De leden van de Gentse heksengilde op een rij.

De Gentse Heksengilde: van vergeten geschiedenis naar betrokken gemeenschap

De Gentse Heksengilde: van vergeten geschiedenis naar betrokken gemeenschap

De leden van de Gentse heksengilde op een rij.

Veerle Meuleman, Tineke De Rijck en Sven Meermans zijn de drijvende krachten achter de Gentse Heksengilde, een recent opgerichte vrijwilligersvereniging die pleit voor historisch eerherstel van de slachtoffers van de Gentse heksenvervolgingen. Wat begon als een persoonlijke fascinatie, groeide uit tot een geëngageerde beweging die verleden en heden met elkaar verbindt.

HET BEGIN VAN DE GENTSE HEKSENGILDE

Veerle Meulemans interesse in heksen en hekserij gaat ver terug. Ik schreef zelfs al een reeks kinderboeken over een fictief heksenpersonage Dieke de Heks,’ vertelt ze. Toen ze zich enkele jaren geleden wilde aansluiten bij de Heksengilde van Laarne, bleek dat enkel mogelijk voor inwoners van de gemeente. Dat bracht haar op het idee om een Gentse variant op te richten.  

Die fascinatie voor het heksenthema deelde ook Tineke De Rijck. Als opperdekenin en medeoprichtster van de Straffe Madammen, een stoet die tijdens de Gentse Feesten vergeten vrouwenfiguren uit de Gentse geschiedenis eert, zet ze zich al jaren in voor meer erkenning van hun verhalen. In 2022 liep ook Veerle mee in de stoet van de Straffe Madammen, waarin heksen centraal stonden. De vonk tussen beide dames sloeg al snel over.  

Niet veel later voegde Sven Meermans zich toe als derde oprichter: ‘Via Veerle ben ik er wat ingerold, maar het thema boeide me al langer,’ begint hij. Het zijn vooral de duistere kantjes van de Gentse geschiedenis, die zelden belicht worden, die zijn interesse wekken. ‘Ook kinderen, soms amper zeven jaar oud, werden slachtoffer van heksenvervolgingen,’ gaat Sven verder. ‘Met ons werk willen we hun verhalen zichtbaar maken.’ 

EERHERSTEL EN EDUCATIE ALS DOEL

Foto van de gedenkplaat in het Prinsenhof in Gent dat de slachtoffers van de heksenvervolgingen eert.

De gedenkplaat in het Prinsenhof, Gent

De aandacht voor het thema ‘heksen’ groeide verder toen gemeenteraadslid Anne Schiettekatte opriep tot historisch eerherstel van de plaatselijke vervolgingen. Historici Jonas Roelens en Maartje van der Laak doken in het Gentse heksenverleden en brachten de heksenvervolgingen tussen de 14de en de 18de eeuw in kaart. De namen op die lijst kregen in november 2023 een plaats op een gedenkplaat in het Prinsenhof.

Diezelfde maand werd de Gentse Heksengilde officieel boven het doopvont gehouden – met de burgemeester van Gent en de schepen van cultuur als peters, en historica Maartje van der Laak als meter. Anders dan bestaande tradities kiest de Gentse heksengilde voor een eerherstellende en educatieve benadering. Eén die de nadruk legt op de historische en maatschappelijke betekenis van de Gentse heksenvervolgingen. 

Tineke benadrukt dat de gilde bewust een ander signaal wilde geven: ‘Waar anderen het verbranden van de heks vieren, willen wij haar menselijkheid tonen en haar – net als alle andere onschuldige slachtoffers – eren en herdenken.’ Ook Veerle, Sven, en de andere leden van de gilde, delen dezelfde wens om weg te blijven van de sprookjesachtige, angstaanjagende uitbeelding van heksen: lelijke, kwaadaardige vrouwen met wratten en kromme neuzen. 

BARREVOETSE NELE

In de zomer van 2025 bouwde de gilde een eigen heksenreus: Barrevoetse Nele. Gebaseerd op de historische figuur Cornelia van Beverwyck, die in 1589 in Gent beschuldigd werd van heksenrij en op de brandstapel belandde. Dit project werd opgezet in samenwerking met Fluxlab en liep als participatief traject tijdens de Gentse Feesten in de Sint-Niklaaskerk.

Een vrouw met een zwarte hoofddoek en een vrouw met zwart haar maken kledij voor een reus. Op tafel ligt naai- en knutselgerief.

Verschillende Gentse vrijwilligers hielpen met de kledij van de reus.

‘We wilden van dit project echt iets voor en door de mensen maken,’ klinkt het bij Veerle.

Vrijwilligers van alle leeftijden en achtergronden werkten mee, en zelfs kinderen mochten meebeslissen over het ontwerp. Ze kozen er bewust voor om Nele mooie kledij aan te trekken – als teken van respect. De reus werd de laatste zaterdag van de Gentse Feesten onthuld en tijdens de rondgang van de heksengilde vervoerd op een bakfiets, een ludieke, typisch Gentse én praktische oplossing om haar rond te dragen. 

EEN STERK NETWERK VAN GEËNGAGEERDE GENTENAARS

De Gentse Heksengilde werkt nauw samen met andere lokale organisaties. Ze hebben warme contacten met de Heksengilde van Laarne, met wie ze samen deelnamen aan de stoet van de Gentse heksengilde. Ze zijn aangesloten bij bredere initiatieven, zoals Belgischeheksen.be, dat verschillende steden en gemeenten verbindt de heksenvervolgingen te erkennen en herdenken. Daarnaast werkt de gilde samen met verenigingen en individuen die om uiteenlopende redenen betrokken zijn bij het thema, bijvoorbeeld door eigen interesse in de geschiedenis van heksenvervolgingen.

De gilde hoopt ten slotte dat ook dat steeds meer steden in de toekomst de engagementverklaring voor nationaal eerherstel van vervolgde heksen mee zal ondertekenen.

‘De engagementsverklaring kwam er in het kader van Orange the World, een campagne van de Verenigde Naties tegen geweld op vrouwen en meisjes,’ legt Maartje uit. Vanuit de missie van de gilde om de herinnering aan vervolgde heksen te herstellen, hoopt ze dat steeds meer Belgische steden en gemeenten het voorbeeld volgen van de twaalf die de verklaring al ondertekenden.

TUSSEN GESCHIEDENIS EN ACTUALITEIT

Een 'pestketel' gemaakt door de Gentse heksengilde. Je ziet een koperen ton met vuur in. Er hangt een bord aan met 'pestketel' op.

De Gentse heksengilde maakte een pestketel om slachtoffers van pesten te steunen.

De Heksengilde houdt zich niet alleen bezig met het herinneren van het verleden. Ze leggen ook linken naar actuele vormen van uitsluiting. ‘De heksen uit het verleden waren vaak mensen die niet in de maatschappij pasten, die werden uitgesloten omdat ze “anders” waren,’ merkt Veerle op. Die lijn zien ze ook vandaag nog steeds terugkeren. ‘Denk maar aan pesten.’ Daarom organiseerden ze in september 2025 verschillende acties tijdens de Week tegen Pesten. Daarmee willen ze zowel jongeren in scholen, als ouderen in woonzorgcentra bereiken. Via een ’pestbrievenbus’ kunnen mensen hun verhaal kwijt. De boodschappen werden nadien symbolisch verbrand in een pestketel.

JONG EN OUD BETREKKEN

In maart 2025 organiseerde de Gentse heksengilde voor het eerst een gratis Heksenfeest in het Prinsenhof – een symbolische locatie, waar ook de gedenkplaat hangt. Het evenement, met workshops, standjes en de aanwezigheid van een herboriste, trok veel volk en werkte verbindend.

