarom is het volgens jullie belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jullie zijn die zich engageren bij documentatiecentra?
Moniek: We ondervinden in het documentatiecentrum van De Spaenhiers een stijgende interesse bij de lokale bevolking. Dit gaat van studenten tot auteurs van bijvoorbeeld een boek, een eindwerk tot mensen die geboeid zijn door het verleden. Mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar concrete informatie is dan ook de grootste voldoening voor de vrijwilliger en een stimulans tot een blijvend engagement.
Bernard: Het verzamelen en bewaren van lokaal erfgoed is een eerste stap. Dit erfgoed degelijk ordenen en ontsluiten is een tweede en even belangrijke stap. Dit is nodig voor de derde stap van bekendmaking en als gevolg voor een bewustwording van de gemeenschap over het belang van de lokale geschiedenis. Het effect van bekendmaking is bijvoorbeeld duidelijk gebleken uit het programma ‘Het Verhaal van Vlaanderen’ van Tom Waes.

Moniek en Bernard tijdens een uitstap met de Spaenhiers in het midden van de foto – https://spaenhiers.be/uitstappen-2/#jp-carousel-476
Bedankt voor dit interview!
Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips
Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips

Erfgoedvrijwilligers spelen een essentiële rol in het behoud en de verspreiding van erfgoed. Traditioneel vinden erfgoedactiviteiten plaats in fysieke ruimtes, maar steeds meer erfgoedgemeenschappen ontstaan ook online. Tijdens het Histories Festival 2023 bogen erfgoedvrijwilligers zich over de vraag hoe ze digitale platforms kunnen benutten om een breder draagvlak te creëren voor hun erfgoedpraktijk. Hier zijn vijf praktische tips die ze hebben ontwikkeld:
ERKEN DE ERFGOEDFUNCTIES DIE VERVULD WORDEN OP SOCIALE MEDIA
Sociale media vervullen onbewust erfgoedfuncties, zoals het delen van herinneringen en het documenteren van erfgoed. Hoewel deze gemeenschappen zichzelf niet altijd als erfgoedgericht beschouwen, is het belangrijk om hun potentieel te erkennen.
PROFILEER JE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAP IN ERFGOEDTERMEN
Als je een Facebookgroep wilt opzetten die zich richt op erfgoed, moet je die ook zo “in de markt zetten”. Gebruik dus erfgoedterminologie om je groep vindbaar te maken en stimuleer mond-tot-mondreclame om zowel online als offline leden aan te trekken.
ZORG VOOR EEN STERKE CONNECTIE TUSSEN JE FYSIEKE EN ONLINE GEMEENSCHAP
Sociale media kunnen chaotisch aanvoelen. In een Facebookgroep waar iedereen iets kan posten, kan je het gevoel krijgen dat je de controle aan het verliezen bent. Wijs daarom een beheerder of moderator uit de fysieke vereniging aan om de kwaliteit van de content te waarborgen. Bovendien versterk je zo de band tussen je fysieke erfgoedvereniging en de digitale gemeenschap erachter.
IMPLEMENTEER EEN LOGISCHE STRUCTUUR VOOR JE ONLINE CONTENT
Het is niet altijd gemakkelijk om snel betrouwbare informatie op te zoeken binnen een Facebookgroep. Maak gebruik van een duidelijke mappenstructuur om de opslag en toegankelijkheid van de erfgoedcontent te verbeteren. Orden bijvoorbeeld beeldmateriaal op thema of datum om het zoeken te vergemakkelijken.
SLA DE HANDEN IN ELKAAR MET BESTAANDE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAPPEN
Je kan kiezen om zelf een Facebookgroep op te richten, maar je kan ook bestaande digitale erfgoedgemeenschappen benaderen. Wie weet is er al een Facebookgroep die thematisch of geografisch aansluit bij jouw erfgoedvereniging? Dit kan niet alleen helpen bij het vergroten van het draagvlak, maar ook nieuwe vrijwilligers aantrekken voor jouw erfgoedinitiatieven.
De Gentse Heksengilde: van vergeten geschiedenis naar betrokken gemeenschap
De Gentse Heksengilde: van vergeten geschiedenis naar betrokken gemeenschap

Veerle Meuleman, Tineke De Rijck en Sven Meermans zijn de drijvende krachten achter de Gentse Heksengilde, een recent opgerichte vrijwilligersvereniging die pleit voor historisch eerherstel van de slachtoffers van de Gentse heksenvervolgingen. Wat begon als een persoonlijke fascinatie, groeide uit tot een geëngageerde beweging die verleden en heden met elkaar verbindt.
HET BEGIN VAN DE GENTSE HEKSENGILDE
Veerle Meulemans interesse in heksen en hekserij gaat ver terug. ‘Ik schreef zelfs al een reeks kinderboeken over een fictief heksenpersonage Dieke de Heks,’ vertelt ze. Toen ze zich enkele jaren geleden wilde aansluiten bij de Heksengilde van Laarne, bleek dat enkel mogelijk voor inwoners van de gemeente. Dat bracht haar op het idee om een Gentse variant op te richten.
Die fascinatie voor het heksenthema deelde ook Tineke De Rijck. Als opperdekenin en medeoprichtster van de Straffe Madammen, een stoet die tijdens de Gentse Feesten vergeten vrouwenfiguren uit de Gentse geschiedenis eert, zet ze zich al jaren in voor meer erkenning van hun verhalen. In 2022 liep ook Veerle mee in de stoet van de Straffe Madammen, waarin heksen centraal stonden. De vonk tussen beide dames sloeg al snel over.
Niet veel later voegde Sven Meermans zich toe als derde oprichter: ‘Via Veerle ben ik er wat ingerold, maar het thema boeide me al langer,’ begint hij. Het zijn vooral de duistere kantjes van de Gentse geschiedenis, die zelden belicht worden, die zijn interesse wekken. ‘Ook kinderen, soms amper zeven jaar oud, werden slachtoffer van heksenvervolgingen,’ gaat Sven verder. ‘Met ons werk willen we hun verhalen zichtbaar maken.’
EERHERSTEL EN EDUCATIE ALS DOEL

De gedenkplaat in het Prinsenhof, Gent
De aandacht voor het thema ‘heksen’ groeide verder toen gemeenteraadslid Anne Schiettekatte opriep tot historisch eerherstel van de plaatselijke vervolgingen. Historici Jonas Roelens en Maartje van der Laak doken in het Gentse heksenverleden en brachten de heksenvervolgingen tussen de 14de en de 18de eeuw in kaart. De namen op die lijst kregen in november 2023 een plaats op een gedenkplaat in het Prinsenhof.
Diezelfde maand werd de Gentse Heksengilde officieel boven het doopvont gehouden – met de burgemeester van Gent en de schepen van cultuur als peters, en historica Maartje van der Laak als meter. Anders dan bestaande tradities kiest de Gentse heksengilde voor een eerherstellende en educatieve benadering. Eén die de nadruk legt op de historische en maatschappelijke betekenis van de Gentse heksenvervolgingen.
Tineke benadrukt dat de gilde bewust een ander signaal wilde geven: ‘Waar anderen het verbranden van de heks vieren, willen wij haar menselijkheid tonen en haar – net als alle andere onschuldige slachtoffers – eren en herdenken.’ Ook Veerle, Sven, en de andere leden van de gilde, delen dezelfde wens om weg te blijven van de sprookjesachtige, angstaanjagende uitbeelding van heksen: lelijke, kwaadaardige vrouwen met wratten en kromme neuzen.
BARREVOETSE NELE
In de zomer van 2025 bouwde de gilde een eigen heksenreus: Barrevoetse Nele. Gebaseerd op de historische figuur Cornelia van Beverwyck, die in 1589 in Gent beschuldigd werd van heksenrij en op de brandstapel belandde. Dit project werd opgezet in samenwerking met Fluxlab en liep als participatief traject tijdens de Gentse Feesten in de Sint-Niklaaskerk.

Verschillende Gentse vrijwilligers hielpen met de kledij van de reus.
‘We wilden van dit project echt iets voor en door de mensen maken,’ klinkt het bij Veerle.
Vrijwilligers van alle leeftijden en achtergronden werkten mee, en zelfs kinderen mochten meebeslissen over het ontwerp. Ze kozen er bewust voor om Nele mooie kledij aan te trekken – als teken van respect. De reus werd de laatste zaterdag van de Gentse Feesten onthuld en tijdens de rondgang van de heksengilde vervoerd op een bakfiets, een ludieke, typisch Gentse én praktische oplossing om haar rond te dragen.
EEN STERK NETWERK VAN GEËNGAGEERDE GENTENAARS
De Gentse Heksengilde werkt nauw samen met andere lokale organisaties. Ze hebben warme contacten met de Heksengilde van Laarne, met wie ze samen deelnamen aan de stoet van de Gentse heksengilde. Ze zijn aangesloten bij bredere initiatieven, zoals Belgischeheksen.be, dat verschillende steden en gemeenten verbindt de heksenvervolgingen te erkennen en herdenken. Daarnaast werkt de gilde samen met verenigingen en individuen die om uiteenlopende redenen betrokken zijn bij het thema, bijvoorbeeld door eigen interesse in de geschiedenis van heksenvervolgingen.
De gilde hoopt ten slotte dat ook dat steeds meer steden in de toekomst de engagementverklaring voor nationaal eerherstel van vervolgde heksen mee zal ondertekenen.
‘De engagementsverklaring kwam er in het kader van Orange the World, een campagne van de Verenigde Naties tegen geweld op vrouwen en meisjes,’ legt Maartje uit. Vanuit de missie van de gilde om de herinnering aan vervolgde heksen te herstellen, hoopt ze dat steeds meer Belgische steden en gemeenten het voorbeeld volgen van de twaalf die de verklaring al ondertekenden.
TUSSEN GESCHIEDENIS EN ACTUALITEIT

De Gentse heksengilde maakte een pestketel om slachtoffers van pesten te steunen.
De Heksengilde houdt zich niet alleen bezig met het herinneren van het verleden. Ze leggen ook linken naar actuele vormen van uitsluiting. ‘De heksen uit het verleden waren vaak mensen die niet in de maatschappij pasten, die werden uitgesloten omdat ze “anders” waren,’ merkt Veerle op. Die lijn zien ze ook vandaag nog steeds terugkeren. ‘Denk maar aan pesten.’ Daarom organiseerden ze in september 2025 verschillende acties tijdens de Week tegen Pesten. Daarmee willen ze zowel jongeren in scholen, als ouderen in woonzorgcentra bereiken. Via een ’pestbrievenbus’ kunnen mensen hun verhaal kwijt. De boodschappen werden nadien symbolisch verbrand in een pestketel.
JONG EN OUD BETREKKEN
In maart 2025 organiseerde de Gentse heksengilde voor het eerst een gratis Heksenfeest in het Prinsenhof – een symbolische locatie, waar ook de gedenkplaat hangt. Het evenement, met workshops, standjes en de aanwezigheid van een herboriste, trok veel volk en werkte verbindend.
De activiteiten van de gilde, of het nu gaat om hun heksenfeest, heksenwandelingen of de reuzenworkshops, zijn belangrijke momenten om jong en oud te betrekken. De betrokkenheid van vrijwilligers binnen én buiten de gilde zijn hierin van onschatbare waarde.
De gilde kan rekenen op heel wat ondersteuning, maar toch zijn er ook uitdagingen. Zo zijn ze dringend op zoek naar een lokaal en een nieuwe opslagplaats om hun reus onderdak te bieden.
VERBINDEN MET HEKSENVERHALEN
Met hun participatieve projecten tonen de vrijwilligers van de Gentse Heksengilde dat erfgoed meer is dan herinneren: het kan mensen samenbrengen en actuele thema’s en uitdagingen bespreekbaar maken. Dankzij hun duidelijke missie, slimme samenwerkingen, passie én inzet krijgen vergeten verhalen betekenis in het leven van vandaag.
Een beestige schattenjacht in het gemeentearchief van Zele
Een beestige schattenjacht in het gemeentearchief van Zele

