Vinkenzetten

Gouden keeltjes

Vinkenzetten

Auteur: Histories

 

Vinkenzetten is het houden van zangwedstrijden voor vinken. Deze wedstrijden worden in de periode tussen 1 april en 31 augustus georganiseerd en verlopen volgens een bepaald stramien. Enkel liedjes die op de juiste manier gezongen worden, zijn geldig. De vink die in 1 uur tijd de meeste liedjes zingt, wint de wedstrijd.

In de rubriek 'over-dragers' spreken we met en over dragers van rituelen, tradities of gebruiken. Zo sprak Histories met Marcella Bourdeaux, voorzitter van haar eigen club: 'Botvink 2000'. Daarmee is ze al jaren lang met vinkenzetten bezig. We hebben haar gevraagd wat de vinkensport voor haar betekent. De antwoorden kun je lezen op de gesprekspagina.

Hoe het werkt en hoe het begon

Eerst brengen de vinkeniers hun gekooide vinken ‘in reke’. Dat betekent dat ze de kooien met de vogels op een rij zetten, met telkens ongeveer 2m40 tussen. De vinkenier gaat vervolgens voor de kooi zitten rechts van zijn eigen vogel, luistert en noteert de geldige zangen. Bij een wedstrijd is het immers de bedoeling dat een vink zoveel mogelijk geldige fluitsignalen (liedjes) laat horen. Telkens de vink een liedje zingt, maakt de vinkenzetter met een krijtje een aantekening op een stok, die ook wel de regel wordt genoemd.

De vinkensport is een Vlaamse volkssport met een eeuwenlange traditie. Men gaat er van uit dat het vinkenzetten ontstond uit de nieuwsgierigheid van enkele vogelvangers, die wilden weten wie over de beste en snelst zingende lokvogel beschikte. Zeker is dat er al aan het eind van de 16de eeuw vinkeniersgilden bestonden. Vanaf de 17de eeuw nam het aantal vinkeniers sterk toe. Vinkeniersgilden waren aanvankelijk vooral een stedelijk fenomeen, omdat het vangen van vogels op het platteland sterk aan banden lag. Vanaf de 19de eeuw werd de vinkensport ook op het platteland zeer populair.

Expo over vinkenzetten in de bibliotheek van Kortrijk, 2013

Veel vogelsoorten (spreeuwen, leeuweriken, enz.) werden vroeger enkel gevangen om op te eten. Met de vinken was dat echter niet het geval: de gilden vingen ze uitsluitend om vinkenzangwedstrijden te kunnen houden. Vinkenzettingen werden aanvankelijk slechts een keer per jaar gehouden. Er is geen zekerheid over hoe de zangwedstrijden precies werden gespeeld. Er waren immers tal van lokale spelvariaties mogelijk. Met de populariteit van de vinkensport nam ook het aantal vinkenierslokalen sterk toe vanaf de 19de eeuw. Velen waren traditioneel verbonden aan volkscafés.

Blinde vinken

Vanaf de negentiende eeuw tot aan het begin van de twintigste eeuw werden wedstrijdvinken doorgaans blind gemaakt, omdat er van uit gegaan werd dat ze dan beter konden zingen. Het blinden van vinken gebeurde door de oogleden van de dieren dicht te schroeien. De ingreep was meestal omkeerbaar, maar allesbehalve diervriendelijk. In 1920 maakte de overheid dan ook een einde aan dit gebruik. Het verbod werd ingegeven door protest van oud-strijders, die tijdens de eerste wereldoorlog blind waren geraakt bij gasaanvallen aan het oorlogsfront.

