Amy achter haar laptop in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem

“Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen” – Duik in je familiegeschiedenis met Amy en Rik

“Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen” – Duik in je familiegeschiedenis met Amy en Rik

Amy achter haar laptop in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem

Amy op haar werkplek in het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis.

Het Documentatie- en Studiecentrum voor Familiegeschiedenis in Merksem zet zich al sinds 1968 in om genealogieonderzoek op allerlei manieren te stimuleren. Iedereen met interesse voor hun familiegeschiedenis kan er op zoek gaan naar informatie over hun voorouders. Het centrum begeleidt ook studenten en onderzoekers, en verricht zijn eigen onderzoek. Je vindt er een al maar groeiende schat aan documentatie: rouwbrieven, communieprentjes, huwelijksaankondigingen en nog veel meer. De zestigtal geëngageerde vrijwilligers spelen een cruciale rol om deze werking mogelijk te maken. Om meer te leren over hun werking zaten we samen voor een interview met Amy, een van de vrijwilligers, en Rik, de directeur van het centrum.

 

Hoe ben je vrijwilliger geworden bij het documentatiecentrum?

Rik
Amy volgde school in het bijzonder onderwijs [Amy heeft een autismespectrumstoornis (ASS)], waar ze een stageplaats zochten voor haar. In mei 2022 is ze dus zo bij ons terechtgekomen, voor een stage van een maand.

Amy
Ja. Mijn eerste kennismaking met Rik en het documentatiecentrum was met mijn stagebegeleider, meneer Steven.

Rik
Ze vond het hier zodanig slecht dat ze hier op 1 juli aan de deur stond en vroeg: mag ik hier mijn vakantiewerk komen doen? [Lacht] Dat vakantiewerk sloeg zodanig tegen [knipoog], dat de eerste september de stagebegeleider vroeg of we nog altijd geïnteresseerd waren in een stage. En wie staat daar aan de deur? Amy. Sindsdien is ze niet meer weggeweest.

Wat doe je in het documentatiecentrum? Wat zijn jouw taken?

Amy
Stambomen maken. En dat emigratieproject van Jan, maar dat kan ik niet goed uitleggen.

Rik
Ze is begonnen met de stamboom van haar eigen familie. En daarna heeft ze dat uitgebreid naar andere zaken.

Amy
Nu doe ik soms ook opzoekingen als mensen iets vragen.

Rik
Ja, als mensen vragen of we informatie voor hen kunnen vinden, doet zij de opzoekingen. Nu doet ze dat voor Jan Vanderhaeghe, van de werkgroep ‘Belgische Emigranten naar Amerika’. Ze zoekt de oorsprong op van de mensen die geëmigreerd zijn naar Amerika.

Uit welke taak haal je het meeste plezier?

Amy
De stambomen.

Is dat ook op aanvraag?

Amy
Niet altijd, soms ben ik ook nog met mijn eigen stamboom bezig.

Rik
Ze zit nu rond het jaartal 1500-1600.

Wat vind je interessant aan familiegeschiedenis?

Amy
Ik ontdek graag nieuwe dingen in de stambomen.

Rik
Bij ieder antwoord dat je vindt, ontdek je ook twee nieuwe vragen.

Je hebt deze vraag al deels beantwoord, maar ken je je eigen familiegeschiedenis? Wat vind je daar interessant aan?

Amy
De ene kant van mijn familie is allemaal van Oost-Vlaanderen, de andere kant van Antwerpen. Maar ik heb ook nog ergens [de documentatie van] een erfenis gevonden, waarvan de erfgenamen in Groot-Brittannië wonen.

Rik
Het is het diverse van wat je vindt dat het leuk maakt. Door haar eigen familiegeschiedenis te onderzoeken, leert ze ook een aantal zaken die ze kan gebruiken voor iets anders, zoals het lezen van notarisstukken en begrijpen wat er staat.

Hoe werkt het centrum?

Amy
[Tegen Rik] Ja, dat moet jij uitleggen.

Rik
We werken met ongeveer 60 vrijwilligers. Ze hebben allemaal diverse taken. Dat kunnen vrij eenvoudige zaken zijn, zoals documenten scannen en dan eventueel benoemen. Dan zijn er mensen die gespecialiseerde taken uitvoeren, zoals de collecties beheren van kaarten, oude bidprentjes, communieprentjes, doopprentjes, ... Sommigen zijn multi-inzetbaar. En dan heb ik nog iemand die schilderwerken doet.

Amy
Ik heb die vrijwilligerslijst gemaakt.

Rik
Ah ja, voor de administratie heeft ze de vrijwilligerslijst volledig herwerkt. En ineens heeft ze die vrijwilligerslijst ook herschikt in mijn telefoon [Lacht].

Waarom denk je dat vrijwilligers belangrijk zijn voor familiegeschiedenis?

Amy
Iemand moet al die rouwbrieven inscannen. Anders kunnen mensen dat niet meer terugvinden en weet je niet wat er mee zou gebeuren.

Heb je een goede herinnering van hier in het centrum?

Rik
Op de dag dat ze is hier is binnengekomen, zei ik: 'dag Amy'. Ik kreeg geen reactie.

Amy
Het was heel stil.

Rik
Na een paar weken kwam er een antwoord. En nog een paar weken later was het een beetje luider. Dat vind ik een leuke herinnering aan Amy.

Amy
Ik durfde niet te veel zeggen.

Rik
In het begin was dat echt heel stil, als ze iets zei. Net dat vind ik leuk, dat ze loskomt. Niet enkel als we alleen zijn, maar ook als we in de keuken zitten met andere mensen durft ze het woord nemen.

Amy
Ja, dat is wel een mooie herinnering.

Wat zou je zeggen tegen iemand die hier in het centrum vrijwilliger wil worden?

Rik
[Tegen Amy] Dat moet jij zeggen, ik mag zelf niet stoefen, hè?

Amy
Maar ik weet het niet.

Rik
Hoezo, je weet het niet?

Stel je voor, iemand die je kent wil het misschien eens proberen.

Amy
Dan zou ik zeggen dat die zijn eigen stamboom kan maken. Dan zal die blijven, want dan zal die zeker ontdekken dat het heel interessant is.

Je leert er dingen die je nergens anders kan leren. 

Rik
Ondertussen kan ze ook Latijn lezen, begrijpen en vertalen. Hetzelfde met oud geschrift. Ze is een slimme meid.

Bedankt voor het interview!

50 praktijkverhalen over vrijwilligerswerk in de erfgoedsector

50 praktijkverhalen over vrijwilligerswerk in de erfgoedsector

FARO, Heemkunde Vlaanderen en Familiekunde Vlaanderen hebben de voorbije jaren mogen kennismaken met tal van inspirerende en verrassende vrijwilligersinitiatieven. Toch beseften we dat er nog vele waardevolle projecten en initiatieven onder onze ‘radar’ bleven. Daarom startten we in het voorjaar van 2016 een zoektocht naar nieuwe praktijkvoorbeelden. Ons doel? Deze voorbeelden registreren en vervolgens met u delen. Want we zijn ervan overtuigd: verhalen en ervaringen van anderen kunnen inspireren en motiveren.

Het project ging van start met de oproep: “Bent u betrokken bij een vrijwilligerswerking waar u fier op bent? Laat het ons weten!”. De respons was overweldigend. Meer dan dertig organisaties, uit alle hoeken van het land, reageerden. We gingen bij vrijwel elk van deze organisaties op bezoek. We namen interviews af met de vrijwilligers en/of het aanspreekpunt van die vrijwilligers. Daarnaast gingen we zelf actief op zoek naar interessante praktijkvoorbeelden. Daarbij zochten we naar initiatieven die een aanvulling vormden op de reacties die we via de projectoproep hadden ontvangen.

Voorliggende bundel verzamelt de oogst van onze zoektocht. We willen u hier graag mee inspireren, enthousiasmeren en ook ondersteunen. U krijgt hier zo maar even vijftig verhalen uit de praktijk, van collega’s die stevig met beide voeten op de grond staan.

ABC van vrijwilligers in de erfgoedsector

ABC van vrijwilligers in de erfgoedsector

Dit ABC biedt een overzicht van de belangrijkste tendensen en verschuivingen in het vrijwilligerswerk en de mogelijkheden ervan voor erfgoedwerkers. Elke letter is gewijd aan één opvallende of inspirerende tendens of praktijk. Verwacht daarbij geen uitgebreide encyclopedische beschrijving. Wel krijg je, per letter, telkens een beknopte definitie, vaak gekoppeld aan een praktijkvoorbeeld, gevolgd door een aantal tips en aandachtspunten en ten slotte een literatuurverwijzing. Sommige lemma’s zijn heel sterk gericht op de praktijk, andere zijn dan weer meer theoretisch of conceptueel opgevat. Bij nog andere letters hebben we de tekst beperkt en werken we vooral met foto’s. Of zoals het gezegde luidt: soms zegt een beeld meer dan duizend woorden!

Dit ABC hebben we geschreven voor erfgoedwerkers die zijn begaan met de vernieuwing van hun vrijwilligerswerking. We denken daarbij in de eerste plaats aan vrijwilligerscoördinatoren, actieve (bestuurs-)leden binnen een erfgoedvereniging en aan alle intermediaire organisaties die erfgoedvrijwilligers ondersteunen en begeleiden. De bedoeling van dit vrijwilligersalfabet is om te inspireren, te enthousiasmeren en te sensibiliseren.

Ann Rombaut – Heemkundige kring Kaulille

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Ann Rombaut!

Ann, je bent erfgoedvrijwilliger en voorzitter van de heemkundige kring Kaulille: wat doe je binnen die vereniging? 

Elke maandag zitten wij samen met de leden van de heemkundige kring en werken we samen aan het inventariseren van alle bronnen en schenkingen van mensen aan de heemkundige kring. Op maandagnamiddag zijn we ook open voor publiek. Mensen kunnen dan langskomen als ze vragen hebben rond hun genealogisch onderzoek, voor papers in hun studie enzovoort. We hebben een grote collectie aan bidprentjes, rouwbrieven, communieprentjes en foto’s, maar ook artikels, boeken en andere documenten of voorwerpen. Een belangrijk aspect voor ons is de communicatie naar de buitenwereld: alle nieuwe bronnen of activiteiten worden aangekondigd op de facebookpagina. We werken ook aan een website voor onze vereniging. Vroeger gaven we ook een heemkundig tijdschrift uit, genaamd ‘De Klaveren Heer’, maar door omstandigheden zijn we daarmee moeten stoppen. Elk jaar geven we een heemkundige kalender uit rond een bepaald thema. In de toekomst zullen ook meer activiteiten organiseren om ons archief te ontsluiten zoals ruilbeurzen, tentoonstellingen … Ook zetten we momenteel sterk in op de communicatie en eventuele uitwisseling van bronnen met andere heemkundige kringen en organisaties in de buurt.

Wanneer en waarom ben je gestart als vrijwilliger binnen de heemkundige kring? 

Ik heb archeologie en kunstgeschiedenis gestudeerd. Na mijn studies heb ik gewerkt in het stadsarchief van Aalst. Daar hielp ik onder meer mensen met genealogisch onderzoek en bouwde ik mee aan tentoonstellingen. Na mijn verhuizing naar Kaulille werkte ik als bibliotheekassistent en later als bibliothecaris in de bibliotheek van Bocholt en stond ik in voor het erfgoedbeleid in dezelfde gemeente. Dankzij mijn voorgeschiedenis had ik al een stevig netwerk uitgebouwd binnen de erfgoedsector en mensen uit de buurt wisten daarvan. In 1992 is men mij dan komen vragen of ik geïnteresseerd was om mee te werken aan de oprichting van de Heemkundige kring van Kaulille. Het leek mij zeer verrijkend om met deze mensen met een gemeenschappelijke passie voor het verleden te werken aan een vooropgesteld doel.

Als vrijwilliger bij de heemkundige kring ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Voor erfgoed is er toch een voorliefde nodig voor geschiedenis, verhalen …. Meer kennis opdoen en meer mensen ontmoeten waarmee je jouw passie kan delen is zeer verrijkend. Mijn netwerk is dankzij de samenwerking met allemaal verschillende erfgoedvrijwilligers nog meer verruimd en steeds opnieuw leer ik nieuwe mensen kennen met een nieuw verhaal. Als we daarnaast dan ook mensen kunnen helpen bij het reconstrueren van hun eigen verhaal, is dat nog des te mooier.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jou zijn die zich engageren in heemkundige kringen?

Vrijwilligerswerk in de erfgoedsector is zo belangrijk omwille van de sociale samenhang en de leefbaarheid van een gemeenschap. Ons doel is om mensen goesting te geven in erfgoed en ze laten doen wat ze graag doen, zodat ze echt kunnen voelen welke meerwaarde ze dan ook betekenen.