In het hart van Zele – in de kelders van het gemeentehuis – ligt het gemeentearchief. Hier wordt niet alleen het rijke verleden van de regio bewaard, maar ook nieuwe herinneringen gecreëerd. Dit gebeurde op een wel heel bijzondere manier tijdens Erfgoeddag 2023, met het thema “Beestig Erfgoed”. Intergemeentelijk archivaris Liese en erfgoedvrijwilliger Annet ontwikkelden een speelse en originele schattenjacht die zowel jong als oud wist te verrassen.
EEN BEZOEK AAN HET GEMEENTEARCHIEF VAN ZELE
Het gemeentearchief van Zele bewaart heel wat waardevolle documenten en artefacten, maar het heeft geen eigen archiefwerking. Liese, die zes gemeenten in de regio bedient, kan niet zonder de steun van een toegewijd team vrijwilligers. Deze vrijwilligers, elke van andere pluimage, vormen het kloppende hart van de werking. Zij zetten zich met passie en creativiteit in voor het toegankelijk maken van erfgoed voor het brede publiek.
Annet, de nieuwste aanwinst in het team, bracht na haar loopbaan als ergotherapeut, een frisse wind in het archief. Ze kwam hier terecht om iets totaal anders te doen, maar weet haar creatieve stempel te drukken. Liese is meer praktisch ingesteld, maar samen vullen ze elkaar aan. Dat geldt ook voor het volledige Zeelse vrijwilligersteam, terwijl Liese zorgt dat alles binnen de lijntjes van de wetgeving en praktische haalbaarheid blijft.
HET ONTSTAAN VAN EEN BEESTIGE SCHATTENJACHT

Het idee voor de schattenjacht tijdens “Beestig Erfgoed” ontsproot gaandeweg. Eerst was het de bedoeling om een escapespel te maken, maar dit evolueerde snel naar een originele schattenjacht doorheen het archief, waarbij kinderen de hoofdrol speelden. Het doel? Het archief op een speelse manier in kaart brengen en de schatten die het archief te bieden heeft, letterlijk en figuurlijk, ontdekken.
Annet – met ervaring in sport en spel – en Liese haalden hun inspiratie uit de archiefstukken zelf. Ze stelden zich vragen als: “Wat is plezant?” en “Kunnen we er iets mee doen?”
Zo ontstonden er creatieve, kindvriendelijke opdrachten zoals het puzzelen van een kopie van een “hanenaffiche” uit 1920 en de zoektocht naar een “aangetaste archiefdoos” in het rolarchief. Uitdagend bleken ook speelse opdrachten zoals het bij elkaar sprokkelen van lichtgevende letters in een donker hondenhok of het zoeken naar een hint dat verstopt zat in de buik van een knorrig speelgoedvarkentje. Kopieën van de kermis van 1895 (mét “veemerkt”) zorgden dan weer voor de puzzelstukjes in oude vogelkastjes.
EEN BUDGETVRIENDELIJKE EN CREATIEVE AANPAK
Met een beperkt budget moesten Annet en Liese creatief zijn. Ze maakten gebruik van wat er al voorhanden was: materialen van thuis, zoals de oude vogelkastjes, kippen uit papier maché en restmateriaal dat anders in de vuilnisbak zou belanden. Deze aanpak zorgde ervoor dat de schattenjacht niet alleen uitdagend en leuk was, maar ook duurzaam en budgetvriendelijk.
Naast de schattenjacht was er ook een tentoonstelling met archiefstukken over beesten te ontdekken in het archief. De combinatie van de twee maakte het evenement een onvergetelijke ervaring voor zowel kinderen als hun ouders.
WAT HEBBEN ZE GELEERD?

Hoewel de opkomst bescheiden was – ongeveer 15 kinderen, vergezeld door ouders of grootouders – was de feedback positief. Voor het evenement hadden ze promotie gemaakt via de gemeentebrochure “De Zelenaar”, affiches, Dijk92, Facebook en de UIT-databank. Reclame genoeg, dus. Toch realiseerden ze zich dat ze misschien niet de juiste communicatiekanalen hadden gebruikt. Volgende keer willen ze bijvoorbeeld jeugdbewegingen en scholen betrekken om een bredere doelgroep te bereiken. Ook was het maken van een draaiboek voor het spel een waardevolle les, zodat ze in de toekomst dezelfde blauwdruk kunnen gebruiken voor soortgelijke activiteiten.
ZELENASSEN DOEN HET VOOR DE EERSTE KEER!
Het gemeentearchief van Zele blijft zich inzetten rond publiekswerking en kijkt al uit naar het volgende evenement. Vanaf 29 augustus kan je er terecht voor een tentoonstelling rond vrouwenstemrecht, een thema dat aansluit bij de lokale verkiezingen in oktober. Net zoals bij “Beestig Erfgoed” kunnen bezoekers een creatieve en informatieve ervaring verwachten. Ga dus zeker eens langs!
ERFGOED TOEGANKELIJK VOOR IEDEREEN
Deze inspirerende projecten bewijzen dat erfgoed niet alleen bewaard hoeft te worden, maar ook beleefd kan worden. Dankzij de inzet van deze Zeelse vrijwilligers en de deskundige begeleiding van Liese, wordt erfgoed toegankelijk en aantrekkelijk gemaakt voor iedereen.
Eeuwenoude tradities in leven houden: Philip De Temmerman over de Krakelingenstoet
Eeuwenoude tradities in leven houden: Philip De Temmerman over de Krakelingenstoet

Al meer dan 30 jaar zet Philip De Temmerman, regisseur van de Krakelingenstoet, zich samen met honderden Geraardsbergenaars in om de historische ommegang in goede banen te leiden. Hij vertelt meer over zijn rol als regisseur en waarom het voor hem zo belangrijk is om deze traditie in leven te houden.
WAT IS DE KRAKELINGENSTOET?
De historisch-volkskundige Krakelingenstoet vindt plaats op de voorlaatste zondag voor de eerste maandag van maart. Met kleurrijke praalwagens, muziek en dans vertelt de stoet de rijke geschiedenis van Geraardsbergen. Een deel wordt bij elke editie herhaald, maar sinds 2000 werkt het Krakelingencomité elk jaar rond een specifiek thema dat een bepaalde periode uit de lokale geschiedenis belicht. Zo vertelde de stoet in 2000 het bezoek van Keizer Karel aan de stad, stond 2022 in het teken van transport en keek men in 2023 naar ziekte en genezing. Dit jaar was het thema opgroeien in Geraardsbergen.
Het feest van Krakelingen en Tonnekensbrand werd in 2008 opgenomen in de Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen en in 2010 toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco. Meer weten over de erkenning? Bezoek deze website.
HOE PHILIP DE MAGIE VAN DE KRAKELINGENSTOET ONTDEKTE
“Mijn ouders namen ons van kinds af aan mee naar de stoet. Het was altijd een traditie, een familiegebeuren. Ik heb het dus zeker van thuis meegekregen.”
Philip is een echte Geraardsbergenaar. Al zolang hij zich herinnert, heeft hij een fascinatie voor de magie en het spektakel van de stoet. Dit zette hem aan om zelf actief aan de traditie mee te bouwen. “Vanaf het vijfde leerjaar krijg je de kans om mee te stappen in de stoet,” vertelt hij. “Dat was voor mij geen verplichting, maar eerder een gunst. Ik keek er elk jaar opnieuw naar uit.”
Zijn liefde voor de stoet ging verder dan deelnemen alleen. Hij herinnert zich nog hoe hij als kind thuiskwam, helemaal onder de indruk van de praalwagens – toen nog oude, omgebouwde vuilniswagens van de stad. Toch maakten ze bij de jonge Philip indruk: “Na de stoet bouwde ik thuis mijn speelgoedwagens om tot praalwagens.” Nu, vele jaren later, werkt hij als regisseur mee bij het ontwerpen van de praalwagens.
DE ROL VAN DE REGISSEUR
Als regisseur van de Krakelingenstoet is Philip, met de andere leden van het Krakelingencomité, achter de schermen een heel jaar bezig met de voorbereidingen. “Al snel na de stoet komen we samen voor een evaluatiemoment,” vertelt Philip. “Dan blikken we niet enkel terug op de afgelopen editie, maar brainstormen we ook al over een nieuw thema.”

Philip in actie tijdens de Krakelingenstoet op 23 februari 2025.
Wanneer een nieuw onderwerp gekozen is, verzamelen de twee historica’s zoveel mogelijk informatie en materiaal over dat thema. Op basis van dat materiaal werken ze samen met Philip de regie uit. In de volgende maanden toetst hij met het comité de haalbaarheid van het thema en zijn regie af. Valt zijn verhaal niet in herhaling met de vorige edities? Past het thema in de geschiedenis van de stad? Dit zijn slechts enkele criteria waar hij rekening mee moet houden. Daarnaast moet Philip ervoor zorgen dat zijn regie toegankelijk is voor het brede publiek. Het is belangrijk dat de scenes kort zijn, zodat de toeschouwers zowel het totaalspektakel als het geschiedkundige aspect van de stoet begrijpen.
Philip staat er echter niet alleen voor. Naast de leden van het Krakelingencomité kan hij rekenen op de hulp van meer dan 800 vrijwilligers. Ze dragen elk met hun eigen expertise en talenten bij aan de traditie. “We hebben door de jaren heen veel mensen bereikt, en zij kregen, net zoals ik, de smaak te pakken.”
Wanneer de stoet eindelijk vertrekt, is het aan de vrijwilligers om het verhaal naar buiten te brengen. Gelukkig weet Philip dat hij kan vertrouwen op het enthousiasme van de Geraardsbergenaars die samen met hem de traditie koesteren.
EEN TRADITIE DIE GENERATIES VERBINDT

Immaterieel erfgoed draait voor Philip niet alleen om respect voor het verleden, maar ook om het juist doorgeven ervan. “Tradities in ere houden, kan je alleen maar door actueel te werken,” zegt hij. “Het is belangrijk dat elke generatie de traditie op zijn eigen manier verder draagt.” Philip kent de Krakelingentraditie vanuit zijn eigen tijdsgeest, maar ziet hoe deze voortdurend evolueert. Dat de volgende generatie het anders zal benaderen dan hem, is noodzakelijk: “Mijn opvolger zal het anders aanpakken dan mij, zoals ik het anders heb gedaan dan mijn voorgangers.”
Sinds de Unesco-erkenning van het Krakelingenfeest, streeft Philip naar nóg meer kwaliteit en diversiteit. Verschillende lagen van de bevolking aanmoedigen om mee te lopen met de stoet is voor hem een vereiste. Elk jaar opnieuw wordt hij verrast door de indrukwekkende geschiedenis van zijn stad, iets dat hij ook aan de jongeren van Geraardsbergen wil meegeven. Zo worden niet enkel de scholen, maar ook verschillende dans-, muziek- en toneelgroepen aangemoedigd om deel te nemen. Daarnaast zijn er nog andere initiatieven die participatie stimuleren, zoals een kleine compensatie voor de deelnemers en een regieprijs voor de groep die de aanwijzingen en regie het beste heeft opgevolgd.
Ten slotte beseft hij dat het doorgeven van deze traditie niet enkel in zijn handen ligt, maar ook in die van zijn mede-Geraardsbergenaars. “Het is belangrijk dat de traditie ook in familieverband in leven gehouden wordt,” zegt hij. Vaak stappen er verschillende generaties mee in de stoet, van grootouders tot ouders en kleinkinderen, of komen families samen om elkaar toe te juichen. Dat maakt de Krakelingenstoet voor Philip een dag van samenhorigheid en connectie, niet alleen met elkaar maar ook met de stad.
Meer lezen over dit dubbelfeest? Neem een kijkje in onze feestendatabank.
ErGoed Galmaarden geeft tradities een frisse wending
ErGoed Galmaarden geeft tradities een frisse wending