Vinken vangen

Het vinkenzetten was traditioneel verbonden aan het vangen van vinken. Dat heeft niet alleen met de zangwedstrijden op zich te maken, maar ook met het feit dat vinken kweken geen sinecure is. Ieder jaar moesten er dus nieuwe vinken uit de natuur komen om verder te kunnen kweken. Lange tijd mochten de vinkenbonden Avibo en Vi.Mi.Bel vinken vangen volgens bepaalde quota. Om te kunnen kweken, moesten er vooral voldoende vrouwelijke vinken gevangen worden. Vandaag de dag is de vinkenvangst verboden. Om het aantal vinken op peil te houden en zo de vinkensport te behoeden voor de teloorgang, worden er nu kweekprogramma’s voor vinken opgezet.

Een vinkenier zorgt ervoor dat zijn vinken thuis in een volière over voldoende bewegingsvrijheid beschikken. Enkel tijdens de wedstrijden wordt een vink tijdelijk in een kleine kooi of ‘renne’ opgesloten. Na het verbod op het blinden van de vinken kwam er een nieuw kooitype in gebruik, dat tot op de dag van vandaag in gebruik is. Die kooi is zo gebouwd dat de vink er enkel licht en donker in kan onderscheiden. In het duister kan het diertje zich volop toeleggen op het zingen van liedjes, zonder dat het afgeleid wordt. Er wordt ook voor gezorgd dat er voldoende luchtcirculatie in de kooi is.

Een mannetjesvink

Suskewiet en Waalse of Vlaamse liedjes

Een vink wordt in de volksmond ook wel eensuskewietgenoemd, naar het fluitsignaal dat de vogel voortbrengt. Mannelijke vinken zingen het mooiste lied, maar niet alle vinken zingen even goed. Vinkenzetters selecteren dan ook enkel de beste mannelijke exemplaren. Verder is het opvallend dat niet alle vinken hetzelfde liedje zingen. Sommige vinken zingen uitheemse zangen. Hun lied is dan ook niet geldig op vinkenwedstrijden in Vlaanderen. Als een Waalse vinkenier hier toch wil deelnemen, moet hij zijn vinken eerst het Vlaamse liedje aanleren.

Spelen voor de eer

De wedstrijden worden georganiseerd door lokale vinkeniersverenigingen of door de vinkeniersbonden. Aan sommige wedstrijden nemen meer dan 1000 deelnemers deel. Dergelijke wedstrijd kan dan ook erg indrukwekkend zijn en voor buitenstaanders een bevreemdend schouwspel vormen. Naast de reguliere wedstrijden wordt ook een Belgisch en een provinciaal kampioenschap vinkenzetten georganiseerd. Het winnen van een felbegeerde titel in de vinkensport brengt weinig, of zelfs geen, geld in het laatje. De vinkenier gaat meestal met een ruiker of een beker naar huis.

Vinkenzetten wordt dus vooral om de eer gespeeld. Een titel geeft de vinkenzetter immers aanzien bij de andere vinkeniers. Bovendien is het uniek voor de vinkenzetterij dat er in de eerste plaats op vertrouwen wordt gespeeld. Vinkeniers moeten ervan uitgaan dat hun concurrenten niet vals spelen. Camaraderie staat dan ook hoog aangeschreven in de vinkenzetterij. Aangezien aan de wedstrijden geen grote geldprijzen verbonden zijn, is het niet vreemd dat er bij het verhandelen van vinken geen echt winstbejag in het spel is. De buitensporige bedragen die bijvoorbeeld in de duivensport neergeteld worden, komen in de vinkensport niet voor. Vinkeniers kweken hun vinken zelf of kopen ze voor een klein bedrag. Soms worden er ook vinken geruild.

Bij het begin van een vinkenzangwedstrijd, wordt met een vlag gezwaaid als signaal: “Teken de geldige zangen!”. Een uur later wordt opnieuw met de vlag gewapperd om aan te geven dat de wedstrijd beëindigd is.

Vorig jaar is er een goede vink gestorven, Pilatus. In 2009 werd ik met Pilatus ingehuldigd op het Belgisch Kampioenschap in Wingene. Ik was toen zeer tevreden en fier op mijn beestje. Op het einde van zijn leven zette ik nog 330 à 340 streepjes, maar in zijn topdagen waren dat er 900. Ik won heel vaak de eerste prijs met hem. Toen hij stierf heb ik zwaar verdriet gehad om hem. Ik heb Pilatus dan ook laten opzetten en nu staat hij op mijn kast onder een ‘globe’.