Erfgoedvrijwilligers zijn momenteel schaars, zeker na corona. De oudsten vallen weg en er is dringend nood aan nieuw bloed. We hechten dan ook veel belang aan onze projecten om kinderen al van jongs af aan te betrekken. Zo doen we regelmatig projecten met scholen. We geven jaarlijks een les in het derde en vijfde leerjaar rond een thema’s zoals het urnenveld van Kaulille, de teuten, de oorlog en de poederfabriek. Erfgoed dringt bij kinderen vooral binnen als ze het zelf kunnen ervaren via workshops, zoals het maken van een urne, zelf brood bakken, oude volkspelen enzovoort. Verder willen we sterk inzetten op het zoeken van vrijwilligers rond een bepaald project, met een duidelijke opdracht die beperkt is in tijd. Vaak hebben de jongere generaties weinig tijd voor langdurig vrijwilligerswerk, maar het enthousiasme leeft nog wel onder de mensen. Heden ten dage vind je nog weinig mensen die 10 of 20 jaar in dezelfde vereniging zitten, tenzij je iemand vindt die zo gebeten is door de microbe, dat hij/zij dit als haar levenswerk ziet. Na afloop van zo’n project merken we dat er toch veel enthousiasme is voor verdere projecten rond een bepaald thema.

Waarom is de werking van de heemkundige kring zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Het is belangrijk dat het erfgoed eerst en vooral gekend is en onderzocht wordt, en daarnaast ook bewaard wordt in goede omstandigheden en ontsloten wordt. Zo helpen wij bijvoorbeeld de gemeenten door opmerkzaam te blijven over verloederde gebouwen, scheuren in gebouwen of kapelletjes die onderkomen zijn. Erfgoed is de nalatenschap van het verleden waarmee we leven in het heden. Die nalatenschap geven we door aan toekomstige generaties, zodat zij er ook van kunnen leren, het kunnen bewonderen en ervan kunnen genieten.

Wat maakt voor jou de lokale geschiedenis/het lokale erfgoed zo interessant?

Al kinds af aan heb ik de interesse voor geschiedenis en kunst meegekregen. We bezochten met het gezin vaak verschillende musea en gingen naar tentoonstellingen. Het zit dus wel in mijn bloed. Al snel merkte ik dat veel mensen toch veel belang hechten aan hun lokale leefwereld en afkomst, waardoor de erfgoedverhalen ook heel persoonlijk worden. De lokale geschiedenis is een belangrijke en onmisbare schakel van een groter geheel.

Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?

Wat mij het meest vreugde brengt aan het vrijwilligerswerk rond erfgoed zijn de contacten en de verhalen van de mensen. Momenteel ben ik voorzitter van de Heemkundige Kring Kaulille en bestuurslid bij het Davidsfonds, de Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en bij Ovenbuur Bocholt. Het is heel fijn om met al deze mensen met dezelfde passie en nieuwsgierigheid op zoek te gaan naar verhalen en de linken tussen verhalen te kunnen leggen. Onze passie brengt mensen samen en dat is heel mooi om te zien.

Bedankt voor dit interview!

Bernard Lootens en Moniek Moyaert – Archief- en documentatiecentrum: De Spaenhiers

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Bernard Lootens en Moniek Moyaert!

Dag Moniek en Bernard, jullie zijn actief als vrijwilliger bij het Archief- en documentatiecentrum De Spaenhiers: wat doen jullie binnen die vereniging?

Moniek: Ik ben reeds vijf jaar vrijwilliger bij de Spaenhiers. Mijn werk bestaat erin de rouwbrieven en bidprentjes, die geschonken worden aan de Spaenhiers, te sorteren, de database aan te vullen en alfabetisch te rangschikken in de reeds bestaande collecties. Daarnaast werk ik aan de beeldbank door krantenartikels te scannen, te beschrijven en online te zetten.

Bernard: Als verantwoordelijke van het bestuur voor het documentatiecentrum bestaat mijn taak er voornamelijk in om de werking te coördineren. Dat houdt enerzijds in dat ik zoek naar aangepaste taken voor de vrijwilligers en ze naar een bepaalde doelstelling begeleid. Deze taken bestaan uit het ordenen en inventariseren van collecties en binnenkomende documenten. Indien mogelijk worden de collecties opgelijst en online ter beschikking gesteld. Zo zijn er bijvoorbeeld van onze collectie bidprentjes en rouwbrieven lijsten gemaakt, die online te consulteren zijn: Bidprentjes (wordpress.com). De prentjes en de rouwbrieven zijn alfabetisch geklasseerd. Andere grote collecties in ons documentatiecentrum bestaat uit foto’s, de krantenknipsels en de affiches. Deze worden gescand of gefotografeerd en met de bijhorende beschrijving op onze beeldbank geplaatst.  Anderzijds bestaat mijn taak erin om (be)zoekers te begeleiden. Wie iets komt opzoeken, probeer ik wegwijs te maken in ons aanbod en gericht te helpen. Ook de algemene promotie van het documentatiecentrum, het opsporen en verwerven van erfgoed tracht ik te bewerkstelligen.

Als vrijwilligers bij De Spaenhiers zijn jullie ‘erfgoedvrijwilligers’: waarom zijn jullie graag erfgoedvrijwilligers?

Moniek: Allereerst vind ik het een boeiende en zinvolle activiteit voor mezelf, maar het belangrijkste is dat we mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar informatie. Bidprentjes en rouwbrieven zijn de grootste pijlers voor het maken van een stamboom. Krantenartikelen zijn een uitstekende bron van informatie voor mensen die op zoek zijn naar de evolutie van het sociale, culturele en politieke verleden van Koekelare.

Bernard: Vooral omdat ik van mening ben dat dit voor onze lokale gemeenschap een belangrijke taak is. In de loop van de jaren hebben wij met een team van vrijwilligers een instelling uitgebouwd waar mensen terecht kunnen met documenten, wat vaak gebeurt bij sterfgevallen. Voor gelijk welk zoekwerk over lokale geschiedenis, bijvoorbeeld voor genealogisch onderzoek, een schoolwerk, een paper, een boek, een tijdschrift enzovoort, helpen wij mensen op weg. Dit geeft veel voldoening.

Waarom is het volgens jullie belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jullie zijn die zich engageren bij documentatiecentra?

Moniek: We ondervinden in het documentatiecentrum van De Spaenhiers een stijgende interesse bij de lokale bevolking. Dit gaat van studenten tot auteurs van bijvoorbeeld een boek, een eindwerk tot mensen die geboeid zijn door het verleden. Mensen kunnen helpen in hun zoektocht naar concrete informatie is dan ook de grootste voldoening voor de vrijwilliger en een stimulans tot een blijvend engagement.

Bernard: Het verzamelen en bewaren van lokaal erfgoed is een eerste stap. Dit erfgoed degelijk ordenen en ontsluiten is een tweede en even belangrijke stap. Dit is nodig voor de derde stap van bekendmaking en als gevolg voor een bewustwording van de gemeenschap over het belang van de lokale geschiedenis. Het effect van bekendmaking is bijvoorbeeld duidelijk gebleken uit het programma ‘Het Verhaal van Vlaanderen’ van Tom Waes.

Moniek en Bernard tijdens een uitstap met de Spaenhiers in het midden van de foto – https://spaenhiers.be/uitstappen-2/#jp-carousel-476

Bedankt voor dit interview!

Online erfgoedgemeenschap

Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips

Bouw een sterke online erfgoedgemeenschap uit met deze vijf tips

Online erfgoedgemeenschap

Erfgoedvrijwilligers spelen een essentiële rol in het behoud en de verspreiding van erfgoed. Traditioneel vinden erfgoedactiviteiten plaats in fysieke ruimtes, maar steeds meer erfgoedgemeenschappen ontstaan ook online. Tijdens het Histories Festival 2023 bogen erfgoedvrijwilligers zich over de vraag hoe ze digitale platforms kunnen benutten om een breder draagvlak te creëren voor hun erfgoedpraktijk. Hier zijn vijf praktische tips die ze hebben ontwikkeld:

ERKEN DE ERFGOEDFUNCTIES DIE VERVULD WORDEN OP SOCIALE MEDIA

Sociale media vervullen onbewust erfgoedfuncties, zoals het delen van herinneringen en het documenteren van erfgoed. Hoewel deze gemeenschappen zichzelf niet altijd als erfgoedgericht beschouwen, is het belangrijk om hun potentieel te erkennen. 

PROFILEER JE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAP IN ERFGOEDTERMEN

Als je een Facebookgroep wilt opzetten die zich richt op erfgoed, moet je die ook zo “in de markt zetten”. Gebruik dus erfgoedterminologie om je groep vindbaar te maken en stimuleer mond-tot-mondreclame om zowel online als offline leden aan te trekken. 

ZORG VOOR EEN STERKE CONNECTIE TUSSEN JE FYSIEKE EN ONLINE GEMEENSCHAP

Sociale media kunnen chaotisch aanvoelen. In een Facebookgroep waar iedereen iets kan posten, kan je het gevoel krijgen dat je de controle aan het verliezen bent. Wijs daarom een beheerder of moderator uit de fysieke vereniging aan om de kwaliteit van de content te waarborgen. Bovendien versterk je zo de band tussen je fysieke erfgoedvereniging en de digitale gemeenschap erachter. 

IMPLEMENTEER EEN LOGISCHE STRUCTUUR VOOR JE ONLINE CONTENT

Het is niet altijd gemakkelijk om snel betrouwbare informatie op te zoeken binnen een Facebookgroep. Maak gebruik van een duidelijke mappenstructuur om de opslag en toegankelijkheid van de erfgoedcontent te verbeteren. Orden bijvoorbeeld beeldmateriaal op thema of datum om het zoeken te vergemakkelijken. 

SLA DE HANDEN IN ELKAAR MET BESTAANDE ONLINE ERFGOEDGEMEENSCHAPPEN

Je kan kiezen om zelf een Facebookgroep op te richten, maar je kan ook bestaande digitale erfgoedgemeenschappen benaderen. Wie weet is er al een Facebookgroep die thematisch of geografisch aansluit bij jouw erfgoedvereniging? Dit kan niet alleen helpen bij het vergroten van het draagvlak, maar ook nieuwe vrijwilligers aantrekken voor jouw erfgoedinitiatieven. 

Datasets registreren via CoDE-x

Postkaart CoDE-x

CoDE-x is de naam van een pilootproject rond het vindbaar en doorzoekbaar maken van kwetsbare onderzoeksdata van erfgoedvrijwilligers doorheen Vlaanderen. In het kort: een website voor het doorzoeken en registreren van jullie datasets (digitale lijsten, tabellen, ...).

De infographic stuurt aan om meer te weten over CoDE-x. Het geeft in een notendop mee wat CoDE-x is en hoe je het zelf kan gebruiken ten voordele van jullie onderzoeksdata.

Erfgoedvrijwilligers motiveren en begeleiden

Hou ze aan boord. (Nieuwe) erfgoedvrijwilligers motiveren en begeleiden

Bladwijzer 5: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen augustus 2012 • 05

Van april tot mei 2012 konden lokale erfgoedorganisaties in alle provincies de cursusavond ‘Hou ze aan boord! (Nieuwe) erfgoedvrijwilligers motiveren en begeleiden’ volgen. Deze avonden, die ingericht werden door Heemkunde Vlaanderen en het Forum voor Erfgoedverenigingen, bestonden uit een interactieve voordracht van Koen Vermeulen (trainer/consulent vrijwilligerswerk1) en praktijkvoorbeelden van lokale erfgoedverenigingen die hun expertise in vrijwilligerswerking deelden.

Deze cursusreeks was het vervolg op de vorige reeks rond ‘vrijwilligers rekruteren’. Vrijwilligers vinden die zich willen inzetten voor je erfgoedvereniging is één zaak, maar zorgen dat ze willen blijven, is een andere zaak! De vragen die centraal stonden tijdens de avondcursussen waren: Hoe bestuur je anno 2012 best een erfgoedvereniging opdat de vrijwilligers gemotiveerd blijven? Waarop moet je letten als je je bestuur wilt verjongen? Hoe moet je een goed vrijwilligersbeleid voeren? Dit artikel is een samenvatting van de cursus, aangevuld met de gegeven praktijkvoorbeelden.

Hoe betrek je vrijwilligers in maatschappelijk kwetsbare posities bij je erfgoedorganisatie?

Hoe betrek je vrijwilligers in maatschappelijk kwetsbare posities bij je erfgoedorganisatie?

Histories vond erfgoedorganisaties die mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie kansen geven als vrijwilliger. In deze brochure presenteren we twintig best practices van erfgoedorganisaties in interviews met vrijwilligers en hun coördinatoren. We doen dat om te informeren, te inspireren en te enthousiasmeren. Eerst verduidelijken we een paar begrippen en geven we verschillende redenen waarom erfgoedorganisaties en vrijwilligers in maatschappelijk kwetsbare posities graag met elkaar in zee gaan. En geven we tien concrete tips voor een inclusieve vrijwilligerswerking.

 

Hoe kan een erfgoedvereniging voldoen aan de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers?

Hoe kan een erfgoedvereniging voldoen aan de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers?

Sinds 1 januari 2007 is de ‘wet betreffende de rechten van de vrijwilligers’ volledig van kracht. Deze wet voorziet in een statuut, en dus een wettelijke bescherming, voor vrijwilligers. Elke organisatie die met vrijwilligers werkt, is sindsdien verplicht deze wet toe te passen.