De activiteiten van de gilde, of het nu gaat om hun heksenfeest, heksenwandelingen of de reuzenworkshops, zijn belangrijke momenten om jong en oud te betrekken. De betrokkenheid van vrijwilligers binnen én buiten de gilde zijn hierin van onschatbare waarde.

De gilde kan rekenen op heel wat ondersteuning, maar toch zijn er ook uitdagingen. Zo zijn ze dringend op zoek naar een lokaal en een nieuwe opslagplaats om hun reus onderdak te bieden.

VERBINDEN MET HEKSENVERHALEN

Met hun participatieve projecten tonen de vrijwilligers van de Gentse Heksengilde dat erfgoed meer is dan herinneren: het kan mensen samenbrengen en actuele thema’s en uitdagingen bespreekbaar maken. Dankzij hun duidelijke missie, slimme samenwerkingen, passie én inzet krijgen vergeten verhalen betekenis in het leven van vandaag.

Philip De Temmerman, regisseur van de Krakelingenstoet, zit in een bruine zetel met een plant achter hem.

​​Eeuwenoude tradities in leven houden: Philip De Temmerman over de Krakelingenstoet​

​​Eeuwenoude tradities in leven houden: Philip De Temmerman over de Krakelingenstoet​

Philip De Temmerman, regisseur van de Krakelingenstoet, zit in een bruine zetel met een plant achter hem.

Al meer dan 30 jaar zet Philip De Temmerman, regisseur van de Krakelingenstoet, zich samen met honderden Geraardsbergenaars in om de historische ommegang in goede banen te leiden. Hij vertelt meer over zijn rol als regisseur en waarom het voor hem zo belangrijk is om deze traditie in leven te houden.

WAT IS DE KRAKELINGENSTOET?

De historisch-volkskundige Krakelingenstoet vindt plaats op de voorlaatste zondag voor de eerste maandag van maart. Met kleurrijke praalwagens, muziek en dans vertelt de stoet de rijke geschiedenis van Geraardsbergen. Een deel wordt bij elke editie herhaald, maar sinds 2000 werkt het Krakelingencomité elk jaar rond een specifiek thema dat een bepaalde periode uit de lokale geschiedenis belicht. Zo vertelde de stoet in 2000 het bezoek van Keizer Karel aan de stad, stond 2022 in het teken van transport en keek men in 2023 naar ziekte en genezing. Dit jaar was het thema opgroeien in Geraardsbergen.

Het feest van Krakelingen en Tonnekensbrand werd in 2008 opgenomen in de Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen en in 2010 toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco. Meer weten over de erkenning? Bezoek deze website. 

HOE PHILIP DE MAGIE VAN DE KRAKELINGENSTOET ONTDEKTE

“Mijn ouders namen ons van kinds af aan mee naar de stoet. Het was altijd een traditie, een familiegebeuren. Ik heb het dus zeker van thuis meegekregen.”

Philip is een echte Geraardsbergenaar. Al zolang hij zich herinnert, heeft hij een fascinatie voor de magie en het spektakel van de stoet. Dit zette hem aan om zelf actief aan de traditie mee te bouwen. “Vanaf het vijfde leerjaar krijg je de kans om mee te stappen in de stoet,” vertelt hij. “Dat was voor mij geen verplichting, maar eerder een gunst. Ik keek er elk jaar opnieuw naar uit.”

Zijn liefde voor de stoet ging verder dan deelnemen alleen. Hij herinnert zich nog hoe hij als kind thuiskwam, helemaal onder de indruk van de praalwagens – toen nog oude, omgebouwde vuilniswagens van de stad. Toch maakten ze bij de jonge Philip indruk: “Na de stoet bouwde ik thuis mijn speelgoedwagens om tot praalwagens.” Nu, vele jaren later, werkt hij als regisseur mee bij het ontwerpen van de praalwagens.

DE ROL VAN DE REGISSEUR

Als regisseur van de Krakelingenstoet is Philip, met de andere leden van het Krakelingencomité, achter de schermen een heel jaar bezig met de voorbereidingen. “Al snel na de stoet komen we samen voor een evaluatiemoment,” vertelt Philip. “Dan blikken we niet enkel terug op de afgelopen editie, maar brainstormen we ook al over een nieuw thema.”

Philip in actie tijdens de Krakelingenstoet op 23 februari 2025.

Philip in actie tijdens de Krakelingenstoet op 23 februari 2025.

Wanneer een nieuw onderwerp gekozen is, verzamelen de twee historica’s zoveel mogelijk informatie en materiaal over dat thema. Op basis van dat materiaal werken ze samen met Philip de regie uit. In de volgende maanden toetst hij met het comité de haalbaarheid van het thema en zijn regie af. Valt zijn verhaal niet in herhaling met de vorige edities? Past het thema in de geschiedenis van de stad? Dit zijn slechts enkele criteria waar hij rekening mee moet houden. Daarnaast moet Philip ervoor zorgen dat zijn regie toegankelijk is voor het brede publiek. Het is belangrijk dat de scenes kort zijn, zodat de toeschouwers zowel het totaalspektakel als het geschiedkundige aspect van de stoet begrijpen.

Philip staat er echter niet alleen voor. Naast de leden van het Krakelingencomité kan hij rekenen op de hulp van meer dan 800 vrijwilligers. Ze dragen elk met hun eigen expertise en talenten bij aan de traditie. “We hebben door de jaren heen veel mensen bereikt, en zij kregen, net zoals ik, de smaak te pakken.”

Wanneer de stoet eindelijk vertrekt, is het aan de vrijwilligers om het verhaal naar buiten te brengen. Gelukkig weet Philip dat hij kan vertrouwen op het enthousiasme van de Geraardsbergenaars die samen met hem de traditie koesteren.

EEN TRADITIE DIE GENERATIES VERBINDT

De Krakelingenstoet

Immaterieel erfgoed draait voor Philip niet alleen om respect voor het verleden, maar ook om het juist doorgeven ervan. “Tradities in ere houden, kan je alleen maar door actueel te werken,” zegt hij. “Het is belangrijk dat elke generatie de traditie op zijn eigen manier verder draagt.” Philip kent de Krakelingentraditie vanuit zijn eigen tijdsgeest, maar ziet hoe deze voortdurend evolueert. Dat de volgende generatie het anders zal benaderen dan hem, is noodzakelijk: “Mijn opvolger zal het anders aanpakken dan mij, zoals ik het anders heb gedaan dan mijn voorgangers.”

Sinds de Unesco-erkenning van het Krakelingenfeest, streeft Philip naar nóg meer kwaliteit en diversiteit. Verschillende lagen van de bevolking aanmoedigen om mee te lopen met de stoet is voor hem een vereiste. Elk jaar opnieuw wordt hij verrast door de indrukwekkende geschiedenis van zijn stad, iets dat hij ook aan de jongeren van Geraardsbergen wil meegeven. Zo worden niet enkel de scholen, maar ook verschillende dans-, muziek- en toneelgroepen aangemoedigd om deel te nemen. Daarnaast zijn er nog andere initiatieven die participatie stimuleren, zoals een kleine compensatie voor de deelnemers en een regieprijs voor de groep die de aanwijzingen en regie het beste heeft opgevolgd.

Ten slotte beseft hij dat het doorgeven van deze traditie niet enkel in zijn handen ligt, maar ook in die van zijn mede-Geraardsbergenaars. “Het is belangrijk dat de traditie ook in familieverband in leven gehouden wordt,” zegt hij. Vaak stappen er verschillende generaties mee in de stoet, van grootouders tot ouders en kleinkinderen, of komen families samen om elkaar toe te juichen. Dat maakt de Krakelingenstoet voor Philip een dag van samenhorigheid en connectie, niet alleen met elkaar maar ook met de stad.