Immaterieel erfgoed wordt ook ‘levend erfgoed’ genoemd. Maar wat met tradities die steeds minder beoefend worden? Daar proberen de vrijwilligers van ErGoed Galmaarden antwoorden op te vinden. Wat ooit begon als een kleine Facebookpagina, groeide uit tot een hechte vereniging en een vaste waarde in de regio. Hun geheim? Geduld, vastberadenheid én creatieve partnerschappen.
MEER DAN ERFGOED: DE START VAN EEN SOCIALE ERFGOEDVERENIGING
ErGoed Galmaarden begon in 2013 als de Facebookpagina ‘Galmaardse Kwis’, waar leden verhalen en foto’s van het oude Galmaarden met elkaar deelden. Uit de gesprekken ontsproot het idee om een feitelijke vereniging op te richten, zodat ze meer konden doen met en voor het erfgoed van Galmaarden.
Door de jaren heen groeide ErGoed uit tot een ‘sociale erfgoedvereniging’ met een dubbele missie: mensen samenbrengen en zorg dragen voor het materiële en immateriële erfgoed van Galmaarden, Tollembeek en Vollezele. ‘Een van de doelen van onze vereniging is om mensen samen te brengen,’ vertelt bestuurslid Luc. ‘Door erfgoedactiviteiten te organiseren voor het hele gezin, lukt dit vlot. We willen dit in de toekomst nog meer doen.’
VAN BIJNA VERDWENEN TRADITIE NAAR ERKEND IMMATERIEEL ERFGOED
Gosjdieël is misschien wel de bekendste traditie die de vrijwilligers van ErGoed weer tot leven brachten. Deze eeuwenoude gewoonte uit Zuidwest-Pajottenland is ontstaan uit een christelijke bedeltraditie. Ondertussen is het uitgegroeid tot het paradepaardje van de vereniging.

De kleine Gosjdieëlers
Bij Gosjdieël trekken kinderen op oudejaarsochtend met een washandje van huis tot huis en vragen ze om een centje. In 2014 was deze traditie bijna volledig verdwenen, maar dankzij de inzet van ErGoed trekken er vandaag opnieuw zo’n 60 kinderen door de straten om hun ‘Godsdeel’ te vragen.
Intussen is Gosjdieël officieel erkend als immaterieel erfgoed in Vlaanderen. Luc probeert dan ook, samen met andere leden van ErGoed Galmaarden, om de traditie bekender te maken bij (nieuwe) inwoners en jongeren die deze niet van thuis uit meekregen. ‘We verspreiden flyers op scholen en werkten samen met de gemeente aan een publicatie over lokale tradities.’
Daarnaast werkte ErGoed mee aan een lespakket rond Gosjdieël, samen met de regionale erfgoedcel Zender. ‘Elke drie maanden is er bij Zender een vergadering voor lokale verenigingen,’ vertelt Luc. ‘Daar ontdekken we hoe andere verenigingen, zoals heemkundige kringen uit de regio, te werk gaan. Dat is fijn, want zo leren we van elkaar en versterken we onze tradities.’
STERK LOKAAL NETWERK(EN)
Gosjdieël is niet de enige traditie die ErGoed opnieuw op de kaart zette. Ook de Walmenbrand, de Galmaardse reactie op het dubbelfeest van de Geraardsbergse Tonnekesbrand en Krakelingenworp, werd in 2014 voor het eerst sinds een halve eeuw terug aangestoken. Vandaag is er zelfs een gezinswandeling aan verbonden.
‘Samenwerkingen met lokale partners zijn hierbij cruciaal,’ benadrukt Luc. Zo blies het Jachthoornkorps van K.S.A. Geraardsbergen de Walmenbrand feestelijk in gang en voorzag de Chiro Albatros van Tommelbeek bezoekers van een hapje en een drankje.

De Meiboomplanting in 2025
Ook de Galmaardse Meiboomplanting kreeg een tweede adem. Deze lokale traditie verdween in de negentiende eeuw, maar werd vijf jaar geleden opnieuw georganiseerd tijdens de Pinksterkermis. Bij de laatste editie werkten zo’n vijftien verenigingen uit Galmaarden en omstreken mee. Dankzij de inzet van de verschillende verenigingen groeide de Meiboomplanting opnieuw uit tot een levendige traditie in de gemeente.
HOE VERGETEN VERHALEN LEIDEN TOT NIEUWE INITIATIEVEN
Voor het heropleven van tradities laat ErGoed zich inspireren door de lokale heemkundige Michel Matthijs. ‘Michel onderzoekt vergeten Galmaardse gebruiken en hun oorsprong, en deelt zijn bevindingen met ons,’ vertelt Luc. ‘Wij proberen die tradities vervolgens opnieuw te organiseren en bekender te maken in de regio.’
De vrijwilligers laten zich niet enkel leiden door heemkundig onderzoek. Soms zijn het ook onverwachte ontdekkingen die nieuwe initiatieven op gang brengen. Zo stootten ze tijdens de voorbereiding van een recente reveil-activiteit op een opmerkelijk stukje lokale geschiedenis: de Brusselse verzetsstrijdster Augusta Marcoux bleek geboren te zijn in de naburige gemeente, Tollembeek.
Deze ontdekking leidde tot een bijzonder herdenkingsinitiatief op 21 mei 2025, exact 80 jaar na het overlijden van Augusta. De Processiestraat in Tollembeek werd omgedoopt tot de Augusta Marcoux-straat, en samen met het lokale bestuur van Pajottegem organiseerde ErGoed de eerste Augusta Marcoux-ommegang door de Pajottegemse deelgemeente.
ZO ZET ERGOED TRADITIES OP DE KAART
Lucs voornaamste tip voor andere verenigingen? ‘Heb geduld.’ Maar geduld alleen is niet genoeg: zichtbaarheid speelt minstens een even belangrijke rol. ‘Maak je vereniging of traditie zichtbaar, via de klassieke pers, mond-tot-mond reclame of sociale media.’
Zo heeft ErGoed bijvoorbeeld een Facebookgroep om de Galmaardenaars warm te maken voor hun activiteiten. In die groep, met bijna 4.000 leden, delen ze regelmatig foto’s van tradities die ze ondersteunen. ‘Iedereen kan er vrij deelnemen,’ vertelt hij fier.
Via UiTinVlaanderen en aankondigingen in het lokale infoblad, zorgen ze er dan weer voor dat ook andere nieuwsgierigen de weg vinden naar hun evenementen. En dankzij Lucs contacten met de regionale pers reiken de Galmaardse tradities steeds verder in het Pajottenland.
ERFGOED TOEKOMST GEVEN DOE JE NIET ALLEEN

Het stadsbestuur van Pajottegem en de vrijwilligers achter de vijfde Meiboomplanting.
De ervaringen van ErGoed Galmaarden laten zien dat je met enthousiasme, doorzettingsvermogen en betrokken vrijwilligers (immaterieel) erfgoed écht weer tot leven kan brengen. Zo worden lokale tradities niet alleen gevierd, maar ook doorgegeven door de hele gemeenschap.
Wil je meer ontdekken over immaterieel erfgoed en hoe je het kan doorgeven? Snuister door deze pagina voor handige tips, vormingen en inspiratie.
Heemkundige Kring De Meiboom bewijst: verandering werkt
Heemkundige Kring De Meiboom bewijst: verandering werkt

Amper enkele jaren geleden zat Heemkundige Kring De Meiboom te Gullegem in zwaar weer. Het aantal actieve vrijwilligers was geslonken tot tien, vergaderingen sleepten aan, en de vraag ‘moeten we doorgaan?’ hing in de lucht. Vandaag klinkt er een ander verhaal. De kring telt 25 structureel actieve vrijwilligers en viert een bruisende Meiboomplanting die tot 1.200 bezoekers lokt. Het tijdschrift kreeg een professionele uitstraling en het aantal abonnees schoot de lucht in. Een opmerkelijke ommekeer die bewijst: erfgoed leeft, als je durft vernieuwen.
STRUCTUUR DIE MOTIVEERT
Het eerste wat veranderde, was de manier van werken. In plaats van alles in lange bestuursvergaderingen te bespreken, koos De Meiboom voor drie werkgroepen: redactie, archief en Meiboomplanting.
Werkgroepen werken zelfstandig aan concrete taken; bestuursvergaderingen zijn nu korter en eindigen op tijd om informeel samen te zijn. ‘Onze bestuursvergaderingen zijn gefocust op visie en financiën, en duren maximaal twee uur,’ legt voorzitter Pieter Casier uit. ‘Dat maakt het werk efficiënt, en er blijft tijd over voor informeel samenzijn. Dat laatste is minstens even belangrijk: daar bouw je onderlinge verbondenheid op.’ Uit elke werkgroep zit iemand in het bestuur, zodat de lijnen kort blijven.
‘We hebben geleerd dat niet iedereen altijd hetzelfde engagement kan of wil opnemen,’ benadrukt Pieter. ‘En dat is ook oké.’
SLIM SAMEN WERKEN
Ook digitalisering bracht ze verder. Dankzij een SharePoint-abonnement werken vrijwilligers van thuis uit samen aan artikels en archiefinventarisaties. Fysieke bijeenkomsten hoeven daardoor maar een paar keer per jaar.
Daarnaast besloot de kring om de vormgeving van het tijdschrift uit te besteden. ‘Niet alles hoeft door vrijwilligers te gebeuren,’ zegt Casier. ‘Door slim te investeren in professionele vormgeving, is ons tijdschrift aantrekkelijker én kunnen vrijwilligers hun energie steken in waar ze goed in zijn.’
VRIJWILLIGERS REKRUTEREN: PERSOONLIJK EN DOELGERICHT
Nieuwe vrijwilligers komen niet vanzelf. De Meiboom kiest daarom voor persoonlijke aanspreking. ‘Een algemene oproep werkt zelden,’ vertelt Casier. ‘We vragen mensen voor een concrete taak die bij hun talenten past. Dat geeft meteen voldoening.’
Een succesvoorbeeld is de actie Redactie-XL: een zoektocht naar nieuwe auteurs voor het tijdschrift. ‘We hebben twaalf mensen geholpen om hun eerste artikel te maken,’ zegt Casier. ‘Eén daarvan is nu vaste schrijver én onze nieuwe secretaris. Anderen blijven in contact en doen af en toe iets mee.’ De actie bewijst dat kleine, haalbare stappen vaak de beste ingang vormen.
ERFGOED ALS BELEVENIS