Concreet bestaat deze wet uit twee grote verplichtingen voor verenigingen: de informatieplicht en de burgerlijke aansprakelijkheid. Dit laatste onderdeel geldt niet voor feitelijke verenigingen die geen personeel tewerkstellen, die niet verbonden zijn aan een feitelijke vereniging die personeel tewerkstelt of die niet beschouwd kunnen worden als een afdeling van een vzw. Maar toch is het ook voor hen aan te raden om hun vrijwilligers goed te verzekeren.

De informatieplicht

Elke erfgoedvereniging (zowel vzw’s als feitelijke verenigingen) moeten hun vrijwilligers op  voorhand informeren over:

  • De doelstelling en het statuut van de organisatie (én in het geval van een feitelijke vereniging moet de identiteit van de verantwoordelijke van de vereniging worden meegedeeld).
  • Het feit of de vereniging burgerlijk aansprakelijk is (zie verder) en welke verzekering hiervoor werd afgesloten.
  • Eventuele bijkomende verzekeringen die zijn afgesloten.
  • Het al dan niet betalen van vergoedingen en de aard van deze vergoedingen (forfaitaire of werkelijke kosten). Meer informatie over het vergoeden van vrijwilligerswerk vind je hier.
  • Het feit dat de vrijwilliger gebonden is door de geheimhoudingsplicht. Deze geheimhouding geldt voor vertrouwelijke informatie die valt onder artikel 458 van het strafwetboek (het zogenaamde medisch beroepsgeheim).

Hoe je deze informatie aan je vrijwilligers meedeelt, is vrij te kiezen. Indien hierover een betwisting ontstaat, moet de erfgoedvereniging evenwel kunnen aantonen dat ze het nodige gedaan heeft. Een goede optie is om een informatienota (kies voor: modeldocument: Informatienota wet) op te stellen, deze publiek kenbaar te maken via jullie website of tijdschrift en door te mailen naar alle vrijwilligers.

Burgerlijke aansprakelijkheid: verzekeringsplicht!

Alle erfgoedverenigingen (met uitzondering van feitelijke verenigingen die niet verbonden zijn aan een vzw zoals bv. de provinciale koepel) zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hun vrijwilligers tijdens het uitoefenen van hun activiteiten voor de organisatie aan derden berokkenen. Deze verplichting geldt echter niet wanneer de vrijwilliger opzettelijk bedrog of fraude pleegde of meermaals dezelfde (lichte) fout beging.

Organisaties moeten zich tegen deze risico’s dus indekken via een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Dat kan via een privéverzekeringsmaatschappij, maar weet dat er ook alternatieven zijn. Via de het Vlaams Steunpunt voor Vrijwilligerswerk kan men zich sinds 1 januari 2018 inschrijven op de  gratis collectieve verzekering van Vlaanderen.  De gratis vrijwilligersverzekering is wel te beperkt is voor erfgoedverenigingen met veel activiteiten. De organisatie kan per kalenderjaar gratis maximum 1000 vrijwilligersuren verzekeren. Via deze link kan je meer informatie vinden over de gratis vrijwilligersverzekering.
Ook sommige (provinciale) koepels ontwikkelen initiatieven om hun leden de verplichte verzekering aan te bieden.

Vrijwilligers bij feitelijke verenigingen zonder personeel of die niet beschouwd kunnen worden als een afdeling van een vzw of een feitelijke vereniging met personeel moeten ingeval van schade beroep doen op hun persoonlijke verzekering.

Daarnaast kan je uiteraard ook nog bijkomende verzekeringen afsluiten zoals een ongevallenverzekering of een verzekering rechtsbijstand. Dit is aan te raden, maar geen verplichting. Zie Welke verzekeringen moet een erfgoedvereniging best hebben?

Uitkeringsgerechtigd?

Ben je werkloos of bruggepensioneerd? Dan kan je vrijwilligerswerk verrichten zonder je uitkering te verliezen. Je moet hiervan echter vooraf schriftelijk aangifte doen bij de RVA. Zonder reactie van de RVA kan je na 12 dagen beginnen als vrijwilliger. Wanneer je arbeidsongeschikt bent, heb je de schriftelijke toestemming nodig van een geneesheer. Ontvang je een leefloon? Meld dan je vrijwilligerswerk bij het OCMW. Andere uitkeringsgerechtigden moeten hun vrijwilligerswerk niet melden.  Zie hier voor meer info i.v.m. wie mag vrijwilligen.

Meer informatie

Meer informatie over de vrijwilligerswetgeving vind je op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk:

https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/

Hoe registreren en zoeken in CoDE-x?

Hoe registreren en zoeken in CoDE-x?

CoDE-x maakt kwetsbare onderzoeksdata van erfgoedvrijwilligers doorheen Vlaanderen vindbaar en doorzoekbaar. Histories wil met CoDE-x een oplossing bieden om de onderzoeksgegevens van erfgoedvrijwilligers, die niet in andere databanken terechtkunnen, te ontsluiten.

CoDE-x focust zicht op een eenvoudige en efficiënte manier van registreren met een minimale infrastructuur. Dit moet leiden tot kruisbestuiving tussen verschillende soorten erfgoedonderzoekers. Dankzij verschillende partners, koepels en vrijwilligersorganisaties konden we een laagdrempelige website waarmaken waar je datasets kan registreren en opzoeken.

In deze handleiding kom je te weten hoe je eenvoudig je lijstjes en onderzoeksdata kan registreren en hoe je kan bladeren door de verschillende datasets die reeds geregistreerd zijn in CoDE-x.

  • 0:00 : Korte introductie over wat CoDE-x is en waarvoor het bedoeld is.
  • 1:12 : Hoe geraak je op de landingspagina van CoDE-x?
  • 1:39 : Registreren van je dataset of onderzoeksdata via het invulformulier.
  • 1:59 : Registreren van meerdere datasets in bulk via een voorgemaakt sjabloon.
  • 2:32 : Voorbeeldformulieren gebruiken om jouw beschrijvingen te helpen te vervolledigen en te homogeniseren.
  • 5:42 : Hoe je ingevoerde gegevens updaten?
  • 5:51 : Zoeken doorheen de reeds ingevoerde datasets in CoDE-x via het zoekformulier.

Meer info via https://histories.be/aanbod/databanken/code-x/.

Bij vragen contacteer lisa.tijtgat@histories.be.

Copyright Freepik

Hulpmiddelen metaaldetectie

Hulpmiddelen voor metaaldetectoristen

Naslagwerk metaaldetectie

Heb je een metalen voorwerp gevonden, maar kan je het niet identificeren, is het gecorrodeerd of weet je niet hoe je het optimaal bewaard? In dit overzicht worden de meest gebruikte referenties over metaaldetectie gebundeld. De beste literatuur en websites voor het determineren, reinigen en conserveren van je vondsten worden opgelijst.

Copyright Freepik

Schaallatjes voor vondstfotografie

Wanneer je je vondst fotografeert, is een schaallatje essentieel. Zonder een referentiemaat is het namelijk moeilijk om een idee van de grootte van je object te krijgen. Je kan hiervoor een meetlat gebruiken of misschien kocht je er een online. Geen van beide in huis? Print dan dit pdf-bestand. Let op dat de afdrukgrootte ingesteld staat op 100 % en controleer nogmaals of de maat correct is na het printen. Je kan de afgedrukte schaallatjes verstevigen door ze op dun karton te kleven.

Kom je naar een van onze vormingen of opleidingen rond metaaldetectie? Dan kan je altijd een schaallatje (zie afbeelding) van Histories vragen!

Vondstenkaartje

Na het reinigen en verpakken van je vondst voeg je een vondstenkaartje toe. Zo'n kaartje bevat de belangrijkste gegevens over je gevonden object. Je kan het vasthangen aan de verpakking of bij je vondst steken. In dit laatste geval vul je de gevraagde informatie in met potlood om chemische reacties met de vondst te voorkomen. Tip: plaats dit vondstenkaartje naast je object wanneer je er foto's van neemt.  Zo kan je gemakkelijk je foto('s) van je vondst aan de bijhorende gegevens linken.

Inspirerende erfgoedpraktijken: Innovatieve werking rond molenerfgoed in Kaulille en regio

Inspirerende erfgoedpraktijken: Innovatieve werking rond molenerfgoed in Kaulille en regio

Toon Verlaak van vzw Ovenbuur, de Kauliller Molenvrienden en Molennetwerk Kempenbroek

Al van kleins af aan is Toon Verlaak uit Kaulille gefascineerd door de verhalen achter lokale molens en het molenambacht. Die verhalen wil hij graag doorgeven aan de volgende generaties. In deze podcast stelt hij vanuit het Molenhuis in Kaulille drie erfgoedorganisaties voor: De Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en vzw Ovenbuur. Deze organisaties delen dezelfde rode draad en werken nauw samen. Hun gemeenschappelijk doel is om het verhaal ‘Van graan tot brood’ te vertellen aan de nieuwe generaties om zo jonge mensen warm te maken rond molenerfgoed. Dankzij hun innovatieve en grensoverschrijdende werking, won Molennetwerk KempenBroek op de Internationale dag voor Vrijwilligers de Ingeborg Pouwels Innovatieprijs. Luister mee en ontdek hoe de organisaties te werk gaan, en hoe de verhalen hen verbinden.

 

  • De Kauliller Molenvrienden hebben een open en vlotte structuur: alle molenaars kunnen
    alle functies, zoals voorzitter, secretaris of penningmeester, eens opnemen op een vergadering.
  • Ze werkten met het Molennetwerk Kempenbroek een fietsroute uit in de Erfgoedapp
    rond het molenerfgoed in deze grensstreek. De molenverhalen komen zo tot leven voor de
    fietsers die langs de molens fietsen via (3D) filmpjes, foto’s en tekstjes.
  • Ze zetten actief in op het betrekken en enthousiasmeren van jongeren, want dat moet
    je zien als zaadjes die je plant voor de toekomst.

 

Beluister hier de podcast:

Dag Toon, kan je jezelf even voorstellen?

Ik ben Toon Verlaak en ik ben lid van De Kauliller Molenvrienden, Molennetwerk Kempenbroek en vzw Ovenbuur. De vereniging van De Kauliller Molenvrienden is een groep van vrijwillig molenaars die verantwoordelijk is voor het laten draaien van de Sevensmolen in Kaulille. Die groep is als eerste opgericht in 2010 door onze huidige voorzitter Ludo Achten en ikzelf. Ondertussen zijn we met een zevental molenaars en, alles bij elkaar, met een vijftiental vrijwilligers die instaan voor allerlei activiteiten. Onze organisatie bestaat dus uit twee groepen. Enerzijds zijn dat de Molenaars, die een officieel diploma molenaar behaald hebben. Zij laten de molen draaien en geven ook rondleidingen in de molen. Anderzijds is er een groep sympathisanten, die ons ondersteunen als er iets te doen is bij de molen. Dat zijn over het algemeen familieleden en buren van de molenaars, die bijvoorbeeld een handje komen toesteken tijdens onze jaarlijkse molenfeesten. Alle molenaars zijn gelijk voor de wet. Dat wil zeggen dat alle functies, zoals voorzitter, secretaris, penningmeester, in elkaar overlopen. We kunnen zo allemaal eens voorzitter, secretaris of penningmeester zijn op een vergadering. Die structuur is wat opener en vlotter.

Molennetwerk Kempenbroek is in 2015 opgericht door enkele molen-enthousiastelingen, molenaars en gidsen en heeft als doel om het molenerfgoed in de regio op de kaart te zetten. We richten ons vooral op het fietstoerisme en op de lokale bevolking die met de fiets eens iets anders wil zien. We werken met de Erfgoedapp van FARO en hebben op die manier een virtuele laag boven op het aanzicht van de molen gelegd. Via de app vertellen we de verhalen over de verschillende molens, met (3D) filmpjes, foto’s, tekstjes ...

We geven bij wijze van spreken de sleutel van de molenpoort in handen van de mensen die langs de molen fietsen. Van de groep van Molennetwerk Kempenbroek komen dus een aantal van de vrijwilligers van omliggende molens. Dat zijn niet de typische molenaars, dat zijn mensen met een achtergrond, zoals journalist, schooldirecteur …, die het nut inzien van een breder samenwerkend verband over de grenzen heen.

Als derde vereniging zetelt hier de vzw Ovenbuur. Het idee voor de vereniging is gegroeid tijdens een van onze molenfeesten, onder lokale bakkers tijdens het drinken van een lokaal biertje. Dan ontstaan de beste ideeën. (glimlacht) Het idee luidde: “Wat als we hier bij de molen eens een stenen Kempische bakoven bouwden?” Daarbij willen ze de rijke Kempische bakcultuur, die eigenlijk een bakcultuur is van duurzaamheid en armoede, bewaren en verder doorgeven aan onze nakomelingen. De ovenbuur-gedachte stamt uit de tijd van de oprichting van de poederfabriek hier in Kaulille.