Meer lezen over dit dubbelfeest? Neem een kijkje in onze feestendatabank. 

 

Kinderen verkleed als prinses en burgemeester. Een man helpt ze bij het opsteken van een lint.

ErGoed Galmaarden geeft tradities een frisse wending

ErGoed Galmaarden geeft tradities een frisse wending

Kinderen verkleed als prinses en burgemeester. Een man helpt ze bij het opsteken van een lint.

Immaterieel erfgoed wordt ook ‘levend erfgoed’ genoemd. Maar wat met tradities die steeds minder beoefend worden? Daar proberen de vrijwilligers van ErGoed Galmaarden antwoorden op te vinden. Wat ooit begon als een kleine Facebookpagina, groeide uit tot een hechte vereniging en een vaste waarde in de regio. Hun geheim? Geduld, vastberadenheid én creatieve partnerschappen. 

MEER DAN ERFGOED: DE START VAN EEN SOCIALE ERFGOEDVERENIGING

ErGoed Galmaarden begon in 2013 als de Facebookpagina ‘Galmaardse Kwis’, waar leden verhalen en foto’s van het oude Galmaarden met elkaar deelden. Uit de gesprekken ontsproot het idee om een feitelijke vereniging op te richten, zodat ze meer konden doen met en voor het erfgoed van Galmaarden.

Door de jaren heen groeide ErGoed uit tot een ‘sociale erfgoedvereniging’ met een dubbele missie: mensen samenbrengen en zorg dragen voor het materiële en immateriële erfgoed van Galmaarden, Tollembeek en Vollezele. ‘Een van de doelen van onze vereniging is om mensen samen te brengen,’ vertelt bestuurslid Luc. ‘Door erfgoedactiviteiten te organiseren voor het hele gezin, lukt dit vlot. We willen dit in de toekomst nog meer doen.’

VAN BIJNA VERDWENEN TRADITIE NAAR ERKEND IMMATERIEEL ERFGOED

Gosjdieël is misschien wel de bekendste traditie die de vrijwilligers van ErGoed weer tot leven brachten. Deze eeuwenoude gewoonte uit Zuidwest-Pajottenland is ontstaan uit een christelijke bedeltraditie. Ondertussen is het uitgegroeid tot het paradepaardje van de vereniging.

Gosjdieëlers staan lachend op de foto.

De kleine Gosjdieëlers

Bij Gosjdieël trekken kinderen op oudejaarsochtend met een washandje van huis tot huis en vragen ze om een centje.  In 2014 was deze traditie bijna volledig verdwenen, maar dankzij de inzet van ErGoed trekken er vandaag opnieuw zo’n 60 kinderen door de straten om hun ‘Godsdeel’ te vragen.

Intussen is Gosjdieël officieel erkend als immaterieel erfgoed in Vlaanderen. Luc probeert dan ook, samen met andere leden van ErGoed Galmaarden, om de traditie bekender te maken bij (nieuwe) inwoners en jongeren die deze niet van thuis uit meekregen. ‘We verspreiden flyers op scholen en werkten samen met de gemeente aan een publicatie over lokale tradities.’

Daarnaast werkte ErGoed mee aan een lespakket rond Gosjdieël, samen met de regionale erfgoedcel Zender. ‘Elke drie maanden is er bij Zender een vergadering voor lokale verenigingen,’ vertelt Luc. ‘Daar ontdekken we hoe andere verenigingen, zoals heemkundige kringen uit de regio, te werk gaan. Dat is fijn, want zo leren we van elkaar en versterken we onze tradities.’

STERK LOKAAL NETWERK(EN)

Gosjdieël is niet de enige traditie die ErGoed opnieuw op de kaart zette. Ook de Walmenbrand, de Galmaardse reactie op het dubbelfeest van de Geraardsbergse Tonnekesbrand en Krakelingenworp, werd in 2014 voor het eerst sinds een halve eeuw terug aangestoken. Vandaag is er zelfs een gezinswandeling aan verbonden.

‘Samenwerkingen met lokale partners zijn hierbij cruciaal,’ benadrukt Luc. Zo blies het Jachthoornkorps van K.S.A. Geraardsbergen de Walmenbrand feestelijk in gang en voorzag de Chiro Albatros van Tommelbeek bezoekers van een hapje en een drankje.

Tijdens de Meiboomplanting in 2025 helpt de lokale chiro Albatros uit Tollembeek met het opzetten van de meiboom.

De Meiboomplanting in 2025

Ook de Galmaardse Meiboomplanting kreeg een tweede adem. Deze lokale traditie verdween in de negentiende eeuw, maar werd vijf jaar geleden opnieuw georganiseerd tijdens de Pinksterkermis. Bij de laatste editie werkten zo’n vijftien verenigingen uit Galmaarden en omstreken mee. Dankzij de inzet van de verschillende verenigingen groeide de Meiboomplanting opnieuw uit tot een levendige traditie in de gemeente.

HOE VERGETEN VERHALEN LEIDEN TOT NIEUWE INITIATIEVEN

Voor het heropleven van tradities laat ErGoed zich inspireren door de lokale heemkundige Michel Matthijs. ‘Michel onderzoekt vergeten Galmaardse gebruiken en hun oorsprong, en deelt zijn bevindingen met ons,’ vertelt Luc. ‘Wij proberen die tradities vervolgens opnieuw te organiseren en bekender te maken in de regio.’ 

De vrijwilligers laten zich niet enkel leiden door heemkundig onderzoek. Soms zijn het ook onverwachte ontdekkingen die nieuwe initiatieven op gang brengen. Zo stootten ze tijdens de voorbereiding van een recente reveil-activiteit op een opmerkelijk stukje lokale geschiedenis: de Brusselse verzetsstrijdster Augusta Marcoux bleek geboren te zijn in de naburige gemeente, Tollembeek.  

Deze ontdekking leidde tot een bijzonder herdenkingsinitiatief op 21 mei 2025, exact 80 jaar na het overlijden van Augusta. De Processiestraat in Tollembeek werd omgedoopt tot de Augusta Marcoux-straat, en samen met het lokale bestuur van Pajottegem organiseerde ErGoed de eerste Augusta Marcoux-ommegang door de Pajottegemse deelgemeente.  

ZO ZET ERGOED TRADITIES OP DE KAART

Lucs voornaamste tip voor andere verenigingen? ‘Heb geduld.’ Maar geduld alleen is niet genoeg: zichtbaarheid speelt minstens een even belangrijke rol. ‘Maak je vereniging of traditie zichtbaar, via de klassieke pers, mond-tot-mond reclame of sociale media.’   

Zo heeft ErGoed bijvoorbeeld een Facebookgroep om de Galmaardenaars warm te maken voor hun activiteiten. In die groep, met bijna 4.000 leden, delen ze regelmatig foto’s van tradities die ze ondersteunen. ‘Iedereen kan er vrij deelnemen,’ vertelt hij fier.  

Via UiTinVlaanderen en aankondigingen in het lokale infoblad, zorgen ze er dan weer voor dat ook andere nieuwsgierigen de weg vinden naar hun evenementen. En dankzij Lucs contacten met de regionale pers reiken de Galmaardse tradities steeds verder in het Pajottenland. 

ERFGOED TOEKOMST GEVEN DOE JE NIET ALLEEN

De vrijwilligers van ErGoed, het stadsbestuur van Pajottegem en andere deelnemende vereniging poseren breed glimlachend op de foto na de Meiboomplanting in 2025

Het stadsbestuur van Pajottegem en de vrijwilligers achter de vijfde Meiboomplanting.