Ook de jaarlijkse Meiboomplanting werd grondig vernieuwd. Na enkele creatieve brainstormsessies werd er gekozen voor beleving en verbeelding in plaats van een traditioneel samenzijn. Het evenement kreeg een historische insteek rond de middeleeuwse stichting van de dorpen na de Vikingplunderingen.
Re-enacters, volksdansers, muzikanten en toneelspelers zorgen sindsdien voor een geweldig spektakel. Het succes liet niet op zich wachten: het bezoekersaantal sprong van 50 naar gemiddeld 1.000 én een 130-tal extra vrijwilligers engageren zich elk jaar voor het evenement.
DE KRACHT VAN HET TOTAALPLAATJE
De groei in vrijwilligers, leden en publieksbereik is het resultaat van een totaalstrategie. Professionalisering, duidelijke structuur, aantrekkelijke activiteiten en vooral: vrijwilligers die doen wat ze graag doen.
‘Mensen verantwoordelijkheid geven in iets wat ze leuk vinden, zorgt voor tevreden vrijwilligers,’ zegt Casier. ‘Tevredenheid straalt uit en werkt aanstekelijk. Geloof in je eigen werking is cruciaal – dan krijg je anderen mee.’
HET GEHEIM VAN BLIJVENDE GROEI
Ondanks de sterke doorstart blijft De Meiboom in beweging. Casier pleit voor een roterend voorzitterschap en het doorgeven van trekkersrollen aan nieuwe krachten. ‘Durven loslaten is essentieel. Als ervaren mensen taken overlaten aan jongere generaties, blijft er energie en vernieuwing stromen. Dat is misschien de belangrijkste les die wij geleerd hebben.’
Heemkundige Kring De Meiboom is vandaag een inspirerend voorbeeld van hoe erfgoedverenigingen zichzelf kunnen heruitvinden. Hun verhaal toont dat vernieuwing niet begint bij meer middelen, maar bij durf, visie en vertrouwen in mensen.
Wil je meer tips rond vrijwilligerswerking en vrijwilligers rekruteren? Bezoek dan deze pagina.
Hoe Geert Vandecruys erfgoed en jeugdbewegingen samenbrengt
Hoe Geert Vandecruys erfgoed en jeugdbewegingen samenbrengt

Geert Vandecruys
Hoe vier je als jeugdbeweging een eeuw geschiedenis? Door samen te werken, vindt oud-scout en historicus Geert Vandecruys. Voor het project 100 jaar scouts Tarcitius in Geel bundelden (oud-)scouts, erfgoedvrijwilligers, het Gasthuismuseum en lokale erfgoedorganisaties hun krachten. Het resultaat: een tentoonstelling, een jubileumboek én meer bekendheid voor lokale erfgoedpartners.
HOE HET BEGON
Scouts Tarcitius werd in 1922 opgericht in Geel. Naar aanleiding van het honderdjarig bestaan groeide binnen een groep (oud-)scouts het idee om dit jubileum niet zomaar te laten passeren. Samen vormden ze een werkgroep en namen contact op met het Gasthuismuseum, waar de scouts tussen 1956 en 1970 actief waren.

Gesjorde kookinstallatie tijdens 100 jaar Scouts Tarcitius
Het Gasthuismuseum bleek al snel de ideale plek voor de jubileumtentoonstelling. Het museumteam stond meteen open voor samenwerking – zeker toen duidelijk werd dat Scouts Tarcitius jarenlang actief was geweest op het domein. Zo bleek bijvoorbeeld dat delen van het huidige museum – zoals de Sint-Dimpnakapel – vroeger werden gebruikt door de scouts voor onder meer hun jaarlijkse belofte. Ook andere ruimtes sloten mooi aan bij het scoutsverhaal. Het kookgedeelte, typisch voor het scoutleven, kreeg zelfs een plaats in de vaste opstelling.
HET GEELS GESCHIEDKUNDIG GENOOTSCHAP: BRUG TUSSEN VERLEDEN EN HEDEN
Een andere belangrijke schakel in het project was het Geels Geschiedkundig Genootschap. Deze vereniging, die sinds 1961 actief is in de regio, zet zich in voor een diepgravende en toegankelijke geschiedschrijving van Geel en omstreken. Ze publiceren jaarlijks een jaarboek en organiseren regelmatig activiteiten die lokale geschiedenis tot leven brengen. Verschillende leden, waaronder Geert zelf, zijn oud-scout én actief binnen het Genootschap – wat de samenwerking vanzelfsprekend maakte.
SAMENWERKEN LOONT: LOKALE ERFGOEDPARTNERS VERSTERKEN ELKAAR
‘We konden putten uit een rijk archief aan foto’s en documenten,’ vertelt Geert. ‘Bovendien werkten we met mensen die het verhaal kenden van binnenuit.’ Het Genootschap leverde niet alleen inhoudelijke expertise, maar hielp ook mee aan het jubileumboek en het vormgeven van de tentoonstelling. Hun jarenlange ervaring met erfgoedprojecten gaf het geheel een stevige historische fundering.

Medewerkers tijdens 100 jaar Scouts Tarcitius
De samenwerking tussen het Gasthuismuseum, het stadsarchief, het Geels Geschiedkundig Genootschap en Stuifzand bleek een schot in de roos. ‘De oud-scouts hadden weinig ervaring met expo’s opzetten,’ geeft Geert toe. ‘Maar dankzij de steun van de partners konden we professioneel te werk gaan.’ Elk van de organisaties bracht eigen expertise, archiefmateriaal of vormelijke ondersteuning aan. Ook de subsidieaanvraag werd versterkt dankzij deze brede samenwerking.
Ook de subsidieaanvraag werd versterkt dankzij deze brede samenwerking.
JONG EN OUD SAMEN ROND ERFGOED EN SCOUTING
Het project bracht mensen van verschillende generaties samen. Jongere scouts stonden in voor de speelse en ludieke activiteiten, terwijl de oudere generatie zich boog over het boek en de expo. ‘Die wisselwerking werkte inspirerend,’ zegt Geert. ‘Het was mooi om te zien hoe zestigers en tieners elkaar vonden in dit project.’
‘Het was mooi om te zien hoe zestigers en tieners elkaar vonden in dit project.’
Zulke intergenerationele samenwerking is overal mogelijk, als je elkaar maar weet te vinden. ‘Je hebt geen mirakel nodig. Als je een concreet project hebt en bereid bent samen te werken, ben ik ervan overtuigd dat er overal kansen liggen. In de sociaal-culturele sector, en ook in de politiek, groeit het besef dat het verenigingsleven belangrijk is—niet alleen om de geschiedenis te bewaren, maar ook om jong en oud dichter bij elkaar te brengen.’
MEER DAN EEN JUBILEUM: BLIJVENDE IMPACT OP LOKAAL ERFGOED

Wapperende vlag tijdens 100 jaar Scouts Tarcitius
De impact van het project reikte verder dan het feestjaar. Zo werd het Geels Geschiedkundig Genootschap bekender binnen de stad en ontstonden er nieuwe initiatieven, zoals een vervolgproject over andere Geelse scoutsbewegingen. ‘Het toont wat er mogelijk is als je organisaties samenbrengt rond een gedeelde passie voor geschiedenis,’ besluit Geert. ‘Jeugdbewegingen tonen op die manier ook dat ze meer zijn dan spel en kamp: ze dragen bij aan het cultureel geheugen van een stad.’
‘Jeugdbewegingen tonen op die manier ook dat ze meer zijn dan spel en kamp: ze dragen bij aan het cultureel geheugen van een stad.’
Het verhaal van 100 jaar scouts Tarcitius is er een van samenwerken, verbinden en vieren. Het toont hoe erfgoed leeft als je het deelt, en hoe jeugdbewegingen en erfgoedorganisaties samen sterke verhalen kunnen vertellen.
Beluister hier de volledige podcast.
Hoe metaaldetectorist Gevert zijn kinderdroom vervulde
Hoe metaaldetectorist Gevert zijn kinderdroom vervulde

Metaaldetectorist in zijn vrije tijd, Field Service Operator van beroep. Jaarlijks legt Gevert Van Belle voor zijn werk zo’n 70.000 km af in en rond België. Hij kocht drie jaar geleden zijn eerste metaaldetector toen hij op zoek was naar een nieuwe hobby.
HOE GEVERT ZIJN PASSIE VOOR METAALDETECTIE ONTDEKTE
Al sinds zijn kindertijd is Gevert gefascineerd door films als Indiana Jones en The Goonies, die de interesse in metaaldetectie aanwakkerden. “Vroeger was de kans om écht iets te vinden nog niet zo groot,” vertelt hij. “Ik had geen toegang tot informatie of materiaal om mijn nieuwsgierigheid te stillen.” Daar kwam drie jaar geleden verandering in. Toen investeerde Gevert in zijn eerste metaaldetector en realiseerde hij eindelijk zijn kinderdroom
“Die eerste detector is ondertussen al geüpgraded, zo ook mijn kennis en interesse van en voor geschiedenis.”
OP ZOEK NAAR DE VERHALEN ACHTER ELKE VONDST
Met zijn metaaldetector op pad gaan en voorwerpen opsporen, dat is waar Gevert het voor doet. Maar ook het onderzoek nadien vindt hij boeiend. Daarom voorziet hij zijn aangiftes bij het Agentschap Onroerend Erfgoed altijd van zoveel mogelijk informatie. “Elk stukje gevonden metaal heeft zijn eigen verhaal,” legt hij uit. “Dat proberen achterhalen is wat de hobby zo bijzonder maakt.”
Door zijn vondsten steeds correct te melden, zorgt hij er niet enkel voor dat de geschiedenis bewaard blijft, maar dat hij ook bijdraagt aan de wetenschap: “Zo kunnen geschiedkundigen en archeologen een duidelijker beeld krijgen van een bepaalde regio, of vondsten beter in een context plaatsen.”
“Ik hoop om ooit iets te vinden dat historisch significant is, voor mijn regio of voor ons land.”
Zodra hij een vondst uit de grond haalt, begint hij zich in te beelden wie de laatste persoon was die dit vasthield. Hoe, wanneer en waarom ging dit voorwerp verloren? Die verbondenheid met het verleden maakt dat deze hobby zoveel meer voor hem betekent dan alleen maar vondsten opduiken. Voor hem zijn de échte schatten de verhalen van de mensen en de artefacten die ze achterlieten: “De voorwerpen zelf zijn slechts sporen die ons naar die geschiedenis leiden.”
LIFE IS LIKE A BOX OF CHOCOLATS
Gevert vergelijkt zijn hobby graag met het beroemde filmcitaat uit Forrest Gump: ‘Life is like a box of chocolats, you never know what you’re gonna get.’ Je weet nooit wat je gaat opgraven, en dat maakt het voor hem zo spannend. “Soms is er teleurstelling, maar meestal is er voldoening, een gelukzalig gevoel en die ontladende ‘YES’ wanneer ik toch iets onverwachts vind.”
Ondertussen is Gevert al een ervaren metaaldetectorist, maar de hobby blijft hem nog altijd verrassen. Gevert: “Er ligt een wonderbaarlijke wereld onder onze voeten, eentje die niet stopt met vragen te stellen en die ook te beantwoorden, die de nieuwsgierigheid voedt, de kennis aanscherpt en waar er altijd iets te vinden is uit vervlogen tijden.”
Ook aan de slag met metaaldetectie? Bekijk hier onze tips, handleidingen en meer.
Hoe onverwachte samenwerkingen deuren openen: Gerda van de Heemkundige Kring Aartselaar
Hoe onverwachte samenwerkingen deuren openen: Gerda van de Heemkundige Kring Aartselaar