Ovenburen zijn mensen die gebruik maken van dezelfde bakoven. Bij de oprichting van de poederfabriek in 1882 hier in Kaulille, kwamen er heel wat gespecialiseerde fabrieksarbeiders uit West- en Oost-Vlaanderen naar hier, maar die mensen konden geen brood kopen, want hier waren geen bakkers. Dus bouwde de fabrieksdirectie voor iedere vijf arbeidershuisjes ook een bakoven. Die mensen maakten van dat wekelijkse bakken gebruik om lief en leed te delen rond de warme bakoven. Dat verhaal heeft ons geïnspireerd om na de coronaperiode mensen uit de gemeenschap terug samen te brengen. Dat heeft er toe geleid dat we tijdens die periode dat idee terug opgepakt en uitgevoerd hebben. We hebben een crowdfunding georganiseerd om de haalbaarheid van het project af te toetsen in het dorp, en dat is zo geweldig goed meegevallen dat we ervan overtuigd zijn dat dat idee gedragen wordt door de gemeenschap.

En ik moet zeggen, het lukt vrij goed. Er beginnen zich gemeenschappen te vormen rond de bakoven van mensen die samen komen bakken. Wij geven hen de faciliteiten. Er is zo bijvoorbeeld altijd een bakker aanwezig om de procedure uit te leggen, zoals het aanleren van het kneden, en er zijn stokers die de oven warm houden. Het gaat allemaal heel langzaam en mensen hebben de tijd om met elkaar te praten, en dat is de bedoeling. Het doel is niet belangrijk, maar de weg ernaar toe wel.

Waarom is het immaterieel erfgoed rond de molens zo belangrijk?

Om het verhaal te vertellen van graan tot brood, dat is de rode lijn. Voor ons is het heel belangrijk om een inzicht te bieden over hoe onze voorouders omgingen met de schaarse middelen die er op dat moment waren in deze regio. Met heel weinig middelen, nl. dat beetje dat er van de akker en de heide kwam, zetten zij toch een product op tafel dat eetbaar was. Iedere vrouw kwam wel minstens een keer in de maand met een kruiwagen of zak graan naar de molen om er meel van te laten malen, om zo een hele maand rond te komen. Het is daarom heel belangrijk dat we de mensen bewust maken van hoe belangrijk dat erfgoed is, want zonder molenaars en het molenambacht in ere zou elke molen binnen vijftien jaar gewoon verdwijnen of wegrotten. Dat verhaal loopt als een rode draad door alle drie de verenigingen, zowel De Kauliller Molenvrienden, als Molennetwerk Kempenbroek, alsook Ovenbuur.

Hoe verloopt de vrijwilligerswerking bij de organisaties?

Wij proberen vrijwilligers aan te trekken op zo’n natuurlijk mogelijke manier. Dat wil zeggen dat we mensen niet aanspreken om lid te worden, maar we spreken ze aan op hun eigen terrein. Tijdens gesprekken vertellen we gewoon eens waar we mee bezig zijn. Dat we dat doen met enthousiasme, is heel belangrijk. De meeste vrijwilligers werven we momenteel in onze eigen kennissenkring, maar het gevaar daarvan is dat je altijd in dezelfde vijver gaat vissen. We proberen dat nu te voorkomen door mensen daarbuiten aan te spreken. Zo heb ik bijvoorbeeld altijd folders bij van Molennetwerk Kempenbroek om uit te delen. Zelfs als ik ergens op een terras zit en ik hoor dat mensen bezig zijn over iets soortgelijks, dan ga ik naar die mensen toe en leg ik even het verhaal van Kempenbroek uit. Daar zijn ze dan ook meestal heel erg geïnteresseerd in. De bedoeling is om eigenlijk altijd erfgoed te ademen. Dat lukt meestal door bijvoorbeeld dingen bekend te maken met een zeer mysterieus gehalte. Als je mensen nieuwsgierig kunt maken over bepaalde verhalen of dergelijke, happen ze meestal wel toe.

Waar we verder heel sterk op inzetten, zijn jongeren. Ik wil niet dat er bij ieder sterfgeval of afhaking van één van de vrijwilligers, er een lege plek komt. Je moet er dus voor zorgen dat er binnen tien à vijftien jaar mensen zijn die geïnteresseerd zijn en ooit gehoord hebben van erfgoed, van de molenwerking, van de bakoven … enzovoort. We moeten zaadjes zaaien en wachten op de oogst. We proberen om dat van jongs af aan mee te geven, om jongeren warm te maken voor erfgoed en hen te laten aanvoelen waar die molentechniek vandaan komt. De techniek van de molens is namelijk de voorloper van alles wat wij kennen aan hedendaagse mechanische technieken. Ik zeg altijd tegen de jongeren: “Hierboven in de molen zit hetzelfde remsysteem als in een Porsche Carrera”. En dan hebt je ze vast hé. Daarmee bedoel ik natuurlijk, het is gewoon een blokrem, maar daarmee kan je jongeren triggeren.

Je kan jongeren ook triggeren door verhalen te vertellen. Om de molen een plaats te geven in het dorp, vertellen we verhalen die boeien over onze voorouders, hun eigen leefomgeving. De kinderen van het vijfde leerjaar komen elk jaar de molen bezoeken. Er zijn daar al kinderen bij die regelmatig al eens binnenspringen in de molen, om eens te komen kijken of om mee te helpen met het opzeilen. Dan kan je al mensen rekruteren voor de volgende generaties, maar je mag ze niet pushen. Als je dat zaadje blijft planten, is er ergens wel een aar die uitkomt. Het is belangrijk om dat altijd in het achterhoofd te houden.

We hebben nu een aantal jongeren in de groep. Ik denk dat het daarbij belangrijk is dat jongeren andere jongeren aanspreken, en niet dat ouderen jongeren aanspreken. Wij hebben die jongeren eigenlijk weinig te vertellen. Daarom is het project ‘jong redt oud’ zo belangrijk. We geven die jongere molenaars nu ook al geleidelijk aan verantwoordelijkheden. De verantwoordelijkheid over het camerasysteem zit bijvoorbeeld bij een van onze jongeren.

Binnen het verhaal van Ovenbuur, is dat net weer iets totaal anders, want daar spreken we een ander soort vrijwilliger aan. Daar spreken we niet dé erfgoedvrijwilliger aan, maar net een breder publiek, zoals mensen die iets willen leren over bakken, cultuur, vlaai, … dat zijn lekkere en plezante dingen. Die groep groeit daardoor ook, er komen steeds nieuwe mensen bij. Er heeft zo bijvoorbeeld al een Turkse mevrouw uit het dorp aangeboden om eens durum te komen bakken in onze oven. Daar bestaat dus een andere dynamiek dan bij Molennetwerk Kempenbroek. Dat is technisch, terwijl de Ovenbuur plezanter is.

Wat maakt deze vrijwilligerswerking zo bijzonder?

De band. Iedereen heeft een gezamenlijk doel. Rond dat doel in alle rust, en vriendschap vooral, werken maakt het zo bijzonder.  Je kan ook meer vliegen vangen met een lepeltje honing dan met een liter azijn. Door vriendelijk te zijn kan je meer mensen bereiken, dan door kritische opmerkingen te maken (dan door azijn te pissen). Een van de dingen die we hebben om het leuk te maken is bijvoorbeeld ons principe van ‘bokdrinken’. We hebben een hele reeks van activiteiten die moeten gebeuren om de molen te openen en te sluiten. Dat wordt altijd afgesloten met een laatste gedeelte bokdrinken. Wat wil dat zeggen? Als we klaar zijn, de molen is dicht en alles is veilig opgeborgen, dan zetten we ons hier gezellig samen onder de paraplu bij elkaar en dan drinken we een pintje. We hebben met die groep ook twee belangrijke momenten in het jaar, namelijk ‘de plenk erin’ en ‘de plenk eruit’. We gaan dan ‘s morgens spek en eieren eten bij onze voorzitter thuis en dan beginnen we gezamenlijk de molen op te ruimen, te smeren en andere werkjes te doen. Als we klaar zijn, komen we ’s avonds samen terug thuis bij de voorzitter en drinken we nog een pintje. Dat is ‘de plenk erin’. ‘De plenk eruit’ is een dag waarop we de molen afsluiten. Dan geven we na het seizoen een feestelijk momentje met een hapje en een drankje om de molen te sluiten. Dat is een feestje onder ons om de vrijwilligers in de bloemetjes te zetten. Dat zijn allemaal zo van die dingen die het dorp laten leven en ook de molen in het dorp laten leven. Dat is belangrijk, dat dat verbindt. Een vereniging moet verbindend zijn.

Heel erg bedankt, Toon!

De verbindende factor was te voelen in het molenhuis. Een organisatie die mensen tot een groep vrienden maakt werkt aantrekkelijk. Enthousiasme en open, laagdrempelige communicatie vormen de kern, alsook de verhalen die het erfgoed met zich meedraagt.

Anneleen Gabriels (stagiair bij Histories)

Copyright foto’s: vzw Molennetwerk Kempen-Broek

Heeft deze aflevering jou geïnspireerd om ook nieuwe verbindingen te leggen? En welke verhalen dragen jouw vereniging? Laat het ons vooral weten, en, wie weet, zit jij wel in de volgende aflevering.

Inspirerende erfgoedpraktijken: Van heemkundige kring tot erfgoedbeweging in Zutendaal

Inspirerende erfgoedpraktijken: Van heemkundige kring tot erfgoedbeweging in Zutendaal

Armand Put van erfgoedbeweging Soennes & Swaerdes Zutendaal

De vrijwilliger van vandaag de dag is niet meer dezelfde als die van vroeger. Gepassioneerd erfgoedvrijwilliger Armand Put uit Zutendaal vertelt over de omschakeling van hun voormalige heemkundige kring naar een erfgoedbeweging, genaamd Soennes & Swaerdes. Hij stelt hun alternatieve erfgoedwerking voor, waarbij ze op een holistische wijze vrijwilligers aanwerven voor hun projecten. Daarbij is het heel belangrijk om vrijwilligers persoonlijk aan te spreken en om de tijdsduur en het onderwerp van het project heel duidelijk af te bakenen. Door deze werking heeft de erfgoedbeweging al vele succesvolle projecten op poten kunnen zetten. In deze aflevering ontdek je hoe de organisatie tewerk gaat en welke activiteiten ze zoal organiseren.

  • Door met meerdere vrijwilligers en verenigingen samen te werken, komen verschillende talenten bij elkaar.
  • We hebben geen klassiek vast bestuur, maar wel een kern vrijwilligers (het coördinatieteam) in een horizontale structuur met een uitgebreid netwerk.
  • We zetten sterk in op kinderen, omdat we geloven dat je de interesse voor erfgoed van jongs af aan moet creëren.

Beluister hier de podcast:

Goede middag Armand, kan u uzelf en uw erfgoedbeweging even aan ons voorstellen?

Onze erfgoedbeweging Soennes & Swaerdes was in wezen en beginne een heemkundige kring, die werd opgericht in 1978 en zich bezig hield met tentoonstellingen en publicaties. Dat duurde tot 2007, daarna begonnen de activiteiten stilletjes aan uit te doven. Bij het overlijden van de voormalige voorzitter in 2020, werden de koppen samen gestoken door enkele voormalige leden om een doorstart te doen van de heemkundige kring. In september 2020 is een doorstart gerealiseerd, weliswaar niet als heemkundige kring maar als erfgoedbeweging, met de nieuwe naam ‘Soennes & Swaerdes’, wat staat voor ‘des zondags en des werkdags’, of ‘elke dag, altijd’. We proberen op een holistische wijze het beste uit het verre en nabije verleden van Zutendaal op te sporen en dat erfgoed te bewaren en ook uit te dragen. We trachten het Zutendaals geheugen voor de volgende generaties te vrijwaren.

We werken in een horizontale en organische structuur, wat misschien vreemd klinkt voor een heemkundige kring. Met horizontaal bedoel ik dat we geen voorzitter, geen secretaris en geen penningmeester hebben. We werken zonder hiërarchie, zonder de klassieke vormen van een bestuur. We volgen wel met een achttal betrokkenen dagelijks de activiteiten op en coördineren die ook, waarvan een vijftal mensen zetelen in het veertiendaags overleg. We overleggen dan wat we kunnen doen, wat we willen doen en wat binnen de mogelijkheden ligt. We hebben geen echte functies, maar we hebben wel mensen die voornamelijk als archivaris bezig zijn, we hebben iemand die met het cafétje en het klasje bezig is in ons erfgoedhuis, iemand die met prentbriefkaarten bezig is, iemand die zich bezighoudt met dialecten en evenementen enzovoort. We hebben zowel oude als nieuwe leden, waarop we beroep kunnen doen als vrijwilliger. Dat zijn er in totaal zelfs een 90-tal. Als er een bepaald evenement of project voorligt, gaan we kijken wie het ziet zitten om het te coördineren en hoeveel personen we aanvullend nodig hebben om het te realiseren. We bekijken dan onze pool van een 90-tal vrijwilligers en gaan zoeken naar mensen die geïnteresseerd zouden zijn om mee te werken aan het project, op basis van hun uitlatingen in het verleden. We houden het heel goed bij als er een vrijwilliger aangeeft dat hij of zij de ene of de andere taak wel zou zien zitten om te volbrengen, of als een vrijwilliger graag eens een bepaald soort project zou willen organiseren of eraan zou willen meewerken. We bekijken dan voor welke activiteit wie we kunnen aanspreken. Het vergt wel heel wat initiatief van de persoon die coördineert, want diegene moet de mensen dan persoonlijk gaan vragen of ze willen meewerken aan een project.