De ervaringen van ErGoed Galmaarden laten zien dat je met enthousiasme, doorzettingsvermogen en betrokken vrijwilligers (immaterieel) erfgoed écht weer tot leven kan brengen. Zo worden lokale tradities niet alleen gevierd, maar ook doorgegeven door de hele gemeenschap. 

Wil je meer ontdekken over immaterieel erfgoed en hoe je het kan doorgeven? Snuister door deze pagina voor handige tips, vormingen en inspiratie.

Drie mannen bouwen een reus op. De reus draagt een wit hemd en heeft grijs haar.

Hoe maak je een reus? Een praktisch stappenplan

Hoe maak je een reus? Een praktisch stappenplan

Twee mannen bouwen een reus op. De reus draagt een wit hemd en heeft grijs haar.

Niet alleen worden er overal in Vlaanderen enorme inspanningen gedaan om bestaande reuzen in ere te herstellen en zo vaak mogelijk naar buiten te brengen; ook tal van nieuwe reuzen zien het levenslicht.

De reuzencultuur gaat om veel meer dan met je reuzen op straat komen. Er zijn verschillende rituelen en gebruiken verbonden aan het leven van je reus: van de schets van je reus naar de eerste deelname aan een stoet en het vieren van een reuzenhuwelijk of verjaardag. Het behoort allemaal tot de magie van de reuzencultuur!

BEZINT EER GE BEGINT

Een reus maken is een groepsinspanning. Verzamel voor je begint een groep enthousiastelingen en denk samen na over enkele praktische zaken.

  • Budget: is het mogelijk om subsidies te krijgen bij de gemeente of je regionale erfgoedcel? Is er eigen geld, sponsorgeld of de mogelijkheid tot crowdfunding?
  • Projectplan: wie is de reus en waarom maak je hem?
  • Draagkracht: hoe zal de reus vervoerd en opgeslagen worden? Zijn er mensen die zorg kunnen dragen voor de reus? Met wie kan er worden samengewerkt?
  • Zelf maken of restaureren: begin je van nul of breng je een beschadigde reus opnieuw tot leven? Is er een ruimte waar je aan de reus kan werken? Kies je voor een gedragen of een gerolde reus?

Maak een reus in tien stappen

STAP 1:  HET VERHAAL VAN JE REUS

“Een reus betekent niet automatisch iets. Een reus kan ook gewoon een grote pop zijn. Maar als je wil dat hij gedragen wordt door de buurt, dan moet hij iets uitdrukken waar de buurt achter staat.” – Tina De Gendt

Denk na over het verhaal van je reus. Het verhaal zorgt voor een connectie met de buitenwereld en zorgt ervoor dat mensen zich herkennen in jouw reus.

Waarom maak je de reus?

  • Is het in het kader van een bepaalde gebeurtenis? Een jubileum?

Wie of wat stelt de reus voor? 

  • Wordt de reus een persoon of (fabel)dier?
  • Wordt de reus het symbool voor een vereniging, lokale gemeenschap, …?

Wat is er nodig om het verhaal over te brengen via het uiterlijk van de reus?

  • Zijn er belangrijke uiterlijke kenmerken die je wil tonen? Zeker bij een nog levende persoon is het belangrijk dat de gelijkenis sprekend is.
  • Welke kledij wil je dat de reus draagt?
  • Zijn bepaalde attributen of accessoires nodig om het verhaal te vertellen?

STAP 2: HET GERAAMTE VAN JE REUS

Nu begint het echte werk en breng je de reus tot leven. Laat je creativiteit de vrije loop, leer van andere reuzenbouwers en durf te experimenteren.

Lieve Lieckens vlechte haar reus met wilg © Lieve Lieckens

Lieve Lieckens met een zelfgemaakte,
gevlochten reus uit wilg. © Lieve Lieckens

Stabiliteit en frame

Een ideale draagreus is licht, en ook een reus op wielen hoeft niet zwaar te zijn. Zorg ervoor dat de verbindingen tussen de ledematen en de romp stevig genoeg zijn. Schakel hiervoor de hulp in van mensen die ervaring hebben bij het bouwen van reuzen.

Tip: kijk in je omgeving en zoek contact met andere reuzengildes of de koepel Reuzen in Vlaanderen vzw.

Rollend versus gedragen

Als je kiest voor een rollende reus zijn er weinig beperkingen qua gewicht, evenwicht en vorm. Zorg ervoor dat de basis breder en zwaarder is, zo is je reus beter bestand tegen de wind. Hou er ook rekening mee dat je een rollende reus niet eindeloos kan voortbewegen – dansen kan bijvoorbeeld niet.

Ook een gedragen reus heeft zijn voor- en nadelen. Meestal komt het hele gewicht van de reus terecht op de schouders van de reuzendrager. Onevenwicht kan ervoor zorgen dat het dragen moeilijker wordt.

Hier zijn vier tips om de last te verlichten:

  1. Maak de reus niet te zwaar en zorg dat deze in evenwicht is. Een onevenwicht aan de voorzijde kan je compenseren door een rugzak, schilden of pijlenkoker toe te voegen aan de achterzijde. Het zwaartepunt van de reus licht idealiter tussen de voeten van de drager. 
  2. Het kussentje dat op het hoofd van de drager steunt in de draagstoel (zoals bij de Catalaanse varianten) is verstelbaar 
  3. Bij reuzen met meerdere dragers kunnen harnasriemen rond de schouders en lenden van de drager helpen om het gewicht te verdelen. 
  4. Een zware reus kan naar voor kantelen; plaats in dit geval een horizontale band ter hoogte van de heupen van de drager.

Materiaal voor het geraamte

Reuzenmakers gebruiken talloze materialen bij het maken van de reuzenlichamen. Onze reuzendatabank toont enkele trends:

  • Maar liefst 40% gebruikt metaal.
  • 21% volgt de middeleeuwse traditie en gebruikt wilg.
  • 7% hanteert hout, aluminium, riet en polyester.
Geneviève Hardy restaureet de Reuskens van Borgerhout

© De Reuzen vzw

STAP 3: EEN HOOFD MAKEN

Wie zal het reuzenhoofd maken? Maak je het zelf? Kan je de hulp inschakelen van een (gespecialiseerde) kunstenaar, leerlingen van de kunstacademie of een carnavalsvereniging? Het zijn allemaal vragen die je je kan stellen voor je start aan het hoofd van je reus.

In weer en wind

Zorg ervoor dat het hoofd bestand is tegen weer en wind. Het materiaal waaruit een reuzenhoofd wordt vervaardigd hangt af van je voorkeur, de prijs en duurzaamheid van het materiaal.

Marcel Veltjen van Reuzen in Vlaanderen vzw deelt enkele tips rond materiaalkeuze.

  • Volle dikke isolatieplaten: kan je aan elkaar lijmen, zijn makkelijk te snijden, schuren en schilderen. Ook vlot herstelbaar.
  • Polyesterhars: haalbaar voor een doe-het-zelver en niet heel duur. Polyesterhars kan dienen als eindlaag ter versteviging. Let op: dit materiaal kan je niet op alle kunststoffen ondergronden gebruiken. Het is bijtend en kan vergelen.
  • Polyesterhars met glasvezel: betaalbaar, glad materiaal dat nadien geverfd of vernist kan worden. Polysterhars kan blaasjes vormen en voor geurhinder zorgen. Werk dus samen met iemand die al ervaring heeft met dit materiaal. Let op: glasvezel is zwaar en niet makkelijk te herstellen.
  • Epoxy met koolstofvezel: een duurder en moeilijker te herstellen materiaal. Voordeel: het stinkt niet en is licht.
  • Kippendraad en papier-maché: komt het meeste voor bij reuzenhoofden, want het is goedkoop, bewerkbaar en vrij licht. Zorg voor een goede eindlaag om deze makkelijker te vernissen en te schilderen. Bewaar droog en weg van ongedierte.
  • Kartonpulp: goedkoop, beter bewerkbaar en makkelijk zelf te maken met behangerslijm. Versterk eventueel met houtlijm. Let op: kartonpulp krimpt eens gedroogd en is minder slagvast.
  • Kartonpulp in een gipsen mal: de gipsen mal kan je laten maken door een beeldhouwer, maar dit is tijdrovend en duur. De pulp wordt eerst gedrukt, dan gedroogd en uit de mal gehaald om vervolgens aan elkaar te lijmen.