Sinds september 2024 staat Gerda Damen aan het roer van de Heemkundige Kring Aartselaar. Samen met de leden van de kring zet ze zich in om het verleden van haar gemeente levend te houden. Ze vertelt meer over haar rol als voorzitter, de werking van de kring en hoe ze onlangs tien nieuwe vrijwilligers binnenhaalden.
VAN VRIJWILLIGER NAAR VOORZITTER
Voor Gerda lid werd van de heemkundige kring, engageerde ze zich al voor het bewaren van haar lokale geschiedenis. Bij Azura (nu Streekvereniging Zuidrand) werkte ze mee aan het ontsluiten van de fotodatabank van haar geboortedorp Mortsel.
“In 2020 organiseerde Azura een vorming over het toevoegen van foto’s in een databank,” vertelt ze. “Daar leerde ik René Beyst kennen, de toenmalige voorzitter van de heemkundige kring.” Na haar ontmoeting met René rolde Gerda al snel als secretaris in het bestuur en hielp ze met het beschrijven van foto’s van Aartselaar.
“René zocht al enkele jaren een opvolger,” gaat Gerda verder. Omdat er niemand zich aanmeldde, besloot Gerda de uitdaging aan te gaan: “Ik zou het spijtig vinden als alles wat de kring sinds 1980 realiseerde, verloren zou gaan.”
Samen met het bestuur en de andere vrijwilligers werkt Gerda ondertussen hard aan de toekomst van de kring. Ze organiseren lezingen, uitstappen en zorgen voor een warme sfeer tijdens hun open huis op de jaarmarkt van Aartselaar. Sinds enkele maanden is de kring ook te vinden op Facebook: “Ik probeer om zeker twee keer per maand een nieuwe foto te plaatsen.”
VRIJWILLIGERS ALS DRIJVENDE KRACHT ACHTER DE KRING
De heemkundige kring telt momenteel 328 leden. Er zijn een tiental enthousiaste vrijwilligers die wekelijks komen meehelpen: “Sommigen helpen met het inventariseren van de voorwerpen van onze kring,” vertelt Gerda. “Anderen houden zich bezig met het registreren en digitaliseren van overlijdensberichten, bidprentjes en allerlei andere documenten die in ons archief bewaard worden.”
Zo is de kring sinds eind 2024 bezig met het inventariseren van alle voorwerpen in hun bezit: “Samen met de vrijwilligers zoeken we uit wat we in handen hebben,” vertelt ze. “Soms weten we helemaal niet wat we hebben of waarvoor dat gebruikt kan worden.” Maar dat is ook wat het voor Gerda zo speciaal maakt: “Tijdens deze zoektochten komen de verhalen naar boven die aan de objecten kleven.”
HOE EEN STICKERALBUM TIEN NIEUWE VRIJWILLIGERS AANTROK

Op de ruilbeurs konden bezoekers hun stickeralbum vervolledigen.
In oktober 2023 werd de vereniging benaderd door de zaakvoerder van AD Delhaize. Hij vroeg of de kring wou meewerken aan een bijzonder project: het samenstellen van een stickeralbum Historisch Aartselaar. Gerda: “We zijn de uitdaging aangegaan om een stickeralbum te maken met 175 stickers, verspreid over 30 hoofdstukken.” Elk thema werd voorzien van foto’s en bijhorende teksten. Toen de actie op zijn einde kwam, organiseerden ze een grote ruilbeurs. Daar konden bezoekers hun stickers ruilen en zo hun album vervolledigen.
“De ruilbeurs bracht veel mensen op de been, ons lokaal werd overspoeld. Het was een groot succes.”
Voor de actie had Gerda flyers gemaakt om potentiële vrijwilligers te overtuigen om mee te helpen bij het verzamelen van materiaal. Die werden niet enkel uitgedeeld tijdens diverse activiteiten, maar waren ook te vinden in de bibliotheek en het cultureel centrum van de gemeente. Ze vertelt verder: “Ook toen de stickeractie nog bezig was, probeerden we nieuwe medewerkers aan te spreken. We maakten bijvoorbeeld reclame in ons tijdschrift, sommige mensen hebben zich zo aangemeld.”
Ook na de actie bleef de interesse: “Mensen vroegen of er nog albums of stickers beschikbaar waren,” zegt Gerda. Ze zag dit als een kans om nieuwe vrijwilligers aan te trekken en vroeg geïnteresseerden of ze af en toe wilden meehelpen bij de heemkundige kring. Dit resulteerde vaak in nieuwe leden: “Zij nemen deel aan activiteiten en steken soms een handje toe.”
“Ik probeer steeds te polsen wat de nieuwe vrijwilligers graag doen: klasseren, lijsten intikken, inventaris maken, …”
Zo leerde Gerda tijdens haar eerste maanden als voorzitter al snel een waardevolle les: grijp elke kans om mensen te betrekken. Een eenvoudig gesprek of een kleine vraag kan soms net dat duwtje in de rug zijn om iemand als vrijwilliger te verwelkomen.
Jitse Taels – Familiekunde Vlaanderen (FV) Regio Diest

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Jitse Taels!
U bent actief als vrijwilliger binnen de erfgoedgemeenschap genealogie: wat doet u binnen uw vereniging?
Ik maak vooral bewerkingen over de bewonersgeschiedenis van de gemeenten Varendonk, Veerle, Eindhout en Tessenderlo. Het doel is om een beeld te krijgen van hoe onze voorouders hier in de streek leefden of om verhuisbewegingen in kaart te brengen. Kortweg tracht ik het verhaal van onze voorouders in de streek te doen herleven. Vervolgens heb ik ook een website uitgebouwd voor de vereniging, waarop er een klein deel van ons archief digitaal beschikbaar is gesteld voor leden. In 2019 heb ik in het Rijksarchief van Hasselt mijn eerste boek voorgesteld, genaamd ‘De Kiezerslijsten van Tessenderlo 1895-1915’. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn bewerking van ‘Varendonk 1816-1970’.
Wanneer en waarom bent u gestart als vrijwilliger binnen Familiekunde Vlaanderen Regio Diest?
Ik ben er zo een 4 jaar geleden ingerold, toen ik naar een tentoonstelling van Martin Mondelaers, de voorzitter van de vereniging, ging kijken. Wij zitten trouwens ook met een gemeenschappelijke voorouder langs mijn moederszijde, genaamd Andreas Doupagne. Martin was in het verleden al eens in contact gekomen met onze familie, waardoor hij geen onbekende was. Vervolgens heeft hij mij een aantal tips gegeven en heeft hij mij meegenomen naar het stadsarchief van Diest. Sindsdien heeft de erfgoedmicrobe mij te pakken.
Waarom is het volgens u belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals u zijn die zich engageren inzake familiekunde?
Het is belangrijk dat we het verleden kunnen vastleggen en dat alles bewaard kan blijven. Dit kost heel wat tijd en dat werk gebeurt natuurlijk niet vanzelf.
Waarom is de werking van een familiekundige vereniging zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?
Ik denk persoonlijk dat het belangrijk is dat we het verhaal van onze voorouders kunnen vastleggen. Door te weten welke tegenslagen zij kenden, kunnen we ook leren van hun fouten. Het vrijwilligerswerk is zo bijzonder omdat je, door het verleden van een bepaalde streek te leren kennen, altijd wel iets nieuws komt te weten waar je soms wel eens verbaasd van kunt zijn. Ik vind het vooral ook interessant om te weten wie onze voorouders waren en wat er zich hier in de streek afspeelde. Op die manier kunnen we dan ook verbanden tussen personen leggen.
Welke anekdote/ervaring zal u altijd bijblijven?
Mijn ontdekking van een rechtstreekse voorouder van mij, genaamd Petrus Thaels. Hij was een onechte zoon van Maria Catharina Taels en gedoopt was in Veerle. In zijn doopakte werd de vader ook vermeld, Joannes Heeren. Ik heb drie jaar lang gedacht dat iemand uit Duitsland of Luxemburg ging zijn. Na die drie jaar bleek echter dat dat gewoon een Joannes Heeren uit Tessenderlo was.
Bedankt voor dit interview!
Julien Maebe – Reuzen in Vlaanderen Limburg

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Julien Maebe!
Als vrijwilliger bij RIV Limburg ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?
Ik ben of werd niet van de weeromstuit een “erfgoedvrijwilliger”. Dat woord werd trouwens slechts een paar jaren geleden gelanceerd op een cursus terzake. Maar, als een mens zich een beetje aan alles interesseert en een nogal brede kijk op de wereld handhaaft dan val je per ongeluk hier of daar bij een infovergadering of een open deur in een schuif die u dadelijk omzwachtelt als een cocon van een zijderups. Je zet je dan in voor een oprichtingsvergadering, ronselt enkele mensen van goede wil, en voor je er oog in hebt ben je voorzitter van een Dorpsraad, of een Dorpstuintjesgroep of ben je bestuurslid van Reuzen in Vlaanderen Limburg. Omdat, naast tal van onderwerpen, Reuzen mij ook interesseren, en er twee reuzen verloren bleken in ons dorp Heusden, ben ik op zoek gegaan naar de resten en zo rol je dan van “’t een in ‘t ander”. En na een zekere tijd ben je dan plots erfgoedvrijwilliger. Een onbetaalbaar knelpuntberoep.
Waarom is een mens dus GRAAG erfgoedvrijwilliger? Omdat naar mijn ervaring men die dienst aan de gemeenschap opneemt uit passie voor een onderwerp. Omdat men zich in dat thema verdiept. Omdat men daar, als men na opzoeking en veel vallen en opstaan, er uiteindelijk een voldoening en een inzicht uithaalt, en dan in een volgend stadium ervan overtuigd geraakt dat het verworvene, de kennis en het patrimonium niet mag verloren gaan en men het wil borgen en veiligstellen voor de mensen na ons.
Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren binnen organisaties als de jouwe?
In een wereld waarin professionalisering vaak de bovenhand neemt is de rol van vrijwilligers in de erfgoedsector nog altijd van onschatbare waarde. Vergelijk het met de voetbalwereld, daarin is in de Voetbalbond belangrijk maar waar zouden ze zijn zonder de mensen die de truitjes wassen, aan de zijlijn staan om te supporteren of de lijnen te trekken, om nog maar te zwijgen van de vele vrijwilligers die de jeugd trainen?
Als erfgoedvrijwilligers zijn wij op dezelfde manier op het (werk)veld gepositioneerd. Proberen de Reuzengilden uit het Covid moeras te halen, hen inspireren om het Immaterieel Cultureel erfgoed te blijven promoten, maar ook hen helpen bij de dagdagelijkse beslommeringen die het erfgoedbeheer inhoudt en zoveel andere vragen proberen te beantwoorden is een taak die de erfgoedbeheerder-vrijwilliger zich met passie en onbaatzuchtig voor inzet. Bijvoorbeeld: de hand van de reus is stuk, waar kan je die niet te kostelijk laten herstellen? Een onbetaalbaar bedrijfskapitaal. Een kapitaal dat we dringend moeten verjongen.
Bedankt voor dit interview!
Karel Govaerts – Gevangenismuseum te Merksplas
25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Karel Govaerts!
Karel, je bent als vrijwilliger secretaris in het Gevangenismuseum te Merksplas: wat doe je binnen die vereniging?
Samen met andere collega’s vormen wij een mooie groep van enthousiaste vrijwilligers, die vol vuur meewerken aan het uitdragen van het boeiende verhaal van het Gevangenismuseum te Merksplas. Als erfgoedvrijwilligers werken wij mee aan een uniek verhaal.
Als vrijwilliger in het Gevangenismuseum ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?
Ons verhaal is uniek omdat we het verhaal van de landlopers in situ vertellen, dus op de plaats waar de landlopers zelf nog verbleven, waar ze werkten in de Grote Hoeve, de akkers en de velden of in één van de twintig ateliers, waar ze de dreven proper hielden, waar ze meehielpen bij andere onderhoudswerken.
Ons verhaal is daarenboven tevens uniek omdat het op lokaal vlak een deel is van het grotere geheel, waar verhalen worden verteld door de gidsen van het landlopersdomein in Merksplas en Wortel, beiden 600 ha groot, en in het Bezoekerscentrum. Naast het Gevangenismuseum is er nog een ruim toeristisch aanbod: wandelen en fietsen in de dreven, bezoek aan de Plantentuin, de Cyclocross, de ruiterijdagen, de acties van Moved to Help, de themawandelingen ter herdenking van de bevrijding van Merksplas (WO2), brasserie Colony7, enz.
Ons verhaal is ook uniek in België omdat het landlopersverhaal een deel is van de geschiedenis van het Belgisch gevangeniswezen. In het Gevangenismuseum vertellen wij het verhaal van de straffen en strafuitvoering vanaf de middeleeuwen tot heden.
Ons verhaal is ten slotte ook uniek omdat dit deel uitmaakt van gelijkaardige verhalen van landloperskolonies in Drenthe. Met de zeven landloperskolonies van België en Nederland samen werd trouwens een aanvraag gedaan tot erkenning als werelderfgoed bij Unesco.
Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren bij lokale musea?
In feite is het zo dat alle lokale erfgoedvrijwilligers een belangrijke taak vervullen. De activiteiten die bij elke erfgoedwerking weerkeren, zijn: verzamelen, inventariseren, conserveren, onderzoeken en ontsluiten. Dit kan je verdelen in twee blokken:
1) Bij het verzamelen, inventariseren en conserveren ligt de nadruk op enkelvoudige voorwerpen en documenten. Bij elk voorwerp, elk document hoort een verhaal. In veel lokale musea vinden we dit terug in het oude schoolklasje, het oude winkeltje, enz.
2) Bij het onderzoeken wordt hieraan informatie toegevoegd. Hierdoor ligt de focus eerder op het verhaal dan op de voorwerpen. Het verhaal wordt dan versterkt door de voorwerpen en documenten. Door het ontsluiten van deze verhalen (boek, tento, enz.) voegt men informatie toe op een hoger niveau, bv. op cultureel, sociologisch, geografisch vlak, enz. En dat levert ook een meerwaarde voor de bezoeker, want hij/zij wil op een aangename wijze iets bijleren…