We hebben wel bewust gekozen om projectmatig te werken. De vrijwilliger van vandaag de dag is niet meer geïnteresseerd om (bestuurs)lid voor het leven te worden. Als we de mensen aanspreken, kaderen we altijd heel specifiek welk soort project het wordt, voor welke periode en voor welke taak dat we medewerking zoeken. Zodat mensen zich niet te gebonden voelen en niet met de schrik zitten om ja te zeggen, want vrijwilligers hebben schrik om ja te zeggen wanneer het uitzichtloos wordt. Het is van belang om goed te omschrijven wat er verwacht wordt en voor hoelang. We merken dat we op die manier heel wat mensen enthousiasmeren voor beperkte projecten. Het vereist wel dat je de vrijwilligers persoonlijk aanspreekt, want een advertentie plaatsen dezer dagen heeft weinig zin. Soms kennen de enthousiaste vrijwilligers dan nog andere personen binnen hun eigen netwerk die ook geschikt en geïnteresseerd zouden kunnen zijn om mee te werken. Er is zo vaak nog meer opkomst dan enkel je ‘bekende pool’ van vrijwilligers die hun medewerking al hadden aangeboden. Op die manier hebben we voor ons groot project rond de Erfgoeddag vorig jaar een 50-tal mensen kunnen verzamelen, en dit jaar toch ook meer dan 40 mensen.

Bij een eerste contact met vrijwilligers is het van belang om te vragen wat zij zelf zien in het project en om het project en de tijdsduur strikt te kaderen. Als dat binnen hun interessegebied valt, het concept zelf hun aanstaat en ze zien de periode van medewerking zitten, heb je een grote kans dat je een ja krijgt. We brengen de vrijwilligers daarna per werkgroep bij elkaar om verder het concept toe te lichten en voornamelijk ook om te vragen wat ze er zelf van vinden en hoe zij het zelf zouden invullen, zodat er ook een initiatief van henzelf kan komen. Op die manier verhoog je het enthousiasme alsmaar meer, want het project wordt zo ook van hen zelf. Als je dan eenmaal bezig bent en een opvolgingssamenkomst doet, zie je dat ze vaak zelfs veel meer invullen dan je zelf gehoopt had.

Dus is het belangrijk dat de kern dichtbij de vrijwilligers blijft en dat de contacten met de vrijwilligers op heel persoonlijk niveau worden onderhouden?

Inderdaad, zowel de persoonlijke benadering alsook de regelmatige benadering is belangrijk. Zorg dat de mensen regelmatig kunnen samenkomen en dat je vooral respect toont voor hun eigen ideeën. We vragen hen bepaalde dingen en kaderen dat ook maar we laten hen voornamelijk datgeen wat wij vragen zelf invullen op een zelfstandige manier. We moeten niet voor alles een goedkeuring geven, binnen het kader dat we geschetst hebben, “doe maar!” en dat levert heel veel enthousiasme op.

En ik denk dat dat enthousiasme ook echt overkomt bij de bezoekers van het project.

Zeker en vast! De vrijwilligers brengen dat enthousiasme over en op die manier trek je ook nieuwe mensen aan die dat zien en denken ‘dat wil ik ook’. Zo breiden we, sinds we gestart zijn eind 2020, steeds onze pool van vrijwilligers weer uit. Door wat te ondernemen, trek je altijd nieuwe vrijwilligers aan.

Welke projecten organiseren jullie zoal met die vrijwilligers?

We hebben al een aantal projecten gedaan. Ik denk bijvoorbeeld aan een fietstocht rond het thema ‘Zutendaal in de Tweede Wereldoorlog’. We zijn drie jaar geleden gestart met het jaarlijks verkiezen van een erfgoedboom, waarvoor we dit jaar ook de medewerking hebben gekregen van Natuurpunt, de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED), het Regionaal Landschap Kempen en Maasland (RLKM) en de gemeente van Zutendaal. We organiseren nu voor het tweede jaar een evenement rond Erfgoeddag en we richten ons daarbij naar alle kinderen van de Zutendaalse scholen, die in totaal 470 leerlingen tellen. Dit jaar schoof FARO voor de invulling van de Erfgoeddag het thema ‘beestig’ naar voor en daarmee zijn we aan de slag gegaan. We zijn op zoek gegaan naar iemand die daarrond een mooi project kon uitschrijven, toevallig of niet toevallig werd dat dezelfde persoon als vorig jaar. Hij is zich in september beginnen inlezen, rond de feestdagen was zijn ei gelegd en konden we op zoek gaan naar vrijwilligers om het project in te vullen. Het project draaide rond een bezoek aan de bioboerderij, met verhalen op een drietal zolders, in de schuur en in het stro. We proberen daarmee de kinderen een fantasierijke maar ook leerrijke en boeiende culturele uitstap aan te rijken. We hebben daarvoor verschillende vrijwilligers gevonden die met de muziek bezig zijn, met dialect bezig zijn, klusjes willen opknappen of rondleidingen willen geven op de boerderij enzovoort. We proberen ook met vrijwilligers als acteurs een bepaalde sfeer neer te zetten op de boerderij, zodat de kinderen worden getransporteerd naar de sfeer van het verleden.

Dat we ons, naast het verleden, ook richten naar het heden en de toekomst, werkt heel goed, zeker bij kinderen. We proberen het verleden te vergelijken met het heden en de toekomst. Hoe was het vroeger op het veld, hoe gaan we vandaag de dag om met de natuur en waar moeten we eigenlijk naartoe? Dat boeit ontzettend veel mensen en enthousiasmeert heel veel vrijwilligers om ook hun medewerking te verlenen.

Het project van vorig jaar stond in het kader van ‘Erfgoeddag maakt school’. Enkele vertellers gingen verhalen vertellen in de scholen, maar we gaven de kinderen ook de opdracht mee om zelf met hun ouders of grootouders te praten over hun schooltijd. Hadden zij een gelijkaardige klas? Kennen zij een digibord? Waarmee schreven zij? Of zelfs: hadden zij wel de mogelijkheid om naar school te gaan? Op die manier sloegen we een brug tussen de twee generaties. Na het project kregen we dan ook heel veel leuke reacties van bepaalde grootouders. En die verbindende factor gaf ons toch wel heel veel genoegdoening.

U heeft met uw vereniging het vormingstraject rond erfgoedvrijwilligers rekruteren en motiveren gevolgd. Wat heeft dat jullie bijgebracht?

Het vormingstraject kwam voor ons op een ideaal moment, namelijk tijdens covid. We konden op dat moment moeilijk met vrijwilligers werken. We hebben gedurende een vijftal teamsessies de opleiding gevolgd en dat werkte verruimend. Je zit daar met een diverse samenstelling aan vrijwilligers, namelijk mensen uit een museum, mensen uit een processie-organisatie … organisaties die op het eerste zich niet heel veel gemeen hebben, maar we hebben daar wel veel inspiratie kunnen opdoen, qua organisatie en activiteiten, om toch evenementen te kunnen organiseren met onze eigen vrijwilligers. Ik herinner mij de vijf V’s van het vrijwilligersbeleid, die we in een uitgave toegereikt kregen: vinden, verwelkomen, versterken, verbeteren en zelfs het vertrek van een vrijwilligers, met een aantal belangrijke aspecten die je toch wel in de gaten moet houden.

Heel erg bedankt, Armand!

Heeft deze aflevering jou geïnspireerd om ook een project op te zetten met je erfgoedorganisatie? Of misschien heb je al innovatief experiment op poten gezet. Laat het ons vooral weten. En wie weet zit jij wel in de volgende aflevering.

Anneleen Gabriels (stagiair bij Histories)

Copyright foto's: Soennes & Swaerdes

Jitse Taels – Familiekunde Vlaanderen (FV) Regio Diest

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Jitse Taels!

U bent actief als vrijwilliger binnen de erfgoedgemeenschap genealogie: wat doet u binnen uw vereniging?

Ik maak vooral bewerkingen over de bewonersgeschiedenis van de gemeenten Varendonk, Veerle, Eindhout en Tessenderlo. Het doel is om een beeld te krijgen van hoe onze voorouders hier in de streek leefden of om verhuisbewegingen in kaart te brengen. Kortweg tracht ik het verhaal van onze voorouders in de streek te doen herleven. Vervolgens heb ik ook een website uitgebouwd voor de vereniging, waarop er een klein deel van ons archief digitaal beschikbaar is gesteld voor leden.  In 2019 heb ik in het Rijksarchief van Hasselt mijn eerste boek voorgesteld, genaamd ‘De Kiezerslijsten van Tessenderlo 1895-1915’. Momenteel leg ik de laatste hand aan mijn bewerking van ‘Varendonk 1816-1970’.

Wanneer en waarom bent u gestart als vrijwilliger binnen Familiekunde Vlaanderen Regio Diest? 

Ik ben er zo een 4 jaar geleden ingerold, toen ik naar een tentoonstelling van Martin Mondelaers, de voorzitter van de vereniging, ging kijken. Wij zitten trouwens ook met een gemeenschappelijke voorouder langs mijn moederszijde, genaamd Andreas Doupagne. Martin was in het verleden al eens in contact gekomen met onze familie, waardoor hij geen onbekende was. Vervolgens heeft hij mij een aantal tips gegeven en heeft hij mij meegenomen naar het stadsarchief van Diest. Sindsdien heeft de erfgoedmicrobe mij te pakken.

Waarom is het volgens u belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals u zijn die zich engageren inzake familiekunde?

Het is belangrijk dat we het verleden kunnen vastleggen en dat alles bewaard kan blijven. Dit kost heel wat tijd en dat werk gebeurt natuurlijk niet vanzelf.

Waarom is de werking van een familiekundige vereniging  zo belangrijk en wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Ik denk persoonlijk dat het belangrijk is dat we het verhaal van onze voorouders kunnen vastleggen. Door te weten welke tegenslagen zij kenden, kunnen we ook leren van hun fouten. Het vrijwilligerswerk is zo bijzonder omdat je, door het verleden van een bepaalde streek te leren kennen, altijd wel iets nieuws komt te weten waar je soms wel eens verbaasd van kunt zijn.  Ik vind het vooral ook interessant om te weten wie onze voorouders waren en wat er zich hier in de streek afspeelde. Op die manier kunnen we dan ook verbanden tussen personen leggen.

Welke anekdote/ervaring zal u altijd bijblijven?

Mijn ontdekking van een rechtstreekse voorouder van mij, genaamd Petrus Thaels. Hij was een onechte zoon van Maria Catharina Taels en gedoopt was in Veerle. In zijn doopakte werd de vader ook vermeld, Joannes Heeren. Ik heb drie jaar lang gedacht dat iemand uit Duitsland of Luxemburg ging zijn. Na die drie jaar bleek echter dat dat gewoon een Joannes Heeren uit Tessenderlo was.

Bedankt voor dit interview!

Julien Maebe – Reuzen in Vlaanderen Limburg

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Julien Maebe!

Als vrijwilliger bij RIV Limburg ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Ik ben of werd niet van de weeromstuit een “erfgoedvrijwilliger”.  Dat woord werd trouwens slechts een paar jaren geleden gelanceerd op een cursus terzake. Maar, als een mens zich een beetje aan alles interesseert en een nogal brede kijk op de wereld handhaaft dan val je per ongeluk hier of daar bij een infovergadering of een open deur in een schuif die u dadelijk omzwachtelt als een cocon van een zijderups.  Je zet je dan in voor een oprichtingsvergadering, ronselt enkele mensen van goede wil, en voor je er oog in hebt ben je voorzitter van een Dorpsraad, of een Dorpstuintjesgroep of ben je bestuurslid van Reuzen in Vlaanderen Limburg. Omdat, naast tal van onderwerpen, Reuzen mij ook interesseren, en er twee reuzen verloren bleken in ons dorp Heusden, ben ik op zoek gegaan naar de resten en zo rol je dan van “’t een in ‘t ander”. En na een zekere tijd ben je dan plots erfgoedvrijwilliger. Een onbetaalbaar knelpuntberoep.

Waarom is een mens dus GRAAG erfgoedvrijwilliger? Omdat naar mijn ervaring men die dienst aan de gemeenschap opneemt uit passie voor een onderwerp. Omdat men zich in dat thema verdiept. Omdat men daar, als men na opzoeking en veel vallen en opstaan, er uiteindelijk een voldoening en een inzicht uithaalt, en dan in een volgend stadium ervan overtuigd geraakt dat het verworvene, de kennis en het patrimonium niet mag verloren gaan en men het wil borgen en veiligstellen voor de mensen na ons.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren binnen organisaties als de jouwe?