Benieuwd hoe zo’n reuzenhoofd vroeger gemaakt werd? Kijk hier hoe het reuzenpaar Albrecht en Isabelle uit Gent gemaakt werden in 1947.

Een reuzendrager kijkt door het kijkgat van zijn reus.

© Sofie de Ruysscher

De blik van binnenuit

Of je nu voor een rollende of gedragen reus gaat, de reuzendrager moet altijd door een venstertje kunnen kijken om zich vlot voort te bewegen. Ga voor een lang in plaats van breed kijkvenster en gebruik velcro om het kijkgat aan te passen op de verschillende lengtes van de reuzendragers.

Weelderige manen

Kies je voor een realistisch kapsel en gebruik je paardenhaar of ander natuurlijk haar? Of schilder je het kapsel op het hoofd met verf? Je kan ook stof, vlas, borstelhaar, wollen draad of piepschuim omtoveren tot een creatief kapsel. Tot slot kan jouw reus kaal zijn of een hoofddeksel dragen.

Bevestigen van het hoofd

Zorg ervoor dat de bevestiging van het hoofd en hals aan de romp stevig is en doorheen de hele stoet stabiel blijft.

STAP 4: HET OPSTELLEN VAN DE REUS

Nu komt het moment suprême: je gaat je reus voor het eerst opstellen!

Vrijwilligers stellen Reus Germaine op in Neerwinden

Reus Germaine van de Walin in Neerwinden. © Gilde Germaine van de Walin

Neem hiervoor voldoende tijd. Doe de eerste test met een groep mensen, en let op jullie veiligheid. Een reus rechttrekken gebeurt meestal vanuit rugligging, maar kan ook vanuit zijligging. Let op: een zwengeling van de (lange) ledematen kan voorkomen. Noteer in deze fase problemen en aandachtspunten.

Stel jezelf de volgende vragen voor de testrit van je reus:

  • In het algemeen: staat het venstertje op de juiste hoogte? Blijven alle onderdelen op hun plek zitten bij het rechttrekken?
  • Rollende reus: lukt het om de reus over ongelijke ondergronden en obstakels te manoeuvreren?
  • Gedragen reus: is de reus draagbaar? Is er een onevenwicht? Heeft de drager genoeg voeling met wat boven hem gebeurt? Hoe lang is het dragen vol te houden? Wat bij obstakels?

STAP 5: OPBERGEN VAN JE REUS

Het neerhalen van de reus is meestal eenvoudiger dan het opstellen, maar het vraagt nog steeds om de aanwezigheid van meerdere personen. Het demonteren gebeurt in omgekeerde volgorde. Let goed op dat er geen schroeven of attributen worden vergeten en sla alles thuis pas op nadat de onderdelen droog zijn.

Tip: Heeft je reus herstellingen nodig? Dan is dit hét moment om ze aan te pakken.

Waar bewaar je je reus?

Een goede bewaarplek vinden voor je reus is een uitdaging. Kelders zijn vaak problematisch door hun hoge luchtvochtigheid. Loodsen van de gemeente kunnen daar wel een oplossing bieden – op voorwaarde dat deze volledig droog zijn. Een andere manier om de reus te bewaren is door deze op te stellen in een publieke ruimte zoals heemkundige musea, stadshuizen of zelfs de kerk. Op deze manier staan de reuzen droog én zijn ze zichtbaar voor het publiek.

Tip: Kijk eens in je omgeving of contacteer je lokale erfgoedcel, misschien hebben zij ideeën.

Hoe bewaar je je reus?

Zowel de kleren van de reus als het hoofd worden doorgaans los van de romp bewaard.

  • Katoenen hoezen en houten kisten kunnen de kleding beschermen tegen schimmels en insecten.
  • Is het geraamte vervaardigd uit riet of wilg? Zorg er dan voor dat je de geraamtes jaarlijks eens goed natmaakt (bijvoorbeeld door ze in de regen te plaatsen) om ze soepel te houden.

STAP 6: HET MAKEN VAN DE KLEDING

Madeleine Limbourg tijdens het maken van kleding voor een reus.

Madeleine tijdens het maken van de kledij. © Femke den Hollander

De kleren maken de reus: de kledij versterkt diens identiteit en draagt het verhaal uit.

Het bovenstuk van je reus bestaat vaak uit verschillende panelen die met klittenband aan elkaar worden bevestigd. De lengte van de rok kan daarnaast het frame en de draagstoel van de reus maskeren. Let bij het maken van de kleding op de hoogte van het venstertje waar de drager doorheen kijkt om de reus voort te bewegen. Je reus goed afmeten voor het maken van de kleding is dus de boodschap.

 

  • Kies een stof die niet te zwaar is, snel droogt en kreukvrij blijft.
  • Zorg bij het bewaren van de kledij dat deze droog en proper wordt gemaakt en gehouden, anders vormt het snel een voedingsbodem voor schimmels.
  • Ook de kleding van de reuzendragers en de mensen die rond de reus lopen, wordt best afgestemd op de kledij van de grote vriend.
  • Kijk in je omgeving: zijn er mensen die vaardig zijn in het maken van kleren? Misschien kunnen zij jou helpen.

“Ik ben iemand gaan zoeken die ook een beetje kan naaien, want met twee weet je altijd meer.” – Madeleine Limbourg

STAP 7: RITUELEN ROND DE REUS

Een reus is meer dan wat je in het eerste opzicht ziet. Ook reuzen maken levensfasen door die kleur krijgen door de rituelen die je eraan koppelt. Een vast patroon bestaat niet, maar enkele gebruiken komen vaak terug en worden ook graag met de reuzengemeenschap gevierd.

Geboorteakte van Reus Lambert Hoelen van Bolderberg.

Geboorteakte van reus Lambert Hoelen van Bolderberg. © Reuzengilde Bolderberg

  • De geboorte van je reus: een reus kan je introduceren door hem te laten deelnemen aan een (reuzen-)stoet. Je kan ook een doop organiseren, geboortekaartjes maken, doopsuiker uitdelen en je reus inschrijven in het geboorte- of bevolkingsregister. Reuzen krijgen meestal ook een meter en peter. Een reus kan volwassen geboren worden, maar kan ook opgroeien van baby naar puber tot volwassenen.
  • Eregast op evenementen: breng je reus zoveel mogelijk naar buiten en ga in interactie met het publiek. Dit kan tijdens reuzenstoeten, maar ook tijdens carnaval, op wintermarkten, straatfeesten, enzovoort! Daarbij moet je niet binnen de grenzen van je gemeente blijven, je reus kan eventueel ook meelopen in tochten van andere reuzengildes.
  • Een gelukkig huwelijk: je reus kan vrijgezel blijven, maar er kan ook liefde bloeien tussen reuzen – een huwelijk kan deze band vastleggen! 
  • Reuzenbaby’s: krijgt je reuzin een zwangere buik of adopteer je een verloren reus om nieuw leven in te blazen? Aan jou de keuze!
  • In geval van overlijden: liefst blijven reuzen voor altijd leven, en mits enkele rustpauzes sterft een reus ook niet snel. Is het hoofd toch verloren of ernstig beschadigd? Dan kan je nog steeds een begrafenis organiseren of een doodsbrief rondsturen naar de gemeenschap.