Karel Govaerts bij de Graanschuur. (foto Dirk Raeymaekers)
Bedankt voor dit interview!
Luk Indesteege – Limburg Volkskundig Genootschap

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Luk Indesteege!
Luk, je bent actief als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap (LVG): wat doe je binnen die vereniging?
Wij, de leden van LVG, inventariseren en documenteren actuele volksgebruiken in Limburg. We verzamelen deze info op onze website . We geven ook info, lezingen, lessen enz… over de verzamelde informatie. Ik heb binnen LVG de rol van voorzitter.
Wanneer en waarom ben gestart als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap?
In een lessenreeks over volkskunde ontmoette ik Mathieu Driessen, de vroegere voorzitter en stichter van LVG. Dat was in 1985. Hij overtuigde mij om lid te worden, en 10 jaar later kon hij mij overhalen om het voorzitterschap over te nemen…
Als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap bent u een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom bent u graag erfgoedvrijwilliger? En wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?
Ik speel al 50 jaar traditionele muziek en de context ervan heeft mij altijd geïnteresseerd. Zo geraakte ik geboeid door allerlei oude en nieuwe gebruiken, waarbij ik al snel leerde dat tradities evolueren met de tijd en steeds nieuwe vormen aannemen, ofwel verdwijnen in archiefkasten en musea. Erfgoed is boeiend en je komt via erfgoed met veel mensen in contact, bijna altijd in prettige omstandigheden. Het lokale aspect geeft kleur aan de verschillen, het ondersteunt de persoonlijke identiteit. Bovendien is het ‘Limburggevoel’ niet te onderschatten. Ook zonder Tom Waes hebben wij in Limburg voldoende om de interesse en zelfs de jaloezie van anderen te wekken.
Waarom is de werking van het volkskundig genootschap zo belangrijk?
Het is van belang om de evoluties in de volkscultuur te documenteren en om niet enkel te kijken naar het verleden. (Immaterieel) erfgoed is waardevol, het helpt ons om onze identiteit te vormen en te tonen. Dat identiteitsaspect is belangrijk om zinvol en aangenaam te kunnen leven.
Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?
Het is moeilijk om één anekdote te kiezen. Maar een steeds terugkerende ervaring is: het enthousiasme, de gedrevenheid en fierheid waarmee traditiedragers hun eigen gebruiken beoefenen, uitvoeren, organiseren, voortzetten…
Bedankt voor dit interview!
Mario Raeymaekers – “Iedere vondst kan een verhaal vertellen”

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Mario Raeymaekers!
Dag Mario, als metaaldetectorist ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?
Metaaldetectie is niet alleen maar op velden gaan zoeken naar vondsten. Belangrijk zijn ook het vooronderzoek en de zoektocht naar een interessant veld. Na het veldwerk, bij het opzoeken van wat de voorwerpen zijn die er gevonden zijn, kom je telkens boeiende mensen tegen. Je leert zo ook veel bij over je vondst en over de geschiedenis.
Door samen te werken met Onroerend Erfgoed, boeren, archiefmedewerkers en heemkringen probeer ik metaaldetectie op een hoger niveau te brengen. Ik raad iedere metaaldetectorist aan zich bij de plaatselijke heemkundige kring aan te sluiten.
Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren rond metaaldetectie?
Er wordt in Vlaanderen veel gevonden en achter iedere vondst zit een verhaal. Iedere vondst kan een verhaal vertellen. De plaatselijke heemkundige kring of erfgoedcel kan hier vaak veel mee doen. Dat verhaal vertellen is ook heel belangrijk, bijvoorbeeld voor een klas, zodat ook zij weten wat het belang kan zijn van de samenwerking en het lokaal onderzoek.
Bedankt voor dit interview!
Nancy Van Orle – “Ik heb na al die jaren nog evenveel zin om te gaan zoeken’

Benieuwd naar de ervaringen van andere metaaldetectoristen? Maak kennis met onze gesprekspartner Nancy Van Orle uit Mortsel!
Dag Nancy! Heel fijn dat je met ons in gesprek wilt gaan. Kan je je even voorstellen?
Ik ben Nancy, 59 jaar oud, en al veertien jaar zoek ik als metaaldetectoriste. Op het forum DVVL ben ik moderator van “beginnende zoekers” en “vers uit de vondstentas”. Ik ben ook vaste vrijwilliger van de Archeologische dienst Stad Antwerpen en hielp al bij verschillende opgravingen. Los daarvan loopt er reeds vier jaar een unieke samenwerking met een archeoloog. Sinds kort ben ik werkend lid van de Heemkundige Kring Mortsel en lid van EGMP (Europees genootschap Munten en Penningen).
Hoe ga je op het veld te werk?
Ik vraag altijd eerst toestemming – meestal mondeling – aan de grondbeheerder. Op het veld zelf volg ik mijn neus en ga van de ene kant naar de andere kant. Bij een nieuw veldje ga ik er eerst diagonaal over en doe ik de randen om een idee te krijgen wat het te bieden heeft.
Wat doe je met een gevonden voorwerp?
Ik probeer het te reinigen – vaak gewoon droog door het zand met een tandenstokertje te verwijderen. Daarna leg ik een laagje B72 paraloid over het object. Soms vind je muntjes die in heel slechte staat zijn door verzuring van bemesting op het veld. Ofwel probeer ik het zelf te determineren, ofwel vraag ik op fora wat het kan zijn.
Ik neem een foto van alle vondsten en dan geef ik het aan bij Onroerend Erfgoed. Soms is het vervelend dat er niet veel dagen tussen het vinden en het melden van de vondsten mogen zitten; je weet niet altijd meteen wat het voorwerp is of het is nog niet juist gereinigd. Ik vermeld dat ik het nog niet weet en vul dat later nog aan. Vondsten melden is heel belangrijk. Het is daardoor dat je de geschiedenis rijker kan maken en zelfs veranderen.
Bewaar je zelf je vondsten?
Voor de mooie vondsten heb ik een vitrinekastje. De rest zit in zakjes en doosjes. Die probeer ik per vondstdata, gemeente of straat te bewaren. Ik probeer het ensemble bij elkaar te houden. Ik leg mijn vondsten natuurlijk niet in een vochtige omgeving. Ik heb ook kleine zakjes silica gel. Een tiental Romeinse munten van mij worden nu professioneel gereinigd en gedetermineerd. Ik gebruik een speciale mousse en voeg een zakje tegen vocht toe om het te vervoeren zodat het in goede staat aankomt en terugkomt.
Als iemand mijn vondsten wil onderzoeken, dan vind ik ze ook heel vlug terug. Zo kwam er onlangs iemand die onderzoek doet naar Antwerpse pegels. Dat zijn stukken lood die in aardewerk werden geslagen waardoor de barman wist tot waar hij drank moest schenken, anders werd de klant bedrogen. Zo heb ik er verschillende liggen. Ik deel graag alle informatie die ik heb, omdat ik het ook leuk vind om meer te weten te komen van de onderzoeker.
Heb je tips voor iemand die aan metaaldetectie wilt beginnen?
Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van de regels. Er zijn mensen die nooit op fora komen en dus niet bereikt kunnen worden. De fora bevatten enorm veel expertise en kennis om mensen te helpen en te begeleiden. Elke vraag kan gesteld worden. Ik ben er zeker van dat ik in het begin zeer naïeve vragen stelde, maar kreeg steevast een vriendelijk antwoord. Ze moeten zeker ook hun erkenning aanvragen. En daarnaast: sluit de putjes goed, neem afval mee, vraag toestemming.
Wat maakt voor jou iemand tot bonafide detectorist?
De liefde voor geschiedenis is sowieso van belang. En dan: geduld hebben. Het is zoals bij vissers: je weet nooit wat je boven haalt. Je kan urenlang op een veld zoeken en niets vinden. Ik heb na al die jaren elke week nog evenveel zin om te gaan zoeken – zelfs als ik de weken ervoor niets heb gevonden. Transparantie op fora is belangrijk. Je moet ook een goed oog hebben. Je kent de vondsten in het begin helemaal niet. Gooi dus zeker niet te veel weg. Een beginneling had op een zoekdag een fibula tussen zijn ‘vondsten om weg te gooien’. Iemand merkte dat op toen die vroeg om eens te kijken wat hij had. Daarom geef ik een tip: steek je ‘rommel’ in een potje. Twee of drie jaar later weet je misschien wat het is en dan kan je beslissen om het wel of niet bij te houden.
Bedankt voor dit interview, Nancy!
Patrick Schuermans – “Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken”
Goed Gevonden!
© Agentschap Onroerend Erfgoed
In de rubriek ‘Goed Gevonden!’ brengt Histories goede praktijken van metaaldetectoristen aan de oppervlakte. Onze gesprekspartner is Patrick Schuermans.
Dag Patrick! Erg fijn dat je in gesprek wil gaan met ons. Kan je je even voorstellen?
Ik ben Patrick Schuermans, 52 jaar oud en ben van beroep een arbeider. Ik ben heel geïnteresseerd in mijn lokale geschiedenis en daarbij sluit metaaldetectie mooi aan. Al een kleine dertig jaar ga ik als detectorist het veld op. Het opzoekwerk dat erbij komt kijken, gaat tegenwoordig een stuk vlotter dan toen ik startte. Vroeger kwam alle informatie uit boeken, het internet was nog niet zo’n hulpmiddel. Toen ging men op goed geluk zoeken. Wanneer ik iets vond, begon ik me daarin volledig te verdiepen. Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken.
Hoe ga je op het veld te werk?
Als ik kan zoeken over een hele akker, dan ga ik in een kruis over het veld. Daarbij let ik op scherven en sporen van aardewerk en metaal, want daarmee kan je soms een tijdsperiode situeren. Na het veld te doorkruisen, ga ik het vervolgens in baantjes af. Het is niet altijd mogelijk om de hele akker te doen, dus probeer ik de hotspots te vinden en vooral daar veel te wandelen.
Als je een metalen voorwerp vindt, hoe ga je dan te werk?
Ik neem alles mee in de staat dat ik het opgraaf. Als het brons is, houd ik het vochtig tot ik thuis ben. Wanneer brons te vlug droogt, wordt het poreus en dan brokkelt de patina al snel af. Dus bij het thuiskomen na het zoeken, laat ik het rustig drogen. Vervolgens probeer ik het te reinigen – dit doe ik regelmatig onder een microscoop – en tracht ik het te conserveren. Voor sommige vondsten gebruik ik paraloid, iets wat archeologen altijd waarderen wanneer ik dat bijkomstig doe. Daarna probeer ik de vondst te determineren en zodra ik weet wat het is, kan ik het melden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.
Bewaar je zelf je vondsten?
Dat varieert. Ik spreek af met de eigenaar welke vondsten hij of zij wil houden, maar meestal zijn ze er niet in geïnteresseerd. Soms, wanneer het een belangrijke vondst is, schenk ik het in samenspraak met de grondbeheerder. Zo heb ik in Nieuwerkerke een muntschat gevonden en samen met de eigenaar gegeven aan de gemeente. In Halle-Booienhoven heb ik een grafvondst gedaan die ik direct gemeld heb, en die wordt nu tentoongesteld in de kerk van Zoutleeuw. Ik vind het wel jammer dat wanneer je een vondst weggeeft of naar een depot brengt dat het soms in een kist of doos belandt. Dan bewaar ik de vondsten liever zelf zodat zoekers die bij mij over de vloer komen ze toch nog kunnen bekijken.
Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen?
Doe eerst goed opzoekwerk vooraleer je gaat zoeken. Probeer uit te zoeken wie de eigenaar is van het veld waar je wil zoeken. Zoek nooit op ingezaaide akkers – daar komt ruzie van. Als je een putje graaft, maak het ook terug dicht. Neem altijd je afval mee en al het zink, lood en blik; dat is slechts een kleine moeite. Ik heb drie zakjes aan mijn heuptas hangen: één is voor afval, een ander is voor mijn pinpointer en in de derde zak steek ik mijn vondsten. Probeer voorzichtig te reinigen. Reinig nooit agressief en gebruik geen chemische producten zolang je niet weet wat het is. Gooi ook niet te veel weg. Probeer als beginnende zoeker iemand te contacteren die al langer aan metaaldetectie doet en laat die persoon eens door het materiaal gaan dat je zou weggooien. Mijn bevinding is dat mensen veel wegdoen waarvan ze niet weten wat het eigenlijk is. Voor de rest: meld je vondsten. Via de tool van het Agentschap Onroerend Erfgoed gebeurt dit eenvoudig.
Wat zijn voor jou enkele karakteristieken van een bonafide detectorist?
Hou je aan de regels. Als het terrein archeologisch beschermd is, ga er dan niet op zoeken. Zoek, meld en houd goede contacten met landbouwers. Ik denk als je alles doet wat ik bij de vorige vraag heb geantwoord, je jezelf een goede zoeker kan noemen.
Regelgeving metaaldetectie en magneetvisserij in Vlaanderen
Regelgeving metaaldetectie en magneetvisserij in Vlaanderen