In een wereld waarin professionalisering vaak de bovenhand neemt is de rol van vrijwilligers in de erfgoedsector nog altijd van onschatbare waarde. Vergelijk het met de voetbalwereld, daarin is in de Voetbalbond belangrijk maar waar zouden ze zijn zonder de mensen die de truitjes wassen, aan de zijlijn staan om te supporteren of de lijnen te trekken, om nog maar te zwijgen van de vele vrijwilligers die de jeugd trainen?

Als erfgoedvrijwilligers zijn wij op dezelfde manier op het (werk)veld gepositioneerd. Proberen de Reuzengilden uit het Covid moeras te halen, hen inspireren om het Immaterieel Cultureel erfgoed te blijven promoten, maar ook hen helpen bij de dagdagelijkse beslommeringen die het erfgoedbeheer inhoudt en zoveel andere vragen proberen te beantwoorden is een taak die de erfgoedbeheerder-vrijwilliger zich met passie en onbaatzuchtig voor inzet. Bijvoorbeeld: de hand van de reus is stuk, waar kan je die niet te kostelijk laten herstellen? Een onbetaalbaar bedrijfskapitaal. Een kapitaal dat we dringend moeten verjongen.

Bedankt voor dit interview!

Karel Govaerts – Gevangenismuseum te Merksplas

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Karel Govaerts!

Karel, je bent als vrijwilliger secretaris in het Gevangenismuseum te Merksplas: wat doe je binnen die vereniging?

Samen met andere collega’s vormen wij een mooie groep van enthousiaste vrijwilligers, die vol vuur meewerken aan het uitdragen van het boeiende verhaal van het Gevangenismuseum te Merksplas. Als erfgoedvrijwilligers werken wij mee aan een uniek verhaal.

Als vrijwilliger in het Gevangenismuseum ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Ons verhaal is uniek omdat we het verhaal van de landlopers in situ vertellen, dus op de plaats waar de landlopers zelf nog verbleven, waar ze werkten in de Grote Hoeve, de akkers en de velden of in één van de twintig ateliers, waar ze de dreven proper hielden, waar ze meehielpen bij andere onderhoudswerken.

Ons verhaal is daarenboven tevens uniek omdat het op lokaal vlak een deel is van het grotere geheel, waar verhalen worden verteld door de gidsen van het landlopersdomein in Merksplas en Wortel, beiden 600 ha groot, en in het Bezoekerscentrum. Naast het Gevangenismuseum is er nog een ruim toeristisch aanbod: wandelen en fietsen in de dreven, bezoek aan de Plantentuin, de Cyclocross, de ruiterijdagen, de acties van Moved to Help, de themawandelingen ter herdenking van de bevrijding van Merksplas (WO2), brasserie Colony7, enz.

Ons verhaal is ook uniek in België omdat het landlopersverhaal een deel is van de geschiedenis van het Belgisch gevangeniswezen. In het Gevangenismuseum vertellen wij het verhaal van de straffen en strafuitvoering vanaf de middeleeuwen tot heden.

Ons verhaal is ten slotte ook uniek omdat dit deel uitmaakt van gelijkaardige verhalen van landloperskolonies in Drenthe. Met de zeven landloperskolonies van België en Nederland samen werd trouwens een aanvraag gedaan tot erkenning als werelderfgoed bij Unesco.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren bij lokale musea?

In feite is het zo dat alle lokale erfgoedvrijwilligers een belangrijke taak vervullen. De activiteiten die bij elke erfgoedwerking weerkeren, zijn: verzamelen, inventariseren, conserveren, onderzoeken en ontsluiten. Dit kan je verdelen in twee blokken:

1) Bij het verzamelen, inventariseren en conserveren ligt de nadruk op enkelvoudige voorwerpen en documenten. Bij elk voorwerp, elk document hoort een verhaal. In veel lokale musea vinden we dit terug in het oude schoolklasje, het oude winkeltje, enz.

2) Bij het onderzoeken wordt hieraan informatie toegevoegd. Hierdoor ligt de focus eerder op het verhaal dan op de voorwerpen. Het verhaal wordt dan versterkt door de voorwerpen en documenten. Door het ontsluiten van deze verhalen (boek, tento, enz.) voegt men informatie toe op een hoger niveau, bv. op cultureel, sociologisch, geografisch vlak, enz. En dat levert ook een meerwaarde voor de bezoeker, want hij/zij wil op een aangename wijze iets bijleren…

Karel Govaerts bij de Graanschuur. (foto Dirk Raeymaekers)

Bedankt voor dit interview!

Luk Indesteege – Limburg Volkskundig Genootschap

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Luk Indesteege!

Luk, je bent actief als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap (LVG): wat doe je binnen die vereniging?

Wij, de leden van LVG, inventariseren en documenteren actuele volksgebruiken in Limburg. We verzamelen deze info op onze website . We geven ook info, lezingen, lessen enz… over de verzamelde informatie. Ik heb binnen LVG de rol van voorzitter.

Wanneer en waarom ben gestart als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap? 

In een lessenreeks over volkskunde ontmoette ik Mathieu Driessen, de vroegere voorzitter en stichter van LVG. Dat was in 1985. Hij overtuigde mij om lid te worden, en 10 jaar later kon hij mij overhalen om het voorzitterschap over te nemen…

Als vrijwilliger bij het Limburgs Volkskundig Genootschap bent u een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom bent u graag erfgoedvrijwilliger? En wat maakt het vrijwilligerswerk er zo bijzonder?

Ik speel al 50 jaar traditionele muziek en de context ervan heeft mij altijd geïnteresseerd. Zo geraakte ik geboeid door allerlei oude en nieuwe gebruiken, waarbij ik al snel leerde dat tradities evolueren met de tijd en steeds nieuwe vormen aannemen, ofwel verdwijnen in archiefkasten en musea. Erfgoed is boeiend en je komt via erfgoed met veel mensen in contact, bijna altijd in prettige omstandigheden. Het lokale aspect geeft kleur aan de verschillen, het ondersteunt de persoonlijke identiteit. Bovendien is het ‘Limburggevoel’ niet te onderschatten. Ook zonder Tom Waes hebben wij in Limburg voldoende om de interesse en zelfs de jaloezie van anderen te wekken.

Waarom is de werking van het volkskundig genootschap zo belangrijk?

Het is van belang om de evoluties in de volkscultuur te documenteren en om niet enkel te kijken naar het verleden. (Immaterieel) erfgoed is waardevol, het helpt ons om onze identiteit te vormen en te tonen. Dat identiteitsaspect is belangrijk om zinvol en aangenaam te kunnen leven.

Welke anekdote/ervaring zal je altijd bijblijven?

Het is moeilijk om één anekdote te kiezen. Maar een steeds terugkerende ervaring is: het enthousiasme, de gedrevenheid en fierheid waarmee traditiedragers hun eigen gebruiken beoefenen, uitvoeren, organiseren, voortzetten…

Bedankt voor dit interview!

Mario Raeymaekers – “Iedere vondst kan een verhaal vertellen”

25 februari tot en met 5 maart is het de Week van de Vrijwilliger. Hoog tijd om een aantal vrijwilligers achter de schermen van Histories in beeld te brengen en ze luidkeels te bedanken. Maak kennis met: Mario Raeymaekers!

Dag Mario, als metaaldetectorist ben je een ‘erfgoedvrijwilliger’: waarom ben je graag erfgoedvrijwilliger?

Metaaldetectie is niet alleen maar op velden gaan zoeken naar vondsten. Belangrijk zijn ook het vooronderzoek en de zoektocht naar een interessant veld. Na het veldwerk, bij het opzoeken van wat de voorwerpen zijn die er gevonden zijn, kom je telkens boeiende mensen tegen. Je leert zo ook veel bij over je vondst en over de geschiedenis.

Door samen te werken met Onroerend Erfgoed, boeren, archiefmedewerkers en heemkringen probeer ik metaaldetectie op een hoger niveau te brengen. Ik raad iedere metaaldetectorist aan zich bij de plaatselijke heemkundige kring aan te sluiten.

Waarom is het volgens jou belangrijk dat er erfgoedvrijwilligers zoals jij zijn die zich engageren rond metaaldetectie?

Er wordt in Vlaanderen veel gevonden en achter iedere vondst zit een verhaal. Iedere vondst kan een verhaal vertellen. De plaatselijke heemkundige kring of erfgoedcel kan hier vaak veel mee doen. Dat verhaal vertellen is ook heel belangrijk, bijvoorbeeld voor een klas, zodat ook zij weten wat het belang kan zijn van de samenwerking en het lokaal onderzoek.

Bedankt voor dit interview!

Mogen vrijwilligers onkostenvergoedingen ontvangen?

Mogen vrijwilligers onkostenvergoedingen ontvangen?

Vrijwilligerswerk is in principe onbezoldigd. Dit betekent niet dat vrijwilligers geen onkostenvergoedingen kunnen ontvangen. Verenigingen zijn echter niet verplicht om de onkosten te vergoeden.

Volgens de ‘wet betreffende de rechten van vrijwilligers’ die sinds 2007 volledig van kracht is, moeten verenigingen hun vrijwilligers wel vooraf op de hoogte brengen van de afspraken hierover. Aan deze ‘informatieplicht’ kan je best voldoen door het opmaken en publiceren (bv. op de website of in jullie tijdschrift) van een informatie- of afsprakennota die jullie ook mailen naar alle vrijwilligers.

Een vereniging kan ervoor opteren om de reële kosten te vergoeden en/of om een forfaitaire onkostenvergoeding te betalen. Deze keuzes worden in de informatienota verduidelijkt. Je kan er voor opteren om voor een bepaald soort vrijwilligerswerk een forfaitaire regeling te hanteren en voor een andersoortig werk de werkelijke kosten te vergoeden.

Reële kosten moeten uiteraard bewezen worden, wanneer gewerkt wordt met een forfaitair bedrag is dit niet het geval. Het forfaitair bedrag dat uitgekeerd kan worden is wel begrensd. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Op dit moment betekent dit dat je als vrijwilliger maximaal 40,67 euro per dag of 1626,77 euro per jaar mag ontvangen (bedragen voor 2023). In de zorgsector zijn er andere bedragen om mee rekening te houden.

Sinds 2009 is ook een combinatie mogelijk van de forfaitaire onkostenvergoeding en de terugbetaling van reële vervoersonkosten. Elke vrijwilliger kan in dat geval maximaal 2000 kilometer per jaar laten terugbetalen.

De maximale kilometervergoeding bedraagt van 1 januari 2023 t.e.m. 31 maart 2023 0,4259 euro/km; van 1 april 2023 tot 30 juni 2023 0,4246 euro/km; van 1 juli 2023 tot 30 september 2023 0,4237 euro/km en van 1 oktober 2023 tot 31 december 2023 0,4259 euro/km. Je bent niet verplicht om elk kwartaal een ander bedrag te gebruiken. Je mag ook met een jaarbedrag werken.

Een fietsvergoeding uitbetalen is eveneens mogelijk (max. 0,25 euro/km).

Verenigingen zijn uiteraard niet verplicht de maximale bedragen uit te keren. Belangrijk is echter dat deze niet overschreden worden, anders is niet langer sprake van vrijwilligerswerk en dreig je last te krijgen van de fiscus of de RSZ.

Meer informatie

Meer informatie over de vrijwilligerswetgeving en het betalen van onkostenvergoedingen vind je op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk:

https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/ en https://www.vlaanderenvrijwilligt.be/wetgeving/kostenvergoedingen/

Nancy Van Orle – “Ik heb na al die jaren nog evenveel zin om te gaan zoeken’

Benieuwd naar de ervaringen van andere metaaldetectoristen? Maak kennis met onze gesprekspartner Nancy Van Orle uit Mortsel!

Dag Nancy! Heel fijn dat je met ons in gesprek wilt gaan. Kan je je even voorstellen?

Ik ben Nancy, 59 jaar oud, en al veertien jaar zoek ik als metaaldetectoriste. Op het forum DVVL ben ik moderator van “beginnende zoekers” en “vers uit de vondstentas”. Ik ben ook vaste vrijwilliger van de Archeologische dienst Stad Antwerpen en hielp al bij verschillende opgravingen. Los daarvan loopt er reeds vier jaar een unieke samenwerking met een archeoloog. Sinds kort ben ik werkend lid van de Heemkundige Kring Mortsel en lid van EGMP (Europees genootschap Munten en Penningen).

Hoe ga je op het veld te werk?

Ik vraag altijd eerst toestemming – meestal mondeling – aan de grondbeheerder. Op het veld zelf volg ik mijn neus en ga van de ene kant naar de andere kant. Bij een nieuw veldje ga ik er eerst diagonaal over en doe ik de randen om een idee te krijgen wat het te bieden heeft.

Wat doe je met een gevonden voorwerp?

Ik probeer het te reinigen – vaak gewoon droog door het zand met een tandenstokertje te verwijderen. Daarna leg ik een laagje B72 paraloid over het object. Soms vind je muntjes die in heel slechte staat zijn door verzuring van bemesting op het veld. Ofwel probeer ik het zelf te determineren, ofwel vraag ik op fora wat het kan zijn.