Dansen rond de rokken van de reus 

Een gedragen reus krijgt de danspassen van de drager van de reus en toont op die manier diens eigenheid en persoonlijkheid. Voorbeelden van hoe gedragen reuzen zich voortbewegen, ontdek je in de filmpjes van de Reuskens van Borgerhout en Reus Jan uit Tienen 

STAP 8: DEELNAME AAN EEN STOET

Reus Jan Turpijn van Nieuwpoort

Reus Jan Turpijn van Nieuwpoort

Sommige reuzen blijven in de eigen streek, andere reizen het land rond om deel te nemen aan reuzenstoeten, carnavalsoptochten of andere publieke evenementen. Een bezoek aan andere reuzenstoeten zorgt niet alleen voor inspiratie, maar ook voor nieuwe contacten. Breng een naamkaartje mee, bereid je voor op logistieke vragen in verband met een eventuele deelname aan jouw stoet en sta open voor nieuwe ideeën. Wie weet zorgen deze ontmoetingen ervoor dat jouw reus in andere stoeten kan meelopen of heb je zelf enkele reuzen die in de jouwe willen verschijnen.

Wil je je als reuzenvereniging verzekeren? Dan kan je je aansluiten bij de groepsverzekering van Reuzen in Vlaanderen. Advies over het afsluiten van zo’n verzekeringen kan je bij hen inwinnen. 

 

STAP 9: BORGING EN PROMOTIE

De mensen onder en naast de rokken van de reus houden de traditie in leven en kunnen de reus van een mooie toekomst verzekeren. Een borgingsplan is een goed hulpmiddel.

  • Verzamel de technische info over het bouwproces van je reus. Noteer ook het opstel- en afbraakproces, liefst met foto’s.
  • Beschrijf de vaste opslagruimte van je reus en de afspraken met de eigenaar van deze locatie. Hou zorgvuldig de informatie over verzekeringen bij.
  • Maak een archief met alle documentatie over je reus en bewaar je promotiemateriaal en draaiboeken voor publieksactiviteiten. Een archief herbergt een schat aan informatie en helpt om de tradities door te geven aan de volgende generatie.

Wil je tips over hoe je een archief van je reuzen(gilde) kan bijhouden? Neem een kijkje in deze publicatie.

De mensen onder en rond de reus verzorgen de reus door herstellingen uit te voeren, maar bouwen ook een netwerk rond hun reus. Denk aan banden met lokale gemeenschappen zoals een harmonie, een theatergemeenschap, een dansgroep, maar ook het lokale bestuur.

Een netwerk uitbouwen zorgt voor een draagvlak en aansluiting bij de gemeenschap waar de reus deel van uitmaakt. Doe hier inspiratie op:

STAP 10: JE BENT NIET ALLEEN!

Omring je met de ervaringskennis van anderen en leer van elkaar. Een sterk netwerk is belangrijk! Reuzen in Vlaanderen vzw is een koepelorganisatie waar je terecht kan met al jouw vragen over het maken, het verzekeren en het naar buiten brengen van je reus. Neem hier contact op met hen op. Regionaal kan je ook contact opnemen met je lokale erfgoedcel en kijken wat zij al deden rond de reuzencultuur in je regio.

Landelijk staan wij in voor het ondersteunen van reuzenverenigingen.

Heb je vragen of ideeën? Neem contact op met Morgane via morgane.decoensel@histories.be.

Het maakproces van een reus werd tijdens het project Focus Vakmanschap door ons in beeld gebracht met het Reuzenrapport en de film ‘Het maken van Reuzen’.

Foto van Steve Severeyns met zijn vader op de kermis

Toekomst geven aan je erfgoedpraktijk: Steve Severeyns over de kermiscultuur

Toekomst geven aan je erfgoedpraktijk: Steve Severeyns over de kermiscultuur

Foto van Steve Severeyns met zijn vader op de kermis

De Verdediging der Belgische Foorreizigers is een beroepsvereniging die opkomt voor de belangen van kermismensen in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Hun voorzitter Steve Severeyns deelt waardevolle inzichten over hoe je als erfgoedvereniging succesvol samenwerkt met (lokale) besturen.

JULLIE PROFILEREN ZICH ALS ERFGOEDVERENIGING?

Sinds 2014 zijn we officieel erkend als immaterieel erfgoed en opgenomen in de Inventaris Vlaanderen (n.v.d.r. op 4 december 2024 is de kermiscultuur in België en Frankrijk ook toegevoegd aan de Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van UNESCO).

Toch waren we al lang met ons erfgoed bezig zonder dat we het zelf doorhadden. Onze cultuur, die van generatie op generatie wordt doorgegeven, zit diep verweven in onze kermisgemeenschap. We organiseren al honderden jaren bijeenkomsten, feesten en zelfs sporttoernooien binnen onze gemeenschap.

Van de carnavalsperiode tot Wapenstilstand vind je overal kermissen, vaak verbonden aan lokale tradities en rituelen die zelf ook erkend immaterieel erfgoed zijn. Denk aan de Tonnekensbrand in Geraardsbergen, de Krakelingen, de jaarmarkt in Sint-Lievens-Houtem en de Heilige Bloedprocessie in Brugge. Toch bleef de vraag: “En wij dan?” Want we maken overal deel uit van die tradities.

Die erkenning wilden we dus ook. Maar eigenlijk deden we al veel zonder het te beseffen: publicaties, archiveren en steden en gemeenten bewust maken van onze waarde.

WAAROM IS DIE ERKENNING ZO BELANGRIJK?

Die erkenning biedt meerwaarde in onderhandelingen met steden en gemeenten. Elke kermis in Vlaanderen is ooit ontstaan vanuit een lokaal initiatief, bijvoorbeeld als animatie bij kerkwijdingen. Wij werden gevraagd om voor die animatie te zorgen en hebben er daarna onze broodwinning van gemaakt.

We zijn volledig afhankelijk van de beslissingen van gemeenten. Omdat veel mensen vergeten zijn hoe kermissen ontstaan en geëvolueerd zijn, moeten we vaak verwijzen naar oude gebruiken en eerdere afspraken. Dankzij de erkenning kunnen we ook sterker lobbyen bij andere erfgoedgemeenschappen. Tegen hen kunnen we zeggen: wij staan net als jullie op die lijst. We moeten elkaar niet bevechten, we moeten de krachten bundelen.

Die erkenning biedt meerwaarde in onderhandelingen met steden en gemeenten.

WAAROVER MOETEN JULLIE MET STEDEN EN GEMEENTEN ONDERHANDELEN?

Als bezoeker weet je dat niet, maar er komt veel bij kijken. Neem nu de datum van de kermis. Een schepen vraagt zich bijvoorbeeld af waarom de kermis altijd in het weekend na 1 mei doorgaat. Die zou dat op 1 mei zelf willen doen, want dan heeft iedereen verlof. Op dat moment moeten wij daar tegenin gaan, want in het weekend van 1 mei staan we allemaal al op een andere kermis. Het moet passen binnen de historische kermiskalender.

Een ander voorbeeld is de herinrichting van het openbaar domein. Gemeenten vergroenen steeds vaker pleinen en straten, maar dat kan de plaatsing van attracties bemoeilijken. Dan moeten we weer aan de onderhandelingstafel. Wij zijn niet tegen bomen, maar dan vragen we of ze die op zo’n afstand van elkaar kunnen zetten dat daar toch een kraam tussen past. Wanneer de opdracht al is aanbesteed, moeten we zelfs met architectenbureaus of aannemersbedrijven samenzitten.