Voor alle actieve en toekomstige metaaldetectoristen en magneetvissers werd op deze pagina de regelgeving rond metaaldetectie en magneetvisserij gebundeld! Klik op de links om meer te weten te komen.
Hou alvast in het achterhoofd dat je een erkenning van de Vlaamse overheid moet hebben om aan metaaldetectie of magneetvisserij te mogen doen en zorg dat je steeds toestemming van de eigenaar hebt om op diens grondgebied te gaan zoeken!
Als metaaldetectorist of magneetvisser ben je verplicht je aan de regelgeving rond metaaldetectie en magneetvisserij te houden. Voor je het veld op gaat of het water in duikt, dien je een (gratis) erkenning aan te vragen – ook als je geen Belgische nationaliteit hebt. Die geeft je de toestemming om als metaaldetectorist en magneetvisser aan het werk te gaan in Vlaanderen. Bovendien moet je de regels uit de Code van Goede Praktijk volgen. Deze kan je op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed vinden. Daarnaast biedt het Agentschap ook een folder aan waarin de regelgeving op een toegankelijke manier wordt geduid. Neem verder ook een kijkje bij onze veelgestelde vragen (FAQ’s).
Je mag als detectorist of magneetvisser ook niet overal rondspeuren. Naast de verplichte toestemming om met je detector of vismagneet te mogen zoeken, zijn er enkele plaatsen die volledig verboden zijn. Het Agentschap Onroerend Erfgoed geeft hier mee welke plaatsen dat zijn.
Heb je een metalen voorwerp in de grond of in het water gevonden? Meld dit dan zeker via het officiële meldingsformulier! Foto’s posten op sociale media of andere kanalen is dus niet voldoende. Dit administratieve gedeelte van je zoektocht zorgt er namelijk voor dat bij aanvang van een archeologisch onderzoek alle meldingen uit een gebied kunnen geraadpleegd worden. Kortom, de kennis over ons verleden vergroot. Sommige metaaldetectievondsten hebben er al toe geleid dat een onderzoek werd opgestart om een site archeologisch te beschermen. Schat dus de archeologische waarde van je vondst niet te laag in! Is het niet helemaal duidelijk hoe je de meldingsapplicatie moet gebruiken? Bekijk dan deze video.
Met de verplichte melding wordt er dus enkel kenniswinst beoogd. Het afstaan van je vondsten is niet nodig, tenzij de gemeente of eigenaar deze in bewaring wil nemen. Maak dus op voorhand duidelijke afspraken hierover.
Heb je geen geschikte plaats bij je thuis om de artefacten te bewaren? Dan kan je ervoor kiezen om ze in bewaring te geven bij een onroerenderfgoeddepot.
Naast de regelgeving op Vlaams niveau, kunnen lokale besturen ervoor kiezen om extra maatregelen voor metaaldetectoristen te nemen. Neem dus zeker ook een kijkje op de website van de gemeente waar je gaat zoeken. Je kan dit eenvoudig terugvinden door ‘metaaldetectie in (gemeente)’ in Google in te geven.
Copyright Agentschap Onroerend Erfgoed
Theo De Jonckheere – “Voor mij is elke vondst een schat op zich”

Benieuwd naar ervaringen van andere metaaldetectoristen? Maak kennis met Theo De Jonckheere, medebedenker van het tv-programma Metaalstrijd op PlattelandsTv!
Dag Theo, fijn dat je even tijd maakt voor dit gesprek! Kan je je even kort voorstellen?
Na mijn studies economie heb ik een twintigtal jaar gewerkt voor verschillende bedrijven. Daarna ben ik het onderwijs in gegaan en heb ik een kleine twintig jaar marketing en salesvakken gegeven aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Ik vond dat tof: ik heb gestudeerd, gewerkt, ervaring opgedaan en daarna de kans gekregen om die opgedane kennis door te geven aan de volgende generatie. Bovendien doe ik al zo’n twintig jaar aan metaaldetectie. Ik ben opgegroeid aan de kust en toen ik trouwde, ben ik verhuisd naar Mechelen. Om die reden ga ik voornamelijk in de streek van Mechelen en aan de kust – mijn moeder woont daar nog – zoeken.
Vooraleer je een veld opgaat, doe je dan opzoekwerk?
Wat je zeker niet mag doen, is gericht zoeken naar een bepaalde vondst. Gezien ik in Mechelen woon, keer ik logischerwijze vaak terug naar dezelfde locaties hier in de buurt. Dit zorgt ervoor dat ik de boeren van wie de velden zijn al goed ken en ook weet wat er zoal te vinden valt. Soms worden er ook zoekdagen georganiseerd op verplaatsing. Dan doe ik wel opzoekwerk. Zo bekijk ik de locatie op Geopunt, alsook op historische kaarten zoals die van de Ferraris. Ik probeer te weten te komen wat er zich op die plaats bevond of heeft afgespeeld.
Na het zoeken, probeer ik altijd te weten te komen wat ik heb gevonden. Er zijn bepaalde soorten vondsten die vaak terugkeren, zoals munten bijvoorbeeld, waardoor het identificeren dikwijls vlot gaat. Bovendien vormen de boeken van Van Houdt (Atlas der munten van België: van Kelten tot heden & Munten van Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden en van de Franse en Hollandse periode (1434- 1830)) een grote bron van informatie bij muntdeterminatie. Het probleem ligt voor mij eerder bij het reinigen dan bij het determineren. Sommige vondsten zijn zodanig gecorrodeerd dat je ze eerst moet restaureren, vooraleer je ze kan identificeren. Gelukkig heb ik mijn partner Arlette, die met veel geduld mijn mooiste vondsten reinigt en restaureert.
Hoe ga je praktisch te werk op het veld?
Hoe ik begin, is afhankelijk van welke oogst op het veld gestaan heeft. Het liefst zoek ik op aardappelvelden, want die zijn mooi vlak en daar kan je goed lijn per lijn lopen. Bij maïsvelden is dat iets anders; na de oogst blijven er dikke stoppels staan en die zijn zeer hard. Mijn tactiek is dan om dwars op de oogstlijnen van de maïs te wandelen, zodanig dat ik iedere keer tussen die maïsstroken ga. Er zijn intussen ook al verschillende apps die vertellen welke teelten op akkers staan of hebben gestaan, zoals die van de Vlaamse Overheid ‘LV-Agrilens’. Uit principe ga ik niet op een akker die ingezaaid is.
De laatste jaren zijn de landerijen voor lange periodes bezaaid waardoor de periodes van beschikbaarheid om op velden te zoeken een pak korter worden. Dat komt door de Europese wetgeving die boeren verplicht om groenbemesting te zaaien na het oogsten. Dit is uiteraard spijtig nieuws voor de metaaldetectoristen.
Ga je soms met anderen zoeken? Of is dat steeds alleen?
Ik vind het belangrijk om met anderen te zoeken. Vroeger spraken we met een groepje af op zondagmorgen in Mechelen. De ene bracht koffie mee, de andere cake en we gingen een voormiddag zoeken. Daarna toonden we de vondsten aan elkaar. Pas dan zie je dat de uitkomst veel rijker is dan wanneer je alleen op pad gaat. Als je met een aantal mensen een veld afzoekt dan komen er altijd mooie dingen boven. De kans bestaat dan ook dat je een week eens niets speciaals vindt, maar een andere detectorist wel. Dat maakt me even blij dan wanneer ik het zelf zou vinden. Binnen de metaaldetectiewereld heerst er soms onderling ook wat jaloezie, wat ik totaal niet nodig vind en dat wilden we ook duidelijk maken in Metaalstrijd, het tv-programma op PlattelandsTv. Ik vind het veel belangrijker om meer te weten te komen over de vondst en haar bredere context.
Wat zijn de leukste voorwerpen die je al gevonden hebt?
Eigenlijk is voor mij elke vondst een schat op zich. Elk voorwerp is een contact met iemand die het verloren is in het verleden. Het toont ook aan hoe mensen vroeger leefden. Als het mooi uit de grond komt en het is herkenbaar, dan maakt dit het voor mij interessant. In de buurt van Mechelen heb ik eens de oudste munt van Mechelen gevonden. Bij toeval woonde er in die straat juist een archeoloog dus die was eigenlijk bijna aanwezig bij de opgraving en heeft de munt dan helemaal beschreven.
Op het veld kom je ook andere dingen tegen dan op het strand. Ik weet nog altijd de eerste trouwring die ik teruggevonden heb. De achternaam van die persoon stond daar ook op, wat normaal niet zo is. Dankzij een medezoeker die bij de rijkswacht werkte – dat zou nu niet meer kunnen door de privacyregels – hebben we die personen teruggevonden. Toen bleek dat die ring al twaalf jaar verloren was en uiteindelijk heb ik dan de ring teruggegeven.
Hoe bewaar je je vondsten?
Ik probeer alles bij te houden, maar eerlijk gezegd, er zit wel wat rommel tussen. Er zijn veel vondsten die kapot zijn waarvan ik de waarde in vraag stel. Ik heb nu een grote houten schuifkast waar ik mijn vondsten in bewaar, maar ik weet ook dat dit niet de optimale bewaarmethode is. Voor de speciale vondsten heb ik wel specifieke zakjes en bakjes gekocht, maar ik zoek nog naar een algemene aanpak. Er wordt aangeraden om alles in plastieken doosjes te steken, maar dan is mijn zolder zo gevuld. Ik heb ook veel loden voorwerpen (soldaatjes, speelgoed, kogels), maar lood is giftig en de vondsten zijn meestal beschadigd. Met deze vondsten weet ik niet goed wat ik moet doen. Ik heb nu bijna twintig jaar ervaring en toch blijf ik nog met zoveel vragen zitten. Ik ben wel blij dat er sinds 2016 een regelgeving is, alsook dat het metaaldetectiegebeuren wat meer gekaderd wordt door Histories.
Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen?
Als je begint met metaaldetectie, lijkt het me een goed idee om eens mee te gaan met anderen die wat meer ervaring hebben. Ik denk dat het ook belangrijk is om je open te stellen. Zorg dat je de communicatie helder houdt tussen verschillende partijen. De houding ‘wat niet weet, niet deert’ zit er nog te veel in bij sommigen. Als er regels zijn, pas die toe. Geef ook zeker je vondsten aan, daarmee vul je de database aan en kan je een bredere of correctere kijk geven aan het verleden.
Als je nu enkele kenmerken zou moeten geven aan een bonafide metaaldetectorist, welke zijn dat dan?
Geduld. Er zijn dagen dat er niks uit de grond komt. Ook een portie nieuwsgierigheid is belangrijk. Je moet willen weten wat je vondst is en dit ook delen met anderen. En natuurlijk, interesse hebben in geschiedenis.
Wat is het doel van Metaalstrijd, het programma over metaaldetectie voor PlattelandsTV en wat houdt het in?
De motivatie was vooral om de geheimzinnigheid rond metaaldetectie weg te halen. Door te tonen hoe we te werk gaan, willen we de negativiteit die rond metaaldetectie hangt, proberen weg te werken. We willen duidelijk maken dat we niet naar een veld gaan om er zoveel mogelijk uit te halen.
Ook het communicatieve aspect was een belangrijke reden. We gaan geen moeilijke vragen uit de weg en we zijn klaar om samen te werken met erkende archeologen. We hebben namelijk dezelfde interesses dus laat ons daar open en eerlijk over praten. Maar ik heb wel de indruk dat er in de archeologiewereld nog mensen zijn die zich hiertegen verzetten. Het gaat dan voornamelijk om archeologen die slechte ervaring hebben met malafide detectoristen die bijvoorbeeld op archeologische sites gaan zoeken of hun vondsten niet melden. Gelukkig hebben de meeste archeologen wel al een meer open visie op metaaldetectie.
Bedankt voor het delen van je ervaringen en tips, Theo!
Verenigingsloket: de voordelen voor jouw erfgoedvereniging
Verenigingsloket: de voordelen voor jouw erfgoedvereniging
Het is voor erfgoedverenigingen een uitdaging om overzicht te bewaren over de toepasselijke wetgeving, beschikbare diensten en lopende dossiers. Het Verenigingsloket ondersteunt jou hierbij. In deze praktijktip ontdek je wat het Verenigingsloket voor jou kan betekenen en hoe je ermee aan de slag gaat.
Wat is het Verenigingsloket?
Het Verenigingsloket is er voor feitelijke verenigingen zonder winstoogmerk, vzw’s en stichtingen. Het is een online platform dat verenigingen met lokale, provinciale, Vlaamse en federale overheidsdiensten verbindt. Je vindt er financiële voordelen, de nodige toelatingen en antwoorden op juridische en administratieve vragen. Maar je legt er ook gemakkelijk contact met andere verenigingen in heel Vlaanderen.
Na registratie worden de contactgegevens van de vereniging gedeeld met andere overheden. Het Verenigingsloket onthoudt de informatie waardoor toekomstige aanvragen sneller en eenvoudiger verlopen.
Je vindt zo ook alle informatie over je vereniging op één plek. Je ziet in één oogopslag wie de contactpersonen zijn, welke aanvragen zijn ingediend en welke subsidies, vergunningen, toelatingen en attesten al zijn toegekend.