Ik neem een foto van alle vondsten en dan geef ik het aan bij Onroerend Erfgoed. Soms is het vervelend dat er niet veel dagen tussen het vinden en het melden van de vondsten mogen zitten; je weet niet altijd meteen wat het voorwerp is of het is nog niet juist gereinigd. Ik vermeld dat ik het nog niet weet en vul dat later nog aan. Vondsten melden is heel belangrijk. Het is daardoor dat je de geschiedenis rijker kan maken en zelfs veranderen.

Bewaar je zelf je vondsten?

Voor de mooie vondsten heb ik een vitrinekastje. De rest zit in zakjes en doosjes. Die probeer ik per vondstdata, gemeente of straat te bewaren. Ik probeer het ensemble bij elkaar te houden. Ik leg mijn vondsten natuurlijk niet in een vochtige omgeving. Ik heb ook kleine zakjes silica gel. Een tiental Romeinse munten van mij worden nu professioneel gereinigd en gedetermineerd. Ik gebruik een speciale mousse en voeg een zakje tegen vocht toe om het te vervoeren zodat het in goede staat aankomt en terugkomt.

Als iemand mijn vondsten wil onderzoeken, dan vind ik ze ook heel vlug terug. Zo kwam er onlangs iemand die onderzoek doet naar Antwerpse pegels. Dat zijn stukken lood die in aardewerk werden geslagen waardoor de barman wist tot waar hij drank moest schenken, anders werd de klant bedrogen. Zo heb ik er verschillende liggen. Ik deel graag alle informatie die ik heb, omdat ik het ook leuk vind om meer te weten te komen van de onderzoeker.

Heb je tips voor iemand die aan metaaldetectie wilt beginnen?

Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van de regels. Er zijn mensen die nooit op fora komen en dus niet bereikt kunnen worden. De fora bevatten enorm veel expertise en kennis om mensen te helpen en te begeleiden. Elke vraag kan gesteld worden. Ik ben er zeker van dat ik in het begin zeer naïeve vragen stelde, maar kreeg steevast een vriendelijk antwoord. Ze moeten zeker ook hun erkenning aanvragen. En daarnaast: sluit de putjes goed, neem afval mee, vraag toestemming.

Wat maakt voor jou iemand tot bonafide detectorist?

De liefde voor geschiedenis is sowieso van belang. En dan: geduld hebben. Het is zoals bij vissers: je weet nooit wat je boven haalt. Je kan urenlang op een veld zoeken en niets vinden. Ik heb na al die jaren elke week nog evenveel zin om te gaan zoeken – zelfs als ik de weken ervoor niets heb gevonden. Transparantie op fora is belangrijk. Je moet ook een goed oog hebben. Je kent de vondsten in het begin helemaal niet. Gooi dus zeker niet te veel weg. Een beginneling had op een zoekdag een fibula tussen zijn ‘vondsten om weg te gooien’. Iemand merkte dat op toen die vroeg om eens te kijken wat hij had. Daarom geef ik een tip: steek je ‘rommel’ in een potje. Twee of drie jaar later weet je misschien wat het is en dan kan je beslissen om het wel of niet bij te houden.

Bedankt voor dit interview, Nancy!

Passie voor Vlaamse archeologie

Vlaamse archeologie

Heb je een interesse voor Vlaamse archeologie? Kom dan in dit rubriekje allerlei leuke tips te weten en verdiep je zo in je passie!

Ex Situ: Tijdschrift voor Vlaamse archeologie

Ben je geïnteresseerd in archeologie en blijf je graag op de hoogte van wat er speelt in de Vlaanderen? Abonneer je dan snel op het tijdschrift Ex Situ!

Uitgezonderd van de verzendkosten is een jaarabonnement, bestaande uit vier nummers, volledig gratis. Bovendien vind je er steeds als eerste ons volgende interview in terug!

Copyright Ex Situ

De ArcheoToog

Schuif mee aan de ArcheoToog, een podcast over archeologie in Vlaanderen! Na het succes van de eerste reeks over de prehistorie, wordt er in een tweede reeks licht geworpen op de donkere middeleeuwen. Aan de toog van het erfgoedcafé De Drij Klakken in Kruibeke gaan archeoloog Erwin Meylemans en erfgoedonderzoeker Hilde Verboven in gesprek met een reeks kenners van the dark ages.

Ontdek de eerste aflevering van de nieuwe reeks hier!

Metaalstrijd op PlattelandsTv

Kijktip!
Benieuwd hoe metaaldetectie er in de praktijk aan toegaat? Ontdek het vanaf 18 juni op PlattelandsTv! Gedurende vijf afleveringen zoeken twee teams metaaldetectoristen naar de meest unieke vondsten op verschillende locaties in Vlaanderen. Historici geven meer duiding en helpen bij het determineren van de vondsten. Tijdens de afleveringen worden de regels van de kunst toegepast. Wat dit precies inhoudt, kan je terugvinden op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Zo moet je onder meer een erkenning hebben en dien je je vondsten te melden. Op die manier wordt de kennis over ons verleden steeds een stukje groter.

Bekijk alvast de trailer!

 

 

Copyright Hans Denis

Copyright Ex Situ

Copyright Kris Vandevorst

Copyright Metaalstrijd

© Agentschap Onroerend Erfgoed

Patrick Schuermans – “Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken”

Goed Gevonden!

In de rubriek ‘Goed Gevonden!’ brengt Histories goede praktijken van metaaldetectoristen aan de oppervlakte. Onze gesprekspartner is Patrick Schuermans.

 

© Agentschap Onroerend Erfgoed

© Agentschap Onroerend Erfgoed

Dag Patrick! Erg fijn dat je in gesprek wil gaan met ons. Kan je je even voorstellen? 

Ik ben Patrick Schuermans, 52 jaar oud en ben van beroep een arbeider. Ik ben heel geïnteresseerd in mijn lokale geschiedenis en daarbij sluit metaaldetectie mooi aan. Al een kleine dertig jaar ga ik als detectorist het veld op. Het opzoekwerk dat erbij komt kijken, gaat tegenwoordig een stuk vlotter dan toen ik startte. Vroeger kwam alle informatie uit boeken, het internet was nog niet zo’n hulpmiddel. Toen ging men op goed geluk zoeken. Wanneer ik iets vond, begon ik me daarin volledig te verdiepen. Uiteindelijk draaide dat steeds uit in serieus opzoekwerk en zo kreeg ik de microbe te pakken.

Hoe ga je op het veld te werk? 

Als ik kan zoeken over een hele akker, dan ga ik in een kruis over het veld. Daarbij let ik op scherven en sporen van aardewerk en metaal, want daarmee kan je soms een tijdsperiode situeren. Na het veld te doorkruisen, ga ik het vervolgens in baantjes af. Het is niet altijd mogelijk om de hele akker te doen, dus probeer ik de hotspots te vinden en vooral daar veel te wandelen.

Als je een metalen voorwerp vindt, hoe ga je dan te werk? 

Ik neem alles mee in de staat dat ik het opgraaf. Als het brons is, houd ik het vochtig tot ik thuis ben. Wanneer brons te vlug droogt, wordt het poreus en dan brokkelt de patina al snel af. Dus bij het thuiskomen na het zoeken, laat ik het rustig drogen. Vervolgens probeer ik het te reinigen – dit doe ik regelmatig onder een microscoop – en tracht ik het te conserveren. Voor sommige vondsten gebruik ik paraloid, iets wat archeologen altijd waarderen wanneer ik dat bijkomstig doe. Daarna probeer ik de vondst te determineren en zodra ik weet wat het is, kan ik het melden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Bewaar je zelf je vondsten? 

Dat varieert. Ik spreek af met de eigenaar welke vondsten hij of zij wil houden, maar meestal zijn ze er niet in geïnteresseerd. Soms, wanneer het een belangrijke vondst is, schenk ik het in samenspraak met de grondbeheerder. Zo heb ik in Nieuwerkerke een muntschat gevonden en samen met de eigenaar gegeven aan de gemeente. In Halle-Booienhoven heb ik een grafvondst gedaan die ik direct gemeld heb, en die wordt nu tentoongesteld in de kerk van Zoutleeuw. Ik vind het wel jammer dat wanneer je een vondst weggeeft of naar een depot brengt dat het soms in een kist of doos belandt. Dan bewaar ik de vondsten liever zelf zodat zoekers die bij mij over de vloer komen ze toch nog kunnen bekijken.

Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen? 

Doe eerst goed opzoekwerk vooraleer je gaat zoeken. Probeer uit te zoeken wie de eigenaar is van het veld waar je wil zoeken. Zoek nooit op ingezaaide akkers – daar komt ruzie van. Als je een putje graaft, maak het ook terug dicht. Neem altijd je afval mee en al het zink, lood en blik; dat is slechts een kleine moeite. Ik heb drie zakjes aan mijn heuptas hangen: één is voor afval, een ander is voor mijn pinpointer en in de derde zak steek ik mijn vondsten. Probeer voorzichtig te reinigen. Reinig nooit agressief en gebruik geen chemische producten zolang je niet weet wat het is. Gooi ook niet te veel weg. Probeer als beginnende zoeker iemand te contacteren die al langer aan metaaldetectie doet en laat die persoon eens door het materiaal gaan dat je zou weggooien. Mijn bevinding is dat mensen veel wegdoen waarvan ze niet weten wat het eigenlijk is. Voor de rest: meld je vondsten. Via de tool van het Agentschap Onroerend Erfgoed gebeurt dit eenvoudig.

Wat zijn voor jou enkele karakteristieken van een bonafide detectorist? 

Hou je aan de regels. Als het terrein archeologisch beschermd is, ga er dan niet op zoeken. Zoek, meld en houd goede contacten met landbouwers. Ik denk als je alles doet wat ik bij de vorige vraag heb geantwoord, je jezelf een goede zoeker kan noemen.

Regelgeving metaaldetectie en magneetvisserij in Vlaanderen

Regelgeving metaaldetectie en magneetvisserij in Vlaanderen

Voor alle actieve en toekomstige metaaldetectoristen en magneetvissers werd op deze pagina de regelgeving rond metaaldetectie en magneetvisserij gebundeld! Klik op de links om meer te weten te komen.

Hou alvast in het achterhoofd dat je een erkenning van de Vlaamse overheid moet hebben om aan metaaldetectie of magneetvisserij te mogen doen en zorg dat je steeds toestemming van de eigenaar hebt om op diens grondgebied te gaan zoeken!

Als metaaldetectorist of magneetvisser ben je verplicht je aan de regelgeving rond metaaldetectie en magneetvisserij te houden. Voor je het veld op gaat of het water in duikt, dien je een (gratis) erkenning aan te vragen – ook als je geen Belgische nationaliteit hebt. Die geeft je de toestemming om als metaaldetectorist en magneetvisser aan het werk te gaan in Vlaanderen. Bovendien moet je de regels uit de Code van Goede Praktijk volgen. Deze kan je op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed vinden. Daarnaast biedt het Agentschap ook een folder aan waarin de regelgeving op een toegankelijke manier wordt geduid. Neem verder ook een kijkje bij onze veelgestelde vragen (FAQ’s).

Je mag als detectorist of magneetvisser ook niet overal rondspeuren. Naast de verplichte toestemming om met je detector of vismagneet te mogen zoeken, zijn er enkele plaatsen die volledig verboden zijn. Het Agentschap Onroerend Erfgoed geeft hier mee welke plaatsen dat zijn.

Heb je een metalen voorwerp in de grond of in het water gevonden? Meld dit dan zeker via het officiële meldingsformulier! Foto’s posten op sociale media of andere kanalen is dus niet voldoende. Dit administratieve gedeelte van je zoektocht zorgt er namelijk voor dat bij aanvang van een archeologisch onderzoek alle meldingen uit een gebied kunnen geraadpleegd worden. Kortom, de kennis over ons verleden vergroot. Sommige metaaldetectievondsten hebben er al toe geleid dat een onderzoek werd opgestart om een site archeologisch te beschermen. Schat dus de archeologische waarde van je vondst niet te laag in! Is het niet helemaal duidelijk hoe je de meldingsapplicatie moet gebruiken? Bekijk dan deze video.

Met de verplichte melding wordt er dus enkel kenniswinst beoogd. Het afstaan van je vondsten is niet nodig, tenzij de gemeente of eigenaar deze in bewaring wil nemen. Maak dus op voorhand duidelijke afspraken hierover. 

Heb je geen geschikte plaats bij je thuis om de artefacten te bewaren? Dan kan je ervoor kiezen om ze in bewaring te geven bij een onroerenderfgoeddepot 

Naast de regelgeving op Vlaams niveau, kunnen lokale besturen ervoor kiezen om extra maatregelen voor metaaldetectoristen te nemen. Neem dus zeker ook een kijkje op de website van de gemeente waar je gaat zoeken. Je kan dit eenvoudig terugvinden door ‘metaaldetectie in (gemeente)’ in Google in te geven.