Soms wil men ook de locatie veranderen of onze ruimte inperken, ten voordele van de lokale handelaars of een ander evenement. Wij zijn geen lokale inwoners en dus ook geen kiezers of belastingbetalers. We betalen een retributie om daar te staan, maar we komen daar maar een aantal dagen per jaar. Als een lokaal café tijdens de kermis 100 extra stoelen wil zetten, op de plaats waar normaal gezien de kindermolen staat, dan is het aan ons om daar tegenin te gaan. Waarom profiteert een lokaal café van extra inkomsten? In eerste instantie omdat wij er op dat moment zijn.

En dan is er nog het parkeerverbod. Een marktplein was oorspronkelijk bedoeld voor evenementen zoals markten, kermissen en circussen. Nu staat dat vol auto’s. Als de kermis toekomt, moet er een parkeerverbod zijn. Ik durf te zeggen dat de helft van de gemeentes daar niet mee bezig is en dan moeten wij ook daar initiatief nemen.

Een marktplein was oorspronkelijk bedoeld voor evenementen zoals markten, kermissen en circussen. Nu staat dat vol auto’s.

HOE GA JE IN GESPREK MET DE GEMEENTE?

Steve Severeyns en een andere foorreiziger die een vlag rechthoudt van de V.B.F.

Per regio hebben we als beroepsvereniging een aanspreekpunt voor onze leden. In grote steden en gemeenten is er een kermis-comité dat bestaat uit afgevaardigden van mensen die op die jaarlijkse kermis staan en afgevaardigden van onze beroepsvereniging. Zelf weet ik heel veel van regelgeving en volg ik het kermisgebeuren nationaal op. Als ik zelf niet op een bepaalde kermis sta, weet ik niet goed hoe het daar lokaal verloopt. We hebben beide soorten vertegenwoordigers nodig.

Voor steden en gemeenten waar er geen comité is, zijn er andere manieren om op de hoogte te blijven. Zo volgen we de officiële sociale media van gemeenten, Facebookgroepen zoals ‘Ge zijt van…’ of sociale media van politici. Wanneer we opvangen dat een activiteit de kermis in het gedrang brengt, nemen wij contact op met de gemeente voor een onderhoud. We worden ook gebrieft door onze leden of door lokale handelaars met wie we intussen een band hebben opgebouwd.

HOE GA JE OM MET DE VERKIEZINGEN DIE OM DE ZES JAAR PLAATSVINDEN?

Lokale verkiezingen brengen onzekerheid, want de laatste jaren verandert de gesprekspartner vaak na de gemeenteraadsverkiezingen. Het is belangrijk om te anticiperen. Wanneer partijen hun programma’s publiceren, volgen we deze op en proberen we te sensibiliseren. Dit kan door rechtstreeks contact met zowel bestuur als oppositie, die via de pers druk kan uitoefenen.

Onze beroepsvereniging is aangesloten bij Unizo. Zij schrijven in aanloop naar de verkiezingen een memorandum voor de lokale partijen om met de zelfstandigen rekening te houden in hun bestuursakkoord of partijprogramma. Ik lobby dan bij Unizo om er een en ander van de kermis in te zetten zoals het respecteren van onze data. Maar niet alle erfgoedverenigingen kunnen zomaar bij Unizo aankloppen.

Lokale verkiezingen brengen onzekerheid, want de laatste jaren verandert de gesprekspartner vaak na de gemeenteraadsverkiezingen.

DOEN JULLIE OP NATIONAAL NIVEAU OOK AAN BELEIDSBEÏNVLOEDING?

We probeerden het kermisgebeuren te stroomlijnen via de opmaak van een kermisreglement, maar het verschil tussen de gemeenten bleef. De ene gemeente is kermisgezind, de andere niet.

Vroeger werden de standplaatsen jaarlijks per opbod verkocht, waardoor de hoogste bieder het contract kreeg. Dit systeem leidde tot veel onzekerheid en onderlinge concurrentie. Daarom hebben wij voor langere contractperiodes van drie tot vijf jaar gelobbyd.

Daarnaast zorgde het systeem voor een onevenwichtige samenstelling van de kermis, met bijvoorbeeld een overvloed aan schietkramen en smoutebollenkramen, maar geen eendjes vissen. De vereniging vroeg daarom om categorieën te hanteren, waarbij specifieke plaatsen voor bepaalde soorten attracties werden gereserveerd.

Ook gingen sommige kermisfamilies strategisch bieden op meerdere standplaatsen, om die later weer op te zeggen, wat lege plekken achterliet. Om dit tegen te gaan, hebben we als beroepsvereniging gezegd: wie wil meedoen aan die veiling, moet zich op voorhand registreren en zeggen met welke attractie en binnen welke categorie ze meedoet. Ze moesten een bankrekeningnummer hebben, wat toen nog niet evident was. Zo moesten ze aantonen dat ze effectief konden betalen.

Tot er op nationaal niveau een wetgeving kwam, bleef er veel ongelijkheid tussen gemeenten. Dat zorgde voor onzekerheid en wrevel tussen de foorreizigers. Pas met de nationale wetgeving werd er meer structuur en zekerheid gecreëerd.

WAT HEBBEN JULLIE ALLEMAAL BEREIKT OP NATIONAAL NIVEAU?

De erkenning van ons beroepsstatuut was een cruciale stap. Vanaf dan konden we ons richten tot een bevoegde minister.

Een van de grootste successen was het Koninklijk Besluit van 2006. Dit zorgde voor een kader waarin gemeenten een register van deelnemende foorkramers moeten bijhouden en kermisplannen moeten opstellen. Foorkramers krijgen nu vijfjarige contracten voor hun standplaatsen, die stilzwijgend worden verlengd tenzij er grote wijzigingen zijn. We wilden continuïteit garanderen, onafhankelijk van de politieke legislatuur in een gemeente.

Het KB is niet perfect, want je kunt niet één wet maken die zowel voor de Sinksenfoor telt als voor een kleine dorpskermis. Maar we doen het ermee.

HOE HEBBEN JULLIE DIT KLAARGESPEELD?

Steve Severeyns heeft een toespraak. Naast hem staat de vlag van het V.F.B.

Ludwig Van Hove, toenmalig burgemeester van Sint-Truiden, heeft die mee opgesteld. Hij zag de waarde van onze mooie en eeuwenoude kermistraditie en begon de term ‘ambulante handelaar’ te gebruiken voor kermisverkopers. Hij lobbyde voor de wet en zocht partners in andere gemeenten om steun te krijgen.

Sinds het Koninklijk Besluit van 2006 is de VVSG (Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten) ook een belangrijke partner. Zij geven bijvoorbeeld presentaties over de organisatie van kermissen en het opstellen van coronamaatregelen. Maar als we ergens in de clinch liggen met een gemeente, dan gaat VVSG de gemeente verdedigen. Ze zijn ook niet verplicht om mij te informeren. Ze moeten steden en gemeenten informeren.

ZIJN ER NOG REALISATIES WAAR JE TROTS OP BENT?

Zeker. De uitzondering die we kregen voor het transport van onze attracties met de vrachtwagen, bijvoorbeeld. Ik rijd op een heel jaar zoveel kilometers als een transportfirma op een dag. Tussen kermissen in staan onze vrachtwagens één of meerdere weken stil. Als we aan alle regels van een transportfirma moeten voldoen, houden we niet stand. Dus hebben wij gelobbyd voor een vrijstelling van verkeersbelasting op onze vrachtwagens. Wij zijn ook vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf in de vrachtwagen en van code 95. Dat is een vakbekwaamheid die jaarlijks vernieuwd moet worden en waarvoor je een betaalde opleiding moet volgen.