© Virpi/Businessillustrator
Het Verenigingsloket breidt zijn aanbod voortdurend uit. Nog niet alle overheden zijn aangesloten en daardoor zijn nog niet alle toepassingen beschikbaar. Het is een groeiverhaal, dus moedig je gemeente zeker aan om zich aan te sluiten.
Waarom moet jouw vereniging aansluiten bij het Verenigingsloket?
VIND DE JUISTE DIENSTVERLENING
Het Verenigingsloket brengt jou naar de gepaste dienstverlening. Dit is voor iedereen vrij toegankelijk. Als je iets interessant hebt gevonden, krijg je meer informatie met een link naar de juiste dienstverlener.
Voorbeeld
Ellen zit in een kring die bezig is met metaaldetectie en archeologie. Ze wil een project starten met lokale scholen om de archeologische kennis over de gemeente over te brengen naar de kinderen. Ze wil weten welke subsidies ze hiervoor kan krijgen. Het Verenigingsloket leidt haar naar de meest toepasselijke subsidie.
SPAAR TIJD DOOR GEGEVENS VAN EEN VORIGE AANVRAAG TE HERGEBRUIKEN
Het Verenigingsregister is de databron van het Verenigingsloket. Door je vereniging te registreren op het Verenigingsloket worden al jullie gegevens uit het register automatisch ingevuld bij jouw aanvraag. Hierdoor moet je nauwelijks nog iets aanvullen bij een volgende aanvraag.
Voorbeeld
Werner wil de ‘gratis verzekering voor vrijwilligers’ van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk aanvragen. Er staat al heel wat ingevuld voor hem. Enkel de ontbrekende gegevens moeten hij nog aanvullen.
BEKIJK JOUW LOPENDE EN AFGERONDE DOSSIERS MET EEN KLIK OP DE KNOP
Op het Verenigingsloket bekijk je al je lopende en afgeronde dossiers bij overheden die aangesloten zijn op het platform.
Voorbeeld
Rita is lid van Reuzengilde vzw en is onlangs bestuurslid geworden. Hierbij heeft ze enkele taken overgenomen rond het aanvragen van subsidies en verzekeringen. Haar voorganger was niet de meest ordelijke persoon en daarom is het vaak zoeken in de papieren naar wat al aangevraagd werd en wat niet. In het logboek op het Verenigingsloket ontdekt ze de historiek van vorige aanvragen en de stand van zaken.
RAADPLEEG BETROUWBARE INFORMATIE
Het Verenigingsloket verzamelt verschillende artikels die je verder helpen op vlak van financiën, administratie, het organiseren van evenementen of het dagelijkse bestuur.
Voorbeeld
Bart heeft vragen over de kostenvergoedingen voor de vrijwilligers binnen zijn vereniging. Via het Verenigingsloket vindt hij een artikel met meer informatie over dit thema. Na het lezen van dit artikel weet hij welke soorten kostenvergoedingen er zijn en wordt hij verder geleid naar steunpunten en overheidsinstanties die zich hiermee bezighouden. Zo krijgt hij enkel betrouwbare informatie.
MAAK JOUW VERENIGING ZICHTBAARDER VOOR NIEUWE LEDEN, POTENTIELE VRIJWILLIGERS EN HET BREDE PUBLIEK
Het zoeken naar verenigingen is op het Verenigingsloket een fluitje van een cent. Iedereen kan de openbare contactgegevens van verenigingen terugvinden.
Voorbeeld
Peter is net verhuisd naar een nieuwe gemeente. Hij is geïnteresseerd in geschiedenis en een natuurliefhebber. Hij wil zich graag inzetten voor een lokale vereniging, om zo te connecteren met zijn nieuwe buurt. Hij klikt op een erfgoedvereniging die er interessant uitziet. Via de beschrijving leest hij wat de vereniging doet, wanneer ze samen komen en ontdekt hij dat er een ontmoetingsdag is. Peter zal er zijn! Zo is de vereniging weer een lid rijker.
Gebruik deze twee functionaliteiten om nieuwe leden, potentiële vrijwilligers en een breed publiek aan te trekken:
- Wanneer je als vereniging je activiteiten invoert via de UiTdatabank, worden deze automatisch weergegeven op je verenigingspagina in het Verenigingsloket. Duid hiervoor eenmalig één van je activiteiten op de website van het Verenigingsloket aan. Is dit in orde? Dan worden al jullie toekomstige activiteiten daar getoond.
- Je kan in het Verenigingsloket ook het werkingsgebied van je vereniging aanduiden. Zo weet iedereen waar je activiteiten plaatsvinden en bereik je sneller het juiste publiek.
Registreer je vereniging in het Verenigingsregister om gebruik te maken van het Verenigingsloket
BEN JE EEN VZW, IVZW OF STICHTING?
- Zorg dat één van de wettelijke vertegenwoordigers aanwezig is die zich met zijn of haar ID-kaart en kaartlezer of de ITSME-app kan aanmelden.
- Hou het KBO-nummer van je vereniging bij de hand, want het Verengingsloket trekt daar basisgegevens uit. Gegevens uit het KBO kan je in het Verenigingsregister niet aanpassen.
BEN JE EEN FEITELIJKE VERENIGING?
- Doe de registratie met minstens twee vertegenwoordigers. Vergeet de ID-Kaart en kaartlezer of de ITSME-app niet.
- Hou je basisgegevens bij de hand zoals verenigingsnaam, activiteitendomein en correspondentieadres.
- Tijdens het registreren kan je andere personen in kopie zetten. Deze personen worden dan via een mail op de hoogte gebracht van de geregistreerde verantwoordelijken.
Ben je in meerdere verenigingen actief? Schakel via de balk bovenaan de website makkelijk tussen je verschillende verenigingen via de knop “aanmelden” (naast de zoekbalk).
Zoek de juiste dienstverlening onder aanbod
- Klik op het aanbod en krijg een overzicht van de beschikbare dienstverlening.
- Filter op overheid, type van ondersteuning en thema. Erfgoed valt onder het thema ‘cultuur, sport en vrijetijd’.
- Gevonden wat je zocht? Dan kan je de voorwaarden, de procedures en de financiële voordelen bekijken.
Benader andere verenigingen en toon jezelf aan een nieuw publiek
- De verenigingen die op dit moment al aangesloten zijn, vind je hier terug.
- Zoek aan de hand van zoekfilter en activiteitendomeinen naar de gewenste vereniging(en).
- Elke vereniging heeft een profiel waar je een beschrijving, een adres, contactpersoon en een website kan vinden.
Vind antwoorden op juridische, financiële en administratieve vragen
- Bij info en advies kan je op thema zoeken naar informatie die antwoord biedt op jouw vragen. Enkele thema’s waaruit je kan kiezen zijn ‘administratie’, ‘evenement’, ‘fiscaliteit’ en ‘verzekering’.
- Vanuit het Verenigingsloket kan je doorklikken naar de websites van de betrokken overheden, waar je nog meer uitleg kan vinden of diensten kan aanvragen.
Voor de zeer geïnteresseerden
- Bekijk dit webinar om je verder te verdiepen in het verenigingsloket.
- Extra toelichting vind je op www.vlaanderen.be/verenigingsloket waar je je ook kan inschrijven op de nieuwsbrief van het Verenigingsloket.
Heb je nog vragen? Neem dan contact op met Els Vervaet via els.vervaet@histories.be.
Deze praktijktip werd in samenwerking met het Verenigingsloket opgesteld.
























