Copyright Agentschap Onroerend Erfgoed

Stappenplan voor een succesvolle vrijwilligerswerking in je erfgoedorganisatie

Stappenplan voor een succesvolle vrijwilligerswerking in je erfgoedorganisatie

Vrijwilligers zijn levensbelangrijk voor de erfgoedsector. Vrijwilligersvereni- gingen, kleinere musea en archiefinstellingen draaien grotendeels of soms helemaal op de inzet van vrijwilligers. Maar ook bij vele erfgoedcellen en grotere erfgoedinstellingen zijn vrijwilligers onmisbaar. Hedendaagse vrijwilligers kiezen voor vrijwilligerswerk dat best past bij de eigen wensen, interesses en leefwereld. Vele erfgoedorganisaties investeren daarom heel wat tijd en moeite in het zoeken naar en ondersteunen van vrijwilligers. Vaak doen zij dit intuïtief, vanuit een gezonde dosis mensenkennis en boerenverstand. Toch is het nuttig om wat langer stil te staan bij het vrijwilligerswerk binnen je organisatie.

Deze brochure wil je helpen bij de uitbouw van een geslaagd vrijwilligers- beleid. Zo'n vrijwilligersbeleid betekent dat jouw erfgoedorganisatie goed beseft vanuit welke overtuiging zij met vrijwilligers werkt, wat ze te bieden heeft aan vrijwilligers en welke richting ze wil uitgaan. Een kwaliteitsvol en zinvol vrijwilligersbeleid betekent eveneens dat je aandacht hebt voor de vijf ‘V’s’. Dit zijn de vijf fases die elke vrijwilliger normaliter doorloopt binnen een organisatie: vind, verwelkom, versterk, verbeter en vertrek.

Studiedag vrijwilligerswerking in lokale erfgoedorganisaties

Studiedag vrijwilligerswerking in lokale erfgoedorganisaties

Bladwijzer 12: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen december 2014 12

Op 24 mei 2014 vond in Lamot (Mechelen) een studiedag plaats georganiseerd door Heemkunde Vlaanderen en Herita. Vijftig deelnemers volgden de dag, die in het teken stond van het thema vrijwilligerswerking. Hoe voer je anno 2014 een goed vrijwilligersbeleid voor je lokale erfgoedorganisatie? Hoe rekruteer en onthaal je nieuwe (jonge) vrijwilligers? Hoe zorg je ervoor dat die nieuwe (jonge) vrijwilligers blijven komen en gemotiveerd blijven? Hoe hou je rekening met de ‘nieuwe vrijwilliger’? Op al deze vragen en nog veel meer kregen de deelnemers een antwoord.

Theo De Jonckheere – “Voor mij is elke vondst een schat op zich”

Benieuwd naar ervaringen van andere metaaldetectoristen? Maak kennis met Theo De Jonckheere, medebedenker van het tv-programma Metaalstrijd op PlattelandsTv!

Dag Theo, fijn dat je even tijd maakt voor dit gesprek! Kan je je even kort voorstellen?

Na mijn studies economie heb ik een twintigtal jaar gewerkt voor verschillende bedrijven. Daarna ben ik het onderwijs in gegaan en heb ik een kleine twintig jaar marketing en salesvakken gegeven aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Ik vond dat tof: ik heb gestudeerd,  gewerkt, ervaring opgedaan en daarna de kans gekregen om die opgedane kennis door te geven aan de volgende generatie. Bovendien doe ik al zo’n twintig jaar aan metaaldetectie. Ik ben opgegroeid aan de kust en toen ik trouwde, ben ik verhuisd naar Mechelen. Om die reden ga ik voornamelijk in de streek van Mechelen en aan de kust – mijn moeder woont daar nog – zoeken.

Vooraleer je een veld opgaat, doe je dan opzoekwerk? 

Wat je zeker niet mag doen, is gericht zoeken naar een bepaalde vondst. Gezien ik in Mechelen woon, keer ik logischerwijze vaak terug naar dezelfde locaties hier in de buurt. Dit zorgt ervoor dat ik de boeren van wie de velden zijn al goed ken en ook weet wat er zoal te vinden valt. Soms worden er ook zoekdagen georganiseerd op verplaatsing. Dan doe ik wel opzoekwerk. Zo bekijk ik de locatie op Geopunt, alsook op historische kaarten zoals die van de Ferraris. Ik probeer te weten te komen wat er zich op die plaats bevond of heeft afgespeeld.

Na het zoeken, probeer ik altijd te weten te komen wat ik heb gevonden. Er zijn bepaalde soorten vondsten die vaak terugkeren, zoals munten bijvoorbeeld, waardoor het identificeren dikwijls vlot gaat. Bovendien vormen de boeken van Van Houdt (Atlas der munten van België: van Kelten tot heden & Munten van Bourgondische, Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden en van de Franse en Hollandse periode (1434- 1830)) een grote bron van informatie bij muntdeterminatie. Het probleem ligt voor mij eerder bij het reinigen dan bij het determineren. Sommige vondsten zijn zodanig gecorrodeerd dat je ze eerst moet restaureren, vooraleer je ze kan identificeren. Gelukkig heb ik mijn partner Arlette, die met veel geduld mijn mooiste vondsten reinigt en restaureert.

Hoe ga je praktisch te werk op het veld?

Hoe ik begin, is afhankelijk van welke oogst op het veld gestaan heeft. Het liefst zoek ik op aardappelvelden, want die zijn mooi vlak en daar kan je goed lijn per lijn lopen. Bij maïsvelden is dat iets anders; na de oogst blijven er dikke stoppels staan en die zijn zeer hard. Mijn tactiek is dan om dwars op de oogstlijnen van de maïs te wandelen, zodanig dat ik iedere keer tussen die maïsstroken ga. Er zijn intussen ook al verschillende apps die vertellen welke teelten op akkers staan of hebben gestaan, zoals die van de Vlaamse Overheid ‘LV-Agrilens’. Uit principe ga ik niet op een akker die ingezaaid is.

De laatste jaren zijn de landerijen voor lange periodes bezaaid waardoor de periodes van beschikbaarheid om op velden te zoeken een pak korter worden. Dat komt door de Europese wetgeving die boeren verplicht om groenbemesting te zaaien na het oogsten. Dit is uiteraard spijtig nieuws voor de metaaldetectoristen.

Ga je soms met anderen zoeken? Of is dat steeds alleen?

Ik vind het belangrijk om met anderen te zoeken. Vroeger spraken we met een groepje af op zondagmorgen in Mechelen. De ene bracht koffie mee, de andere cake en we gingen een voormiddag zoeken. Daarna toonden we de vondsten aan elkaar. Pas dan zie je dat de uitkomst veel rijker is dan wanneer je alleen op pad gaat. Als je met een aantal mensen een veld afzoekt dan komen er altijd mooie dingen boven. De kans bestaat dan ook dat je een week eens niets speciaals vindt, maar een andere detectorist wel. Dat maakt me even blij dan wanneer ik het zelf zou vinden. Binnen de metaaldetectiewereld heerst er soms onderling ook wat jaloezie, wat ik totaal niet nodig vind en dat wilden we ook duidelijk maken in Metaalstrijd, het tv-programma op PlattelandsTv. Ik vind het veel belangrijker om meer te weten te komen over de vondst en haar bredere context.

Wat zijn de leukste voorwerpen die je al gevonden hebt?

Eigenlijk is voor mij elke vondst een schat op zich. Elk voorwerp is een contact met iemand die het verloren is in het verleden. Het toont ook aan hoe mensen vroeger leefden. Als het mooi uit de grond komt en het is herkenbaar, dan maakt dit het voor mij interessant. In de buurt van Mechelen heb ik eens de oudste munt van Mechelen gevonden. Bij toeval woonde er in die straat juist een archeoloog dus die was eigenlijk bijna aanwezig bij de opgraving en heeft de munt dan helemaal beschreven.

Op het veld kom je ook andere dingen tegen dan op het strand. Ik weet nog altijd de eerste trouwring die ik teruggevonden heb. De achternaam van die persoon stond daar ook op, wat normaal niet zo is. Dankzij een medezoeker die bij de rijkswacht werkte – dat zou nu niet meer kunnen door de privacyregels – hebben we die personen teruggevonden. Toen bleek dat die ring al twaalf jaar verloren was en uiteindelijk heb ik dan de ring teruggegeven.

Hoe bewaar je je vondsten?

Ik probeer alles bij te houden, maar eerlijk gezegd, er zit wel wat rommel tussen. Er zijn veel vondsten die kapot zijn waarvan ik de waarde in vraag stel. Ik heb nu een grote houten schuifkast waar ik mijn vondsten in bewaar, maar ik weet ook dat dit niet de optimale bewaarmethode is. Voor de speciale vondsten heb ik wel specifieke zakjes en bakjes gekocht, maar ik zoek nog naar een algemene aanpak. Er wordt aangeraden om alles in plastieken doosjes te steken, maar dan is mijn zolder zo gevuld. Ik heb ook veel loden voorwerpen (soldaatjes, speelgoed, kogels), maar lood is giftig en de vondsten zijn meestal beschadigd. Met deze vondsten weet ik niet goed wat ik moet doen. Ik heb nu bijna twintig jaar ervaring en toch blijf ik nog met zoveel vragen zitten. Ik ben wel blij dat er sinds 2016 een regelgeving is, alsook dat het metaaldetectiegebeuren wat meer gekaderd wordt door Histories.

Heb je tips voor anderen hoe ze goed aan metaaldetectie kunnen doen?

Als je begint met metaaldetectie, lijkt het me een goed idee om eens mee te gaan met anderen die wat meer ervaring hebben. Ik denk dat het ook belangrijk is om je open te stellen. Zorg dat je de communicatie helder houdt tussen verschillende partijen. De houding ‘wat niet weet, niet deert’ zit er nog te veel in bij sommigen. Als er regels zijn, pas die toe. Geef ook zeker je vondsten aan, daarmee vul je de database aan en kan je een bredere of correctere kijk geven aan het verleden.

Als je nu enkele kenmerken zou moeten geven aan een bonafide metaaldetectorist, welke zijn dat dan?

Geduld. Er zijn dagen dat er niks uit de grond komt. Ook een portie nieuwsgierigheid is belangrijk. Je moet willen weten wat je vondst is en dit ook delen met anderen. En natuurlijk, interesse hebben in geschiedenis.

Wat is het doel van Metaalstrijd, het programma over metaaldetectie voor PlattelandsTV en wat houdt het in?

De motivatie was vooral om de geheimzinnigheid rond metaaldetectie weg te halen. Door te tonen hoe we te werk gaan, willen we de negativiteit die rond metaaldetectie hangt, proberen weg te werken. We willen duidelijk maken dat we niet naar een veld gaan om er zoveel mogelijk uit te halen.

Ook het communicatieve aspect was een belangrijke reden. We gaan geen moeilijke vragen uit de weg en we zijn klaar om samen te werken met erkende archeologen. We hebben namelijk dezelfde interesses dus laat ons daar open en eerlijk over praten. Maar ik heb wel de indruk dat er in de archeologiewereld nog mensen zijn die zich hiertegen verzetten. Het gaat dan voornamelijk om archeologen die slechte ervaring hebben met malafide detectoristen die bijvoorbeeld op archeologische sites gaan zoeken of hun vondsten niet melden. Gelukkig hebben de meeste archeologen wel al een meer open visie op metaaldetectie.

Bedankt voor het delen van je ervaringen en tips, Theo!

Vrijwilligers rekruteren voor lokale erfgoedverenigingen

Ook op zoek naar witte raven? Vrijwilligers rekruteren voor lokale erfgoedverenigingen

Bladwijzer 1: wegwijs met Heemkunde Vlaanderen - mei 2011 • 01

Van november 2010 tot april 2011 konden lokale erfgoedorganisaties in alle provincies de cursusavond ‘Ook op zoek naar witte raven? Vrijwilligers rekruteren voor lokale erfgoedverenigingen’ volgen. Deze avonden, die ingericht werden door Heemkunde Vlaanderen en het Forum voor Erfgoedverenigingen, bestonden uit een interactieve voordracht van Koen Vermeulen van het Steunpunt voor Vrijwilligerswerk en rondetafelgesprekken waar lokale erfgoedverenigingen met een goed rekruterings- en medewerkersbeleid hun expertise deelden en in gesprek gingen met de andere deelnemers om ervaringen uit te wisselen en samen oplossingen te bedenken.

De vragen die centraal stonden tijdens de avondcursussen waren: Hoe kan ik nieuwe vrijwilligers rekruteren voor mijn erfgoedvereniging? Hoe kan mijn bestuur verjongen? Waar moet ik hierbij op letten? Hoe moet ik een goed medewerkersbeleid voeren zodat de nieuwe vrijwilligers ook blijven komen? Voor de erfgoedverenigingen die niet konden deelnemen, maar nog steeds op zoek zijn naar nieuwe witte raven om hun vrijwilligersploeg uit te breiden, bundelen we de resultaten van de rondetafelgesprekken en de essentie van de voordracht in onderliggende tekst. De theorie, aangereikt door Koen Vermeulen, wordt via tips en voorbeelden uit de praktijk aangevuld.