Uit het gesprek met Marcella Bourdeaux

Een passie

Het vinkenzetten is een intensieve bezigheid: een vinkenier moet eerst heel wat tijd en moeite in zijn vinken investeren voor hij de vruchten van zijn arbeid kan plukken. Eerst moeten de dieren gekweekt, goed gevoed en opgeleerd worden. Net zoals in de duivensport besteedt een vinkenier veel aandacht aan de verzorging van zijn vogels en geeft hij ze een naam. Pas na enkele jaren zingt een vink op volle kracht om te kampen in de wedstrijden. Vinkeniers raken in die tijd dan ook echt gehecht aan hun dieren. Vroeger werden er soms zelfs overlijdensberichten geplaatst in het contactblad van de vinkeniers als een goede zangvogel stierf.

Vaak is het houden van vinken en het spelen met vinken een familietraditie. De meeste vinkenzetters leerden het vinkenzetten als kind en geven de kennis en de passie vandaag door aan hun eigen kinderen of kleinkinderen. Omdat vinkenzetten geen kracht of uithouding vergt, vinden vele actieve ouderen/gepensioneerden het een aangenaam tijdverdrijf. Net zoals in de meeste volkssporten zijn vrouwen ook bij het vinkenzetten in de minderheid, al neemt hun aantal en invloed wel toe.

Vinkenlokalen en bonden

De vinkensport is vooral populair in West-Vlaanderen en delen van Oost-Vlaanderen. Naar schatting zijn er nog zo’n 13.000 vinkenzetters actief. De individuele vinkenzetters zijn gegroepeerd in vinkenlokalen of maatschappijen. Sommige van die verenigingen bestaan al sinds de negentiende eeuw. Voorbeelden daarvan zijn “Verheugd in de Zang” uit Aarsele (°1838), “De Lustige Zangers” uit Ardooie (°1897), “Niet Rijk Maar Recht” uit Meulebeke (°1849) en “De Paradijsvogel” uit Veurne (°1840). De verenigingen staan in voor de organisatie van de wedstrijden. De vinkeniers hebben via de vereniging contact met elkaar en blijven na de vinkenzetting vaak nog wat hangen om bij te praten en ervaringen uit te wisselen. Sinds de jaren 1930 bestaat de Koninklijke Nationale Federatie Algemene Vinkeniersbond (Avibo). Avibo is een belangenbehartiger voor de vinkeniers. Daarenboven stelden ze uniformiteit in de vinkensport voorop. Sommige verenigingen, die een lokale variant van de vinkensport beoefenden, konden zich niet vinden in de reglementering die Avibo opstelde. Zo kwam er in de jaren 1970 een afsplitsing: de Vinkeniersbond Midden België (Vi. Mi.Bel).  

Meer informatie en verantwoording

Afbeeldingen en video's

De afbeeldingen en video's genummerd op volgorde van boven- tot onderaan de pagina:

  1. (bannerafbeelding) Vink kijkt recht in de camera. Amee Fairbank-Brown, 12-11-2020, via https://unsplash.com/photos/8m-_dNRrUA0
  2. Expo over vinkenzetten. Bibliotheek Kortkrijk, foto van 18-11-2013, via: https://flic.kr/p/hFhbA8
  3. Mannetjesvink. MichaelMaggs – Edited (sharpened, down-sampled, contrast corrected, noise removed) by: Arad, CC BY-SA 2.5 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.5, via Wikimedia Commons
  4. (video) Vinkenzetten in Eke: 1e koning- en kampioenzetting met 37 vinken door De Sterrezangers. ikwashier.live. Via YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=iNr6JwGjqtw

Artikelen

Webpagina's en nieuwsberichten