Een andere grote verwezenlijking is natuurlijk de erkenning op de Vlaamse inventaris van immaterieel cultureel erfgoed, de Brusselse inventaris, de Duitstalige inventaris en de Waalse inventaris. Door heel dat erfgoedtraject heb ik geleerd om onze traditie onder woorden te brengen. Er zit een hele cultuur en gemeenschap achter die voor mij zo vanzelfsprekend is, dat ik niet wist dat iemand anders daar op een andere manier naar kijkt.

Door heel dat erfgoedtraject heb ik geleerd om onze traditie onder woorden te brengen.

HOE ZETTEN JULLIE DIE ERKENNING IN?

Het wordt niet vaak gebruikt, maar wel wanneer het echt nodig is. Bijvoorbeeld in Oudenaarde, waar ze tijdens de Ronde van Vlaanderen de jaarlijkse Paaskermis van 500 jaar oud wilden verplaatsen om ruimte te maken voor een VIPdorp voor sponsors. Voor ons voelde dat als een mes in de rug. Dan zeggen wij: “Wij zijn erkend erfgoed, we moeten niet wijken voor een champagnetent.” 

HEBBEN JULLIE NU RECHTSZEKERHEID?

Het is nog altijd een dagelijkse strijd. Want sinds de regionalisering hebben Vlaanderen, Wallonië en Brussel elk hun eigen interpretatie van het Koninklijk Besluit van 2006.

Volgens het KB moet een gemeente die een heraanleg van het openbaar domein gepland heeft, rekening houden met het kermisregister en -plan die door de gemeenteraad goedgekeurd zijn. Als het geen dringende werken zijn, dan moeten ze ons dat twaalf maanden op voorhand laten weten. Vlaanderen heeft die twaalf maanden nu naar zes maanden gebracht, maar je vindt geen alternatief op zes maanden tijd. Dus moeten wij met allerlei argumenten komen om dan weer op Vlaams niveau onze zaak te verdedigen.  

VVSG had ook op basis van het KB een model opgemaakt voor het kermisreglement. Door de omzetting naar de regionale wetgeving, moet dat nu opnieuw vertaald worden naar een gemeentelijk reglement. 

Er komen ook telkens nieuwe dingen op ons af, zoals de ontharding. Ik vind dat goed voor de mensen hun oprit, maar ontharding op de openbare domeinen is een heel groot probleem voor de kermissen. Ze mogen van mijn part overal gras leggen, want op gras kunnen wij staan. Maar een grote markt vol lage struiken: vergeet de kermis dan maar. 

WAT MAAKT JULLIE BELEIDSBEÏNVLOEDING SUCCESVOL?

Het is belangrijk om een goede relatie te onderhouden met de lokale politiek. Een kermisreglement lost niet alles op, omdat de praktijk soms anders is. Gemeenten zijn niet altijd kermisgezind, en politiek kan lastig zijn. Als een gemeente zich niet aan het reglement houdt, stap ik niet zomaar naar de rechtbank, omdat we hen als partners nodig hebben. Het gaat niet alleen om het afdwingen van regels, maar ook om alles op een positieve manier uit te leggen. Onze erfgoedwaarde speelt hierbij een grote rol: we staan niet alleen voor economische activiteiten, maar zorgen ook voor erfgoedbehoud.

Een kermisreglement lost niet alles op, omdat de praktijk soms anders is.

Onze gemeenschap is erg hecht. Als iemand van de kermis overlijdt, komen we massaal naar de begrafenis. Ook voor huwelijken en andere feestelijkheden zijn we er voor elkaar. Daarnaast hebben we om de paar jaar audiëntie bij de paus, waar kermis- en circusmensen uit heel Europa samenkomen. Dan wordt er een circusvoorstelling in de audiëntiezaal van het Vaticaan georganiseerd en staat er een klein circus of een kermisattractie opgebouwd op het Sint-Pietersplein. In het college van kardinalen is er één kardinaal voor de beroepsmatige reizigers. Dit voelt als een erkenning van onze gemeenschap.

Tradities zijn vaak met elkaar verbonden. Wanneer in Brugge de Heilige Bloedprocessie plaatsvindt, sluiten wij tijdelijk de kermis. Maar zodra de processie voorbij is, gaan de kramen weer open. Pas als je je als traditiedrager op elkaar afstemt en samenwerkt, wordt het een succes. Gemeenten kijken vaak naar de praktische kant van dingen en geven soms de ene traditie voorrang boven de andere. Het is belangrijk dat ze het bredere plaatje zien en niet proberen om ons tegen elkaar uit te spelen.

Soms is de ene traditie ook financieel belangrijk voor de andere traditie en dan moeten wij dat benadrukken. We betalen aan een gemeente een retributie om daar te mogen staan. In Halle wordt onze retributie bijvoorbeeld volledig gespendeerd aan Halle Carnaval, wat € 80.000 oplevert. Als je de meifoor in Brugge wegneemt en ze concentreren zich enkel op de Heilige Bloedprocessie, dan gaat die stad niet zo leven. Die processie duurt maar een paar uur en dan is het gedaan. Maar door de kermis komen de mensen wat vroeger, want ze kunnen smoutebollen eten. En na de processie gaan ze nog eens op de botsauto’s. Toeristen blijven overnachten of komen nog eens terug. Dat hele gebeuren wordt dus uitgerokken.

Ook persoonlijke contacten met politici en ambtenaren zijn van groot belang. Veel burgemeesters die ik ken, zitten ook in het Vlaamse of federale parlement. Deze netwerken zijn essentieel.

Gemeenten kijken vaak naar elkaar en delen goede voorbeelden. Wij spelen hierop in door te laten zien hoe dingen in andere gemeenten goed werken.

ZIJN ER OOK ZAKEN DIE ABSOLUUT VERMEDEN MOETEN WORDEN?

Het is niet verstandig om politiek geëngageerd samen te werken met lokale besturen, omdat politieke situaties snel kunnen veranderen. Werk liever op een constructieve manier samen met de meerderheid en de ambtenaren.

Daarnaast is het belangrijk om nooit online te reageren of gevoelige informatie te delen. Gewoon onthouden wat iemand online zegt en het bovenhalen wanneer het nodig is. Niet afwachten tot de vergadering. Je moet goed voorbereid naar de vergadering gaan, want de vergadering zelf is meestal een formaliteit en dan wordt er gezegd wat er al beslist is.

JE ZIT OOK IN HET BESTUUR VAN DE EUROPESE KERMIS UNIE. PROBEER JE OOK TE WEGEN OP HET EUROPESE BELEID?

De Europese wetgeving wordt door ons goed opgevolgd. Bijvoorbeeld de normen van keuringen van attracties.

Soms word ik door collega’s in het buitenland gevraagd om voor hun zaak op te komen. Zo had de burgemeester in Pamplona beslist om voor de veiligheid de kermis die gekoppeld is aan de stierengevechten naar een plaats buiten het centrum te verhuizen, maar voor onze Spaanse collega-foorreizigers was dat economisch niet interessant. Toen de foorreizigers argumenteerden dat de burgemeester geen kandidaten zou vinden om op die nieuwe plaats te staan, wou de burgemeester een Europese oproep doen. De Spaanse foorreizigers belden mij op om een tussenkomst te vragen. Vanuit de Europese koepel van beroepsverenigingen hebben we er meteen tegen gelobbyd en tot solidariteit met de Spaanse collega’s opgeroepen. En dat is gelukt.

HEB JE NOG EEN LAATSTE ADVIES VOOR ANDERE ERFGOEDVERENIGINGEN?

Blijf aan de bel trekken. Het komt niet vanzelf, je moet niet verwachten dat iemand anders het in je plaats gaat doen.

Wil je te weten komen hoe ook jij succesvol aan netwerking doet? Op deze pagina vind je verschillende tips en tricks rond (lokale) beleidsbeïnvloeding.